De meeste aandacht gaat vandaag naar Hugh Grant, omdat hij 65 wordt. Hij werd immers geboren op 9 september 1960 in Londen.

Grant werd als acteur opgemerkt tijdens zijn studententijd in Oxford (*). Zijn eerste film werd “Privileged” van Michael Hoffman in 1982. Een film die, zoals de titel reeds aangeeft, zijn upperclass-imago reeds benadrukte. Dat een mooie jongen niet enkel de dames maar ook de homo’s aanspreekt, werd bewezen door zijn volgende film, “Maurice” van James Ivory, waarin hij voor zijn vertolking van Clive niet alleen de prijs van het filmfestival van Venetië in ontvangst mocht nemen, maar ook op de cover van “Gay News” mocht prijken.

In de dvd-extra’s vertelt Hugh Grant dat hij en James Wilby (die Maurice vertolkte) elkaar al kenden van hun optredens in Privileged en dat ze daarom hun scènes samen konden oefenen bij Grant thuis de avond voor Wilby’s auditie. Grant zegt dat hij zich herinnert dat het “een verrassing was voor mijn broer, de bankier, toen hij thuiskwam en me zoenend met James Wilby in de woonkamer aantrof.” 

Maurice werd gefilmd in King’s College, Cambridge, dezelfde universiteit waar schrijver E.M.Forster  in het echt studeerde. Hugh Grant moet als dusdanig een tekstje voorlezen in het Latijn en dat Latijn is van vreselijke kwaliteit, maar wellicht is dit inderdaad de manier waarop Engelse studenten in die tijd Latijn uitspraken.
Daarna volgde “White mischief” en dan speelt hij Byron in de Spaanse film “Remando al viento” (“Rowing with the wind”) van Gonzalo Suarez, waar hij overigens Elizabeth Hurley (als Mary Godwin!) heeft leren kennen.
Dan speelt Hugh Grant voor het eerst met Anthony Hopkins in “The dawning”, waarna het extravagante “The lair of the white worm” van Ken Russell, “The Oz Trials”, “La nuit Bengali” en “The big man” met Joanne Whalley-Kilmer volgen.
In 1991 speelt Hugh Grant de rol van Chopin in “Impromptu” van James Lapine, waarin Julian Sands gestalte geeft aan Liszt, Emma Thompson aan een nogal domme gravin en Judy Davis aan George Sand, die centraal staat in deze productie. Zonder succes evenwel en zeer terecht, want deze film weet nooit de juiste toon aan te slaan, ook al wegens een fenomenale reeks miscastings (alleen Julian Sands kan in zijn personage doen geloven).
Dan volgt de grote doorbraak met “Four weddings and a funeral” waarin Charles (Hugh Grant) verliefd wordt op de Amerikaanse Carrie (Andie McDowell). Hij ontmoet haar voor het eerst op het huwelijk van één van zijn vrienden, die – een beetje zoals in “De fanfare van honger en dorst” van Lieven Tavernier – de vrijgezellenclub verlaat om “ernstig” te worden.
Ander prominent leden van deze club zijn Charles’ oude liefde “Duckface” (Anna Chancellor) en zijn vriend Tom (James Fleet). Dit is tevens de broer van Fiona, een uitstekende prestatie van Kristin Scott Thomas als de vrouw die vanaf het eerste moment verliefd is op Charles, maar die is er zich zelfs nooit van bewust geweest! De eerste speelfilm van Kristin was “Under the cherry moon” van Prince (1986), waarna “A handful of dust” (1987) en “Bitter moon” volgden. Als Engelse katholiek is ze gehuwd met een Franse jood.
Maar goed op dit feest wordt alweer een ander lid van de club verliefd op een bruidsmeisje en dat wordt dan meteen ook het volgende huwelijk. Zoals columnist A.A.Gill in “The Sunday Times” terecht opmerkt lijkt het scenario wel op dat van “Reigen” van Schnitzler, maar dan herwerkt door Terence Rattigan.
Carrie en Charles ontmoeten elkaar opnieuw, maar nu is zij reeds verloofd met de rijke Schot Hamisch. Hààr huwelijk is dan ook nummer drie uit de rij, maar alsof om aan te geven dat dit hier geen komedie meer is, sterft Gareth (Simon Callow), ook al een lid van de “fanfare”, op het feest aan een hartaanval, zodat zijn vriend Matthew (John Hannah) achterblijft. Immers, wij hadden het al lang in ’t snotje, maar zij nog niet: Matthew en Gareth waren slechts schijn-vrijgezellen, in werkelijkheid hadden zij elkaar gevonden.
Deze introductie van homoseksualiteit binnen een groep vrienden lijkt wel een constante, als was het om te bewijzen dat vriendschap een sterkere band is dan seksualiteit: het komt ook terug in het Canadese “Le déclin de l’empire américain”, het Engelse “Peter’s friends” en het Franse “Mes meilleurs copains”. Alleen in het Amerikaanse “Big chill” is William Hurt wel seksueel ontwricht door zijn Vietnam-ervaringen, maar homofilie als zodanig komt er niet in voor. Uiteraard niet, anders zou het geen Amerikaanse film zijn.
The funeral (de begrafenis dus) is overigens een uitstekend geslaagd contrapunt ten overstaan van al die huwelijken. Zo aangrijpend dat ook Charles tot de conclusie komt dat hij na al die avontuurtjes toch maar eens ernstig over zijn toekomst moet nadenken.
En zo komt het dat het vierde huwelijk het zijne is. Een zekere Henrietta (Sara Crowe), een oud lief dat hem met een schuldcomplex heeft opgezadeld, heeft hem zo ver kunnen krijgen, maar als in de huwelijksmis Carrie opdaagt, die op de koop toe ook nog gescheiden blijkt te zijn, dan staat Charles voor een dilemma. Het is zijn doofstomme broer David (David Bower), die hem tot bezinning brengt in een prachtige scène, waarin dat doofstom zijn functioneel is aangewend (het gesprek verloopt in gebarentaal, zodat de anderen niet begrijpen wat er gaande is).
Uiterààrd vinden Carrie en Charles op het einde van de film uiteindelijk elkaar, maar gelukkig niet op de traditionele manier (een huwelijk dus). Charles is tot het inzicht gekomen dat het huwelijk niets voor hem is, maar hij wil wel z’n hele leven lang bij Carrie blijven. Dat is o.k. voor haar en in een epiloog zien we dat er zelfs een kind van komt. Ondanks het feit dat we nog een aantal huwelijken zien (Tom, David, Scarlett, zelfs prins Charles en ook Matthew heeft een nieuwe vrijer), wordt ons toch een “bekering” van Carrie en Charles bespaard. Zeer “on-Amerikaans” dus en daarom voor mij totaal onbegrijpelijk dat de film daar zo’n succes heeft, ook al omdat Gareth bij leven en welzijn de draak stak met de spreekwoordelijke domheid van de Amerikanen (“Nee, ik heb Oscar Wilde niet persoonlijk gekend, maar ik ken wel iemand die u zijn faxnummer kan geven”).
De fotografie is van Michael Coulter en de (stroperige) muziek van Richard Rodney Bennett. Er is ook wat “functionele” muziek (een amateurbandje op één van de feesten, een hilarisch folkduo) en ook die is op soundtrack uitgebracht en heeft ertoe geleid dat Wet Wet Wet met “Love is all around” van The Troggs opnieuw een hit heeft gescoord.
Kortom, een absolute aanrader deze film van Mike Newell (°1942), die na zijn studies in Cambridge in 1963 door Granada Television werd aangeworven als producer. In 1976 startte hij zelf met filmen, eerst met “The man in the iron mask” met Louis Jourdan en Richard Chamberlain. In 1978 volgde “The awakening” naar Bram Stoker met Charlton Heston en Susannah York en in 1981 “Bad blood” met Jack Thompson. Zijn eerste artistiek succes was “Dance with a stranger” in 1984 met Rupert Everett, in 1986 gevolgd door “The good father”. In 1987 volgde “Amazing Grace” met Gregory Peck en Jamie Lee Curtis en in 1988 “Soursweet”. Ook “Into the west” (met Gabriel Byrne en Ellen Barkin) en “Enchanted april”, beide uit 1991, zijn van zijn hand. Deze film over vier Londense vrouwen uit de jaren twintig die zich vervelen in de stad en ontsnappen naar een Italiaans vakantieoord leverde een golden globe op voor de beste komische actrice (nl.Miranda Richardson) en voor de beste vrouwelijke komische bijrol (Joan Plowright) en kreeg drie oscarnominaties.
Na een start met avonturenfilms zijn dit dus allemaal intieme schilderijtjes, stillevens bijna, die niet direct voor het grote publiek zijn bestemd. “Four weddings and a funeral” echter is geschreven door Richard Curtis en dat zegt u terecht niets, maar als ik u verklap dat dit de man is achter “Not the nine o’clock news”, “Mr.Bean” en “Blackadder”, dan gaat er natuurlijk al een lichtje branden. Rowan Atkinson maakt trouwens een kort, maar opgemerkt optreden in de film als de debuterende, onhandige priester.
In hetzelfde jaar als “Four weddings” vormt Grant samen met Kristin Scott Thomas het jonge, gefrustreerde echtpaar dat in “Bitter moon” van Polanski in een pervers spelletje wordt meegesleept. Toen deze film werd uitgebracht in de VS (waar nog steeds een aanhoudingsbevel voor Polanski is uitgeschreven wegens sex met minderjarigen), profiteerde deze mee van het succes van “Four weddings and a funeral”, samen met “The remains of the day” van James Ivory, waarin Hugh Grant het neefje speelt dat door Anthony Hopkins moet worden ingewijd in “the birds and the bees”.
Op dat moment was Grant zelf ook nog vrijgezel, al had hij wel een lat-relatie (over de oceaan zelfs) met de actrice Elizabeth Hurley, die fanatieke TV-kijkers zich misschien nog wel zullen herinneren als “Cristabel” in de gelijknamige TV-serie van Dennis Potter, minder fanatieke TV-kijkers herinneren zich haar gewoon als “die met de alles onthullende punkjurk”. En zo hoort het ook.
Grants volgende film was “Sirens” van John Duigan (de maker van “Romero”, “Mouth to mouth”, “Winter of our dreams”, “The year my voice broke”, “Flirting” en “Wide Sargasso Sea”). Hugh Grant speelt in deze humoristisch-erotisch bedoelde prent de pas afgestudeerde Engelse dominee Anthony Campion die in het begin van de jaren dertig naar een afgelegen parochie in Australië wordt gestuurd. Daar wordt hij geconfronteerd met Sam Neill (The Piano, Jurassic Park) als de schilder-bohémien Norman Lindsay die omringd is door zijn vrouw Rose (Pamela Rabe), die zelf poseerde voor “The crucified Venus”, en zijn naaktmodellen, de communistische Pru (Kate Fischer), de onervaren Giddi (Portia De Rossi) en de “verdorven” Sheela, gespeeld door het Australische topmodel Elle Macpherson, bijgenaamd “The body”. Voor haar debuutfilm gaat ze al meteen uit de kleren en dan nog wel in een lesbische scène met Tara Fitzgerald, die in de film de rol vertolkt van Estella, de vrouw van Grant. Voor haar is het pas haar tweede film (na “Hear my song”). Zij is immers vooral aan het werk in het theater en op televisie.
Alhoewel de film uiteraard fictie is, is het vertrekpunt (die “Crucified Venus”) wél authentiek. Norman Lindsay was zowat de Australische Félicien Rops. In plaats van de schilder echter “tot inkeer” te brengen, is het integendeel de vrouw van de dominee die stilaan meegesleept wordt door de sensualiteit die overal in het huis hangt. Er is een halfblinde klusjesman die haar lusten opwekt, maar ook met de meisjes zelf wil ze wel eens “dollen”, vooral in de scène waarin de vrouwen zich aan hun gezamenlijke fantasie overgeven. Alhoewel regisseur John Duigan weliswaar letterlijk het beeld van de slang in de Hof van Eden hanteert, is er hier toch geen sprake van een zondeval, veeleer van een bevrijding.
Daarna begon Grant aan een nieuwe film met Mike Newell, namelijk “An awfully big adventure”, naar het boek van Beryl Bainbridge dat zich afspeelt in een Iers theater. Voor Hugh Grant ongetwijfeld weer een mogelijkheid om zijn populariteit in homomilieus aan te zwengelen. Tussenin heeft hij nog een zogenaamde “kunstfilm” gedraaid, “The Englishman who went up a hill but came down a mountain” van Christopher Monger met opnieuw Tara Fitzgerald als tegenspeelster.
Sinds hij zo ontzettend populair is in de States, kon hij de verlokkingen van Hollywood niet aan zich laat voorbijgaan, zij het dat hij oorspronkelijk zelfs een “uitnodiging” van Madonna had afgeslagen! “In 99% van de gevallen willen ze dat ik een Amerikaan speel,” zegt hij, “en ik kan die Amerikaanse dialogen echt niet uit mijn bek krijgen.” Het geestige is dat hij daarbij wel degelijk de lelijke Amerikaanse tongval bedoelt, want wat “vierletterwoorden” betreft, moet ik toegeven dat sommige dialogen in “Four weddings” uitsluitend daaruit bestaan! Het komt er blijkbaar gewoon op aan hoe ze worden gezegd…
In 1995 bezweek hij (uiteraard) toch. En zijn entrée in de VS was niet mis. Hij liet zich namelijk door het 23-jarige zwarte hoertje Stella Marie Thompson (“artiestennaam” Divine Brown) pijpen in zijn witte BMW op Sunset Boulevard. Een jaloerse flik zag dit en deed hem uitstappen met zijn broek nog op de knieën. Daarmee kreeg de film “Nine months” waaraan Grant aan het werken was een schandaalsfeertje mee. Nochtans was “Nine months” (regie Chris Columbus) als zo’n typisch stroperige Hollywoodfilm gepland over het ideale gezinnetje (al is het wel een remake van een Franse film: “Neuf mois” van Patrick Braoude). Grants filmvrouw erin is Julianne Moore.
Divine Brown deed haar verhaal voor vijf miljoen aan een Brits blad, waaruit we vooral onthouden dat ze hem niet eens kende, dat hij voor zijn instrument slechts 6/10 scoort en dat hij “het altijd al eens wilde doen met een zwarte”. Het optreden van Grant in de Tonight Show van Jay Leno stond meteen dan ook in het teken van de excuses en het berouw. Daarbij gebruikte Grant ongelukkigerwijze de uitdrukking: “Ik ben niet iemand die de loftrompet over zichzelf steekt”, in het Engels: “I’ve never been one to blow my own trumpet”, wat in de gegeven omstandigheden natuurlijk een giller was.
Het publiek was trouwens over het algemeen op zijn hand. Een vrouw had zelfs een opschrift bij met daarop: “I would have paid you, Hugh!” Uiteindelijk kwam hij er met een geldboete van 34.220 fr. vanaf en moest hij meewerken aan een aids-voorlichtingscampagne. Mijn voorstel voor een gepast thema zou geweest zijn: kan je van pijpen aids krijgen? Zijn vriendin Elizabeth Hurley was daarin alvast geïnteresseerd neem ik aan.
Door de media-belangstelling rond dit klein incidentje kreeg Hurley een rol te pakken in de Bond-parodie “Spy hard” met in de hoofdrol Leslie Nielsen. Ze kreeg de rol van Miss Wooden Nickel (Moneypenny, get it?) en hopelijk doet deze film het wat beter dan haar vorige, “Passenger 57”. De ruzie werd bijgelegd en het koppel Grant-Hurley produceerde een volgende film, de medische thriller “Extreme measures”, waarin Grant zelf ook de hoofdrol speelde (*). Uiteindelijk zou het nog tot 2000 duren vooraleer Hurley Grant zou dumpen. Ze deed dit voor een of andere rijke pipo, maar niet vooraleer een andere pipo in de tabloids had gelekt dat ze van spanking hield!
Deze “shockerende” kant van de anders zo brave Grant (hij is wat men noemt “upper middle class”, wat betekent dat zijn vader zoiets is als Tonton Tapis en zijn moeder lerares) dateert uit de tijd dat hij in het “marginale theater” heeft gewerkt. Zo heeft hij nog Hamlet gespeeld in Star Trek-kledij en een kerstverhaal, waarbij de herdertjes wel degelijk bij nachte lagen, maar dan niet enkel om te slapen. Ze praatten trouwens als Amerikaanse gangsters. Tussen dit en zijn filmcarrière heeft hij overigens ook nog radio commercials gedaan, zodat Linda Lepomme nog niet alle hoop moet laten varen. Misschien wordt ze nog wel eens directrice van een theatergezelschap of zo!
Hugh Grant is trouwens nog altijd “een eenvoudige jongen” gebleven, die als voetballiefhebber trouw de verplaatsingen van zijn club Fulham meemaakt met de andere hooligans. Typisch voor hem is dan wel dat hij op de bus “The Independent” zit te lezen, terwijl de hooligans rondom hem steeds bezopener worden.
Tussendoor was Grant ook nog te zien in “Sense and sensibility” van Ang Lee naar een scenario van Emma Thompson, uiteraard gebaseerd op Jane Austen. During filming, the Jane Austen Society telephoned co-producer James Schamus to complain about the casting of Hugh Grant, claiming that he was too good-looking to play Edward Ferrars, but Hugh Grant was always first choice to play Edward Ferrars. He even agreed to reduce his normal salary in order to help with the budget.

Er kwam (uiteraard) een soort van “vervolg” (niet inhoudelijk, eerder qua sfeer) op “Four weddings and a funeral”, namelijk “Notting Hill”. Zelfs “Love actually” (Richard Curtis, 2003) kan men nog als een late uitloper ervan zien. Bijvoorbeeld de scène waarin Colin (Kris Marshall) per ongeluk het eten van de cateraar in haar gezicht beledigt, was oorspronkelijk geschreven als een scène voor het personage van Hugh Grant in Four Weddings and a Funeral, maar werd uit die film geknipt. Sterker nog, een van de werktitels was “Love Actually is All Around”, afkomstig van het nummer “Love is All Around” van The Troggs, geschreven door Troggs-zanger Reg Presley. Een alternatieve versie van Wet Wet Wet, te horen in Four Weddings and a Funeral, stond in 1994 vijftien weken op nummer één in de Britse hitlijsten, en Richard Curtis vond het grappig om deze film te beginnen met hetzelfde nummer dat negen jaar eerder iedereen tot waanzin had gedreven. Voor deze film werd het opnieuw bewerkt door Billy Mack (Bill Nighy), die er een kerstliedje van maakte. “Christmas is All Around”, het resulterende kleffe grapthema, werd in Groot-Brittannië uitgebracht in de hoop dat het “nummer 1 voor Kerstmis 2003” zou worden. Ze slaagden er echter niet in “Mad World ” van Michael Andrews en Gary Jules te verdringen.

De toespraak die Hugh Grant als premier in deze film hield (waarin hij de deugden van Groot-Brittannië prijst en weigert te zwichten voor de druk van zijn langdurige bondgenoot, de Verenigde Staten), stond in het transatlantische geheugen gegrift als een satirische wensdroom over de relatie met George W.BushTony Blair reageerde in 2005 door te zeggen: “Ik weet dat er een deel van ons is dat zou willen dat ik een Hugh Grant in Love Actually zou spelen en Amerika zou vertellen waar ze moeten stoppen. Maar het verschil tussen een goede film en het echte leven is dat er in het echte leven de volgende dag, het volgende jaar, het volgende leven is om de ruïneuze gevolgen van gemakkelijk applaus te overdenken.”
Vlak daarvóór (en dus ook net vóór de breuk met Elizabeth Hurley) speelde Grant de hoofdrol in de tweede film van hun productiehuis, Simian Films. “Extreme Measures” was lang geen voltreffer geworden ondanks de aanwezigheid van Gene Hackman. Daarop besloot Elizabeth Hurley – zij hield immers de touwtjes in handen – het geweer van schouder te veranderen. Ze investeerde twee jaar in de bewerking van een scenario met als titel “Mickey Blue Eyes”. Zelfs vriend Hugh werkte mee om een onooglijk script om te toveren tot een romantische komedie, waarin hij een hem op het lijf geschreven rol zou kunnen spelen. Vandaar dat een Amerikaans hoofdpersonage plots de Britse nationaliteit aangemeten krijgt.
Hugh speelt de rol van Michael Felgate. Die werkt als veilingmeester in New York. Daar ontmoet hij Gina Vitale, een onderwijzeres uit het stadsdeel Queens (rol van Jeanne Tripplehorn). Michael is op haar verliefd en vraagt haar ten huwelijk. Zij wijst zijn aanzoek af. Hij zoekt haar op en ontmoet Gina’s vader (James Caan), die hem met open armen ontvangt en hem enkele van zijn vrienden voorstelt. Zonder het goed te beseffen is Michael in maffiakringen verstrikt. Hij wordt gebruikt om via zijn veilinghuis geld wit te wassen.
Hoewel Hugh Grant zich in „zijn” film als de klassieke vis in het water moet voelen, geeft hij niet die indruk. Als veilingmeester is hij zeker geen toonbeeld van enthousiasme. Regisseur Kelly Makin is daarenboven geen charismatische regisseur. Gevolg: “Mickey Blue Eyes” is een komedie zonder punch. Beter dan “Extreme Measures”, maar toch niet goed genoeg om het veel geplaagde koppel bij elkaar te houden.
Daarna was Hugh Grant te zien in “Bridget Jones’s Diary”, een Amerikaanse komedie uit 2001 van Sharon Maguire. Het is een beetje “awkward” om een typisch Engels boek verfilmd te zien door een Amerikaanse cineaste. Maar dankzij typisch Britse acteurs als Hugh Grant en Colin Firth is het toch een geslaagde onderneming geworden. Meer zelfs, velen vinden dit Hugh Grants beste prestatie en ik ben geneigd hen hierin bij te treden. Het is namelijk erg “verfrissend” om het “finer than the finest” uiterlijk van Grant te gebruiken voor een “despicable” karakter.

In “About a boy” speelt hij dan weer een complete (maar gelukkige) nietsnut tot zijn leventje overhoop wordt gehaald door een jongetje met een suïcidale moeder. In de roman (van Nick Hornby) introduceert Will (Hugh Grant) Marcus (Nicholas Hoult) bij de band Nirvana, met wie hij een band opbouwt. Het boek speelt zich af in 1993-94 en het verhaal bereikt een hoogtepunt wanneer de kinderen leren over de zelfmoord van leadzanger Kurt Cobain en erdoor beïnvloed worden. De titel van het verhaal is een toespeling op het Nirvana-nummer “About A Girl”. Het citaat “No man is an island”, dat Will gekscherend toeschrijft aan Jon Bon Jovi, werd daarentegen in werkelijkheid geschreven door John Donne in 1624, in zijn werk “Meditation XVII”. Jon Bon Jovi gebruikte het citaat echter wel in de openingstekst van het nummer “Santa Fe” van zijn soundtrack voor de film Young Guns II (1990). Sommigen betwijfelden de keuze van een Amerikaan om een ​​zeer Engels onderwerp te regisseren, maar Chris Weitz is niet alleen een anglofiel, hij heeft ook daadwerkelijk aan de Universiteit van Cambridge gestudeerd. (IMDb)
Daarop volgde “Two weeks notice”, een Amerikaanse komedie uit 2002 van Marc Lawrence. Sandra Bullock speelt hierin Lucy Kelson, een knappe, geëngageerde advocate die tegen wil en dank voor rokkenjager George Wade werkt (de rol van Hugh Grant), die op de koop toe meer dan de helft van de New Yorkse immobiliënmarkt bezit. Het ligt voor de hand dat Wade tot inkeer komt en dat het “unlikely couple” uiteindelijk toch samen komt, maar het valt allemaal wel mee als je gewoon als criterium neemt: onderuit zakken in je zetel met een blikje bier en een zak chips binnen handbereik.

In 2004 was er de tweede Bridget Jones-film: “The edge of reason”, deze keer geregisseerd door de Britse Beeban Kidron.
In 2007 was hij opnieuw te zien in een film van Marc Lawrence, “Music and Lyrics” (zie bovenstaande foto). Het personage van Alex Fletcher is een eerbetoon aan Andrew Ridgeley, lid van het Britse popduo WHAM! uit de jaren 80. Als kind kreeg Hugh Grant pianoles van de moeder van Andrew Lloyd Webber. Op een gegeven moment stopte hij met zijn pianolessen en vergat hij vervolgens wat hij had geleerd. Voor de opnames van de film leerde hij de gedeeltes te spelen waar zijn handen op de toetsen zichtbaar waren. Hoewel je Hugh op het scherm kunt zien spelen, is de audio die je hoort van het pianospel eigenlijk afkomstig van zangcoach Michael Rafter. Martin Fry, leadzanger van de popband ABC uit de jaren 80, coachte Hugh Grant met zijn zang en dans, hoewel het moeilijk te geloven is dat de zangstem daadwerkelijk van Hugh is.
Regisseur/producer/schrijver Marc Lawrence bood Hugh Grant “Dance With Me Tonight” aan toen hij probeerde het juiste nummer te vinden om te zingen tijdens een scène. Wat hij hem niet vertelde, was dat Marcs 13-jarige zoon, Clyde Lawrence, het had geschreven. Op de soundtrack speelt Clyde daadwerkelijk piano. Hugh Grant moest overgehaald worden om zelf te zingen en wilde aanvankelijk niets met zijn zangpartijen te maken hebben. Na het oefenen en optreden in de studio voelde hij zich er zo comfortabel bij dat hij aankondigde dat hij live op het grote concert zou optreden. Toen het nummer echter werd afgespeeld, was hij zeer geamuseerd en vernederd door hoe vreselijk het klonk en was hij blij dat hij het vooraf opgenomen geluid kon gebruiken.
In november 2008 heeft Hugh Grant voor een etentje met de voormalige Sovjetleider Mikhail Gorbatsjov zo’n 300.000 op tafel gelegd. Het (g)astronomische bedrag gaat naar de strijd tegen kanker. Grant bood op een manifestatie ten voordele van Gorbatsjovs stichting voor kankerbestrijding het hoogste bedrag voor een etentje met de legendarische Sovjetleider. Het is niet de eerste keer dat Grant zijn tanden zet in het goede doel. Vijf jaar eerder hoestte Grant 290.000 euro op voor een diner met Elton John ten voordele van diens aidsstichting.
Alleszins was hij in die periode beter als “do-gooder” dan als acteur. In “Did you hear about the Morgans?” van Mark Lawrence dat in 2009 zou uitkomen was hij b.v. vreselijk. Oorspronkelijk wilde ik hem nog pardonneren omdat hij tegenover Sarah Jessica Parker stond, die ik nog nooit goed heb weten zijn, ook niet in “Extreme measures”, waarin ze reeds tegenover Grant stond, maar na verloop van tijd beginnen zijn maniertjes toch wel echt te irriteren.
In 2014 was hij te zien in een derde film van Mark Lawrence, “The rewrite”. Vanaf 2018 speelde Hugh Grant in alle vier de films van regisseur Marc Lawrence. In al deze films speelt Grant een personage met een romantische inslag en wordt hij telkens gekoppeld aan een andere actrice of actrices. Delen van deze film zijn opgenomen in en rond Binghamton, New York, en de nabijgelegen Binghamton University. Dit komt doordat regisseur Marc Lawrence is afgestudeerd aan de universiteit en zijn grote liefde voor de school en zijn ervaringen daar heeft uitgesproken. Delen van de film zijn zelfs gebaseerd op zijn eigen ervaringen daar. Wanneer het personage van Allison Janney zegt dat haar studenten denken dat ze op Elinor uit Sense and Sensibility lijkt, en het personage van Hugh Grant opmerkt dat hij dat personage kent, is dat waarschijnlijk een grap, want in de film Sense and Sensibility uit 1995 speelde hij Edward Ferrars, de geliefde van Elinor Dashwood. De scène waarin het personage van Hugh Grant zichzelf in een videoclip op internet bekijkt, is de daadwerkelijke dankwoordtoespraak die Hugh Grant in 1995 hield toen hij de Golden Globe won voor Beste Acteur in een Komedie/Musical voor Four Weddings and a Funeral.
In 2016 was Hugh Grant semi-gepensioneerd toen regisseur Stephen Frears hem overtuigde om de hoofdrol te spelen in zijn biopic over Florence Foster Jenkins. Grant zei dat hij meedeed aan de film om tegenover Meryl Streep te spelen. Meryl Streep zei over het samen spelen met Hugh Grant als haar romantische partner: “Ik dacht altijd dat ik te oud was. Maar hij werd ouder.” En ze had gelijk! Datzelfde jaar zou Hugh Grant  aanvankelijk terugkeren bij de cast voor het derde deel van de Bridget Jones-films (“Bridget Jones’s baby”) als personage Daniel Cleaver, maar na het draaien van een paar scènes weigerde hij omdat hij het script niet leuk vond. Dit was inderdaad geen verfilming van Helen Fieldings “Bridget Jones: Mad About the Boy”, de derde roman in de Bridget Jones-serie, uitgebracht in 2013. In plaats daarvan was het gebaseerd op een origineel scenario dat Fielding samen met David Nicholls schreef. Sterker nog, de gebeurtenissen in de film spelen zich af vóór auteur Helen Fieldings roman “Mad About the Boy”. Daarna schreef Helen Fielding een roman getiteld “Bridget Jones’s Baby”, die na de film werd uitgebracht. In dit boek waren de twee mogelijke vaders Mark Darcy en Daniel Cleaver.

In 2019 speelde Grant een opmerkelijke rol in “The gentlemen” van Guy Ritchie. Het was de tweede samenwerking tussen Guy Ritchie en Hugh Grant na The Man from UNCLE (2015). Hugh Grant filmde zijn scènes met Charlie Hunnam in vijf dagen; hij moest tijdens de opnames meer dan 40 pagina’s aan dialoog van buiten kennen. Hugh Grant onthulde in de Graham Norton Show dat hij hoofdrolspeler Matthew McConaughey niet had ontmoet  tijdens de opnames van The Gentlemen. Sterker nog, de eerste keer dat ze elkaar ontmoetten was in diezelfde Graham Norton Show. In oktober 2020 kondigde Guy Ritchie aan dat hij een miniserie aan het schrijven was gebaseerd op deze film. In maart 2022 bevestigde Netflix de eigendom van het project. (IMDb)

In 2020 speelde hij de mannelijke hoofdrol in The Undoing, een Amerikaanse drama- en mysteryserie. De zesdelige miniserie, die geschreven werd door David E. Kelley en geregisseerd door Susanne Bier, is een verfilming van de roman You Should Have Known van schrijfster Jean Hanff Korelitz. De andere hoofdrollen worden vertolkt door Nicole Kidman en Donald Sutherland.
Wat er tot nu toe nog niet gekomen is, dat is de voorkeur die Hugh Grant zelf eens heeft uitgesproken, namelijk een film van Pedro Almodovar met in de vrouwelijke hoofdrol als het effe kan niemand minder dan Juliette Binoche. Nou moe, waarop wachten ze eigenlijk?

Referentie
Ronny De Schepper, De fanfare van honger en dorst, Steps magazine juni 1994

(*) Alhoewel het wellicht puur toeval is, wil ik er toch even op wijzen dat het personage van Clarence Day sr. (gespeeld door William Powell) in de film “Life with father” (Michael Curtiz, 1947) een hele tirade geeft tegen de democratische burgemeester van New York in 1893 en die man zou dan eveneens Hugh Grant heten. Hoe ongelooflijk het ook lijkt maar “Life with father” is gebaseerd op de memoires van Clarence Day jr., die dus echt heeft bestaan (1874-1935). Ook die Hugh Grant heeft echt bestaan. Hij leefde van 1857 tot 1910 en merkwaardig genoeg was hij burgemeester van New York van 1889 tot 1892 (dus op het moment dat de film zich afspeelt, is hij geen burgemeester meer). Maar ik wilde dit vooral signaleren omdat deze grappige overeenkomst niét is terug te vinden op de Internet Movie Database, waar je verder zowat eender wat kunt terugvinden!

(**) In de film wordt de beveiliging van de illegale medische experimenten verzorgd door twee zogenaamde politieagenten, Hare en Burke. In werkelijkheid waren William Hare en William Burke twee mannen die in de jaren 1820 in Edinburgh menselijke lijken leverden aan medische scholen – totdat bleek dat ze de lijken niet van begraafplaatsen hadden gestolen, maar hadden vermoord. (IMDb)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.