Het is ook al tien jaar geleden dat de Engelse wielrenner Albert Hitchen is overleden aan de ziekte van Alzheimer.
Tot mijn nog veel grotere verbazing stel ik vast dat hij op Wikipedia eerder wordt herinnerd als “an English pioneer, notable for his work in the preservation of steam locomotives”. Dat heeft in de eerste plaats te maken met zijn jeugd: “Hitchen groeide op in Mirfield, West Yorkshire, en werkte 18 maanden aan stoomlocomotieven in zijn thuisloods, waarna hij nog eens 12 maanden in de loods van Wakefield werkte en vervolgens zes maanden in Bradford Hammerton Street. Hij beëindigde zijn dienst bij British Railways (BR) in 1952 als monteur in Mirfield, waar hij 36 maanden werkte. Na zijn vertrek bij BR werkte Hitchen drie jaar lang aan de tanks van Barclay en locomotieven zonder vuur in de Dalton-fabriek van ICI in Huddersfield.“
1952 + 36 maanden, dat maakt dus 1955 en de zeventienjarige Hitchen besluit om wielrenner te worden. Hij wordt meteen derde in het juniorkampioenschap van Yorkshire na Bob McLean en Brian Frost (bij mijn weten nooit meer iets van vernomen, van die twee). Een jaar later wordt hij reeds zelf kampioen van zijn geboortestreek en in 1957 wordt hij zelfs al zesde in het nationale kampioenschap voor amateurs (alweer achter een rij illustere onbekenden: Charlie Mather, Peter Southart, Len Morris, een naamloze vierde en Norman Taylor).
In 1959 krijgt hij dan ook een profcontract aangeboden bij Ellis Briggs Cycles. Een jaar later gaat hij over naar Viking Cycles, waar hij blijft tot en met 1963. In die periode eindigde hij zowel 33ste in de Vredeskoers in 1961 als nam hij deel aan de Tour de France in de Britse nationale ploeg (opgave in de vierde etappe), wat bewijst dat een “profcontract” in Engeland in die tijd een rekbaar begrip was. In 1963 werd hij ook voor het eerst kampioen bij de profs (vóór alweer twee nobele onbekenden Ken Nuttall en Alan Jacob).
In 1964 maakte Hitchen dan de oversteek naar het vasteland. Eerst voor de Franse Bertin-ploeg, nadien voor twee jaar bij de Willem II-ploeg van Rik Van Looy (zie foto onderaan). En daarmee zijn we aanbeland bij de reden waarom ik een artikel aan hem wijd, want in die jaren nam hij, samen met o.a. George Drewell, deel aan het enige avondcriterium dat ik ooit in Temse heb weten plaatsvinden (op de wijk Oostberg). En natuurlijk, aangezien ik altijd een voorkeur heb gehad voor exoten en dan nog vooral voor Engelstaligen, heb ik hem die avond in mijn armen gesloten (puur overdrachtelijk, in werkelijkheid denk ik dat ik hem enkel heb weten voorbij zoeven met alle andere deelnemers).
Zijn verblijf op het continent was echter geen succes. Terwijl hij op Engelse bodem de overwinningen bleef opstapelen (in 1965 werd hij b.v. voor een tweede maal kampioen van zijn land, deze keer vóór Mick Coupe en Keith Butler, alweer geen illustratie van de “rijkdom” van het Britse wielrennen op dat moment), kon hij op het vasteland geen enkel serieus resultaat voorleggen (tenzij men een overwinning in de kermiskoers van Kruiningen als zodanig wil bestempelen; zijn tweede Tourdeelname – alweer in de nationale ploeg – eindigde alleszins al na de eerste etappe!) en daarom keerde hij vanaf 1968 terug naar de Falcon-ploeg (zie bovenstaande foto) die hem ook reeds had ondersteund in 1965. Toch begonnen ook in het thuisland de overwinningen af te nemen. Hitchen probeerde het even in het veld (zonder veel succes: 15de in het nationale kampioenschap) en daarna op de baan, wat hem beter bleek af te gaan (tweede met Bill Lawrie in het nationaal kampioenschap madison achter Trevor Bull en Tony Gowland). In 1971 nam hij nog eens deel aan de Ronde van Zwitserland en werd hij derde in het nationaal kampioenschap achter Danny Horton en Sid Barras, maar het was duidelijk dat het vet van de soep was en hij keerde stilaan terug naar zijn stoomlocomotieven. Hiervoor geef ik dan opnieuw het woord aan Wikipedia, want zelf ken ik daar uiteraard totaal niets van, ook al fascineert het mij wel…
“Na het einde van de stoomlocomotiefproductie in 1968 werden stoomlocomotieven gered van de Barry Scrapyard voor conservering, omdat stoom steeds populairder werd. Als gevolg hiervan redde Bert in 1980 de West Country Pacific nr. 34027 Taw Valley van de Barry Scrapyard van Dai Woodham voor conservering. Na haar redding werd ze overgebracht naar de North Yorkshire Moors Railway voor restauratie en herstelling. Later, in 1982, werd ze overgebracht naar de East Lancashire Railway, voordat ze uiteindelijk in 1985 naar de Severn Valley Railway verhuisde. Nr. 34027 zou later nog een aantal keren te zien zijn op de chartertreinen op de hoofdlijn vanuit Londen, waaronder de immer populaire VSOE British Pullman-treinen. Nadat de locomotief in 2001 aan Phil Swallow werd verkocht, werd hij mede-eigenaar van de BR Standard 4 4-6-0 nr. 75014. De locomotief, gestationeerd in Grosmont, werd een vaste waarde op chartertreinen, met haar hoogtepunt in 1995, toen ze het eerste seizoen van Jacobite-treinen langs de West Highland Line van Fort William naar Mallaig reed. Nr. 75014 werd uiteindelijk verkocht aan wat nu The Dartmouth Steam Railway is.
De LMS ‘Black Five’ 4-6-0 nr. 45231 Sherwood Forester was de laatste locomotief die Bert in bezit kreeg. Na een revisie in Loughborough aan de Great Central Railway werd ze in 2005 over de weg naar de Mid Hants Railway gebracht. De 4-6-0 maakte vervolgens een proefrit van Alton naar Fratton (Portsmouth) en werd later dat jaar in dienst genomen op de hoofdlijn. De locomotief is ook tweemaal ingezet voor de 40e en 45e jubileumtreinen van de 1T57, Fifteen Guinea Special, die ze in dubbelkoppige formatie met zusterlocomotieven 45407 en 44932 liet rijden.
45231 is momenteel gestationeerd in Carnforth, samen met een aantal andere gecertificeerde LMS-locomotieven voor de hoofdlijn. Tot november was ze in dienst. In 2015 was ze in het bezit van de familie Hitchen toen Jeremy Hosking de locomotief van hen kocht. Het huidige plan is dat ze de rest van 2015 in Carnforth blijft, maar de plannen voor 2016 zijn nog niet definitief waar ze naartoe verhuist. Haar huidige certificaat voor de hoofdlijn verloopt in 2020 en haar ketelcertificaat loopt af in 2023.“
Ronny De Schepper

Brian Frost was in 1961 en 1966 prof voor zover dat in Groot Brittanniê iets betekende.
Alan Jacob was onafhankelijke van 1960-1964.
HITCHEN Albert (GBR)
° 04/07/1938 Mirfield
+ 21/05/2015 Mirfield
CARRIERE
1959 Ellis Briggs(O)
1960 Ellis Briggs(O)
1961 Viking Cycles(O)
1962 Viking Cycles(O)
1963 Bertin-Porter 39-Milremo(O) / Viking Cycles(O)
1964 Bertin-Porter 39-Milremo(O) / Falcon Cycles(O)
1965 Bertin-Porter 39(O) / Falcon Cycles(O)
1966 SID-Motram(prof )/ Willem II-Gazelle(prof) / Bertin-Porter 39-Milremo(prof) / Broadhurst-Milremo(prof)
1967 Willem II(prof)
1968 Falcon(prof)
1969 Falcon(prof)
1970 Falcon(prof)
1971 Falcon(prof)
LikeLike