Het is al een jaar geleden dat René De Schepper, beter gekend als de travestie Dille, is overleden. Ik geef het toe bij leven en welzijn was het niet altijd makkelijk om als “R.De Schepper” door het leven te gaan en dan nog met de bijna gelijkluidende voornaam René/Ronny. Ik wil maar zeggen: er waren wel eens vervelende naamsverwarringen…

Dille kreeg op de afrit van de autosnelweg een hartstilstand achter het stuur van zijn wagen. Zijn wagen kwam tot stilstand zonder een ongeval te veroorzaken. Dille had dus ook geen enkele lichamelijke verwonding, maar kwam wel twintig minuten zonder zuurstof te zitten voor de hulpdiensten met de reanimatie konden starten. Hulp liet dus te lang op zich wachten, de hersenschade was te groot. Dokters en familie koesterden nog dagenlang hoop, maar tevergeefs.

Dille werd nog in een kunstmatige coma gebracht, maar toen men probeerde hem weer wakker te maken, is dat niet meer gelukt. “De voorbije dagen hebben dokters alle mogelijke tests uitgevoerd, maar de toestand was hopeloos, zo bleek. Met ondersteuning ademde Dille nog wel, en zijn hart klopte ook nog, maar in de hersenen was er nauwelijks nog reactie. Leven aan machines zou hij niet gewild hebben, en daarom hebben het medisch team en wij als familie samen beslist om Dille te laten gaan,” aldus zijn nicht Ingrid tegen Het Laatste Nieuws.

“Dille was niet de makkelijkste mens,” schrijft Sabine Van Damme terecht in diezelfde krant. “Als hij het had voor iemand, dan was dat een loetse, maar als hij het niét had voor iemand, en dan was dat een kalle. Veel tussenruimte was er niet. Maar het hart op de tong, dat was Dille ten voeten uit.”

Freek Neirynck, ondertussen zelf ook overleden, schreef er destijds het volgende over:

La Dilaila Di of afgekort Dille was de artiestennaam van travestie-artiest René(e) Deschepper (Gent 26-7-1951/4-10-2023) groeide op in Sint-Martens-Latem, waar hij/zij zijn/haar carrière begon als… misdienaar. Op zestienjarige leeftijd ging Dille werken als kleermaker bij de theaterkostuumwinkel Avothea  (Alles VOor THEAter) in het Gewad en kwam zo in contact met amateurtheatergezelschappen als Vrank en Vroom Latem die hem/haar vroegen voor vaak ‘vrouwelijke’ rollen in o.a. “Parochievrijers” (Gaston Martens), “De twee wezen” (d’Ennery & Cormon) en ‘Marieke van Niemegen’ (Abel spel). Begin jaren zeventig vond hij Latem toch wat te klein voor zijn ‘artistieke ambities’. In 1975 begint haar/zijn carriére als travestie-artiest de artiestennaam La Dilaila Di, die hij/zij combineerde met de job van uitba(a)t(st)er van nachtcafé en progressief holebi-trefpunt de Cherry Lane  in het Meersenierstraatje. La Dilaila trad voor het eerst op in nachtclub Black & White aan het Neuseplein. Kort daarop worden plannen gesmeed voor ‘Paris Follies’ of het eerste Gentse gezelschap dat van 1983 tot 2000 travestiespektakels bracht tijdens de Gentse Feesten. Ze speelden respectievelijk in (de foyer van) Theater Arena, Centrum Reinaert en de feestzaal van het Dienstencentrum op het Ledebergplein. In 1986 nam ze voor de langspeler “Ja santé mijn ratse!”, geproduceerd door het Dagblad De Gentenaar het biografisch nummer “La Dilaila Di” op van Freek Neirynck en Harry Van der Noot. Van 1988 speelde Dille in een aantal Vlaamse films: ‘Zonderlinge zielen’ (regie Jean-Pierre De Decker), ‘Close’ (1993, Paul Collet), ‘Confituur’ (2004, Lieven De Brauwer). In 1989 speelde (inmiddels) Dille (toekoer) ‘Dulle Griet’ in een evocatiespel op de middeleeuwse markt van de Galgenfeesten op de Groentenmarkt. In 1994 ging ze/hij solo in “Dille anders”, een liedjesprogramma met pianist Luc Callaert in Tinnenpot. In 1996 vroeg het NTG haar/hem voor een gastrol in “Van achter de Amerikaanse droom’ (Edward Albee/Sam Shepard), wat zich herhaalde in 2011 voor “Verhalen uit het Weense woud” (Odön van Horvàth). Van 1997 tot 2006 was de travestiet de officiële Sinterklaas van de Stad Gent (nadat ze/hij ook al de Maagd Maria gespeeld had in de kerststal op de Korenmarkt) bij de intrede van de heilige man via de binnenkanalen en in datzelfde jaar werd hij/zij vereerd met een Antsje van de Gentsche Sosseteit. Het jaar nadien kwam daar ook een nominatie bij voor de prijs Ambassadeur van de Gentse Leute. In 2002 was De Schepper gastvedette bij Dreidekkerproducties, in 2007 bij Theater Maskee in “Zust es zust in ’t Zusticepaleis” van Maurice De Grauwe in de Minardschouwburg en in 2013 schreven Freek Neirynck en Luk De Bruyker voor haar “Traveloo a googoo & foolie a Pierloo”, dat ’t Spelleke van Drei Kluite speelde tijdens de Gentse Feesten. Sinds 2010 werkte Dille ook als alternatieve stadsgids met ludiek geanimeerde stadswandelingen met Dille als stadsgids – in de outfit van het Kroakemandelwijveke – in de Gentse Kuipe.

Freek Neirynck/Ronny De Schepper

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.