Het is vandaag 45 jaar geleden dat Mario Beccia (foto de Wielersite) de eerste rit van de Giro heeft gewonnen. Ik haal dit vooral aan omdat de Nederlandse schrijver A.F.Th.van der Heijden het erover heeft in deel twee van zijn romancyclus “De tandeloze tijd”, “Onder het plaveisel het moeras”.
Het betreft met name de eerste rit in lijn, Firenze-Perugia van 18 mei 1979. Uitslag: 1.Mario Beccia, 2.Knut Knudsen, 3.Roger De Vlaeminck. Alhoewel Van der Heijden Knudsen niet als dusdanig benoemt. Hij beschrijft hem wel op een geweldige manier: “een rijzige en breedgeschouderde Viking, die eruit zag of hij elke avond na de geleverde prestatie zijn lichte fietsje tot een prop zilverpapier samenkneep, om die achteloos in de prullenbak te deponeren” (p.425).
Maar het voornaamste is dat dit de uitslag van een massasprint zou moeten zijn. Waarbij kenners zullen opmerken: wat een eigenaardige uitslag, eerst een klimmer, daarna een tijdrijder en pas op de derde plaats iemand die we in een massasprint vooraan zouden verwachten. Maar dan komt het, deze uitslag zou beïnvloed zijn door het feit dat het asfalt dat naar de aankomstlijn leidde, pas die ochtend was gelegd en dat het – wegens de hitte – nog niet helemaal was gestold. De renners reden zich m.a.w. als het ware vast in de kleverige brij.
Dankzij Jan De Smet kon ik het ritverslag van destijds uit Het Belang van Limburg nakijken en daar is geen sprake van smeltend asfalt. Wel wordt er gezegd dat de laatste kilometers bergop liepen, wat uiteraard de uitslag al wat beter verklaart…
Knut Knudsen is bij mijn weten de eerste Noorse profrenner. Toen ik samen met chatgpt de wereldkampioenschappen voor amateurs overliep, viel mij iets op…
Opvallend vind ik dat Scandinaviërs in die begintijd goed scoorden. Finland buiten beschouwing gelaten (te koud), valt echter wel de afwezigheid van Noorwegen op. Heeft u daarvoor een verklaring?
Ja, dat is inderdaad opvallend. Maar ik zou uw verklaring niet zoeken in het klimaat — en ook niet zozeer in het feit dat Noorwegen “te koud” zou zijn. Er spelen volgens mij een paar historische factoren mee.
Zweden en Denemarken waren veel sterker op wielergebied georganiseerd
Kijk maar naar onze uitslagen: Zweden had in 1921 meteen Sköld als wereldkampioen, en daarnaast Ragnar Malm, Algot Persson en Henrik Morén in de top 10. In 1922 stonden opnieuw drie Zweden bij de eerste tien. Dat is geen toeval.
Zweden had al vóór het eerste WK een behoorlijk ontwikkelde tijdritcultuur. Dat past ook uitstekend bij het type wedstrijd dat de UCI aanvankelijk als WK koos: lange individuele tijdritten. De Zweedse federatie kon daar blijkbaar goed renners voor leveren.
Ook Denemarken was een belangrijke wielernatie. Het eerste WK werd trouwens in Kopenhagen gehouden en de Denen konden vier renners afvaardigen. In 1921 eindigde Willum Nielsen tweede.
Noorwegen had daarentegen een heel andere sportcultuur
En hier zit volgens mij de belangrijkste verklaring. In Noorwegen was in deze periode de sportieve aandacht buitengewoon sterk op skiën en schaatsen gericht. Dat was niet zomaar een voorkeur: langlaufen en skispringen waren er bijna onderdeel van de nationale identiteit.
Het contrast met Zweden is aardig. Noorwegen domineerde bij de eerste Winterspelen van Chamonix 1924: Thorleif Haug won drie gouden medailles en Noorwegen werd veruit de succesvolste natie.
En zelfs in Parijs 1924, waar Noorwegen 62 deelnemers had, vinden we geen Noorse wielrenner in de olympische wegwedstrijd. Er waren 71 deelnemers uit 22 landen.
Dat lijkt mij veelzeggend.
Maar er is nog iets interessants
Uw observatie over Finland zou ik trouwens enigszins bijstellen. Het ontbreken van Finland in deze vroege WK’s heeft waarschijnlijk niet eenvoudigweg met de kou te maken. Finland had juist een zeer sterke atletiek-, schaats- en skisportcultuur. In Parijs 1924 werd Finland bijvoorbeeld een atletiekgrootmacht dankzij Nurmi en Ritola.
Noorwegen had bovendien in 1921 al een nationaal kampioenschap tijdrijden? Nee — daar moet ik mezelf corrigeren: de bron die ik vond zegt dat het Noorse nationale tijdritkampioenschap voor het eerst in 1921 werd gehouden, maar dat is op zichzelf nog geen bewijs dat er toen een sterk internationaal wegcircuit bestond.
Dat maakt het eigenlijk nog interessanter: Noorwegen had wel degelijk georganiseerde wielersport, maar die lijkt in de jaren twintig eenvoudigweg niet dezelfde internationale prioriteit te hebben gekregen als in Zweden en Denemarken.
Mijn voorlopige conclusie
Ik zou het dus ongeveer zo formuleren:
De afwezigheid van Noorwegen in de vroege WK’s is waarschijnlijk vooral een gevolg van de relatieve marginale positie van de wegwielersport binnen de Noorse sportcultuur. Noorwegen was in het interbellum veel sterker georiënteerd op de “Noordse” sporten — langlaufen, skispringen en schaatsen — terwijl Zweden en Denemarken een duidelijker traditie van wedstrijdwielrennen hadden.
En er zit nog een mooie paradox in: Noorwegen had geografisch en qua wegennet zeker geen ideale omstandigheden voor het soort lange wegwedstrijden dat de UCI organiseerde, maar het argument “te koud” verklaart het niet echt. De Zweden en Denen hadden immers vergelijkbare winters.
Ik zou hier overigens nog niet het laatste woord over willen spreken. Uw vraag heeft me nieuwsgierig gemaakt naar iets veel concreters: wanneer verscheen Noorwegen voor het eerst op een WK weg en waarom werd het land in 1921–1924 kennelijk niet vertegenwoordigd? Dat kunnen we eventueel nog eens precies uitzoeken.
Misschien is het daar nu wel het moment voor?
Ja, absoluut. En na wat verder zoeken zou ik mijn vorige antwoord iets bijstellen: de afwezigheid van Noorwegen lijkt niet zozeer te verklaren door een gebrek aan georganiseerde wielersport.
Integendeel: Noorwegen had al vroeg een behoorlijk georganiseerde wegwielersport. Het Noorse kampioenschap op de weg over 100 km bestond al sinds 1912, en er was vanaf 1921 ook een nationaal tijdritkampioenschap. In 1922–1924 won Reidar Raaen zelfs drie opeenvolgende Noorse 100-km-titels.
Maar dan komt het merkwaardige:
Noorwegen was er bij de eerste WK’s gewoon niet bij
Het eerste WK van 1921 telde slechts vijf deelnemende landen. Noorwegen hoorde daar niet bij.
En dat is interessant, want de UCI had het kampioenschap juist opgezet als een internationale wedstrijd voor amateurs. De eerste editie was een individuele tijdrit van 190 km, dus een discipline die nota bene uitstekend aansloot bij het Noorse 100-km-tijdritkampioenschap.
Mijn eerdere verklaring “Noorwegen richtte zich op skiën” is dus te gemakkelijk. Skiën speelde ongetwijfeld een enorme rol in de Noorse sportcultuur, maar dat verklaart niet waarom een land met een bestaande tijdrittraditie niet naar het eerste WK stuurde.
Wat ik nu waarschijnlijker vind
Er lijkt sprake te zijn geweest van een institutioneel/internationaal probleem, eerder dan van een gebrek aan goede renners.
De eerste WK’s waren namelijk nog helemaal geen mondiaal evenement zoals wij dat tegenwoordig kennen. De UCI was in 1900 opgericht, maar in 1921 was het weg-WK nog een gloednieuw initiatief. De eerste editie werd bovendien gedragen door slechts een handvol Europese wielerbonden. De UCI zelf zegt dat het idee voor een WK tijdens het congres van 1920 werd gelanceerd door de Italiaanse federatie en vooral steun kreeg van de Franse, Belgische en Zwitserse bonden.
Het zou dus heel goed kunnen dat Noorwegen wel bij de UCI aangesloten was, maar nog niet actief deelnam aan dit nieuwe kampioenschap.
En er is een mooie aanwijzing dat we dit niet moeten interpreteren als “Noorwegen kon geen wielrennen”: Reidar Raaen was in 1922 al nationaal kampioen op de 100 km en herhaalde dat in 1923 en 1924.
Dus uw observatie blijft overeind
Uw oorspronkelijke vaststelling vind ik eigenlijk nóg interessanter:
Zweden en Denemarken → prominent aanwezig
Noorwegen → aanvankelijk volledig afwezig
Finland → eveneens afwezig
Dat vraagt inderdaad om een verklaring die verder gaat dan klimaat of fysieke aanleg.
Ik zou het voorlopig formuleren als: de Scandinavische wielercultuur was in de jaren twintig duidelijk aanwezig, maar de internationale vertegenwoordiging liep niet gelijk met de binnenlandse sterkte. Noorwegen had wel degelijk een competitieve wielersport, maar trad pas later toe tot de internationale WK-cultuur.
Wat ik nu nog niet met voldoende zekerheid kan zeggen, is in welk jaar Noorwegen voor het eerst daadwerkelijk een renner naar het WK stuurde. De bronnen die ik zojuist heb geraadpleegd geven daar geen helder antwoord op. Dat zou ik liever nog eens gericht uitpluizen dan u opnieuw een plausibel klinkende maar onbewezen verklaring geven.
Ronny De Schepper & chatgpt