De roman Celibaat van Gerard Walschap verscheen voor het eerst in 1934. De vroegst bekende reacties verschenen vrij snel na publicatie, in het voorjaar van 1934. Een van de oudst gedateerde recensies verscheen in maart 1934 in katholieke persorganen (o.a. dag- en weekbladen die het boek scherp veroordeelden om zijn thematiek).

De katholieke kerk reageerde inderdaad verontwaardigd. Zijn jeugdvriend en pastoor Jan Hammenecker stelde het als volgt:“Beste Gerard, hebt Gij dit geschreven? Gij? Zoon van Uw Vader en Moeder? En uw kinderen, als ze dat later lezen: Vader was nondedju ‘ne smeerlap, of hoe zullen ze vloeken?”
Celibaat is een naar en drukkend boek, het is een bevrijding de laatste bladzijde dicht te slaan. Het mist alle spiritualiteit en gaat onder in drift, verdoving en erotische aberratie. Dit boek is een trieste, wormstekige vrucht.”
(Boekenschouw, 1935)
“Ons volk heeft niets aan zulk een boek, het weze dan nog een monument. En onze studerende jeugd neme het niet ter hand. Zedelijk misvormde ‘heerkens’ stoot het uit. Er zijn prachtmensen ook.” (E.V.D., De Nieuwe Kempen)
Toch kon Walschap ook rekenen op medestanders in het katholieke kamp, zoals Anton Van Duinkerken en Gerard Knuvelder in het Noorden en bij ons Urbain Van de Voorde en André Demedts – overigens allerminst progressieve figuren, maar intelligent en integer genoeg om het talent en de eerlijkheid van Walschap naar waarde te schatten.
Een vrijzinnige als Jan Greshoff schaarde zich daarentegen dan weer in het kamp van de tegenstanders: Celibaat is het karakteristieke voorbeeld van wat men ‘un faux chef‑d’oeuvre’ heet.” (in De Arnemsche Courant)
Ook Willem Elsschot kon de “ontkerstende” Gerard Walschap niet uitstaan. Volgens Carla Walschap was dat omwille van “misverstanden”. Zo b.v. de geweigerde vertaling van “Genezing door aspirine” (1943) in het Frans door Elsschot. Of het feit dat Elsschot geen lid mocht worden van de KVA. Tweemaal legde Elsschot hiervoor de schuld bij Walschap, terwijl hij het juist was die de kandidatuur van Elsschot naar voren had geschoven. Erger was dat, toen ze in het begin van de jaren vijftig in dezelfde straat woonden, zoon Lieven Walschap verliefd werd op dochter Anna De Ridder. Op de koop toe was Lieven slechts 18 en Anna 36. Bovendien liep ze doorgaans dronken en Lieven Walschap was goed op weg haar voorbeeld te volgen, tot vader Walschap zijn zoon zozeer rond zijn oren zaagde dat die uiteindelijk met een nicht van Anna is getrouwd. De zoon van Elsschot zegt dan weer dat Walschap en zijn vader in die tijd geregeld bij elkaar in de brievenbus gingen plassen. Johan Anthierens heeft echter “wetenschappelijk” vastgesteld dat dit een legende is: de bussen zijn te hoog geplaatst…
Maar goed, we hadden het eigenlijk over “Celibaat”. Waarover gaat dit boek nu eigenlijk?
Ooit voerde het geslacht d’Hertenfeldt een heus schrikbewind in het dorp. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog doet de laatste telg van het geslacht, André, er zijn blijde intrede. Het Heerke Andreeke is alles wat zijn voorvaderen niet waren: in niets doortastend en vooral bereid tot goede werken. Achter deze façade zit echter een heel ander persoon met wrede en sadistische natuur.
“Het was een dik opgeblazen bleek kind, ros, met een waterhoofd. Het vroeg naar zijn zondagse bloek, moest zijn welk maken en iemand die loog was een leuneer. Het dierf niemand in de ogen kijken. Het kon in de school niets leren. Sprak de meester het bars toe, dan stotterde het. Maar het schreide nooit en toen het negen was, heeft het zijn kanarievogel uitgehongerd door er tweemaal daags aan de meiden zaad en water voor te vragen en dat listig in de w.c. te werpen. Zo belette hij dat de meiden naar het vogeltje omkeken en toen het dood lag had hij een heimelijk en diep plezier.”
In “Celibaat” staat de kanarie symbool voor de eenzaamheid. Walschap laat de pastoor aan het Heerken vertellen hoe belangrijk het is om een compagnon te hebben: “André, kan ik u eens onder vier ogen spreken? Mannen ondereen? Ik zal het u kort en bondig zeggen, in de vorm van een parabel. Tot voor kort had ik een kanarie. Nu ben ik zelfs die kwijt. En dat knaagt André. De bijbel zegt het al: Wee de eenzame. Het is een toestand die niet deugt. Verstaat ge wat ik wil zeggen? Ook de vrouw is een zangvogel, André. Zij brengt vreugde in huis, en licht. Het moet op dat schoon kasteelke van u soms triestig zijn. De man die zich opoffert voor het welzijn van heel het dorp, verdient zelf toch ook een huis te hebben waar het geluk heerst. Verstaat ge het nu?”
Maar de achterdocht die André koestert, wijkt ook niet voor Ursule, de vrouw die hij bemint:“Brengt haar in het donker naar zijn kamer, hij zal haar dan wel meester zijn. Ze zal weten dat hij sterk en hardvochtig is. Hij zal het haar zeggen: Hij gelooft in god noch duivel, hij is bang voor niets en van u wil hij plezier.”
Pas wanneer hij verminkt, met een stukgeschoten gezicht en op sterven na dood, terugkeert uit de oorlog is hij bevrijd: “Als de God waaraan André niet gelooft, bestaat, dan heeft hij hem met een obus op zijn smoel geslagen om te zeggen: hebt ge nu genoeg?”
“Celibaat” gaat over het masker dat iemand draagt en het verlies daarvan. Over de spanning tussen wat er letterlijk gezegd en in werkelijkheid gedacht wordt, over stukgeslagen illusies, over het spreken als een vorm van niet‑spreken. Over pluimstrijken en konkelfoezen, en ook en vooral over eenzaamheid…
In 1986 schrijft Tom Lanoye aan Walschap een brief: “Had dan toch in het Engels geschreven, Gerard! De ongelooflijke avonturen van Tilman Armenaas zou al tien keer verfilmd zijn geweest door Dino de Laurentiis. Maar het meest hou ik van Celibaat, te verfilmen door Scorsese, naar een scenariobewerking van Schrader. Akkoord, het heeft zijn titel tegen. Ik dacht ook dat het over lesbische nonnen zou gaan. Maar niets daarvan.” (Uit Vrij Nederland, 24 mei 1986) Tom Lanoye maakte dan zelf maar een bewerking die door het NTG werd gespeeld (première 24 maart 2001).

Ronny De Schepper

De afgebeelde auteur is Walschap niet, maar ik vind dat altijd wel grappig…

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.