Gita Deneckere promoveerde in 1993 summa cum laude aan de Universiteit Gent tot doctor in de Geschiedenis met een doctoraal proefschrift, getiteld Sire, het volk mort. Nauwelijks een week later, op 29 oktober 1993, publiceert Daniël Vanacker in De Standaard een uitvoerige bijdrage over dat proefschrift.
Dit gebeurt maar zelden. Het moest dan ook wel om een hoogst interessant en ongewoon proefschrift gaan. De rol van het oproer – protestbewegingen, demonstraties, stakingen – in de politieke besluitvorming in België was nog niet grondig bestudeerd. Gita Deneckere heeft met haar grondig onderzoek kunnen achterhalen hoe ingrijpend al dat oproer is geweest. Al bij al is het bevreemdend dat niemand eerder op dat idee gekomen is. Het gemor, de straatrellen, waarover in het publiek zeer neerbuigend en zeer denigrerend werd gesproken door de hoogmogenden in dit land, hebben een intense beroering doen ontstaan in ministeriële kabinetten en aan het koninklijk hof, zoals blijkt uit Sire, het volk mort – Sociaal protest in België (1831-1918), het boek dat vier jaar na de verdediging van haar doctoraal proefschrift door Gita Deneckere in het licht werd gegeven.
De staatsveiligheid in het bijzonder en de politie in het algemeen hebben zeer nauwgezet alle potentiële vijanden van de staat bespied en hebben een menigte rapporten geproduceerd over al die oproerlingen en samenzweerders. Het hoeft niet gezegd dat in de 19de eeuw vooral de sociale onrust ‘la flicaille’ veel werk heeft bezorgd. De kwestieuze rapporten zijn geen toonbeelden van intelligente analyse (we hebben het niet eens over de stijlbloempjes!) maar ze geven duidelijk aan wat de opdrachtgevers van die politiediensten bezighield. Deze documenten vormen het substraat voor de informatie van de hooggeplaatste functionarissen, de parlementsleden, de ministers en het staatshoofd. De pers zorgt niet alleen voor de berichtgeving maar beïnvloedt bijwijlen ook de politici en het hof. Wellicht hebben de straatmanifestaties bij de overheid de vrees gewekt voor verder strekkende gevolgen, revoluties namelijk, die onder meer in Frankrijk tot de val van regimes konden leiden. Om erger te voorkomen werden er, weliswaar mondjesmaat, concessies gedaan (de aanzet van het typisch Belgische ‘compromis’?). Die concessies kwamen er veelal slechts na stakingen en allerlei oproerige manifestaties. Niet zo heel lang daarna werd dat in herinnering gebracht dank zij de film Daens (die een ruimer publiek bereikte dan het boek Pieter Daens van Louis Paul Boon uit 1971).
Jan Mestdagh (?)