Het is vandaag al tien jaar geleden dat de Amerikaanse zanger, gitarist en componist Lou Reed is overleden.

Op 27 oktober 2013 is Lou Reed op 71-jarige leeftijd is gestorven aan complicaties van een niertransplantatie die hij enige tijd daarvoor had ondergaan. Lou Reed was al bekend sinds hij in de jaren zestig bij The Velvet Underground speelde en hier in Vlaanderen zal het vooral Raymond van het Groenewoud zijn die om hem zal treuren (*)…
Op 12 april 2013 vierde Lou Reed nog de vijfde verjaardag van zijn huwelijk met Laurie Anderson. Hij was toen al niet echt meer op een leeftijd om op de tafels te staan dansen, dus ik denk dat het in alle intimiteit geweest is. Dat huwelijk was nog een uitvloeisel van het verblijf van het koppel in 2007 in Gent. De anders zo zure en wispelturige Reed was toen al de vriendelijkheid zelve en blijkbaar heeft dit zich doorgezet in een geofficialiseerde verhouding. Voor Reed overigens reeds de derde, maar voor Laurie haar eerste. Maar eerste, tweede of derde, ik ben een bevoorrechte getuige om te weten dat verbintenissen op hogere leeftijd die welke werden afgesloten als men nog in z’n apenjaren is mijlenver overtreffen!

02 lou reed en laurie anderson in gent


Het koppel logeerde in 2007 in het Villa Cento Passi hotel aan de Krijgslaan (foto). Hugo Contino, de zaakvoerder, vertelt aan Geert Neyt van Het Nieuwsblad: ‘Ik moet zeggen dat, toen ik het bericht kreeg dat hij hier zou komen logeren, ik toch wel wat schrik had voor zijn reputatie van norse ambetanterik, maar na twee dagen al leerde ik een andere Lou Reed kennen: praatgraag, ontspannen, dankbaar. En hij was heel toegewijd aan zijn revaliderende vriendin. Eigenlijk week hij nauwelijks van haar zijde. Toen ik hem vertelde dat de operatie goed was gelukt, kon hij zijn tranen niet bedwingen.’
Af en toe ging het New Yorkse koppel uit eten. Hugo Contino: ‘Ik stuurde ze dan naar het Pakhuis, de A Capella, de Belga Queen en het Nieuw Stadion en telkens keerden ze verrukt terug. Ook hun uitstapjes in het historische Gent met mijn vriend Rik Goessens van café Plansjee bevielen hen zeer. Ze hebben het Gravensteen bezocht en het Lam Gods en we hebben ook een boottochtje voor twee door de Kuip geregeld.’
Weinig mensen herkenden Lou Reed in de straten van Gent en nog minder mensen klampten hen aan. ‘Dat vond hij wel tof. Op een keer had Lou tijdens zijn wandeling in het park zijn handtas laten staan op een bankje. Daar zaten zijn geld, zijn paspoort en zijn bankkaart in. Iemand moet die tas naar de politie gebracht hebben. Toen de politie ze kwam teruggeven, stond hij versteld dat alles er nog in stak. Dat zou in New York niet mogelijk geweest zijn, zei hij.
Het verste waar hij gegaan is, was Lokeren. Contino had vrijkaarten voor de Lokerse Feesten en bood hem eerst een kaart aan voor de dag met Arno als headliner maar die kende hij niet. Bryan Ferry daarentegen wou hij wel zien. “Maar toen kwam ons ter ore dat Garland Jeffries die avond zou openen en dat is al vele, vele jaren een goede vriend van Lou. Jeffries belde me dat Lou zeker backstage moest komen en die avond heeft hij Lou even uitgenodigd op het podium.”
Het mooiste compliment dat het personeel van hotel Villa Cento Passi kon krijgen, was dat het Amerikaanse stel zijn geplande verblijf van tien dagen verlengde tot drie weken. Aanvankelijk was het de bedoeling om na het ontslag van Laurie uit het ziekenhuis in Oostenrijk te gaan revalideren, maar uiteindelijk besloten ze hier te blijven. Daarbij volgde Reed ook een Tai Chi-cursus bij een zekere Walter in Gentbrugge, zoals we uit een aflevering van de human interest-reeks “Gentbrugge” (op 16/1/2020) van Joris Hessels leerden.
ONGELUKKIGE JEUGD
Zijn moeilijke karakter en zijn hang naar rauwe muziek wordt volgens sommigen verklaard door het feit dat hij liefde en geborgenheid bij zijn ouders moest missen. Zijn ouders, een koppel van de joodse bourgeoisie dat in Brooklyn woonde, vonden hem lastig en weerspannig omdat hij buiten de lijntjes kleurde. Zijn homoseksuele trekjes probeerden ze hem `af te leren’ door elektroshocks toe te laten dienen.
`Ze steken iets in je keel, zodat je je eigen tong niet inslikt’, zei Reed daarover. ‘En dan zetten ze elektroden op je hoofd. Het gevolg is dat je je geheugen verliest en een plant wordt. Je kan geen boek meer lezen, want tegen dat je aan pagina 17 bent, moet je terug naar het begin omdat je alles vergeten bent.’ Het liedje “Kill Your Sons” zou een verwijzing zijn naar zijn verschrikkelijke jeugd en de totaal mismeesterde relatie met zijn ouders.
VELVET UNDERGROUND
Net zoals in Londen de tegenhangers van de Liverpoolse Merseybeat vooral uit de plaatselijke academie naar boven kwamen gekropen (oorspronkelijk in de entourage van John Mayall of Alexis Korner, later zich kristalliserend in supergroepen zoals The Rolling Stones of Cream), zo kwamen de New Yorkse popgroepen, die in die tijd zowat de antipode vormden van de Californische flower power beweging, ook uit het (breed) artistieke midden. Dat uitte zich vooral in de figuur van Andy Warhol, die voor de eerste elpee van de groep Velvet Underground een opmerkelijke hoes ontwierp en ze ook heeft “geproduced”, maar de aanhalingstekens zijn in dat geval wel degelijk van belang!
De basissamenstelling van Velvet Underground was gelijk aan iedere beatgroep: Lou Reed, zang en ritmegitaar; Sterling Morrison, sologitaar; John Cale, bas, en Maureen Tucker, drums. Dit laatste lijkt op het eerste gezicht reeds opmerkelijk, maar vergeten we niet dat een gewoon Engels beatgroepje, The Honeycombs, ook over een vrouwelijke drummer beschikte, die bovendien nog de zang voor haar rekening nam en dus eigenlijk het middelpunt van de groep was, iets wat van Tucker zeker niet kon worden gezegd. Eigenlijk kon ze alleen maar de maat slaan, maar voor de monotone muziek van Velvet Underground was dit ruim voldoende.
Nee, de frontman was overduidelijk Lou Reed, een typische Jim Morrison-figuur (van die andere cultgroep The Doors): exhibitionistisch, decadent, kortom “gevaarlijk”. Muzikaal was het echter John Cale die het stramien doorbrak. Dat hij af en toe orgel speelde, tot daartoe, maar hij schrok er bijvoorbeeld niet voor terug om zowaar een altviool te voorschijn te toveren. Hij was trouwens afgestudeerd aan het conservatorium van Wales en heeft nog deel uitgemaakt van het Europese Jeugdorkest.
NICO
Hoe Warhol met de groep in contact is gekomen en wat zijn precieze relatie ermee was, is (wellicht bewust) steeds een beetje mysterieus gebleven. Net zoals de omstandigheden waarin hij de op foto’s afgaande inderdaad beeldschone Nico van Duits-Poolse afkomst met de anderen in contact heeft gebracht. Nico was in 1938 in Berlijn geboren als Christa Päffgen. De naam Nico is ontleend aan de Frans-Griekse regisseur Nico Papatakis, waarmee fotograaf Herbert Tobias bevriend was op het moment dat hij de veertienjarige Christa, die als verkoopster werkte, opmerkte. Tobias neemt haar als model mee naar Parijs waar ze al vlug de covers van “Elle” en “Vogue” haalt. In 1960 heeft ze een klein rolletje in “La Dolce Vita” van Federico Fellini en kort daarna begint ze een verhouding met de Franse acteur Alain Delon, waaruit een zoon (Ari Boulogne) voortspruit, maar – ook al is de gelijkenis treffend – Delon heeft altijd ontkend dat hij de vader is. Hij brak zelfs met zijn moeder toen deze besloot het kind op te voeden. Zelfs tot en met haar dood zou hij weigeren ze nog te ontmoeten.
Alhoewel ze van zichzelf zei dat ze lesbisch was, kwam Nico in het popwereldje terecht alweer na een ontmoeting met een man, meer bepaald Brian Jones van The Rolling Stones. Hij was het die haar aan Andy Warhol zou hebben voorgesteld. Hoe dan ook, met haar allesbehalve fluwelen tong vormde Nico de perfecte “finishing touch” voor de monotone Underground-muziek met kille “grootstedelijke” teksten (vooral van de hand van Lou Reed).
Ook de optredens waren niet mis. Jaren vóór de “alcoholdia’s” van Pink Floyd en consoorten, experimenteerde de Underground reeds met een lichtshow, stroboscopen en geprojecteerde films. En aangezien Lou Reed vaak met zijn rug naar de toeschouwers stond te zingen, deed al snel het gerucht de ronde dat hij zich stond te masturberen op de scène, precies zoals de aanklacht tegen Jim Morrison destijds luidde. Dit was echter maar “show”, net zoals Nico die in lederen kledij met dijenhoge rijglaarzen en een zweep “Venus in furs” zong om de naam van de groep nog wat meer in de verf te zetten.

SADOMASOCHISME
Die naam was inderdaad afkomstig van een redelijk populair schandaalwerkje dat voornamelijk handelde over een “netwerk” van sadomasochisten en partnerruilclubs, overigens in scherpe bewoordingen door de auteur (Michael Leigh) afgekeurd. De voyeuristische verslaggeving stond echter haaks op deze moraliserende aanpak, zodanig dat men zich kon afvragen of dit geen laagje vernis was m het boek toch maar in de winkel te krijgen en “ongewild” het netwerk dus enige publiciteit te geven.
Ongetwijfeld was dit ook de bedoeling van Lou Reed en c: de goegemeente shockeren. Het resultaat was dan ook voorspelbaar: enerzijds bouwde de groep een kleine maar fanatieke aanhang op, maar anderzijds mocht men “het grote succes”, zelfs mét de steun van Warhol, wel vergeten.
Warhol zelf was trouwens de eerste om af te haken, als bleek dat het verhoopte fortuin uitbleef. Zijn samenwerking met Nico bleef evenwel nog een tijdje aanhouden, zoals mag blijken uit de film “Chelsea girls”.
Na de tweede elpee, “White light, white heat”, was het de beurt aan John Cale om op te stappen. Hij werd vervangen door een andere multi-instrumentalist Doug Yule, maar met deze man trad ook de vervlakking in, zodat achtereenvolgens ook Lou Reed en Sterling Morrison het voor bekeken hielden. Morrison ging doceren aan de universiteit (?!), maar de drie anderen – Reed, Nico en Cale dus – bouwden een carrière op die stuk voor stuk succesrijker was dan de bijval die hen als groep mocht te beurt vallen. Vooral Lou Reed kreeg uiteindelijk zelfs het superstar-aureool waarop hij – althans toch volgens Raymond van het Groenewoud – altijd al recht had gehad.
SEX, DRUGS & ROCK’N’ROLL
Onder leiding van Yule en met Tucker als alibi is Velvet Underground zelf ook nog een tijdje blijven doordraaien, maar uiteindelijk is deze versie van de groep een roemloze dood gestorven, terwijl de oorspronkelijke samenstelling ondertussen was opgenomen in het “heilige der heiligen”…
Dat gebeurde dan eerst en vooral aan de westkust van de Verenigde Staten (dus verder van New York verwijderd dan wij van Moskou, een gegeven dat wij Europeanen al te zelden onder ogen zien). Ondanks het feit dat Velvet Underground slechts heel kort in Los Angeles heeft verbleven, tikte hun decadente imago vooral aan in het compleet “stoned” Californië. Tussen haakjes: was het in de beginperiode vooral een imago (ondanks songs als “Heroin” beweert Maureen Tucker bijvoorbeeld dat er bij haar weten in de groep geen drugs werden gebruikt), dan zal later vooral bij Nico zaliger (ze stierf in 1988 op Ibiza weliswaar bijna idyllisch door een hersenbloeding tijdens een fietstochtje, maar eigenlijk is ze continu verslaafd geweest), maar ook wel bij Lou Reed, het druggebruik diepe sporen nalaten.
Ongetwijfeld mede onder impuls van het mooie weer grijpen in Californië ook de eerste massa-popconcerten plaats (Monterey 1967) en als van nature kregen daarop de zogenaamde “heavy” of “progressieve” groepen, die zich vaak op Velvet Underground beriepen, de bovenhand (denken we maar aan Janis Joplin and the Big Brother Holding Company).
Eigenaardig genoeg was Vlaanderen in dat opzicht dus voor één keer op zijn tijd vooruit, want in diezelfde periode vormde ook het Jazz Bilzen-festival, dat geïnspireerd was op wat in het Waalse Comblain-la-Tour op dat vlak gebeurde, zich om tot een heuse rockmanifestatie met veel buitenlandse weerklank. Lou Reed zal er zelfs ooit eens te gast zijn, maar dan veel later nadat zijn naam met “Transformer” (1973) in brede kring bekend was geraakt. Dan pas (**) ging men hier trouwens Velvet Underground “ontdekken”, namelijk als “de vroegere groep van Lou Reed”…
LOU REED IN HET PELOTON OVER DE MEET
Het voltallige legertje rockzangers in Vlaanderen bestaat uit gefrusteerde popjournalisten, Raymond van het Groenewoud maakt daarop geen uitzondering. Van zijn zoveelste liefdesverklaring aan het adres van Magere Hein uit Brooklyn onthouden we dat de elpee, « Growing up in public », ook voor de fans niet helemaal een meevaller is geworden. Bij de meer neutrale waarnemers wordt die « niet helemaal » zelfs omgebogen tot « helemaal niet ».
En wij dan ? Lou Reed heeft immers nooit in de bovenste lade gelegen bij ons, behalve met « Berlin », maar daar kan je toch niet stééds naar teruggrijpen ? Welnu, « Growing up in public » zal geen wijziging brengen in deze toestand.
Het is niet omdat Reed boven alle kritiek verheven is, dat wij daar onmiddellijk op laten volgen dat dit niet impliceert dat het een slechte plaat is. Het komt ons alleen maar voor dat Reed een contractuele verbintenis is nagekomen, zonder er meteen met zijn pet naar te gooien, maar ook zonder zich echt te engageren.
Het routine-aspect van de plaat blijkt o.i. vooral uit het inlassen van een paar gemakkelijke gimmicks in bepaalde nummers. Dat kan dan gaan van het hernemen van het refrein van « Take me to the river » in « Teach the gifted children » over het koortje uit « Walk on the wild side » in « Smiles » tot het a capella zingen van « How do you speak to an angel » onder begeleiding van handklapjes.
Dat het juist deze drie nummers zijn die zich het meest aan de luisteraars opdringen, zegt naar onze mening voldoende over de algemene indruk.

Vele jaren later was ik naar “Coney Island Baby”. Daarin komt zo vaak de zinsnede “The glory of love” dat ik dacht dat dit de titel was. Ik maakte daarover een opmerking tegen chatgpt: “Dat is niet minder dan het vierde liedje met die titel dat ik ken (na Huey Lewis & the News, Jennifer Rush en Frankie goes to Hollywood). Ik ken geen enkel liedje in het Nederlands dat zelfs maar in de tekst de zinsnede ‘de glorie van de liefde’ heeft, laat staan dat het de titel van het nummer zou zijn. Wat is dat toch met die ‘glory of love’?” (Uiteraard vergiste ik me: de nummers waaraan ik refereerde heten “The power of love”, maar chatgpt was zo beleefd om dat niet op te merken.)

Grappige observatie — en je zit er niet ver naast: “The Glory of Love” is echt zo’n titel die telkens opnieuw opduikt in de Engelstalige popgeschiedenis.

Eerst even kaderen: naast Lou Reed’s nummer (op New York, 1989) zijn er inderdaad meerdere bekende “Glory of Love”-songs, zoals die van Peter Cetera (uit The Karate Kid Part II), Frankie Goes to Hollywood, en nog ouder: een jazzstandard uit de jaren 1930 die door o.a. Benny Goodman werd gespeeld.

Waarom juist “glory of love”?

1. Het woord “glory” heeft in het Engels een sterke lading
“Glory” betekent niet gewoon “glorie” zoals in het Nederlands, maar zit dichter bij:

  • verheffing
  • iets bijna heiligs of transcendent
  • een soort stralende, ultieme betekenis

In Engelstalige (en vooral Amerikaanse) cultuur heeft het woord ook religieuze wortels (“glory” als goddelijke pracht). Daardoor voelt “the glory of love” als:
liefde als iets groots, reddends, bijna heiligs.

2. Het klinkt gewoon héél goed in het Engels
Fonetisch is het een droom:

  • glory (twee lettergrepen, vloeiend)
  • of love (kort, rond, muzikaal)

Samen vormt het een perfect zingbare frase met ritme en emotie. In het Nederlands — “de glorie van de liefde” — wordt het meteen:

  • langer
  • zwaarder
  • formeler
  • bijna ironisch of plechtig

Dat maakt het minder bruikbaar in popteksten.

3. Angelsaksische pop is minder bang voor “grote woorden”
Waar Nederlandstalige muziek vaak:

  • nuchterder
  • concreter
  • soms zelfs een beetje anti-pathetisch is

… durft Engelstalige pop voluit te gaan in:

  • romantische overdrijving
  • universele begrippen (love, glory, forever, destiny)

Denk ook aan titels als:

  • “Endless Love”
  • “Power of Love”
  • “Greatest Love of All”

Dat soort abstracte superlatieven werkt cultureel gewoon beter in het Engels.

4. Traditie speelt mee (self-recycling)
Omdat er al vroeg (jaren 30!) een nummer “The Glory of Love” bestond, blijft die titel:

  • herkenbaar
  • herbruikbaar
  • een soort archetype

Nieuwe artiesten (bewust of onbewust) haken daarop aan.

Waarom niet in het Nederlands?

In het Nederlands voelt “glorie” vaak:

  • ouderwets
  • religieus (denk aan kerktaal)
  • of ironisch bedoeld

Nederlandstalige songteksten kiezen eerder voor:

  • directheid (“ik hou van jou”)
  • beeldspraak die concreter is
  • of juist understatement

Daardoor zou “de glorie van de liefde” snel overdreven of zelfs kitscherig overkomen.


Kort gezegd: “the glory of love” werkt omdat Engels dat soort verheven abstractie soepel en geloofwaardig kan dragen — Nederlands veel minder.

Als je wil, kan ik eens op zoek gaan naar Nederlandstalige nummers die toch in die richting gaan (er zijn er een paar die er verrassend dicht bij komen).

Allé, vooruit dan maar…

Oké, laten we eens graven — want ze bestaan wel degelijk, maar ze verstoppen zich een beetje 😊

Je hebt gelijk dat “de glorie van de liefde” letterlijk bijna niet voorkomt. Maar het idee erachter — liefde als iets verhevens, allesoverheersends — zit wél in Nederlandstalige muziek, alleen anders verpakt.

1. De “grote liefde” zonder grote woorden

Bijvoorbeeld bij Clouseau:

  • “Daar gaat ze”
  • “Anne”

Hier is liefde allesbepalend, bijna mythisch — maar:
→ geen abstracte woorden als “glorie”
→ wel concrete emotie en situaties

👉 Het effect is eigenlijk hetzelfde, maar aardser.


2. Poëtischer en wél een beetje verheven

Bij Ramses Shaffy kom je al dichter in de buurt:

  • “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder”
  • “We zullen doorgaan”

Hier wordt liefde en leven bijna iets groots en universeels.
Maar zelfs hij zegt niet “de glorie van de liefde” — eerder:
→ liefde als kracht
→ liefde als levenshouding


3. Existentiële liefde (de “Lou Reed-hoek”)

Denk aan Spinvis:

  • “Kom terug”
  • “Smalfilm”

Hier is liefde:
→ mysterieus
→ intens
→ soms bijna transcendent

Maar in plaats van “glorie” krijg je:
→ beelden
→ fragmenten
→ vervreemding


4. Nederlandstalige pathos… maar anders verpakt

Bij Marco Borsato of Guus Meeuwis:

  • “De waarheid”
  • “Brabant”

Hier zit zeker grote emotie, maar:
→ minder abstracte grandeur
→ meer herkenbaarheid en nostalgie


5. Waar je nog het dichtst in de buurt komt

Als het ergens gebeurt, is het in:

  • oudere kleinkunst
  • religieus getinte muziek
  • of vertalingen

Bijvoorbeeld bij Toon Hermans of kerkelijke liederen:
→ daar duikt “glorie” wél op
→ maar dan bijna altijd letterlijk religieus


Conclusie (de kern van je observatie blijft overeind)

Wat jij aanvoelt klopt eigenlijk perfect:

  • Engels:
    “the glory of love” = natuurlijk, universeel, zingbaar
  • Nederlands:
    → zelfde idee = opgesplitst in beelden, verhalen en direct gevoel
    → niet samengebald in één grote frase

👉 Dus: de “glory of love” bestaat wél in het Nederlands…
maar je moet hem tussen de regels lezen, niet in de titel verwachten.


Als je wil, kan ik eens proberen een overtuigende Nederlandstalige songtitel te verzinnen die wel zou werken met dat idee — dat is nog een leuke uitdaging 😄

Ik hou van uitdagingen…

Mooi — dan gaan we er niet flauw over doen 😄
De truc is: niet letterlijk vertalen, maar iets maken dat dezelfde verhevenheid heeft zonder dat het potsierlijk wordt in het Nederlands.

Hier zijn een paar pogingen, van “veilig” naar “randje kitsch maar misschien net raak”:


🎯 1. Werkt in het Nederlands (realistisch)

Dit zijn titels die een artiest als Clouseau of Marco Borsato zonder schaamte zou kunnen brengen:

  • “De kracht van liefde”
  • “Alles wat liefde is”
  • “Groter dan wij”
  • “Wat liefde doet”

👉 Hier zit de “glory”, maar verstopt in kracht of impact.


🎭 2. Poëtisch (Shaffy / Spinvis-gebied)

Iets dat Ramses Shaffy of Spinvis zou kunnen dragen:

  • “Licht dat blijft”
  • “Alsof het eeuwig is”
  • “Wij tegen de tijd”
  • “Alles straalt door jou”

👉 Hier zit de “glory” in licht, tijdloosheid, grootsheid zonder het woord te gebruiken.


⚡ 3. Net op het randje (maar misschien precies goed)

Dit komt dichter bij het originele gevoel, maar balanceert op de grens:

  • “De pracht van de liefde”
  • “De glans van liefde”
  • “De eer van de liefde”

👉 “Glans” werkt nog het best — minder zwaar dan “glorie”, maar wel verwant.


🚫 4. Wat níet werkt (en waarom)

  • “De glorie van de liefde”
    → klinkt meteen:
    • kerkelijk
    • ironisch
    • of als een parodie

Zelfs iemand als Guus Meeuwis zou dit niet recht krijgen zonder knipoog.


🧠 De essentie van de uitdaging

In het Engels zit de magie in:

één grote abstracte frase

In het Nederlands moet je bijna altijd kiezen:

  • ofwel concreet gevoel (“ik kan niet zonder jou”)
  • ofwel poëtisch beeld (“licht”, “tijd”, “vuur”)

👉 Maar zelden: pure abstracte grandeur in één klap.


🏁 Mijn beste gok (als het écht moet)

Als ik één titel moet kiezen die het dichtst in de buurt komt én nog werkt:

👉 “De glans van liefde”

Die heeft:

  • iets verhevens
  • geen kerkelijke bijklank
  • nog net genoeg eenvoud om te zingen

Als je zin hebt, kunnen we nog een stap verder gaan: een volledige Nederlandstalige songtekst schrijven die probeert wél die “glory of love”-vibe te pakken zonder cringe 😄

Doe maar! (oei, dat is ook de naam van een groep!)

Haha, inderdaad — Doe Maar ligt meteen op de loer 😄
Oké, uitdaging aanvaard: een Nederlandstalige tekst die wél dat verheven, allesomvattende gevoel van “the glory of love” probeert te raken, zonder in kerktaal of kitsch te vallen.


Schrijven

Titel: De glans van liefde

Er was niets dat bleef
alles ging maar door
dagen zonder richting
nachten zonder spoor

Tot jij daar stond
alsof het zo moest zijn
en ineens viel alles
stil in dat moment van schijn

Refrein
En ik zag de glans van liefde
in het licht dat op je viel
alsof heel de wereld zweeg
en alleen nog dit nog telde, wat ik voel

En ik wist: dit is groter
dan de angst en dan de tijd
alsof wij heel even leefden
in iets dat nooit meer slijt


We liepen zonder woorden
door een stad die ons vergat
maar in elke stap die jij zette
zat alles wat ik nodig had

Geen beloftes voor morgen
geen verleden dat nog woog
alleen dit ene ogenblik
dat zich eindeloos bewoog

Refrein
En ik zag de glans van liefde
in de stilte om ons heen
alsof alles wat ooit brak
hier verdween en werd geheeld in één

En ik wist: dit is groter
dan wie wij ooit zijn geweest
alsof wij iets aanraakten
dat blijft bestaan, zelfs zonder geest


Bridge
Noem het geen wonder
geef het geen naam
want alles wat je vastlegt
kan ook weer vergaan

Laat het maar branden
zonder waarom
want alles wat echt leeft
houdt zich niet aan wat we noemen


Laatste refrein
Maar ik voel de glans van liefde
als jij even naar me kijkt
alsof in dat ene ogenblik
heel mijn leven samenkomt en openbreekt

En misschien is dit het enige
dat ons ooit echt bevrijdt
dat we heel even bestaan
in een licht dat niets meer kwijt


En als alles weer verdwijnt
en de tijd ons verder drijft
zal ik weten dat dit moment
op een vreemde manier altijd blijft


Als je wil, kan ik deze nog herschrijven in een specifieke stijl — meer Clouseau (radiovriendelijk), meer Spinvis (vreemder en beeldender), of zelfs een vleugje Ramses Shaffy (theatraler en grootser).

Neenee, ’t is goed zo. Goed gedaan, moet ik trouwens toegeven…

Merci — en eerlijk: dit was gewoon een leuke uitdaging om op te bijten 🙂

Wat jij oorspronkelijk opmerkte blijft eigenlijk het interessantste deel: dat één simpele Engelse frase zo’n hele esthetiek blootlegt die in het Nederlands gewoon… anders werkt. Die spanning voel je ook meteen als je zo’n tekst probeert te schrijven.

Mocht je ooit nog zo’n taalkundig-muzikale curiositeit tegenkomen (van die dingen die “raar” lijken maar eigenlijk diep cultureel zitten), gooi ze gerust — dat zijn de leukste vragen 👍

Referentie
Ronny De Schepper, Met een allesbehalve fluwelen tong, De Rode Vaan nr.12 van 1988

(*) Meisjes, da’s plagiaat van Vicious natuurlijk. Maar daar schrijven de media niet over, die blijven liever steken in de zeventiger jaren en bij van het Groenebosje en alles wat errond hangt, de paus van België, die oempapamuziek speelt, die mensen nog dommer maakt dan ze al zijn. Het lijkt of de media bij ons bang zijn van nieuwe dingen. In België zit nieuw talent, maar dat krijgt geen kans. Men loopt liever achter Raymond, de Will Tura van de jaren tachtig, die gewoon niets te vertellen heeft.” (Arno Hintjens in De Morgen van 11 oktober 1980)
(**) Ooggetuige Peter Cnop meldt me dat Velvet Underground toch reeds vroeger in België was opgetreden, met name in het Théâtre 140 in Schaarbeek. Dat was vlak nadat Lou Reed de groep had verlaten, maar nog vóór hij zijn eerste solo-album zou uitbrengen. Maar buiten wat men “progressieve kunstenaarskringen” zou kunnen noemen (de 140 wilde maar wat graag voor Brussel zijn wat de Salle Odéon in het Parijs van mei ’68 was), zal daar wel niet veel volk op afgekomen zijn. Naar het schijnt liet in die tijd Hugo Claus nogal graag de naam Velvet Underground vallen. Maar of hij er ook naar luisterde, dat was nog een ander paar mouwen natuurlijk. Anderzijds staat daar ook een dokwerker als Ludo Mariman tegenover, die in de GVA van 4/8/2007 verklaart: “Door The Velvet Underground, de groep van Lou Reed, had ik in het leger gitaar leren spelen, omdat die muziek zo simpel was. Eigenlijk was dat prepunk.”

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.