Het is al twintig jaar geleden dat de Amerikaanse filmacteur Charles Bronson is overleden. Wij kennen hem vooral uit “Once upon a time in the west” van Sergio Leone uit 1968, een film die in Frankrijk zelfs werd uitgebracht als “L’homme à l’harmonica”.
Hij werd in Ehrenfeld (Pennsylvania) geboren als Charles Dennis Buchinsky. In 1953 veranderde hij zijn achternaam in Bronson (foto Georges Biard via Wikipedia) omdat, ten tijde van de communistenjacht van McCarthy, mensen met een Russisch klinkende achternaam meteen verdacht waren.
Charles Dennis Buchinsky was een zoon van Pools–Litouwse immigranten in Amerika. Zijn vader was een Lipka-Tataar en zijn moeder een Litouwse.
Buchinsky ging op zestienjarige leeftijd net als zijn elf broers en zussen werken in een steenkolenmijn. De omstandigheden waren zwaar en vier broers en drie zussen overleden voor hun twaalfde levensjaar. De familie leefde in armoede. Zijn schoolkostuum werd door zijn moeder gemaakt van een oude jurk van zijn zus, omdat er geen geld was voor kleren.
Toen Buchinsky achttien jaar was, moest hij in militaire dienst. Hij ging bij de luchtmacht en werd staartschutter van de B-29-bommenwerper. Met dit vliegtuig nam hij deel aan bombardementen boven Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Na de oorlog was Buchinsky lange tijd werkloos. Hij besloot uiteindelijk om vanaf 1950 in de filmindustrie te gaan werken. Zijn enige motivatie was het geld. Buchinsky had namelijk gehoord dat acteurs enorm goed betaald kregen en in de filmindustrie was in de jaren vijftig een grote behoefte aan acteurs met karakteristieke koppen.
Buchinsky’s eerste grote rol was als het kwaadaardige hulpje van Vincent Price in de klassieke horrorfilm House of Wax in 1953. Kort hierna veranderde Buchinsky zijn achternaam in Bronson. Dit deed hij omdat, ten tijde van de communistenjacht van McCarthy, mensen met een Russisch klinkende achternaam meteen verdacht waren.
Westernliefhebbers kennen Bronson van de anti-racistische film Apache van Robert Aldrich (1954) waarin de acteur een Indiaanse legerverkenner vertolkt, en van Vera Cruz, eveneens van Aldrich en uit hetzelfde jaar, waarin hij een ware nietsnut uitbeeldt.
Met The Magnificent Seven van John Sturges werd Bronson samen met enkele andere toen nog jonge acteurs, zoals Steve McQueen en James Coburn, een wereldberoemd bijrolspeler.
Daarna kreeg de kijker hem dikwijls te zien in commerciële films zoals The Great Escape, waarin hij een Oost-Europese krijgsgevangene en tunnelgraver speelde, en The Dirty Dozen, waarin hij een terdoodveroordeelde speelde die in de Tweede Wereldoorlog een zelfmoordmissie moet uitvoeren.
Daarna vertrok Bronson naar Italië om daar in de spaghettiwesterns te gaan spelen. Bronson speelde in minder bekende spaghettiwesterns als Guns for San Sebastian en Villa Rides, maar werd wereldberoemd met zijn rol als de zwijgzame harmonicaspeler in Once Upon a Time in the West (1968). Deze film maakte van Bronson een legende en een ware superster. De rol was ook een groot nadeel voor hem; vanaf nu werd hij constant getypecast als mysterieuze wreker.
Hierna maakte Bronson in de jaren zeventig en tachtig in hoog tempo een flinke reeks actiefilms waarin hij altijd hetzelfde soort personage speelde: een tragische man die wraak pleegt. De rollen die bij dit personage pasten varieerden van politieagent over huurmoordenaar tot een ordinaire gangster. Veel van deze films werden door de critici niet hoog ingeschat, maar ze maakten Bronson wel tot een van de meest productieve en best betaalde acteurs van Hollywood.
Bronson bereikte z’n hoogtepunt met de vijfdelige reeks Death Wish (1974, 1982, 1985, 1987 en 1994), klassieke vigilante-films waarin hij de rol speelt van een man die overdag architect is en ’s nachts een koudbloedige wreker. Na de opnames van The Stone Killer (1973) wilden Charles Bronson en Michael Winner graag nog een film samen maken en bespraken ze nieuwe projecten.
“Wat doen we hierna?” vroeg Bronson.
“Het beste script dat ik heb is Death Wish. Het gaat over een man wiens vrouw en dochter worden overvallen en die er vervolgens op uitgaat om de overvallers neer te schieten,” zei Winner.
“Dat zou ik wel willen doen,” zei Bronson.
“De film?” vroeg Winner. Bronson antwoordde:
“Nee… overvallers neerschieten.” Later werd hij door de politiek correcten natuurlijk verplicht deze uitspraak te herroepen:
“Ik moedig zeker niemand aan om het recht in eigen handen te nemen. Ik denk ook niet dat de film dat aanmoedigt. Als mijn films een les te leren hebben, is het dat geweld niet loont. Mijn mening is dat geweld alleen maar geweld voortbrengt.” Scenarist Wendell Mayes behield de basisstructuur van de roman van Brian Garfield en een groot deel van de filosofische dialoog. Het was zijn idee om rechercheur Frank Ochoa (Vincent Gardenia) een belangrijke rol in de film te geven. Zijn vroege versies van het scenario hadden andere eindes dan de uiteindelijke versie. In één daarvan volgde hij een idee van Brian Garfield. De burgerwacht confronteert de drie criminelen die zijn familie hebben aangevallen en komt uiteindelijk door hen om het leven. Ochoa vindt het wapen van de dode man en overweegt in zijn voetsporen te treden. Na het zien van de film was Brian Garfield ontevreden over het resultaat van zijn romanverfilming, vanwege de verheerlijking van burgerwachtpraktijken. Dit leidde ertoe dat hij een vervolgroman schreef, getiteld ‘Death Sentence’, die de gevolgen van burgerwachtpraktijken behandelt. Het boek werd in 2007 verfilmd met Kevin Bacon in de hoofdrol, maar met een compleet ander verhaal, waarin slechts enkele elementen uit het boek behouden bleven.
Andere hoogtepunten uit deze hele reeks actiefilms waren Mister Majestyk (1971) The Mechanic (1972), Death Hunt (1981) 10 to Midnight (1983) en Murphy’s Law (1986). Veel van deze films werden geregisseerd door Jack Lee Thompson.
Een van de weinige serieuze films was Hard Times (1975), een historisch drama over een straatarme mijnwerker die tijdens de Grote Depressie gaat boksen om geld te verdienen. Voor Bronson, die zelf mijnwerker was geweest, was dit zijn meest persoonlijke en meest favoriete film.
Bronson heeft verscheidene films gespeeld met actrice Jill Ireland, zijn echtgenote sinds 1968 tot aan haar dood in 1990. In de laatste periode van zijn leven leed Bronson aan de ziekte van Alzheimer. Hij overleed aan de gevolgen van een longontsteking in het Cedars-Sinai hospitaal in Los Angeles.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)