Vandaag is het 85 jaar geleden dat de legendarische film “The adventures of Robin Hood” werd uitgebracht.

Michael Curtiz took over from director William Keighley when the producers felt that the action scenes lacked impact. The year before William Keighley had directed Errol Flynn, zonder enige twijfel de belangrijkste Robin Hood uit de geschiedenis (maybe because at 28, Errol Flynn was the youngest actor to play Robin Hood), in The Prince and the Pauper, which had turned out well for Warner Brothers. The studio had high hopes for this second teaming, but upon viewing the dailies coming in from the location shoot in Chico, California, they found the action scenes to be lacking in vigor and excitement. Michael Curtiz, who had effectively made Flynn a star with his agile handling of the actor in Captain Blood and cemented his reputation as a swashbuckling hero in The Charge of the Light Brigade, was brought in to complete the picture. Consequently when Keighley returned to Hollywood from Chico, he found himself out of a job. Ironically, Keighley and Flynn got along quite well, but Curtiz and Flynn despised each other. During one fight sequence, Errol Flynn was jabbed by an actor who was using an unprotected sword – he asked him why he didn’t have a guard on the point. The other player apologized and explained that the director, Michael Curtiz, had instructed him to remove the safety feature in order to make the action “more exciting”. Errol Flynn reportedly climbed up a gantry where Michael Curtiz was standing next to the camera, took him by the throat and asked him if he found that “exciting enough”.
Warner Brothers owned the rights to the original “Robin Hood” operetta, while MGM announced its intention to film a Robin Hood movie at the same time, based on the operetta, with Nelson Eddy as Robin and Jeanette MacDonald as Maid Marian. Warner Brothers agreed, providing it could film a movie called “The Adventures of Robin Hood” with James Cagney as Robin. The MGM film was eventually abandoned. Thus the film was originally planned with James Cagney playing the title role, but he quit Warner Brothers and production was postponed for three years. Despite his flamboyant performance as Robin Hood, Errol Flynn privately professed that he found the role a boring one.
This was Warners’ most expensive film. Originally budgeted at $1.6 million, the budget eventually ballooned to $2 million, the most expensive Warners film to date, but it turned out to be the studio’s biggest money-maker in 1939, making back far in excess of its cost. The film was so successful that a sequel was commissioned. However, the U.S. government wanted to restrict the amount of money invested in filmmaking at that point in anticipation of joining World War II, so it was delayed. By 1945, when the war was over, the project was scrapped because Olivia de Havilland was no longer employed at Warner Bros. Over the years there were eight films to feature Errol Flynn and Olivia de Havilland together.
At the time this film held the distinction of employing the largest number of stuntmen on any one production. The real hero was Howard Hill (1899-1975), who is listed in the credits as “Captain of Archers”. He also played “Elwyn the Welshman” in the archery contest. Hill actually made the shot where we see one arrow split another and he did all the shots which required hitting human targets. The stunt players wore heavy padding underneath a steel breastplate overlaid with some balsa wood to absorb the impact of arrows. All of the bows and arrows used in the film were hand-made by expert fletcher and archer James Duff of Jersey City, New Jersey. Mr. Duff was an immigrant from Scotland, and author of the book of poetry, ‘Bows and Arrows’ from 1927.
The film score was written by Erich Wolfgang Korngold who used much of a classical piece he’d written in 1919 for his score. Korngold initially turned down the chance as he felt that his musical style was ill-suited for adventure spectaculars. However, while in Hollywood, he learned that the Nazis were about to invade Austria and, feeling he had to secure a source of revenue in the United States, he accepted the assignment. He would go on to win the Oscar. For the rest of his life, Korngold, grateful of how this successful assignment allowed him to stay in America and safe from the Nazis’ murderous persecution would playfully quip, “Robin Hood saved my life.”
On May 11, 1938, a special live radio broadcast of an extended selection of the important parts of the music score by Erich Wolfgang Korngold was presented by NBC coast to coast, with Basil Rathbone (who played Sir Guy of Gisbourne in the film) narrating the story and the composer himself conducting the Warner Brothers Studio Orchestra. This was the first time that a film score was performed in this way on radio, an unusual accolade for Korngold’s remarkable score. Plans to release the broadcast on gramophone records were unfortunately abandoned, for reasons that are unclear. Private copies were made, of which only three are known to survive. An edited version of the broadcast has been issued on LP and CD.
Naast Flynn speelde nog een superster mee in deze film en dan hebben we het niet zozeer over over aarts-slechterik Basil Rathbone, zelfs niet over tegenspeelster Olivia De Havilland, maar wel over het paard dat zij bereed. Dat was immers niemand minder dan Trigger, het paard van zingende cowboy Roy Rogers (het paard was inderdaad zijn eigendom). At the time Olivia de Havilland rode the palomino, however, its registered name was “Golden Cloud” and was owned by Hudkins Stables, an outfit that leased horses and Western equipment for films. Roy Rogers bought “Golden Cloud” for $2,500. Character actor Smiley Burnette, who was Rogers’ sidekick in his early movies, suggested the name of Trigger, as the horse was “quick-on-the-trigger”. Rogers rode Trigger in his first starring Western, Under Western Stars.


In 2010 was er de versie van regisseur Ridley “Alien” Scott met Russell “Gladiator” Crowe in de titelrol. De oorspronkelijke titel zou Nottingham luiden, maar door scriptproblemen werd de titel Robin Hood aangenomen. De plot van het verhaal zou draaien rond de liefdesdriehoek tussen Robin Hood, Lady Marian en de sheriff van Nottingham. Dit keer zou de sheriff van Nottingham in een wat minder kwaad daglicht worden gebracht en meer als hoofdpersoon naar voren worden geschoven, en worden de meer donkere kanten van Robin Hood oftewel Robin van Loxley belicht. Dit was oorspronkelijk het verhaal voordat de film in productie zou gaan. Russel Crowe (met zijn 45 jaar de oudste Robin Hood ooit) kon zich telkens niet echt vinden in het script waardoor het filmen steeds meer vertragingen opliep. Nochtans was de oorspronkelijke titel een betere keuze want de film, waarmee het Filmfestival van Cannes van 2010 werd geopend, baseert zich enkel op het begin van de legende. Het mag duidelijk zijn dat een sequel voor de hand lag, maar die is er nooit gekomen omdat de film het erg slecht deed bij de box office.

Het is eind 12e eeuw in Engeland, wanneer Robin Longstride, een boogschutter, terugkeert van de Derde Kruistocht (Russell Crowe). Na de dood van Richard Leeuwenhart (Danny Huston) tijdens een gevecht in Châlus bij Limoges (Frankrijk), op 6 april 1199, willen Robin en drie andere soldaten (Will Scarlet, Little John en Alan A’Dayle) terugkeren naar hun vaderland, waar ze de afgelopen tien jaar niet meer geweest zijn. Tijdens hun terugkeer naar huis komen ze in aanraking met een opgezette valstrik, gelegd voor de koninklijke garde, die op weg is om Richards kroon af te leveren in Engeland. Deze valstrik is opgezet door Sir Godfrey (Mark Strong), een Engelse ridder van Franse afkomst die een alliantie vormt met de koning van Frankrijk (Jonathan Zaccaï). Die had de orders gegeven om koning Richard te vermoorden. De mannen van Godfrey brengen deze garde vervolgens om het leven, maar worden onverwachts onderbroken door Robin en zijn mensen. De Franse koning ontdekt dan dat Robin en zijn gevolg Godfrey te vlug af zijn, en Robins mannen maken vervolgens plannen om zich te vermommen als de koninklijke garde en de kroon van Richard met zich mee te nemen en zo naar het schip (bij Calais) te gaan die voor de oorspronkelijke garde is bedoeld. Voordat ze de plek van het onheil verlaten belooft Robin aan een stervende ridder, genaamd Robert Loxley (Douglas Hodge), om zijn zwaard terug te brengen naar Nottingham en het aan zijn vader (Max von Sydow) te geven.

Wanneer de mannen arriveren in Engeland wordt Robin (die zich intussen de identiteit van Robert Loxley heeft aangenomen) verkozen om de koninklijke familie in te lichten over de dood van de koning. Daarna is hij getuige bij de benoeming van koning John (Oscar Isaac), die de jongere broer is van de recent overleden Richard. De arrogante koning neemt vervolgens een drastisch besluit. Hij toont geen medelijden met zijn arme koninkrijk en eist keiharde belastingverhogingen door heel het land, en zendt Godfrey naar het noorden van Engeland met de opdracht om kracht te zetten achter de verhoogde belastingen. De onwetende koning John is zich er dan nog niet van bewust dat Godfrey een spion is van de Franse koning en dat hij zijn macht gebruikt om oproer en onrust te kweken in het voordeel van de Fransen. Daarbij gebruikt hij Franse troepen om een burgeroorlog te ontketenen in Engeland.

Intussen gaan Robin en zijn compagnons naar Nottingham, waar Sir Walter, Loxleys vader, hem vraagt de identiteit van zijn zoon aan te blijven houden om te voorkomen dat de familielanderijen in het bezit komen van het koninklijk domein. Lady Marion (Cate Blanchett), Loxleys weduwe, is in eerste instantie niet zo opgezet met Robins aanwezigheid, maar krijgt gevoelens wanneer hij buitgemaakte graankorrels terugbrengt om ze te kunnen planten om in de levensbehoefte van de plaatselijke burgers te voorzien.

Intussen hebben Godfreys acties de noordelijke baronnen verenigd, die uitmarcheren om koning John te ontmoeten en een getekend verdrag te eisen in een charter van rechten (Magna Carta). Koning John ziet eindelijk Godfreys verraad in en wetende dat hij zijn volk bij elkaar moet houden voor de aankomende invasie van de Franse koning, belooft de koning het charter te tekenen. Een gevecht volgt kort daarop, wanneer Godfrey bezig is met het plunderen van Nottingham. Hij wordt daarop verjaagd door Robin en de noordelijke baronnen. Vlak voor het gevecht werd Walter gedood door Godfrey.

Later volgt de invasie aan de Engelse zuidkust van de Franse troepen, die zich onverwacht geconfronteerd zien met het Engelse leger. Gedurende de strijd weet Robin zijn rivaal Godfrey met een pijlschot te doden. Na de succesvolle veldslag trekt koning John zijn belofte terug over het ondertekenen van het charter van recht. Hij verbrandt het document voor het aanzicht van het aanwezige publiek en verklaart Robin tot vrijbuiter. Als reactie hierop vertrekt Robin naar Sherwood Forest met Lady Marion en vrienden om zo de vrijbuiters van Sherwood Forest te vormen. De Magna Carta Libertatum (Grote Oorkonde van de Vrijheid) van de Engelse koning Jan zonder Land zal er dan ook pas komen op 15 juni 1215. One of the twenty-five Magna Carta Barons was nobleman William Marshal, 2nd Earl of Pembroke, son of William Marshal, 1st Earl of Pembroke, the character played by William Hurt. De Magna Carta en de daarin vastgelegde regels zijn uniek, omdat voor het eerst de absolute macht van een koning gereguleerd wordt. (Wikipedia)

En wat vond ik er nu zelf van? Sommige vondsten (Robin die zich uitgeeft voor Robert Loxley, het erbij betrekken van de Magna Carta) kon ik appreciëren, maar voor de rest kon ik er noch warm noch koud van worden. De liefdeshistorie tussen Robin en Marion was alleszins zeer onderbelicht en kreunde onder politieke inzichten van de 21ste eeuw (Marion die meevecht aan het front b.v.). En verder moet ik, als ik een Franse helm zie die boven de kantelen van een kasteel uitkomt, altijd onwillekeurig denken aan die fameuze passage uit “Monty Python and the Holy Grail”, zodat ik nauwelijks mijn lach kan inhouden.

Een jaar na het bejubelde “Dances with wolves” kreeg Kevin Costner de raspberrie voor de slechtste acteur voor “Robin Hood”. Maar dat was toch totaal oneerlijk, want Patrick Bergin verdiende die veel meer voor dezelfde rol in een andere gelijknamige film uit hetzelfde jaar. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling deze twee verfilmingen van de bekende Britse legende met elkaar te vergelijken. Dat is echter onzinnig. De film van John Irvin met Patrick Bergin in de hoofdrol is gewoon een “vluggertje” om Kevin Reynolds (de regisseur van de Costner-film) vóór te zijn.
Deze Britse productie was oorspronkelijk bedoeld als televisieserie, maar toen de publiciteitsmolen voor Costner begon te draaien (vooral na de zeven oscars voor “Dances with wolves”), wilde 20th Century Fox vlug een graantje meepikken door Costner de wind uit de zeilen te nemen. En daarin zijn ze alvast geslaagd. Daarmee bedoel ik dat ik mensen ben tegengekomen die zo ontgoocheld waren over deze film dat ze ook niet naar Costner willen gaan kijken, “want dat zal wel van hetzelfde laken een pak zijn!” Verkeerd, driewerf verkeerd.
Dat de film van Irvin een compilatie is van een televisieserie is b.v. te merken aan het slepend trage tempo terwijl de Reynolds-versie swingt als een Indiana Jones-story. Niet voor niets is Reynolds nog een beschermeling van Steven Spielberg geweest! Toegegeven dat het wel merkwaardig is dat aan die vriendschap juist een einde kwam nadat Reynolds “Fandango” had gedraaid, waarover Spielberg als producer ontevreden was. De hoofdvertolker van deze road-movie was eveneens… Kevin Costner.
Door zijn gebrek aan feeling voor ritme is Irvin zelfs niet in staat een behoorlijke gevechtsscène te draaien. Ook de keuze van zijn hoofdrolspelers mag merkwaardig worden genoemd. Patrick Bergin mag dan nog geen onaardig acteur zijn, hij teert daarbij echter vooral op zijn sinister uiterlijk. Daarvoor kan “Sleeping with the enemy” als voorbeeld gelden, waarin hij de perfecte kwelgeest is van de “onschuldige” Julia Roberts. Robin Hood mag dan echter al een “prince of thieves” zijn, het is er dan toch een die steelt van de rijken en geeft aan de armen. Door de grimmigheid van Bergin lijkt het er echter soms wel op dat we in “Time Bandits” van het Monty Python-team zijn terechtgekomen, waarin John Cleese als een wat verwarde Robin in zijn oprechte naïviteit steelt van de armen om aan de rijken te geven!
En als we dan toch aan historische rechtzettingen toe zijn, dan dient er terloops op gewezen dat John McGraph, de scenarist van John Irvin, wel een poging tot “historisering” heeft ondernomen door in het Engeland van de twaalfde eeuw de tegenstelling tussen de lokale bevolking en de Normandische veroveraars goed te doen uitkomen. Om dit echter in accenten te “vertalen” werden de Nederlander Jeroen Krabbé en de Duitser Jürgen Prochnow als “Normandiërs” aangetrokken!
De “Robin Hood” van Costner werd dus gedraaid door Kevin Reynolds, een vriend van hem, waarmee hij tijdens het draaien echter in de clinch geraakte. Costner heeft immers ook het “final cut”-recht voor films die hij niet zelf regisseert.
Maar hoe dan ook, Kevin Costner kan blijkbaar goed overweg met pijl en boog. Reeds voor de tweede keer dit jaar schiet hij immers midden in de roos. Nadat hij in “Dances with wolves” de kant van de indianen koos, ontpopt hij zich als “Robin Hood” opnieuw tot de redder der verdrukten. Men kan zich dan ook afvragen of het niet hoog tijd wordt dat hij zich waagt aan Willem Tell… De laatste tijd doet hij er immers toch alles aan om als eerste in Hollywood door de paus heilig te worden verklaard. Tenzij dit al gebeurd is met mensen als Gary Cooper of James Stewart, waaraan hij duidelijk refereert. Juist die zeemzoeterigheid van het smoelwerk van Costner begint stilaan een bedreiging voor zijn succes te vormen.
Maar dan heeft Kevin Reynolds een briljante ingeving gehad: hij heeft de zwarte acteur Morgan Freeman (die kort daarvoor nog een oscar-nominatie had gekregen voor “Driving Miss Daisy”) naast Costner geplaatst. Daarvoor heeft hij een inleiding aan het verhaal laten breien die, merkwaardig genoeg, de legende ten goede komt: in de kerkers van het (eigenlijk allesbehalve) Heilig Land wacht Robin met zijn kameraden kruisvaarders op een onafwendbare dood als hij plotseling toch een onverhoopte kans op ontsnappen krijgt. Dat gebeurt dankzij de hulp van een Moor, die ter dood veroordeeld werd omwille van een liefdesgeschiedenis die de sultan niet welgevallig was. Die Moor (Freeman dus) staat nu volgens zijn mohammedaans geloof bij Robin in het krijt en moet op zijn beurt diens leven redden vooraleer hij opnieuw vrijuit zijn gang kan gaan. (*)
En eens men dan toch bezig was, heeft men Robin ook nog een vrij gecompliceerde verhouding met zijn vader toegedicht. Lord Locksley (gespeeld door Brian Blessed) is een soort van vrijdenker die zich als dusdanig verzet tegen het feit dat zijn zoon op kruistocht vertrekt. Terwijl deze weg is, wordt hij dan ook als duivelsvereerder opgeknoopt. Niet vooraleer echter ook nog een buitenechtelijke verhouding te hebben gehad, waardoor alweer een merkwaardig personage in de film wordt geschoven, namelijk Will Scarlett als Robins halfbroer (gespeeld door Christian Slater, de jonge novice uit “De naam van de roos” en ondertussen zelf een vedette geworden door “Pump up the volume”).
Scenarist Pen Densham is ondertussen blijkbaar zo meegesleept door zijn “vondsten” dat hij van de Sheriff van Nottingham (Alan Rickman, de boeventronie uit “Die hard”) zelf ook nog een duivelaanbidder maakt, zodat er een Shakespeariaanse heks à la Macbeth ten tonele gevoerd kan worden (Geraldine McEwan). Maar dit is misschien een beetje teveel van het goede.
Toch laat dit alles de scenarist toe om tal van wijsheden over racisme en godsdienstvrijheid op een ongekunstelde manier in te bouwen in een verhaal dat wat dat betreft juist eeuwenlang het tegenovergestelde heeft beweerd.
Zo staat de islamitische cultuur in de twaalfde eeuw veel verder dan de onze. Dit wordt o.m. grappig aangebracht door het gebruik van een soort van verrekijker, wat Robin Hood natuurlijk totaal onbekend is. Zijn reactie is (wellicht opzettelijk) precies dezelfde als die van de indianen in “Dances with wolves”. Bovendien krijgen we ook een mooi parallellisme, want Robin Hood mag dan nog opkomen voor de verdrukten, bovenal komt hij op voor zijn grote liefde, Lady Marian. Voor hààr is het dat hij de grootste risico’s loopt. Zodat zijn vraag aan Azeem (de Moor) i.v.m. zijn doodstraf (“was ze het waard?”) ook voor hem gaat gelden.
In dezelfde lijn krijgt ook Lady Marian een paar feministische kwaliteiten toebedeeld. Mary Elisabeth Mastrantonio mag dan nog een naam zijn die op dat moment nog niet meteen tot de verbeelding spreekt (ze was te zien in “The color of money” en in “The abyss”), haar vurigheid contrasteert toch heel fel met de flauwe vertolking die de meer bekende Uma Thurman (“Henry and June” en later “Pulp fiction”) in de Irvin-versie ten beste geeft. Een confrater merkt terecht op dat de lange passage waarin zij als jongen aan de zijde van Robin Hood heeft plaatsgenomen zonder dat deze haar herkent, gelijk staat aan de “ticketbetalers behandelen als driedubbel overgehaalde idioten”.
Blijft over Richard Leeuwenhart. Het leuke is immers dat in de Reynolds-film deze rol (en dan wél in de zeemzoeterigste traditie) wordt vertolkt door… Sean Connery. Zijn naam verschijnt echter niet op de aftiteling en ook de promotieafdeling van de firma die de film in België verdeelt heeft gevraagd om dit niet bekend te maken. Het heeft echter reeds in alle kranten gestaan omdat Connery voor deze “cameo-appearance” (zoals zo’n korte “anonieme” scène in vaktermen heet) een recordbedrag van ettelijke miljoenen heeft binnengerijfd. Misschien kan Robin Hood eens bij hem passeren?
Maar waarom is die vertolking van Connery nu zo merkwaardig? Omdat Kevin Costner met zijn vertolking van Robin Hood precies in het spoor treedt van Douglas Fairbanks (1922), Errol Flynn (1938) en… Sean Connery. Jawel, ook deze supervedette heeft ooit de rol van Robin Hood vertolkt, maar dan wel in de intimistische film van Richard Lester, “Robin and Marian”, waarin de Robin Hood-legende eigenlijk ontluisterd wordt. Connery speelt dan ook niet de jonge held, maar een grijzende, ongeletterde avonturier, die uiteindelijk niets aan de barbaarse onrechtvaardigheid van zijn wereld heeft kunnen veranderen. En Marian (gespeeld door een nog altijd betoverende Audrey Hepburn) is in het klooster gegaan uit verdriet omdat Robin Hood twintig jaar lang in het Heilig Land ging vechten.
In deze film van Richard Lester (je weet wel, de maker van de Beatle-films) wordt Richard Leeuwenhart ook als een tiran voorgesteld, wat historisch toch enigszins juister schijnt te zijn dan de halve heilige die men er meestal van maakt. Dat dan in contrast met zijn broer John die als een bloeddorstig monster wordt afgeschilderd, maar die tenslotte toch maar de Magna Charta heeft ondertekend, zowat het eerste min of meer democratische document uit de geschiedenis…
Naast Costner, Bergin en Connery hebben uiteraard nog tal van andere acteurs de rol van Robin Hood vertolkt. Zelfs John Cleese was zoals gezegd een unlikely Robin in “Time Bandits”. Of er was Frank Sinatra in de gangsterparodie “Robin and the Seven Hoods”. Bij die “Seven Hoods” andere bekende namen als Dean Martin, Sammy Davis jr., Peter Falk en Bing Crosby.
Een parodie die “iets” verder ging, was “Flesh Gordon”, “an outrageous parody of yesteryear’s superheroes”, zoals de reclameslogan luidde. En die superheroes waren dan de originele Flash Gordon natuurlijk, maar ook King Kong en… Robin Hood, als de lichtelijk nichterige Prince Precious, “rightful heir to the throne of Porno”. Voor een goed begrip: Porno is de planeet waar deze parodie-voor-volwassenen zich afspeelt.
Tot nu toe werd het verhaal immers niet minder dan 35 keer verfilmd. De eerste maal zelfs reeds in 1908. In Engeland uiteraard, waarna er tot 1913 jaarlijks nog een nieuwe versie werd gedraaid, afwisselend in Engeland en in de Verenigde Staten. Zoals het in die tijd wel eens vaker gebeurde, werden de namen van de hoofdvertolkers niet op de generiek vermeld. Het duurde tot 1922 toen Robin eindelijk een “naam” kreeg in de gedaante van niemand minder dan de atletische Douglas Fairbanks.
En dan waren er daarnaast ook nog talrijke televisiereeksen. Zo speelde David Greene (1924-1985) van 1955 tot 1959 onze held in de gelijknamige televisiereeks. Grappig is dat ook de zoon van Sean Connery, Jason, in 1984 eveneens de rol van Robin vertolkte in zo’n tv-serie. Al geven andere bronnen Michael Praed als hoofdrolspeler (**). In 2007 was er op de BBC alweer een nieuwe “Robin Hood”. De regie van deze reeks was in handen van Dominic Minghella, de broer van de ondertussen overleden filmregisseur Anthony Minghella, en de titelrol werd gespeeld door Jonas Armstrong. De komische reeks uit 1975 “When things were rotten” geregisseerd door Marty Feldman, Gene Wilder of Mel Brooks zelf was reeds een aankondiging van deze laatste zijn “Men in tights”.
Ook Italiaanse filmers grepen vijf keer naar deze stof voor een film, waarbij Robin Hood vaak “Capitan Fuoco” (naar de eerste film uit 1960 met Lex Barker) werd genoemd. Ze sprongen echter wel nogal vrij om met het materiaal. Zo draaide Tonino Ricci in 1982 zelfs een… karatefilm (!) rond Robin Hood (“Robin Hood, frecce, fagioli e karate” met Alan Steele). Ik gok dat de populariteit van Robin Hood in Italië samenhangt met de populariteit van de toenmalige communistische partij (PCI). In Frankrijk is deze link zelfs expliciet in het stripmagazine “Vaillant” dat door de PCF werd uitgegeven en waarin een duidelijk politiek geïnspireerde Robin-strip verscheen van de hand van scenarist Jean Ollivier en de tekenaars Lucien Nortier en nadien Martin Sièvre (E.T.Coelho). Of het er iets mee te maken heeft, weet ik niet, maar het duurde alleszins tot de PCF volledig van de kaart was vooraleer er in 2015 een parodie te zien was in de vorm van “Robin des Bois, la véritable histoire” van Anthony Marciano.
De film “The story of Robin Hood and his Merrie Men” van Ken Annakin uit 1952 (met Richard Todd als Robin en Joan Rice als Lady Marian) is het vermelden waard omdat het de enige is die zowaar op de exacte locatie (dus Sherwood Forest nabij Nottingham) werd gedraaid.
Sommige “hineininterpreteerders” zien het succes van deze Robin Hood als een aankondiging van het verzet tegen de imperialistische plannen van de nazi’s. Belangrijker is dat deze interpretatie wijst op het “mythische” karakter van Robin Hood, de sympathieke underdog die het opneemt tegen het establishment.
Mythisch, jawel, want de echte Robin Hood heeft nooit bestaan. In feite was Robin Hood gedurende de hele middeleeuwen in Engeland en Schotland slechts in de tweede plaats de ‘vogelvrijverklaarde’ van de latere verhalen. Voor alles was hij een soort ‘elf’ die afstamde van de oude Keltische en Saksische vruchtbaarheidsgod of vegetatie-godheid, de zogenaamde ‘Groene Man’, terwijl de Robin Hood in de volksverhalen verwisselbaar was met ‘Groene Robin’, ‘Robin van het Groenewoud’, ‘Kameraad Robin’, Shakespeares Puck in Een Midzomernachtsdroom, die tijdens de zomerzonnewende heerst over vruchtbaarheid, seksualiteit en huwelijken. De legende van Robin Hood bood in feite een handige dekmantel voor de vruchtbaarheidsriten van het oude heidendom die weer werden ingevoerd in het in naam christelijke Engeland. De eerste mei was in feite een dag van orgieën. Negen maanden later volgde er overal op de Britse eilanden de jaarlijkse geboortegolf. Uit deze ‘zonen van Robin’ kwamen veel familienamen als Robinson voort. (***)
In zijn studie “Robin Hood. A Complete Study of the English Outlaw” (Blackwell, 1995) komt de auteur met de toepasselijke naam Stephen Knight tot de conclusie dat er in 1296 in Sussex weliswaar wel een man rondliep met die naam, maar dan zonder de verhalen die eraan worden toegedicht. Zijn concurrent, James Holt, weet in 1226 wél een outlaw te situeren, maar die heet dan wel Hobbehod, wat enkel met veel goede wil als een verbastering van Robin Hood kan worden gezien. De “mythe” als zodanig circuleert echter inderdaad reeds in de dertiende eeuw.
Als er al een echt personage heeft bestaan dat in aanmerking komt om de verhalen aan op te hangen, dan is het wellicht de “yeoman” Robert Hood van Yorkshire, die zich aan de kant van de buiten de wet gestelde Thomas van Lancaster had geschaard in diens strijd tegen Edward II. Uiteindelijk zou deze Hood het nog tot kamerdienaar van de koning brengen en in zijn rechten hersteld worden.
In 1438 duikt Robin Hood opnieuw op, merkwaardig genoeg als naam voor een “geheimzinnig” schip dat de haven van Aberdeen aandeed. En in 1473 weet ene Sir John te melden dat zijn knecht “Robin Hood ging spelen”. Blijkbaar was er toen reeds een soort karnavaleske traditie ontstaan, waarbij de heldendaden van Robin Vandenbossche (heet hij bij onze zuiderburen immers niet Robin des Bois?) processiegewijs werden uitgebeeld.
Natuurlijk vond Robin ook zijn weg naar de orale volkscultuur. Met name in 1377, in de tweede editie van het bekende “Piers the Plowman” van William Langland. Daarna was er “The Original Chronicle of Scotland” van Andrew of Wyntoun uit 1420. Rond 1500 verschijnt dan “Lytell Geste of Robin Hood”, waarin alle circulerende verhalen worden samengebracht tot het “canon” van Robins trouw aan het “echte” gezag, zijn schuilplaats in de bossen van Sherwood, zijn vrienden Little John, Will Scathelock (of Scarlett) en Friar Tuck, zijn incognito deelname (en overwinning) aan een wedstrijd boogschieten georganiseerd door zijn vijand, de sheriff van Nottingham enz.
In 1595 verschijnt Robin Hood voor het eerst op de planken, met name in het stuk van Robert Greene “George A-Greene, The Pinner of Wakefield”. Ook de grote Ben Jonson was van plan hem op te voeren in de pastorale “The Sad Shepherd”, maar het stuk bleef onafgewerkt. Maar de belangrijkste stukken over Robin Hood zijn “The Downfall of Robert, Earl of Huntingdon” (1598) en “The Death of Robert, Earl of Huntingdon” (1601) van Anthony Munday (1560-1633). Alhoewel er nooit ene Robin Hood of iemand met een naam die ook maar in de nabijheid komt (ze behoren allemaal tot het geslacht Hastings) Earl of Huntingdon is geweest, laat de huidige (zeventiende) Earl of Huntingdon William Edward Hastings-Bass (°1948) zich met zijn derde en vierde naam toch officieel Robin Hood noemen (****).
In deze stukken van Munday doet ook Lady Marian haar intrede, zodat ook het liefdesthema in al zijn gedaanten kan worden bezongen. Lady Marian is hier een “verdichting” van de historische Lady Matilda Fitzwalter, die inderdaad door Prins John werd lastig gevallen (nadat hij eerst haar vader uit de weg had geruimd) en die hem uiteindelijk ook zal vergiftigen. Merkwaardig is wel dat het verhaal zich afspeelt onder het regime van Richard I en niet van Edward II en dat zij oorspronkelijk Marian heet, waarna ze zich – als ze zich heeft aangesloten bij The Merry Men – Matilda laat noemen, terwijl het natuurlijk precies omgekeerd zou moeten zijn.
Volgens sommige bronnen is de introductie van een dame in het verhaal echter van Franse oorsprong. Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk, ook al vanwege haar naam… In dat geval zou het samengaan van Robin en Marian een merkwaardig gevolg zijn van het pastorale “Jeu de Robin et Marion” van Adam de la Hale, waarbij deze Robin gewoon een herder is, zoals het in een pastorale hoort, die niets te maken heeft met de Engelse Robin Hood. (Omgekeerd figureerde er ook een Marian in de fameuze “morris dances”, die populair werden tijdens het bewind van Hendrik VIII, wat de vermenging nog in de hand werkte.)
Een van de eerste buitenlandse uitgaven van Robins avonturen (of “geesten” zoals dat destijds heette, denk aan het Franse “gestes”) werd overigens in Antwerpen gepubliceerd.
Op het einde van de achttiende eeuw telde men reeds een dozijn stukken over Robin Hood en drie komische opera’s.
In 1819 wordt Robin Hood dan onder de naam Robin van Locksley een nevenpersonage in de fameuze roman “Ivanhoe” van Walter Scott. Gezien het nationalistische klimaat voert Scott ook de tegenstelling tussen Saksen en Normandiërs in.
Zoals gezegd is Robin Hood in “Ivanhoe” slechts een nevenfiguur, zodat de échte cultroman over zijn heldendaden eigenlijk “Maid Marian” is van Thomas Love Peacock in 1822. Zestien jaar later publiceert Pierce Egan het verhaal in feuilletonvorm onder de titel “Robin Hood and Little John or the Merry Men of Sherwood Forest”. In het Frans zou dit verhaal verschijnen als “Le Prince des Voleurs” en over “voleurs” gesproken: vertaler Alexandre Dumas zet er gewoon zijn eigen naam als auteur onder.
In de negentiende eeuw werd – geheel conform de romantische tijdsgeest – overigens de notie ingevoerd dat Robin eigenlijk toch wel van adellijke afkomst was en het verhaal eindigt dan ook met het herstel van zijn rechten. En zo komt de groene rebel uiteindelijk toch nog “goed terecht”…
Robin Hood is ook een graag gezien personage in animatiefilms. Typisch voor het genre is echter dat hij meestal als een dier ten tonele wordt gevoerd. Zo is hij een soort Reinaert de Vos in de bekendste animatiefilm, namelijk die van Wolfgang Reitherman uit de Disneystudio’s in 1973.
John Hubley had in 1948 Robin reeds als een vos afgebeeld in “Robin Hoodlum”, een aflevering uit de serie “The Fox and the Crow” (UPA). In dit geval was de kraai dan uiteraard de sheriff van Nottingham.
Omgekeerd worden twee eekhoorns die Robin Hood spelen te grazen genomen door een vos die zich als Lady Marian heeft vermomd in “Robin Hood makes good” (Warner, 1939). Een derde kan echter ontsnappen en houdt zo toch de traditie overeind.
Vele jaren eerder, met name in 1958, had Walt Disney al eens een (korte) tekenfilm gewijd aan Robin Hood, waarbij deze de edele trekken van Daffy Duck kreeg aangemeten!
Datzelfde jaar hadden Tom en Jerry reeds een kat-en-muis spelletje gespeeld met onze held in “Robin Hoodwinked” (MGM), maar ze waren daarmee niet de eersten, want Herman en Katnip waren hen in “Robin Rodenthood” (Paramount, 1955) reeds voorafgegaan.
Omgekeerd was Robin wel een kat in “Bop’in Hood” (Paramount, 1961).
De woordspeling “Robin Hood Winked” vinden we ook nog terug bij een Popeye-filmpje uit 1948 en een Noveltoon uit 1967.
Ook Woody Woodpecker mag natuurlijk niet ontbreken in het lijstje van belangrijke Robin-incarnaties (“Robin Hoody Woody” uit 1963), evenmin als Bugs Bunny, al treedt in “Rabbit Hood” (1949) Robin Hood als dusdanig niet op, tenzij in een kort fragment uit de film met Errol Flynn.
Alleen in de allervroegste “Terrytoons”, met name “Robin Hood” uit 1933 en “Robin Hood in an arrow escape” (let op de woordspeling) uit 1936 wordt onze groene rebel als een mens uitgebeeld. Tussendoor was er in 1934 ook nog “Robin Hood jr.” van de fameuze Ub Iwerks in zijn Willie Whopper-reeks (over een jongetje met een levendige verbeelding).
In de niet-bewegende animatie (de strip met andere woorden) komt Robin er een beetje beter van af, al start het wel met een komische aflevering uit juli 1933 van “Dickie Dare” van Milton Caniff.
Twee jaar later probeert Charles Flanders (later de tekenaar van The Lone Ranger) een serieuze aanpak, maar de reeks zal maar drie maanden lopen. Meer succes was er weggelegd voor “Robin Hood” (tekenaar Frank Bellamy en scenarist Clifford Makins, 1955), “Robin Hood and his merry men” (Charlton Comics, 1956) en “Robin Hood Tales” (National Periodical, 1958), die vrij getrouw het “echte” verhaal volgen, dit in tegenstelling tot de Canadese reeks “Robin Hood and Company” van scenarist Ted McCall en tekenaar Charels R.Snelgrove, waarbij Robin o.a. de Vikings moet bekampen!
In 1936 moet Robin dan weer spitsroeden lopen als niemand minder dan Mickey Mouse zijn bossen binnendringt. Voor de gelegenheid is Lady Marian vervangen door ene Maid Minerva, die er verdorie toch wel uitziet als Minnie Mouse zeker, zodat Mickey natuurlijk prompt verliefd wordt en zich de woede van Robin en zijn eerder Angry dan Merry Men op de hals haalt.
Als Robin Hood al menselijke trekjes heeft, dan valt het op hoezeer de tekenaars zich op Douglas Fairbanks inspireren. Alleen Alex Raymond voert overduidelijk Errol Flynn op in een aflevering van Flash Gordon, namelijk in de gedaante van ene koning Barin, die op een Robin Hood-achtige manier oppositie voert tegen de wrede keizer Ming op de planeet Mongo. (Er is natuurlijk ook nog “Robin des Bois” van Calvo, uitgegeven in Parijs in 1939, maar dit wil expliciet een stripversie van de Errol Flynn-film zijn.)
Het geniale duo Johnny Hart en Brant Parker voeren ook een luie en verwaande Robin ten tonele in hun “Wizard of Id” (vanaf 1964). Ook het Belgische duo Turk & De Groot hebben een Robin-parodie getekend in “Tintin” (Kuifje, 1968), namelijk “Robin Dubois”. In zo’n geval kan concurrent “Spirou” (Robbedoes) natuurlijk niet achterblijven, zodat reeds in 1969 “Robin des Foies” verscheen van de bekende Claire Bretécher (tot 1971).
En natuurlijk refereren ook de naam en de kledij van de helper van Batman (vanaf 1939) aan onze held…

Ronny De Schepper, Robin Hood: van groene rebel tot verongelijkt edelman, Dagelijks iets degelijks, 11 mei 2003
(op basis van Jean-Claude Glasser en The Internet Movie Database)

(*) Deze ingreep is ongetwijfeld ingegeven door de hetze van de “political correctness” die in die jaren (en nu nog steeds) de filmindustrie in zijn macht heeft. Toch dient opgemerkt dat er zélfs aan de Ronde Tafel van Koning Arthur reeds een zwarte ridder zat, Moriaen. De naam is uiteraard een toespeling op zijn Moorse afkomst.
(**) Kristel Vastenavont bracht “een kleine correctie hierop aan: Michael Praed is inderdaad de originele hoofdrolspeler (Robin of Loxley) in de serie Robin of Sherwood. Toen die er na twee seizoenen mee ophield om zijn geluk op Broadway te gaan zoeken, werd Jason Connery ingehuurd om hem (als Robert of Huntingdon deze keer) te vervangen. Het derde seizoen had echter nooit het succes van de twee vorige, al lag dat waarschijnlijk niet alleen aan Connery alleen.”
(***) M.Baigent & R.Leigh, De tempel en de loge, p.130-131.
(****) Deze fictieve lijn van afstamming wordt dan verdergezet door Ralph Gilbert Bettison, wiens verhaal als basis diende voor het scenario van George Bruce voor de film “Rogues of Sherwood Forest” van Gordon Douglas (1950). Hierin wordt de hoofdrol immers vertolkt door Robin, the Earl of Huntingdon (rol vertolkt door John Derek), de zoon van de “echte” Robin Hood. Ook hij wordt door King John (George Macready) tot de galg veroordeeld en ook hij ontsnapt dankzij de medewerking van een Lady Marianne, de pupil van de koning (rol van Diana Lynn). Waarna Robin de bende van zijn vader opnieuw verzamelt om King John te bestrijden. Dat moeten dan wel al fikse oude knarren geworden zijn, maar ja, in Hollywood steekt dat allemaal niet zo nauw…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen. logo

Je reageert onder je account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.