215 jaar geleden schilderde de Spaanse schilder Francisco Goya (1746-1828) “El Tres de Mayo”, symbool van de opstand van het Spaanse volk tegen de troepen van Napoleon. Men kan het gaan bezichtigen in het Museo del Prado, Madrid.

Eigenlijk schilderde hij het pas op 31 december 1813, maar zoals de titel aangeeft, gaat het terug op gebeurtenissen die zich afspelen op de 3de mei van vijf jaar eerder.

Francisco José De Goya y Lucientes werd geboren in Fuendetodos in de provincie Zaragoza, maar verbleef later voornamelijk in Madrid. Aan het jezuïetencollege van Zaragoza werd zijn talent opgemerkt door Pignatelli, een priester afkomstig uit de Italiaanse adel. Die stelde voor dat hij in de leer zou gaan bij José Luzán y Martinez, een van de belangrijkste plaatselijke kunstenaars. Zijn vader had connecties in artistieke kringen en kreeg dit voor elkaar toen Francisco 14 jaar was. Goya zou zich er later over beklagen dat de lessen voornamelijk bestonden uit het kopiëren van gravures van werken van bekende artiesten. Later mocht hij klassieke beelden tekenen. In het streng-katholieke Spanje waren levende naaktmodellen verboden. Daar zou hij later tegen in opstand komen met zijn naakte Maja (La Maja desnuda). Het feit dat de naakte vrouw geen Griekse godin of een andere mythologische figuur is, terwijl ze bovendien de beschouwer recht aankijkt, was bijzonder schokkend voor die periode. Goya moest vanwege deze schilderijen voor de Spaanse Inquisitie verschijnen.

De Spaanse Inquisitie was in die tijd machtig en bemoeide zich ook met Goya’s werk. Goya maakte naast de schilderijen van hoge geestelijken ook etsen die hij in grote oplagen drukte en die verhandeld werden in vele steden, ook buiten Spanje. Onder andere in zijn serie etsen Los Caprichos liet hij zijn afschuw zien voor de corrupte heerschappij van met name de Kerk, waar hij niettemin veel voor werkte.

We spreken dan over de eeuwwisseling, maar Goya had in de jaren 1780 al enige faam en rijkdom verworven dankzij zijn lidmaatschap van de Real Academia de Bellas Artes de San Fernando. Vanaf dan nam zijn carrière een verdere hoge vlucht dankzij zijn benoemingen aan het Spaanse koninklijke hof. In de zomer van 1786 benoemde Karel III van Spanje hem tot “schilder van de koning”, de tweede positie na de officiële hofschilder. Hij kreeg de opdracht voor een reeks tapijten en produceerde zes bijzondere werken: LenteZomerHerfstWinterDe Gewonde Metselaar en De Armen Bij De Fontein. Na de dood van Karel III in 1788 benoemde diens opvolger Karel IV van Spanje hem in april 1789 tot hofschilder. Hij bleef die positie behouden tijdens de woelige jaren van de Napoleontische oorlogen en de Franse bezetting, ook onder Ferdinand VII van Spanje toen die na de nederlaag van Napoleon zijn troon terug in bezit nam.

Nadat het leger van Napoleon Spanje bezette, trok hij zich terug in zijn Quinta del Sordo (De villa van de dove). Ook de bloedige Napoleontische invasie vanaf 1808 is terug te zien in de werken van Goya: van 1810-1814 maakte hij een serie etsen, onder de titel Los desastres de la guerra (De gruwelen van de oorlog), waarin hij de gruwelen weergaf die aan beide kanten werden begaan.
Na het vertrek van de Fransen, die tevergeefs hadden getracht de verworvenheden van hun revolutie te exporteren, kwam het repressieve Spaanse koninklijke regime weer terug. Hij keerde zich daarvan af, ging in Frankrijk in vrijwillige ballingschap en stierf uiteindelijk in Bordeaux. In 1901 werd zijn stoffelijk overschot naar Spanje overgebracht, waarna het in 1919 werd bijgezet in de Ermita de San Antonio de la Florida, een kerk even buiten het centrum van Madrid, waarvan Goya de koepel van fresco’s had voorzien.

Het werk van Francisco Goya behoort qua stijl bij de romantiek, maar hij werd tevens beïnvloed door het Verlichtingsdenken. In een toespraak voor de Real Academia de Bellas Artes de San Fernando in 1792 suggereerde hij dat studenten hun kunstenaarstalent vrij moesten kunnen ontwikkelen, en inspiratie moesten kunnen zoeken bij meesters van hun eigen voorkeur eerder dan de doctrines van het neoclassicisme te moeten aanhangen. Zelf beweerde hij dat zijn meesters VelázquezRembrandt en de natuur waren, maar zijn werk is moeilijk in hokjes onder te brengen en zijn stijlverscheidenheid is opmerkelijk.

De invloed van Goya op latere kunstenaars is van belang omdat zijn kunst de tradities van destijds ondermijnde. Zowel qua gedachtegoed als qua techniek wees hij de weg naar het realisme en het impressionisme zoals die later zouden worden ontwikkeld door Gustave CourbetÉdouard ManetVincent van GoghPaul Cézanne en Pierre-Auguste Renoir. Hij liep zelfs vooruit richting het expressionisme en het surrealisme. Door de werken uit zijn latere periode wordt Goya wel gezien als een voorloper van de moderne kunst.

De bijzondere stijl waarin hij aan het eind van zijn leven schilderde, was grotendeels te wijten aan zijn steeds erger wordende slechthorigheid en aan zijn depressies. Die stijl wordt vaak apart benoemd: de benaming Zwarte Schilderijen slaat niet alleen op de kleurloosheid van veertien oorspronkelijk als muurschilderingen opgevatte werken uit die tijd maar eveneens op de duistere en soms wrede onderwerpen zoals Saturnus die zijn zoon verslindt en Twee mannen die vechten met een stok. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.