Met wielertoeristen of met het fenomeen voel ik geen affiniteit. Ondanks het feit dat enkele schoonbroers fervente pedaaltrappers zijn, jawel in zo’n georganiseerde bende die op zondagochtend fietspaden, straten en jaagpaden terroriseren. Evenmin betoon ik enige interesse voor de wielersport, dat evenement waar een groep getrainde knapen of dames zich groepsgewijs van punt A naar punt B trachten te begeven op een tweewielig voertuig. In de hoop dat hij of zij als eerste dat lokkend punt B zal bereiken. Voor de eer, de roem in de vorm van een trui in een of andere kleur, voor de kick allicht ook, en misschien zelfs voor de centen.

Dat alles rijkelijk gesponsord vermits het gebeuren gretig aanschouwd wordt door publiek dat hun gekozen idool een seconde lang wil zien voorbijflitsen, maar vooral de massa die het gedoe urenlang aanschouwt op het televisiescherm. Niet aan mij besteed dus. Wel eiste de fiets zelf ooit zijn plaats op in mijn leven. Niet deze van de wedstrijden. In ons gezin beperkte de interesse zich tot de dagelijkse cartoon van Buth in dagblad Het Volk naar aanleiding van de Tour, met Thomas Pips. Daar zat steeds een muisje in verstopt, het zoeken en als eerste vinden was iedere ochtend een erezaak. En het besef van het bestaan van de Tour triggerde mij, in mijn nog heel jonge onschuld, aan de slag te gaan met plastic rennertjes en zo, met behulp van dobbelstenen, wedstrijden te ensceneren – een toen bekende vrijetijdsbesteding. Ik kon het op het strand van Heist aan Zee doen waar ik bergen, ‘cols’, kon bouwen… Dat mijn ‘coureurs’ naamloos bleven bij gebrek aan enige reële interesse in de sport kon me niet deren.

Over de echte fiets wou ik het hebben, het vehikel dat mij jarenlang mits enige inspanning mijnerzijds naar door mij gekozen bestemmingen bracht. Hij dook pas vrij laat in mijn leven op, een kinderfietsje bezat ik niet. Mijn eerste vervoermiddel – ik laat de kinderkoets, de buggy en een trapautootje hors concours – was een autoped die mij recreatief ten dienste stond maar mij ook richting lagere school voerde jarenlang. Tot zij het begaf, de stuurstang tijdens een wilde rit begaf, mij onzacht met de kin op het voetpad liet belanden: getuige een putje, niet in de steen maar in mijn kinnebakkes, nog steeds, nu verstopt onder een weelderige baardgroei. Een autoped, geschenk van mijn peter. Daar werd ik te oud voor, dus schonk de man mij op de dag van mijn plechtige communie een zilverkleurige fiets. Groot genoeg om gedurende mijn puberteit dienst te blijven doen. Niet het fietsje zoals beschreven in het nonsensicale gedichtje waarmee mijn broer telkens zoveel bijval oogstte op de vele familiefeesten wanneer hij als een wat debiel schuchter ventje trots zijn vehikel beschreef als bezittende twee wielen, een stuur en nog een en ander met als kers op de taart: een heuse bel!

Als transportmiddel naar de, inmiddels middelbare, school zou die fiets geen dienstdoen. Noodgedwongen bezocht ik een ander instituut dan dit dat mij gedurende zes jaren de knepen van optellen en aftrekken, van het abc, van de noord- en zuidpool en wat zich daartussen bevond, van de strapatsen van Caesar tot deze van de Hertog van Alva had onderwezen. Het bood immers de optie klassieke talen niet aan en mijn persoontje, of vermoedelijk mijn verwekkers, werden gestimuleerd mij te laten onderrichten in de geneugten van talen uit de oertijd. Niet dat ik het me beklaag, Latijn en Grieks… ik breek graag een lans. Dat ik me naar deze eerbiedwaardige school te voet verplaatste had vermoedelijk als voornaamste reden het feit dat de route liep via een toen reeds drukke (en niet brede) uitvalsweg. Niet bepaald onthaalvriendelijk voor peddelende individuen, zoals ik trouwens later heel letterlijk aan den lijve zou ervaren. De fiets was derhalve voorbestemd of gedoemd tot het domein van de recreatie. Hij heeft daar nooit tegen geprotesteerd…

De eerste uitstappen waren bescheiden en voerden me tot een naburig dorp dat in 1977, het jaar van de fusies, zou opgeslokt worden door mijn geboortestad en eeuwige woonplaats. Een rit langs velden en bossen, boerenhoven en (het mestplan was nog niet uitgevonden) vaak onwelriekende akkers, met als eindbestemming de navel van alle dorpen, de Dries. Ondanks het geringe aantal kilometers waren mijn ongetrainde benen aan een pauze toe, en hunkerde mijn bezwete magere 12-jarige tors naar een verfrissing. Waar die beter te vinden dan in het dorpscafé waarvan de naam me bekend in de oren klonk. De pleisterplaats (één der vele) van mijn verwekker op zijn ronden in het Waasland, ooit als controleur, later als vertegenwoordiger. Zelfs de naam van de gulhartige bazin was me niet vreemd. Was het dit vertrouwde dat me niet alleen mijn drempelvrees liet overwinnen maar me zelfs aanspoorde me te identificeren als zijnde ‘de zoon van..’. Wat niet alleen bij de rondborstige uitbaatster maar ook bij de vier of vijf aanwezige professionele drinkebroers enthousiaste kreten van herkenning ontlokte. De reputatie van papa, het gaf te denken… 

Al vlug breidde ik mijn territorium uit en werd de afstand naar de meest nabije stad, Lokeren, een uitdaging voor mijn kuiten. Er was een reden: mijn broer liep er stage als banketbakker in een zaak op de markt. Daar kon ik halthouden, hem met een bezoek eren en ‘en passant’ een zoetigheid voor het thuisfront in mijn fietszakken meesmokkelen. Nu ik van de weidsheid van het bestaan geproefd had zou het er niet bij blijven, ik wou de wereld verkennen. Het buitenland lokte. Gelukkig voor mijn fysische capaciteiten bevond een stad die buiten onze landsgrenzen viel zich op nauwelijks twintig kilometer van mijn startplaats, een zelfs voor mijn niet zo afgetraind corpus behapbare afstand. Hulst, waar mijn stadsgenoten graag mochten winkelen want allerlei producten bleken aan de andere kant van de grens beduidend goedkoper, en bovendien is het buitenland hoe dan ook een beetje exotisch – de AH had zich in die tijden nog niet in onze contreien neergevlijd, alleen een snoepconsortium als Jamin had de stap van Oranje naar Vlaanderen gewaagd en bood zijn zoetigheden aan in ons Koopcentrum. Op koopjesjacht ging ik niet. De weg erheen – en terug – dat was het doel; de filosofie van het rijden, van de beweging. En van het mediteren terwijl de banden zoefzoefden, de zon brandde, het groen en goudgeel links en rechts aan mijn blik voorbijgleed, mijn gedachten de meest grillige sprongen maakten. Dat het stadje mij even verpozing bood met een rustige omwalling terwijl mijn landgenoten het centrum overspoelden, was meegenomen. 

Een fraaie uitstap. Maar veertig kilometer in de brandende zon, onbeschut. Het bleek niet steeds zo verstandig. Zo werd ik geveld door een hitteslag, die me van de fiets in de armen van een dokter en onder een koude douche liet belanden… Zodat ik besloot mijn filosofische gedachten betreffende Plato, het kosmisch bewustzijn van de foetus, en het magisch-realisme dichter bij huis op mijn geest los te laten. De perfecte spot vond ik op de grens met een ander dorp, midden de woeste natuur, omgeven door bossen, en voorzien van de poëtische naam ‘De Mierennest’. Hoeveel uren ik daar solitair, mediterend, schrijvend doorbracht… de fiets was eventjes gereduceerd tot louter middel om mij te brengen. Ik vlijde mij in het gras of was soms actiever en opteerde voor de peripatetische school. Edoch tenslotte werd mijn eenzaam bestaan daar verstoord. Mijn leven nam een keer. Er doken enkele leeftijdgenoten op, vaag bekend, en plots ontstond een vriendengroepje dat zich zowaar onledig zou houden met… jawel fietsen. Op en af het heuveltje van de Mierennest, door de bossen – niet dat we over mountainbikes beschikten, of dat begrip ons zelfs bekend in de oren klonk. Het waren onze arme stadsfietsjes die afgejakkerd werden, die het hard te verduren kregen die lange hete zomer.

Hij zal dan wel een zucht op opluchting geslaakt hebben toen hij daarna definitief naar een rustig bestaan, een soort prepensioen, werd geleid. Beland bij een schoolgerelateerd vriendengroepje zou hij nog slechts dienstig zijn om mij naar hun respectievelijke woningen te brengen. Weinig avontuurlijk. Behalve die ene keer toen ik op die hogergenoemde drukke doorgangsstraat door een vrachtwagen met oplegger van mijn sokken en van mijn fiets gereden werd. Materiële en lichamelijke schade. Veroorzaakt door een garagist die dat grote monster dat hij net verkocht had eens wou uittesten… Mij bovendien de schuld gaf zodat we bij de rechtbank belandden waar hij, naar zijn snelheid gevraagd, zei dat hij mooi de toegelaten 40 km/u reed; zijn argumentatie was dat niet hij tegen mij maar ik tegen hem was aangereden. Zodat de rechter mij heel sarcastisch adviseerde een carrière als beroepsrenner te overwegen indien ik zo flitsend door het verkeer vloog. De uitspraak was duidelijk… Natuurlijk was in de loop van hierboven beschreven parcours mijn jongensfiets ingeruild voor een volwassener exemplaar, voordelig aangeschaft bij een groothandel; papa had op alle putten vis, en tussen pot en pint…

Na de middelbare school kwam er stof te liggen op de vriendschapsbanden – ieder ging een andere richting uit – en op mijn fiets. Pas toen ik gehuwd en wel, en twee jaren werkzaam was in de stedelijke bibliotheek, mocht hij het daglicht nog aanschouwen. Om mij naar de boekentempel te voeren en vooral van het hoofdkwartier naar de filialen in de buitenwijken waar ik vaak ’s avonds en in het weekend de dienst uitmaakte. Maar daarna werd hij dan ook definitief op een zijspoor gezet, uitgerangeerd, bedankt voor bewezen diensten. Sic transit gloria mundi. En ondank is ’s werelds loon… Nu zit ik stom, met verdwaasde blik, alle heldenverhalen te beluisteren die mijn schoonbroers elkaar om de oren slingeren. Wielertoeristen, fanatiek, elk in zijn eigen clubje, en ieder fietst ieder weekend meer kilometers dan de ander. Elk is een Merckx in het diepst van zijn gedachten. Ik durf het hen niet bekennen: ik begrijp nog steeds niet waarvoor een verzet nu in feite nuttig is. Een heerlijk gat in mijn kennis, ik geniet er van. 

Johan de Belie    

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.