Het is vandaag 155 jaar geleden dat “Roméo et Juliette”, de opera van Charles Gounod, werd gecreëerd. Ikzelf zag hem op televisie in de versie met het toenmalige droomkoppel Roberto Alagna-Angela Gheorghiu in de hoofdrol (zie bovenstaande foto), maar ik heb ook een voorstelling bijgewoond in de Vlaamse Opera.

En u wil natuurlijk weten wie daar de hoofdrollen vertolkten. In de opera was dat tot nu toe altijd nogal problematisch, maar sedert “Madama Butterfly” weten we dat men in Gent voor een vijftienjarig meisje alvast geen Bianca Castafiore uit de kast haalt. Deze keer werd de rol vertolkt door de Amerikaanse Mary Mills, die ik reeds uitgebreid aan de lezers van Het Laatste Nieuws had voorgesteld naar aanleiding van het nieuwjaarsconcert dat ze echter wegens ziekte uiteindelijk niet heeft gezongen, maar u kent ze uiteraard nog van “La Bohème”. Romeo van zijn kant werd gestalte gegeven door haar landgenoot Gran Wilson, die de rol o.a. reeds in New York heeft vertolkt. Viel Mills mij nu enigszins tegen (in tegenstelling tot in “La Bohème”), dan was dit nog veel meer het geval met Wilson, die helemaal in de oubollige traditie zijn aria’s de zaal inbrulde en bijna nooit oogcontact zocht met zijn medespelers, zelfs niet met “zijn” Julia (hij bleek wel een noodoplossing te zijn: Gregory Kunde was voorzien, maar door ziekte moest men een beroep doen op één van de weinige tenoren die deze rol op zijn repertoire heeft staan).
In de versie van Gounod is de ommekeer van de jongelui nog onwaarschijnlijker dan bij Shakespeare (Julia zingt in de beroemde aria “Je veux vivre dans ce rêve” nog eens uitdrukkelijk dat ze nog niet aan trouwen denkt en nog geen vijf minuten later is het al prijs) en als er dan niet hartstochtelijk wordt gevrijd, zoals bij Zeffirelli, als er m.a.w. geen zinnelijke vonk ontspringt, dan wordt het verhaal toch wel erg ongeloofwaardig (anderzijds moet ik toegeven dat Gounod wél een oplossing heeft voor het snelle huwelijk van Julia met Paris: het is de laatste wens van Tybalt, die hiermee Romeo de pas wil afsnijden). Dat alles heeft natuurlijk ook te maken met de vreselijk saaie regie van de Fransman Nicolas Joël, die dit ook al in Covent Garden had gedaan. Dat maakte dat ik het laatste gedeelte niet in de zaal heb bijgewoond, maar wel op de radio heb gehoord, waarbij het voor de zoveelste maal opviel hoeveel verschil dat uitmaakt (Mills was goed en zelfs Wilson was aanvaardbaar). Het orkest werd geleid door de Fransman Cyril Diederich. In kleinere rollen herkenden we weer een paar Belgen zoals Mireille Capelle (de voedster), Chris De Moor (Frère Laurent) en Piet Vansichen (de hertog van Verona).

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.