Today it’s exactly 630 years ago that Geoffrey Chaucer told his Canterbury Tales for the first time at the court of Richard II. Chaucer scholars have also identified this date (in 1387) as the start of the book’s pilgrimage to Canterbury.

Rond 1340 werd Geoffrey Chaucer geboren als zoon van rijke handelaars. Hijzelf werd een page in een hoog-adellijk huishouden. Zo verkreeg hij de steun van John of Gaunt, de hertog van Lancaster, één van de hoofdrolspelers in de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Voor hem reisde Chaucer dan ook naar Frankrijk en Italië, waar hij kennis maakte met het werk van Dante en Boccaccio. Vooral de “Decamerone” van deze laatste stond hem zodanig aan dat hij in de “Canterbury Tales” ook zo’n raamvertelling te boek stelde. Zijn uitgangspunt, een pelgrimstocht naar Canterbury (naar het graf van Thomas Becket), deed hij zelf ook in 1388. Dat dertig pelgrims elk twee verhalen vertellen (één op de heenreis en één op de terugreis) zal allicht wel aan zijn eigen fantasie ontsproten zijn. Het plan bleef echter onafgewerkt. Toch laat hij met dit boek een schitterende doorsnede van de Engelse maatschappij in de veertiende eeuw na. Zowel hogere als lagere klassen, jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, leken en geestelijken, gestudeerden en analfabeten, ze passeren allemaal de revue. In de Tabbard Inn in Canterbury werden de bekendste figuren overigens met toeristische doeleinden opnieuw gecreëerd.

Frank Cools, die we vooral kennen als Brel-vertolker, bracht in 1992 in de kelder der paters Augustijnen (Academiestraat, Gent) Geoffrey Chaucers “Canterbury Tales” in een regie van Stan Milbou en een decor van Bob Snijers. Frank Cools, ook bekend van “De getemde feeks” en de “Decamerone”, hield zich te strak aan de weliswaar voortreffelijke vertaling van Adriaan Jacob Barnouw uit 1930 om als verteller levendig over te komen. Ook de keuze van de drie verhalen was een beetje onevenwichtig. De vertellingen van de meier (over de kus op het achterste, die volgens de bedrogen timmerman tot de zondvloed leidde, cfr.Pasolini) of van de molenaar (over zijn bedrogen collega) waren o.k., maar de fabel à la de la Fontaine over de vos en de haan miste een pointe. Cools is ook een “kleinkunstenaar” en daarom verblijdde (?) hij ons ook met enkele liederen, waarin duidelijk de invloed van Leen Persijn was te horen, ook al kreeg ene Didier François de credits. De ode op het geslachtsorgaan heeft wel “hitpotenties” in een bepaalde context.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.