Raymond Thielens signaleert me dat Gary Brooker, de Engelse zanger en pianist, vooral bekend als componist van “A whiter shade of pale” (foto: Stefan Brending via Wikipedia), zaterdag is overleden aan de gevolgen van kanker. Een verrassing was het niet echt, want mijn artikel t.g.v. zijn 75ste verjaardag stond in de top tien van de meest gelezen artikels op mijn blog en dan kan je al vermoeden dat er iets gebeurd was…

Born in Hackney Hospital, East London, Brooker grew up in Hackney before the family moved out to Middlesex (Bush Hill Park and then to nearby Edmonton). His father Harry Brooker was a professional musician, playing pedal steel guitar with Felix Mendelssohn’s Hawaiian Serenaders, and as a child Brooker learned to play pianocornet and trombone.

His father died of a heart attack when Gary was 11 years old, forcing his mother to work in order to make ends meet, while Brooker himself took on a paper-round. When he left school, he went on to Southend Municipal College to study zoology and botany but dropped out to become a professional musician.

Brooker founded The Paramounts in 1962 with his guitarist friend Robin Trower. Zij sloten in 1963 een contract af bij Parlophone en brachten de single “Poison Ivy” uit, die een gematigd succes was in Groot-Brittannië. Zij konden dit succes echter niet vasthouden en de band viel in 1966 uiteen. Brooker ging werken als liedjesschrijver en kwam hierbij in aanraking met tekstschrijver Keith Reid, met wie hij een aantal nummers schreef. Om deze nummers uit te voeren, werd een nieuwe band opgericht, ‘Pinewoods’ geheten, met daarin naast Brooker onder anderen organist Matthew Fisher en bassist Dave Knights. Met deze band werd het nummer “A Whiter Shade of Pale” opgenomen. Nog voordat dit nummer uitkwam, werd de naam van de band veranderd in ‘Procol Harum’. Het was hun manager die het idee kreeg om de band naar de kat van een vriend te noemen.

“A Whiter Shade of Pale” werd een enorm succes en is een van de weinige nummers die tot twee keer toe de nummer 1-positie in de hitparade behaalden. Het nummer wordt algemeen beschouwd als een van de grootste popklassiekers. Voor de melodie werd er gebruikgemaakt van (een deel van) Bachs “Ouverture nr. 3 in D, BWV 1068“. De samenstelling van de band werd gewijzigd door twee leden te vervangen door oud-Paramounts Robin Trower (gitaar) en B.J. Wilson (drums). Een eerste album werd opgenomen, eenvoudig Procol Harum geheten.

Zelf vind ik “A Whiter Shade of Pale” één van de beste nummers aller tijden. Het zal mij ook altijd bijblijven dat het weerklonk uit het grootwarenhuis dat we met de lijkstoet van mijn grootmoeder passeerden op weg naar de kerk in Temse. Enkele jaren later vormden we met de Blommenkinders een gelegenheidspopgroep voor een diafilm, gedraaid door Erik Westerlinck. Als lid van die popgroep moest ik op een bepaald moment een orgel bespelen en het enige orgel dat we kenden was het kerkorgel vna de Christus-Koningkerk. Dus vroegen en kregen we de toelating om in de kerk enkele opnames te maken. Eigenlijk doet het wat denken aan die scène in “The Commitments”, waarbij de pianist ook op een bepaald moment aan het kerkorgel zit en daar de fameuze intro van “A whiter shade of pale” improviseert. Dat kon ikzelf niet, al heb ik ook dààrover wel een verhaal.

Met meer acne dan Josse De Pauw in “Crazy love”…

Dat was namelijk in de tijd dat collegeleerlingen jaarlijks nog “op retraite” moesten. En in onze klas zat er een jongen die wél orgel kon spelen, namelijk Jan Van Laere. Jan was wel een beetje wereldvreemd wat muziek betreft, want zijn grote idool was Franz Lehar, een componist, waarmee ik nu, op zeventigjarige leeftijd, ook wel dweep, maar in de jaren zestig kon die mij (en de rest van de klas) gestolen worden natuurlijk. Maar zelfs Jan Van Laere had dus blijkbaar iets opgevangen van het immense succes van “A whiter shade of pale”. En toen hij verzocht werd om tijdens de retraite de dagelijkse mis op te luisteren op het orgel, vroeg hij me om hem de orgel-intro voor te zingen zodat hij zijn medeleerlingen tijdens de mis even kon verrassen met een muziekkeuze die we van hem niet gewoon waren. En zo is het ook gegaan. Het blijft een van mijn fijnste jeugdherinneringen.

Toen overigens Paul McCartney het nummer voor het eerst hoorde, dacht hij (en al zijn tafelgenoten) dat de orgelist ook de zanger was. En wie zou dat dan wel kunnen zijn? Iedereen gokte op Stevie Winwood. Dat gebeurde op de avond dat Paul voor het eerst Linda Eastman heeft ontmoet en zij vertelt dan ook het verhaal in het boek “Many Years From Now”, geschreven door Barry Miles: “I remember everybody at the table heard A Whiter Shade Of Pale that night for the first time and we all thought, Who is that? Stevie Winwood? We all said Stevie. The minute that record came out, you just knew you loved it.”

“A whiter shade of pale” gaf ook de kans aan ene Raymond van het Groenewoud om orgel te spelen bij de Antwerpse balgroep St.-James: “Dankzij Procol Harum en A whiter shade of pale! Dan wilden al die gitaargroepjes plotseling ook iemand hebben die orgel kon spelen.”

De andere Blommenkinders waren echter minder enthousiast en op onze eigen hitparade ging het nummer niet hoger dan de zevende plaats. Etienne Van Damme gaf zelfs de voorkeur aan de B-zijde, “Lime Street Blues”. Daar staat echter tegenover dat hij het was die Procol Harums tweede single, “Homburg”, aanschafte die weliswaar iets minder succes had dan de voorganger, maar wel weer de eerste plaats behaalde in de hitparade. Ook voor Gary Brooker zelf was 1968 een uiterst geslaagd jaar. In July 1968 he married Françoise Riedo (“Franky”), a Swiss au pair, whom he met circa 1965. Ze zouden samen blijven tot zijn dood. The couple have no children.

Op de volgende albums, Shine on Brightly en A Salty Dog werd de op het eerste album ingeslagen weg verder gevolgd, steeds met compositorische bijdragen van Brooker, Fisher en Trower. Daarna verliet Matthew Fisher de band om te worden vervangen door Chris Copping, waarmee alle oud-leden van de Paramounts weer herenigd waren. In deze bezetting werd het album Home opgenomen, min of meer een conceptalbum rond het thema de dood. Na het volgende album, Broken Barricades uit 1971, verliet ook Trower de groep. Hiermee bleef Brooker als enige componist over.

In de jaren zeventig bleef Procol Harum populair. De band ging ondanks een constant wijzigende bezetting door met het maken van muziek. Zij waren een van de eerste groepen die succes hadden met een symfonieorkest. Zo wordt in november 1971 een zeer succesvol live album opgenomen Live in Concert With the Edmonton Symphony Orchestra waarbij Robin Trower is vervangen door David Ball. Tevens heeft bassist Alan Cartwright zich dan bij de groep gevoegd. Saillant detail is dat alle bandleden inmiddels in loondienst zijn van Brooker en Reid.

In 1973 wordt het album Grand Hotel opgenomen en uitgebracht. Reeds tijdens de opnames van dit album verlaat David Ball de groep en wordt vervangen door gitarist Mick Grabham, afkomstig van de groep ‘Cochise’. Ook de fotosessie voor de klaphoes van Grand Hotel is al achter de rug als Mick Grabham zich bij de groep voegt. Om de fotosessie niet opnieuw te hoeven doen, wordt bij de reeds gemaakte foto’s het hoofd van Mick Grabham op het onderlichaam van David Ball gemonteerd. Grand Hotel mag wel worden beschouwd als het meest symfonische album dat de groep tot dan toe heeft uitgebracht. De lp ging vergezeld van een los boekje met liedteksten, dat bovendien was voorzien van tekeningen van kunstenaar Spencer Zahn. Volgens sommigen is Grand Hotel een conceptalbum, maar voor zover bekend is daar door Brooker en Reid nooit zekerheid over verstrekt. Op “Fires (Which Burnt Brightly)” van het genoemde album is gastvocaliste Christiane Legrand van de a-capellagroep The Swingle Singers te horen. Het majestueuze titelnummer van Grand Hotel wordt een bescheiden hit. 

In 1974 wordt er opnieuw een album opgenomen in dezelfde bezetting en Exotic Birds & Fruit verschijnt in datzelfde jaar. Net als op Grand Hotel wordt er ook hier gekozen voor een samenwerking met producer Chris Thomas. Op de hoes prijkt een schilderij van de Hongaars/Engelse schilder Jacob Bogdani waarvan de afbeelding perfect aansluit bij de titel van het album. Exotic Birds & Fruit wijkt in zoverre af van Grand Hotel dat het album niet meer zo symfonisch klinkt maar meer als ‘rock’-album, hetgeen, zoals later bleek, ook de insteek is geweest. Van dit album zijn geen hits afkomstig en in het algemeen is het wat zwakker dan zijn voorganger al staan er een aantal klassiekers op, zoals “Nothing but the Truth” en “Beyond the Pale”.

In september 1975 verschijnt het wat matte Procol’s ninth; het laatste album dat in de huidige bezetting wordt opgenomen. Het album doet niet zo erg veel, al staat er wel één hit op: “Pandora’s Box“. Voor het eerst tijdens het bestaan van de groep, staat op het album ook een cover, nl. “Eight Days a Week” van The Beatles. Ook “I Keep Forgetting” dat niet door Brooker/Reid geschreven is maar door de producenten van het album Jerry Leiber en Mike Stoller. De hoes van Procol’s Ninth bestaat uit een groepsfoto van de band met van elk bandlid een handtekening.

In 1977 verschijnt het laatste album van Procol Harum, Something Magic genaamd. Met Something Magic slaat de band weer een beetje het pad in van de symfonische rock maar het genre lijkt op sterven na dood. De opkomst van de punk is hier deels debet aan. Bassist Alan Cartwright heeft de groep inmiddels verlaten waarna Chris Copping zijn rol overneemt als bassist. Als nieuwe toetsenist wordt Pete Solley aangetrokken welke het vertrouwde Hammond-geluid van de groep verruilt voor synthesizers. De tweede lp-kant van het album bevat een allegorisch beeldverhaal: “The Worm and the Tree” dat voor de verandering niet door Brooker wordt gezongen maar wordt gesproken, hetgeen de groep door de meeste fans niet in dank wordt afgenomen en er ook toe leidt dat dit album opnieuw minder goed verkoopt dan zijn voorganger. Enkele sterke nummers die op de eerste lp-kant staan kunnen dit helaas niet goedmaken. Het nummer “Wizard Man” wordt op single uitgebracht maar doet niet erg veel. Nadat Something Magic is uitgekomen, geeft Chris Copping aan de band te willen verlaten.

Niet lang daarna valt de band uiteen (1977), al wordt de groep vijf maanden later herenigd voor een eenmalig optreden. Brooker begint vervolgens een solocarrière en oogst succes met zijn eerste album No More Fear of Flying waarbij de tekst van de titeltrack door Keith Reid wordt geschreven. In 1979 Brooker joined friend and neighbour Eric Clapton’s band. With Brooker in the lineup, they released the studio album Another Ticket. Clapton fired the entire band in 1981, but he and Brooker have remained good friends since, and were for many years neighbours in the Surrey Hills. Brooker has joined Clapton for several one-off benefit gigs over the years.

A new incarnation of Procol Harum, led by Brooker, has continued touring the world, celebrating its 40th anniversary in July 2007 with two days of musical revels at St John’s Smith Square in London. Brooker also toured with Ringo Starr’s All-Starr Band in 1997 and 1999, and he was also a member of Bill Wyman’s Rhythm Kings for several years, appearing on three of their albums and touring with the band.

In 1996, Brooker appeared in the Alan Parker film adaptation of Andrew Lloyd Webbers‘ Evita starring MadonnaJonathan Pryce and Antonio Banderas. Playing the part of Juan Atilio Bramuglia, he sang the song “Rainbow Tour” with Peter Polycarpou and Antonio Banderas. Brooker said that his greatest single earning in his career was from his appearance in the film.

On 29 November 2002, he was among musicians and singers participating in the George Harrison tribute concert, Concert for George, at which he sang lead vocals on their version of “Old Brown Shoe“. Brooker contributed to Harrison’s albums All Things Must PassGone Troppo and Somewhere in England.

 In november 2006 stapte Matthew Fisher naar de rechter om zijn deel in de rechten op “A Whiter Shade of Pale” op te eisen. Hij krijgt vervolgens 40% van de credits toegekend, omdat de rechter het met hem eens is dat zijn orgelspel een wezenlijk onderdeel van de song is. In april 2008 wordt deze beslissing in hoger beroep weer teruggedraaid en krijgt Brooker weer de volledige rechten. Een van de redenen was dat Fisher pas na 30 jaar om deze royalty’s vroeg. In 2010 maakt Fisher op zijn website bekend dat hij een overeenkomst heeft gesloten met Onward Music Ltd, waarin alle juridische en financiële aangelegenheden met betrekking tot de rechtszaak op een bevredigende manier zijn opgelost.

In May 2012, Procol Harum were forced to cancel the remainder of their dates in South Africa after Brooker fractured his skull following a fall in his hotel room. The fall came on Brooker’s 67th birthday. The band was part of the British Invasion Tour of South Africa along with the Moody Blues and 10cc. He recovered sufficiently for the band to undertake an extensive US tour with Yes and to play concerts in Europe in 2013, several with symphony orchestras. [Wikipedia]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.