Voor de ene is het ‘mossel noch vis’, de andere betitelt het als ‘eten en drinken’. Twee heel tegengestelde opinies en waarderingen. Zelf herinner ik me dat ik telkens ik enig symptoom van verkoudheid, grieperige toestand of lichte koorts vertoonde, werd bestookt met een kop dampende kippensoep (foto RedWordSmith via Wikipedia). Die zou mirakelen verrichten, mij krachten verlenen, de boze kwaal uit mijn prille kinderlijf verjagen. Het was zoiets als moederzalf. Of het ooit geholpen heeft? In ieder geval heb ik de verkoudheden en de soep waar de vetogen op dreven telkens overleefd.

Is die waterachtige substantie die we soep noemen nu werkelijk zo voedzaam? Zij bestaat tenslotte voor het grootste deel uit water. Dat soms op smaak gebracht is met enig aftreksel uit een dierlijk product, een kip of een rund leent zich hier graag (nu ja?) toe. De illusie dat daaruit kracht en potentie wordt gehaald… als echte tovenaar gooit men de beenderen van de koe in het kokend vocht. Het merg dat zich vermengt met het borrelend water zou als een drank van Panoramix wonderen verrichten en iedereen die dit consumeert in een Hulk veranderen. En dan zijn er natuurlijk de groenten, alle op onze planeet voorradige soorten komen in aanmerking, van rode biet, tot selder en prei, tot distel. Fijn gesneden of grof. En tenslotte naar ieders smaak in hun originele, weliswaar slapgekookte, staat verorberd, dan wel gemixt zodat hun oorspronkelijke identiteit onherkenbaar is. 
Blijkbaar bestond dit fabuleuze gerecht reeds in de prehistorie. Zelfs in de schaduw van de piramiden, ook de oude Romeinen en hun Griekse kompanen moeten hun lippen laten smakken hebben bij deze waterachtige substantie. Begrijpe wie kan. Welke onverlaat, of welke getormenteerde ziel, of eerder welk gestoord individu met een huizenhoge neurose is de uitvinder van dit product dat al eeuwenlang onze culinaire smaak naar de verdommenis helpt? Enfin uitvinder? Zo’n wetenschappelijke aanleg noch artistiek talent was wel niet vereist om tot deze creatie te komen. Toch moet er ooit iemand geweest zijn die dacht: ik breng wat water aan de kook, gooi daar enige rommel in die me voor de voeten ligt, en we kijken eens wat het resultaat is. Toen moet hij besloten hebben dat het ontstane goedje best enige smaak bevatte en – trots op zijn ontdekking – zal hij of zij de stamgenoten kond gedaan hebben van de ontdekking en hen ter dis genood hebben. Het onheil was geschied. Sindsdien zitten wij opgescheept met de minuutsoepen van Royco die ons in de reclame op televisie vertellen dat ‘pauze werkt’, wat zij inderdaad doet; maar of je daar het poeder voor nodig hebt dat zich mits toevoeging van borrelend water laat omzetten in een gekleurde substantie die belooft wortelen en pompoen te bevatten is nog de vraag.
Het is nauwelijks te bevatten maar er zijn culturen waar men de dag aanvat met een kop van dat rare goedje. Ga eens een tripje maken in Colombia en krijg dan geen cornflakes voorgeschoteld maar een tas changua, hete melkbouillon met gepocheerd ei, op smaak gebracht met koriander en versnipperde lenteuitjes. Misschien voel je meer voor de Chinese versie. Hier geen havermout. Daar degusteer je op straat aan talloze stalletjes een overheerlijke congee met rijst, kip, ei, diverse groenten, in een lekker hete saus die je gegarandeerd wakker schudt. Je kan ook opteren voor – meer onze cultuur – een klassiek tomatensoepje, aangevuld met eieren en op smaak gebracht met gember en chilipeper. Wil je het echt stevig dan is er voor de stoere binken een Europese ontbijtsoep. Een variant waar je spek, chorizo en gepocheerd ei in zal terugvinden. Ik mag er niet aan denken… Niet zo dadelijk voor het ontbijt bedoeld, gelukkig, maar wel de stevigste aller soepen treffen we aan in het Oostblok, Rusland, de Oekraïne: borsjt. Dan is het maagje pas gevuld. Wat stopt men daar zoal in: vlees, aardappelen, tomaten, uien, wortelen, selder, groene kool en natuurlijk de basis die de rode kleur moet verzekeren: rode bieten. Afwerken met suiker, een flinke portie look en wat laurier. Serveren met donker brood en zure room en wodka! Of dit nog soep is?
Die vraag stel ik me ook bij al die koude ‘soepen’ die furore maken. In navolging van de Spaanse gazpacho, met tomaten, komkommer en paprika… een verfrissend drankje. In feite zijn al die variaties – en ze zijn talrijk – een soort alcoholvrij aperitief geworden. In de winter zou een heet soepje ons ‘gezellig opwarmen’, deze koude variant zou ons op hete zomerdagen moeten verfrissen… Of ik daar water met maïs, geweekt brood, feta, gekruid met look, chili en peterselie, flink gekoeld, voor nodig heb? Dan weet ik meer geestverruimende aperitieven te verzinnen! Met een borsjt heb je wel een maaltijd achter de kiezen maar hoe zit het met de voedingswaarde van onze dagelijkse ordinaire soepjes met afgekookte groentjes, waar we nog zelden een echt stuk rund, een mergpijp of een kippenbil in stoppen nu er bouillon in blokjes, cupjes en flessen beschikbaar is. Die lijkt niet bijzonder groot. En zoals een (mij in het ziekenhuis ooit opgedrongen) diëtiste als raad meegaf: eet de soep bij voorkeur nà de maaltijd! Anders is de maag reeds gevuld met een plas water en is de eetlust geremd. Soep als dessertje dus… nee bedankt.
Is er dan niks positief te vertellen over de soep? Natuurlijk wel. Dat zij op tijd en stond een sentimentele waarde kan bezitten. De gezelligheid van mensen gebogen over borden waar de hete damp uit opstijgt. Toch een mooi beeld voorwaar. En dan zijn er voor velen de herinneringen. Niet te versmaden. Vaak verwijzen die niet naar de culinaire kunst van de ouders maar gaat die een generatie hogerop. Die soep van oma! Die leeft in het geheugen. Ook hier. Niks kon de tomatensoep van ‘bobon‘, zo vaak gedegusteerd op zondag, geconsumeerd voor de frietjes van opa, evenaren. Was zij zo bijzonder? Eenvoudiger recept bestond niet – het geheim wil ik niet onthullen, het zou Jeroen Meus een hartcrisis, nierfalen en hersenbloeding bezorgen. Er dreven niet eens balletjes in gezien er zich vegetariërs onder de gegadigden bevonden en surrogaatgehakt dat was iets teveel gevraagd. Die lacune werd trouwens gecompenseerd door de in onze familiale kring genoemde ‘kroetjes‘ van opa: stukjes brood gebakken in de frituurolie en gretig in de soep gegooid – door de kleinsten soms zo gretig dat er meer brood in hun bord lag dan het gegeerde tomatenvocht. Legendarisch kan het worden. En een herinnering voor het leven. Net zoals ik blijf zien hoe op zaterdag mijn vader aan de slag ging met allerlei verse groenten en vaststelde dat er na geruime tijd uit de keuken een heerlijke geur opsteeg. Zaterdag, soepdag: hij bereidde een pot voor drie dagen. Ik heb het moeder nooit zien doen. Haar soep werd bereid volgens het recept van Marie Thumas, variaties: tomaat, asperge, groenten, erwten… blik openen, water toevoegen, aan de kook brengen. Tijdens onze lange verblijven aan zee werd de soep gehaald bij een matrone – moeder met de kookpot om een liter van de dagsoep, ik die haar vergezelde om het snoepje dat ik uit een blikken doos mocht kiezen; soep en een snoepje, een facet van het verblijf aan zee dat niet te wissen is.
Soep, ik wil niet weten hoeveel hectoliters ik verzwolgen heb in de loop van mijn bestaan. En ook nu word ik nog, ten overvloede soms, met liefde overspoeld met dit dampend vocht. Ik slik en zwelg, hoe dan ook, soep, zij verwarmt mijn hart. Misschien is dat haar voornaamste taak.         

Johan de Belie       

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.