Tijdens de inhuldiging van Den Rooden Hoed in Klein Turkije als bolwerk van de Franstalige katholieke studentenbeweging, morgen 140 jaar geleden, komen liberale studenten een ruit uitgooien.

Nadat Willem I Gent een universiteit had geschonken (volgens persblog.be tegen het advies van zijn euh… adviseurs, die de voorkeur gaven aan Brugge), kreeg de Arteveldestad dus te maken met een nieuw fenomeen: de student. Nog steeds volgens persblog.be vielen deze erg op in het straatbeeld, in een stad met vele arbeiders. Ze werden schamper de “heerkens van ’t goe leven” genoemd. Los van het bijwonen van colleges, genoten zij immers van een grote graad van vrijheid. Overigens bestond de eerste studentengeneratie grotendeels uit telgen van de gegoede klasse van Franstalige bourgeois, wat zich uiterlijk vertaalde in het dragen van een kostuum, een hoed en een modieuze sjaal.

De Katholieke studenten kozen als studentenlokaal ‘Le Chapeau Rouge’ of de ‘Rooden Hoed’, aan Klein Turkije, in de schaduw van de Sint-Niklaaskerk, toen blijkbaar nog een respectabele buurt. Eind 19e-begin 20e eeuw werd Gasthof Den Rooden Hoed aan Klein Turkije 6-8 zelfs een hotel. Dat was het ook vroeger al geweest: kunstenaar Albert Dürer verbleef er van 12 tot 23 april 1521. Toen heette het nog het “Kruideniershuis”, aangezien het door de nering der kruideniers in 1473 was aangekocht.

Klein Turkije is overigens een kasseistraat die de Korenmarkt en het Emile Braunplein, waar nu de Gentse stadshal en klokke Roeland staan, met elkaar verbindt. De benaming is dus al veel ouder dan de immigratie die vorige eeuw op gang is gekomen, maar waarom men het dan Klein Turkije is gaan noemen, heb ik niet teruggevonden, althans toch geen definitief antwoord. Op gentdekuip.com worden enkele mogelijke verklaringen gegeven: het zou vernoemd zijn naar een gelijknamig huis dat zich hier in deze straat bevond tot in 1796. Een ander verhaal verklaart Klein Turkije als de plaats waar goederen, vooral Oosterse, werden verhandeld. Nog een verklaring refereert aan de Kruisvaarders die bij terugkomst van hun kruistocht naar het “Heilig Land” verwezen naar de geplaveide wegen die zij daar aantroffen. En aangezien het “Heilig Land” onder Turkse bezetting stond, kreeg dit straatje al vlug de naam “Turkije in het klein”. In een artikel van Roger d’Exsteyl daarentegen dat in 1968 over Klein Turkije verscheen zou het om een misverstand gaan. Het zou immers niet “Turkije” zijn, maar “Ter Keien”. Met de kasseien zou men het onderscheid willen maken tussen de woningen gelegen aan het met aarde bedekte kerkhof (dat werd pas in 1676 verwijderd) en de bestrating aan de overzijde voor de huizenrij aldaar. En volgens Het Nieuwsblad van 2 september 2011 is dit de enige juiste verklaring voor “Klein Turkije”: bij faillissementen of mensen die met schulden zaten verkocht men de inboedels “Ter Keie” wat wil zeggen dat alles werd uitgestald op de straat om meteen te verkopen. 

Maar goed, daarvan was allemaal nog weinig terug te vinden in mijn studententijd, vijftig jaar geleden. Ik herinner mij den Rooden Hoed dan ook vooral als locatie voor zogenaamde t-dansants, wat men nu dus fuiven noemt. De foto van de Gentse beeldbank die ik hierbij afdruk, zegt mij dan ook niks, al wijzen de prijzen voor de “volledige maaltijd” en de “biefstuk friet” (telkens 25 fr.) er wel op dat dit toch niet lang daarvóór kan geweest zijn. Wij gingen namelijk eten in de studentenrestaurants met een strippenkaart van vijf maaltijden, die oorspronkelijk slechts honderd frank kostte (dus twintig frank per keer) en op het einde van mijn studententijd toch nog altijd niet meer dan 120 frank dacht ik.

Maar dat was dan nog altijd te duur voor studenten als ik die van thuis uit slechts een beperkt budget meekregen. De redenering was dat er dan geen geld overbleef om te fuiven, maar het resultaat was net het omgekeerde natuurlijk: dat budget werd volledig opgedronken en voor eten diende er dus gescharreld te worden. Een bekende truuk was met twee man gaan eten in het studentenrestaurant (oorspronkelijk alleen De Brug in de Sint-Pietersnieuwstraat, op het eind kwam daar ook nog de Overpoort bij), omdat men ongelimiteerd mocht bij bestellen. Als de eerste dus zijn soep had uitgegeten, ging de tweede zogezegd nog een tweede portie vragen. Voor de hoofdmaaltijd en het dessert idem. En als het menu je niet aanstond, kon je nog altijd een (zogezegd extra) portie friet met mayonaise verorberen.

Bon, terug naar Den Rooden Hoed, wanneer het verval écht is opgetreden, kan ik niet zeggen. Toen ik in de jaren tachtig naar Gent terugkeerde, had de buurt alleszins al een slechte reputatie. Ook wat er verder van Den Rooden Hoed is geworden, kan ik niet zeggen. Ik neem aan dat het nu één van die boenke-boenke-cafés is die daar furore maken.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.