Sedert “Foot loose and fancy free” (1977) heeft Rod Stewart eigenlijk nooit een elpee gemaakt die volledig voldoening gaf. Voor iemand die mijlpalen als « Gasoline alley », « Every picture tells a story » en (vooral) « Atlantic crossing » op z’n naam heeft staan, mag je toch zo’n ho­ge eisen stellen, of niet soms ? Maar na de zwakkere « Blondes have more fun » en « Foolish behaviour » is hier dan eindelijk weer een dijk van een plaat. Ons « rodsvast » vertrouwen werd be­loond. Een schijf om te kopen, kortom.

De opener, titelsong « Tonight I’m yours », gaat ondertussen de weg van alle vlees als het té vaak op de radio is ge­weest, maar zelfs een kniesoor moet toe­geven dat dit één der beste dansplaten is aller tijden.
Malcolm Cullimore (mij verder onbekend) verdient een ereteken omdat hij Rod (aldus de sleeve-notes) suggereerde om “How long” van Ace te coveren. Een typische Stewart slow-rock met een tekst die van een Otis Redding-plaat schijnt te zijn weggelopen. How long hebben we hier niet op gewacht!
“Tora, Tora, Tora” is ook zo’n typische Stewart-plaat (een eigen compositie trouwens, net zoals de meerderheid van de nummers, zij het dat hij daarbij meestal de hulp krijgt van zijn kompanen), een rocker zoals hij er al bij The Faces maakte. Een nummer dat in negatieve zin opvalt omdat het gewoon “goed” is. De andere zijn namelijk “beter”!
Een Beethoveniaans intermezzo (ook al gebruikelijk op iedere Stewart-elpee) leidt dan naar een onweerstaanbaar rockabilly-nummer, “Tear it up” van de Burnette-familie. Het kwam wellicht Rods strot uit hoe groepen als The Stray Cats deze muziek massacreerden. (Dat hij tevens zijn ex, Britt Ekland, daarmee een neus zet, aangezien zij op dat moment bij Jim McDonnell van The Stray Cats is, is mooi meegenomen allicht.)
Maar toch over naar het serieuze werk: “Only a boy” komt uit de collectie privé-jeugdsentiment die Rod er net als iedere straatjongen op na houdt. En met eindelijk nog zo eens een verloren gelopen folkviool (hier van Byron Berline) zoals vroeger dagelijkse kost was bij Rod. Zakdoeken geborduurd met een R bovenhalen en snotteren maar! (*)
Ja, Stewart is going back to his roots, zoveel is duidelijk. Want de ommekant opent met een Dylan-nummer, ook al zo’n eeuwenoud gebruik dat in ere wordt hersteld. Het is weliswaar “Just like a woman”, één van Dylans mindere nummers in mijn ogen, maar in Stewarts mond klinkt het als zuiver goud.
“Jealous” is een disco-nummer dat zich van de grauwe massa onderscheidt door een pakkende harmonica-riff van Jim Zavala (elders driftig honkend op de saxofoon), maar verder: zie “Tora”.
En dan het versmade broertje van de elpee, dat door mij echter met liefde aan de borst wordt gekoesterd. Want wie scheurt er beter dan Stewart op “Sonny”? Voor deze ene track geef ik alle cassettes in eigen beheer van beginnende Belgische cold wave-groepen cadeau.
Volgt dan het nummer opgedragen aan Karel Van Miert, Freddy Willockx e.a. “Young Turks”. Ook weer een uitstekend dansnummer dat slechts met een neuslengte wordt geklopt door “Tonight”.
Een meditatief nummertje op het einde is ook als zo’n ingrediënt uit Stewarts succeskeuken (denk aan “Trade winds” of “Sailing”). Deze keer gemeend opgedragen aan Terry Fox, een 22-jarige jongeman die aan kanker wel lijfelijk ten onder ging maar niet psychisch. Ontroerend natuurlijk (tekst: Bernie Taupin, zie ook “Sonny”), nog onderlijnd door het koor van The Pentacostal Community en door het gevoelige pianospel van Kevin Savigar.
Met kerst 1982 moeten we het alweer stellen met een dubbele live-elpee (met als enige nieuwe nummers “Guess I’ll always love you” en “The great pretender”) die door Patrick De Witte in “Humo” echter als volgt wordt omschreven: “Rod Stewart heeft met Absolutely live een plaat afgeleverd die niet naar aftershave ruikt, maar naar oksels. Met andere woorden: kopen, want ik leen ze niet uit!”
Verder noteren we in dat jaar ook nog de film “Night shift” van Ron Howard met zijn ouwe gabber uit “Happy Days” Henry Winkler in de hoofdrol. Rod Stewart zingt hierin “That’s what friends are for”, lang voor het een hit werd als benefietsong voor de aidsbestrijding.

Referentie
Ronny De Schepper, Rodsvast, De Rode Vaan nr.50 van 1981

(*) Allusie op een geschenk dat ik voor mijn verjaardag van Johan de Belie had gekregen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.