Alcide meldt dat het vandaag 440 jaar geleden is dat de eerste voorstelling van le Ballet comique de la reine heeft plaatsgehad (op bovenstaande afbeelding: een “fountain chariot” uit de voorstelling).

Le Ballet comique de la reine est le premier grand ballet de cour donné et imprimé en France. Représenté le 15 octobre 1581 dans la grande salle du Louvre à Paris, il a été imprimé l’année suivante chez Ballard, sous le titre Balet comique de la Royne, faict aux nopces de Monsieur le Duc de Joyeuse & madamoyselle de Vaudemont sa sœur. Par Baltasar de Beaujoyeulx, valet de chambre du Roy, & de la Royne sa mère.
À la demande de la reine Louise, l’auteur, Balthazar de Beaujoyeulx, conçoit un spectacle de cinq heures mêlé de danse, de chant et de déclamation. La musique est due à Jacques Salmon et au « sieur de Beaulieu » (selon Fétis un certain Lambert de Beaulieu, mais probablement le chanteur Girard de Beaulieu) tandis que Nicolas Filleul de La Chesnaye en a écrit les textes, et Jacques Patin en a conçu les décors et costumes. Dansé par la reine et les dames de la cour, le ballet évoque les maléfices de Circé et se termine par un retour à l’ordre.
Le mariage du duc de Joyeuse avec Marguerite, sœur de la reine, avait eu lieu le 18 septembre et le ballet leur est donné un mois plus tard.
Typisch voor Franse opera’s was de grote belangstelling voor de dans. Zo groeide deze uit tot een heuse kunstvorm: het ballet. Bekende namen als Corneille of Descartes schreven libretti voor balletten, al deed deze laatste het voor Christina van Zweden wel anoniem, en Lodewijk XIV hield zijn bijnaam van Zonnekoning zelfs over aan zijn prestaties op de dansvloer. Hij was zelfs zo verstandig dat toen hij te oud en te dik werd, besloot liever niet meer te dansen dan zo’n potsierlijk figuur te slaan. Hij legde dit meteen ook op aan zijn hovelingen.
Zo ontstond in 1661 de Académie Royale de Danse, waar zowel vrouwen als mannen werden opgeleid tot professionele dansers. In eerste instantie werden die trouwens gerecruteerd uit het knechten- en meidenbestand van het hof. Het was zijn balletmeester Pierre Beauchamp die de vijf basisposities van het klassieke ballet vastlegde en ook een dansnotitiesysteem ontwierp. Hierdoor konden nieuwe dansen opgestuurd worden en na ontcijfering door de dansmeester aan andere hoven worden aangeleerd.
Ondanks de koninklijke zegen bleven in de ogen van de kerk deze professionele beoefenaars van de dans toch een volkje van laag allooi: ze mochten niet kerkelijk worden begraven en ze konden ook geen kerkelijk huwelijk aangaan. Die slechte reputatie kwam ook door de nevenactiviteiten die een operatheater bood. Zo kon men tijdens de voorstelling niet alleen copieus dineren, de meisjes van het ballet waren ook verplicht om – net zoals de stripteaseuses op de dag van vandaag – hun diensten aan te bieden aan wie ervoor betaalde. Daar vinden dan ook de loges hun oorsprong… (cfr.het schilderij “Danseressen in de opera” van Jean Béraud uit 1889).
In 1759 creëert Jean-Georges Noverre met zijn “ballet d’action” het eigenlijke moderne ballet: niet langer alleen maar zinloze virtuositeit, maar een expressieve dans met inhoud.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.