Vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat de Tsjechisch-Zwitserse dirigent en componist Rafael Kubelik is gestorven.

Jeroným Rafael Kubelík werd geboren in Bychory bij Praag op 29 juni 1914 als zoon van de beroemde violist Jan Kubelík. Rafael studeerde aan het conservatorium in Praag compositie, piano, viool en orkestleiding. Toen de nazi’s Tsjechoslovakije bezetten, vond hij het niet nodig het land te verlaten, integendeel, tussen 1936 en 1948 was hij dirigent aan de Tsjechische Philharmonie in Praag. Maar in 1948, toen de communisten de macht overnamen, verhuisde hij sito presto naar de Verenigde Staten om daar van 1950 tot 1953 als eerste dirigent bij het Chicago Symphony Orchestra te werken.
Daarna keerde Kubelík terug naar Europa, waar hij eerst als muzikaal directeur aan het operahuis Covent Garden in London benoemd werd (1955-58), voor hij gedurende lange jaren de plaats van eerste dirigent van het symfonie orkest van de Bayrische Rundfunk (Beierse radio) in München bekleedde (1961-79). Ja, daar voelde hij zich thuis natuurlijk! (Al had hij in 1967 de Zwitserse nationaliteit aangenomen.)
Zes jaar later zag Kubelík zich gedwongen zijn beroep op te geven vanwege een verergerende jicht en artritis. Nog één keer echter kon het publiek hem als dirigent bezig zien: toen na de restauratie in Tsjechoslovakije in 1990 het muziekfestival “Praagse lente” geopend werd, hief Kubelík voor het laatst het dirigeerstokje voor Mijn vaderland van Bedrich Smetana. Hij stierf in Luzern op 11 augustus 1996 op 82-jarige leeftijd.
Als dirigent lag het zwaartepunt van Kubelík in de klassieke en de romantische muziek. Hoogtepunten zijn de plaatopnames van werken van Robert Schumann en Felix Mendelssohn Bartholdy. Alsook zijn interpretatie van Don Giovanni van Wolfgang Amadeus Mozart. Als eerste orkestleider in Duitsland nam Kubelík alle Mahler-symfonieën op. Daarnaast hield hij ook enkele premières ten doop, waaronder Sechs Monologe aus Jedermann van Frank Martin (1949), Die Jakobsleiter van Arnold Schönberg (1961) en de symfonie nr.8 van Karl Amadeus Hartmann (1963).
Als componist liet Rafael Kubelík opera’s (o.a. Veronika), symfonieën, concerten voor viool, cello en fluit, de cantate In memoriam patris (1941) en vocale werken en liederen na, maar die hadden weinig succes.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.