Veertig jaar geleden maakte ik in opdracht van De Rode Vaan een reportage over de kermis op ’t Zuid in Brussel, vlakbij onze redactie dus. Het was trouwens een jaarlijkse gewoonte om met de redactie bij die gelegenheid eens naar ’t Zuid af te zakken. Voor de reportage trok ik er echter op mijn eentje op af, zoals gewoonlijk vergezeld door fotograaf Jo Clauwaert (al is bovenstaande foto zoals men kan zien afkomstig van de VRT). De eigenlijke reportage over het fenomeen kermis heb ik later omgewerkt naar een bijdrage over de Gentse Halfvastenfoor, maar in de marge heb ik ook enkele foorkramers geïnterviewd en die uitspraken vindt u hieronder…

‘T IS VOOR IEDEREEN LASTIG…
“Niets slechts schrijven over de kermis, meneer.” De Barbapapa-papa van de Brusselse Sinksenfoor neemt ons nog eens indringend bij de mouw, nadat we reeds drie keer afscheid van hem hebben genomen, maar hij telkens weer met een spitante anecdote voor de pinnen kwam. “Het gaat immers zo al slecht genoeg. Er is de crisis, maar er zijn ook de attractieparken. Op het eerste gezicht zijn die goedkoop, maar let op, in feite zijn die erg duur…”
“De kermis is toch ook niet zo goedkoop,”
durven we tegenspartelen terwijl we in onze broekzak met de paar centen spelen die we nog hebben overgehouden.
“Ja, goed, meneer, maar een pintje drinken kost ook niet niks. Allé, als ge nu naar de foor gaat en ge zit op vier molekens, hoeveel zijt ge dan kwijt? En geef toe, na vier molekens zijt ge toch wel zot gedraaid zeker!”
“Maar voor hetzelfde geld kunt ge ook al zat zijn…”
“Gij misschien, meneer. En dan nog, dan moogt ge geen toerneetje geven. En daarbij de jeugd moet in geen donkere cafétjes kruipen, dat deugt niet. Hier op de kermis daar kunnen ze zich eens uitleven. ’t Is in openlucht, ’t is gezond, ze kunnen eigenlijk niets mispikkelen. Ze zijn wel een beetje uitgelaten, da’s waar, maar wij zien dan ook ’t een en ’t ander door de vingers.”
“Zou de Man van de Wet er ook zo over denken?”
vragen we ons af en meteen klampen we er één aan en gooien hem de vraag voor de voeten of er reeds incidenten zijn geweest.
Dat blijkt mee te vallen. “Maar,” zo voegt onze gesprekspartner eraan toe, “de bewaking is ook veel strenger dan vroeger. Als de foor in volle gang is, patrouilleren er tweemaal twee agenten. Elk duo neemt een deel van de foor voor zich. Verder toeren er twee combi’s rond, waarin nogmaals telkens twee agenten klaar zitten om in te grijpen. ’s Nachts zijn er de gebruikelijke drie patrouillewagens die al eens wat vaker in de buurt passeren. Op die manier zijn de diefstallen en het vandalisme opvallend teruggelopen. Wat echter niet belet dat er wel bepaalde vervelende voorvalletjes zijn.”
“Zoals?”
“De vreemdelingen die hier de wet trachten te maken, hé meneer.”
“Wat houdt dat precies in?”
“Bah, zij vormen hier zo stilaan de meerderheid en als er dan ergens veel volk opeengepakt staat dan wordt er wel eens geduwd en getrokken.”

Een jong Marokkaans gezinnetje met twee kinderen ziet er op die manier echter veel “Belgischer” uit dan vele landgenoten. Even informeren hoe het zit met de kermissen in hun land van herkomst. Het blijkt dat ze vijf jaar geleden nog in een grote Marokkaanse stad woonden (de naam werd genoemd maar onze aardrijkskundige kennis is ook niet meer wat ze geweest is) en dat de foren daar eigenlijk goed vergelijkbaar zijn met die van ons.
Maar “Cindy la blonde met 2,20m borstomtrek”, “Monica in hare naaktheid in de reptielenkuil”, “de afgerompte man” of “een vers afgehouwen hoofd”, dat is er in Marokko niet bij.
Niet te verwonderen dat bij zo’n aanbod de traditionele paardjesmolen er wat verlaten bijstaat. Nou ja, welk paartje kent nog het meeslepende wijsje uit “Carousel” van Rodgers en Hammerstein? Wie kruipt nog op de draaimolen om aan de mallemolen van het leven te ontsnappen?
“Ze hebben ’t allemaal al eens gezien, hé meneer,” zucht een dame die aan een horoscoop-computer op haar pensioentje wacht.
“Ook zo’n computer?” frons ik.
“Ach meneer, wat wil je, de mensen hebben geen werk, geen vooruitzichten. Wat wil je dan dat ze aanvangen met een horoscoop? Ze geloven d’r niet meer in, hé.”
Dat klopt zeker ook voor mij, maar om haar plezier te doen schrijf ik mijn geboortedatum op een kaartje dat in een lade wordt geschoven.
“Ik zal er ook een grafologische analyse van laten maken,” zegt de vriendelijke dame.
Nog geen minuut later kan ik aflezen dat ik romantisch en sentimenteel ben en altijd bereid om het andere geslacht te appreciëren. Bovendien voorspelt de horoscoop dat ik diezelfde week nog een prachtig exemplaar daarvan tegen het lijf zal lopen en dat de sterren gunstig staan voor een “amoureus avontuur”. En als ge dàt niet gelooft…

Referenties
Ronny De Schepper, ’t Is voor iederéén lastig, De Rode Vaan, 6 augustus 1981
Ronny De Schepper, Flikflooien op de foor, De Hoogste Tijd, juli 1996

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.