Dinsdag is voor mij zonder twijfel de meest spannende dag van de week. Hij houdt steevast verrassingen in. Echte verrassingen mag men het misschien niet noemen. Vermits het een wekelijks weerkerend proces betreft. Maar toch kijk ik er toch telkenmale met enige angst, met huiver naar uit. Bij het ontwaken reeds besef ik: owee dinsdag, uit je doppen kijken. Op je hoede zijn. Nog heel even trachten te genieten. Nog gedurende een halfuur, een uur misschien de gedachten op nul zetten. Focussen op het weer, regent het, schijnen er zeven zonnen? Trachten probleemloos van het ontbijt te genieten. Nog even dubben of een boterham met abrikozenjam te prefereren is boven één met Nutella; of toch liever een zachtgekookt eitje? Maar voor dat laatste blijk ik toch reeds te nerveus.

Ik weet dat de klok tikt. Onverbiddelijk. Dadelijk zal ik toch moeten bezwijken. De kalender ligt te wachten. In de lade. In december werd hij, het is inmiddels een eindejaarstraditie geworden, gedropt in mijn brievenbus. Of ik hem nu wil of niet. Ter vervanging van deze van het aflopende jaar die dan zal mogen weggegooid, vernietigd worden. Want daar draait het om, dat is de spil van het leven. Daarom bezorgt dat gezichtsloze orgaan mij als nieuwjaarsgeschenk dit nuttige, onmisbare exemplaar, van deur tot deur geleverd. Zonder deze kalender zou het dagelijks bestaan onleefbaar zijn. Dan zouden we pas in de problemen zitten, ik en u, en iedereen. Het leven zou een puinhoop, een afvalberg worden. Gelukkig is daar die kalender van – in mijn regio – de MIWA. MyWaste! Mijn Afval. MIWA, mijn en onze redding, mijn dinsdagse nachtmerrie.

Dinsdag jawel, immers op woensdag doen de wagens van de onvolprezen MIWA mij steevast de eer aan voor mijn nederige deur te stoppen. Dan klinkt in onze straat het gebonk en gekletter. Eerst zacht, langzaam harder, tot het – het is nu vlakbij – soms schrikbarend dreigt te worden. Indien mijn raam openstaat gebeurt het dat ik van een knal dermate schrik dat mijn hartslag pas bij het avondmaal zijn normale tempo hervonden heeft, en mijn bloeddruk zich hopelijk binnen drie dagen en met een dubbele dosis Amlogal hersteld heeft.

Een scenario dat gelukkig niet voor iedere woensdag geldt. Er zijn ook weken dat het tamelijk geruisloos kan verlopen, dat zijn deze waarop geen restafval of geen papier in de gulzige mond van de wagens verdwijnt. Er is immers voor dit alles een uitgekiende beurtrol, Ordnung muss sein! Het staat netjes aangeduid op de kalender van de MIWA, een planning die voorziet in een perfecte orde gedurende het ganse jaar. Al kan het soms wel eens fout lopen – ook onze resten zijn menselijk, en wie hen moet afvoeren des te meer. Om alles des- en vakkundig te beheersen is onze provinciestad in twee sectoren verdeeld; die niet geografisch bepaald zijn maar volgens de grillige normen van een of andere MIWA-planner. Ik behoor tot sector 1. Nee, niet ik in mijn eentje, de ganse straat waar mijn hutje staat. En dus moet ik op de beruchte kalender nauwkeurig in de gaten houden wat volgende woensdag in sector 1 wordt opgehaald. Dat veroorzaakt, dat wil u wel begrijpen, reeds op donderdag bij mij een zekere nervositeit: zal het grofvuil zijn, pmd, gft, of moet ik mijn karton naar buiten slepen komende week?

Het is me wat. Zo langzaamaan weet dat ganse gebeuren, het van de hand doen van al het vuil dat ik produceer, mijn leven te domineren. Dit proces van tijdig aan de deur zetten, en adequaat – het correcte op het goede tijdstip, is slechts een onderdeel. Er gaat een proces aan vooraf dat gedurende de ganse week mijn aandacht vergt, mijn concentratie vereist. Wat was het vroeger toch eenvoudig! Nu vereist mijn geweten, mijn burgerzin, mijn verantwoordelijkheidsgevoel, de gedachte aan de toekomst van mijn (en andermans) kleinkinderen en de panische angst voor big brother MIWA, dat ik alles wat ik beschouw als nutteloos en tot definitieve ondergang gedoemd, aan een grondige inspectie onderwerp. Na bestudering moet ik de metafysische vraag stellen: is dit iets voor de container van het restafval, of voor de (nieuwe) blauwe zak. Of hoort het in de groene bak van het gft. Om te besluiten dat het toch veeleer papier is. Vermoedelijk. Misschien. Wellicht. Soms. Of toch niet. Wie zal het zeggen? 

Zeg nu zelf. Zo’n botervlootje, het is niet echt plastic maar het mag toch bij het pmd zijnde plastic/metaal/drankkartons. Dat is duidelijk. En een plastic bloempotje, ah ja waarom niet; maar zo’n emmer, zelfde plastic – nee absoluut niet – dat is toch evident. Regels van MIWA. Plasticfolie. Ja kijk dat is nu een probleem. Zo’n envelop met folie, hoort die nu bij het papier met al zijn plastic; of vertrouw ik hem toe aan de hoede van de blauwe zak die hem genadiglijk omarmt wegens de folie? Opgelet, de ‘nieuwe’ blauwe zak zoals dat al een jaar op de mijne vermeld staat. En er zou nu nog een nieuwere op komst zijn. Wat zal die vermelden? De ‘allernieuwste blauwe zak’? Enfin die envelop, uit pure balorigheid zou ik hem tenslotte nog bij de gft droppen! Uiteindelijk belandt hij zielig tussen de stapel reclamebladen die mij tweemaal een doorn in het oog zijn. Eigen schuld natuurlijk, moet ik maar zo’n simpele klever op de brievenbus aanbrengen om bestellers te waarschuwen dat ik die rommel niet apprecieer. Maar vermits ik niet de alleenheerschappij in dit door afval geteisterde pand bezit kon ik tot dergelijke simpele daad vooralsnog niet overgaan. Zodat de woning bijna dagelijks overspoeld wordt met boeiende informatie over de kostprijs van luiers, het feit dat je bij een aankoop van twee potten spaghettisaus een derde aan halve prijs krijgt, en je bij drie pakken toiletpapier een popje van Kabouter Plop voor je kleuter krijgt.

Zodoende erger ik mij vreselijk wanneer ik een loodzware doos of gebonden stapel met al die nuttige wetenschap naar buiten mag slepen, kreunend en met rugpijn tot gevolg. Om, tweede ergernis, de volgende ochtend te vrezen dat de Antwerpse maffia het actieterrein verplaatste; de knallen waarmee al die stapels papier in de wagen van de afhaaldienst belanden, daar zijn de plofjes van de granaten van ’t Stad voetzoekers tegen.

Die blauwe zak, pmd, mijn absolute favoriet. De kleur! Hij accordeert zo schitterend met de locatie, mijn interieurarchitect zou er over in de wolken zijn zoals dat strakke hemelsblauw zich aftekent tegen het minimalistische van mijn garage waar hij zich een centrale plaats veroverde. Door zijn, dag na dag zwellende structuur, manifesteert hij zich langzaam steeds meer als ware hij een levende substantie. Een wezen met een ziel, een eigenheid. Hij weet zichzelf een ego toe te kennen, een betekenis te geven, een identiteit. Het is dan ook met enig leedwezen dat ik soms op dinsdag van hem afscheid neem. Ik troost mij met de idee dat ik nog een aantal van zijn broers (of zusters?) op een rol in de kast heb liggen. Aan dezelfde prijs gekocht. Bij de balie ten stadhuize. Ik betaal er graag voor. Minder leuk is het dat ik ook voor de verwijdering van mijn gft via het aanschaffen van een label (aanbrengen aan handvat van container!) dien te betalen. Verduiveld, daar kunnen ze toch als compost hun voordeel mee doen.

Andere spullen neemt MIWA dan toch gratis tot zich. Papier bijvoorbeeld. Logisch. Jaren geleden hielden jeugdgroeperingen zoals scouts of chiro af en toe een papierslag. Ophaling van papier dat een centje opleverde om de kas te spijzen, geld om mee op kamp te gaan, voor aanschaf van materiaal, voedsel, spiritualiën, condooms en andere genotsmiddelen. Lucratief dus, een gat in de markt voor MyWaste. Wat zou mijn MIWA nu met de opbrengst doen? Een bootcamp voor de medewerkers? Een kerstdinertje? Een bonus voor de CEO?

Glas, dat kunnen we ook nog gratis kwijt. Hier moeten we dat wel gaan deponeren in her en der langs de openbare weg geplaatste containers. Die te vlug volgestopt zitten, de Vlaming zuipt wat leeg! En de Vlaam strooit dan wat er niet in die bak kan gul op de grond, liefst in scherven – en heeft hij ‘toevallig’ nog een zakje huisvuil bij dan gooit hij het meteen ook in de nabijheid, dat gaat in één moeite door. In andere regio’s haalt men al die lege wijnflessen aan de deur op, zo weten ze waar de alcoholici zitten – sociale controle!

GFT, PMD, papier/karton, wat heb ik hen lief. Bloedbroeders zijn we. Een liefde-haat verhouding. Met welk genoegen zet ik hen op dinsdag buiten op de stoep, verwijder ik hen uit mijn huis. Vaarwel en tot nooit meer. Bon, die twee containers moet ik woensdag, leeg, weer adopteren natuurlijk. En een nieuwe blauwe zak moet ook voorzien worden. Maar toch, heel even kan ik opgeruimd ademhalen. Opgeruimd, dat is het woord. Denkt u evenwel niet dat hiermee de ellende beëindigd is, lang niet. Dan rekent u buiten de spitsvondigheid van ons aller bondgenoot in verspilzucht, my waste, verkwisting. Op vooraf bepaalde dagen haalt men nog apart mijn snoeihout op; voorwaarde: mooi bundelen tot fraai en handig pakket. Idem wat textiel betreft, in een zak gestopt is het allemaal welkom, afgedankte shirts, vaatdoeken, onderbroeken… Ook in een aparte ophaling van afgedankte kerstbomen wordt voorzien, uiteraard (zo logisch is MIWA dan toch wel) enkele weken na kerst. En heb je grof vuil, zijnde spullen die niet in een zak passen of niet bij het restafval kunnen, dan kun je een afspraak maken en haalt men het op het voetpad uitgestalde fraais op. Tenzij je het – zoals al de rest – zelf naar het zenuwcentrum, het hoofdkwartier van de organisatie wil brengen, het pretpark van de onderneming: het containerpark. Dat is pas dolle pret! Na een uur aanschuiven mag je jezelf daar, mits veel rekenen hoeveel je moet betalen voor welk meegebracht deel van jouw afval (het ene gratis, dit één euro, dat anderhalve…), van reuzecontainer naar reuzecontainer slepen met je rommel, ieder recipiënt deponeren in hopelijk de correcte bak – je riskeert een vloekend verwijt bij iedere fout!

Tenslotte Is er ook nog iets als Bebat, die nemen al mijn batterijen onder hun hoede. En laat ik Recupel niet vergeten, die is dol op mijn versleten elektronica! Verduiveld, ontdek ik hier in een hoek nog twee bussen gebruikte frituurolie. Dat spul moet ik apart inleveren. Die olie kan ik gelukkig kwijt in de supermarkt. Ja er is voor alles een plaatsje onder de zon, zelfs voor mijn afval. 

Johan de Belie  

Een gedachte over “Het hoekje van Opa Adhemar (73)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.