Het “verdwenen continent” Atlantis is vooral tot een mythe uitgegroeid door de vermelding bij Plato in zijn Kritias- en Timaeus-dialogen (4de eeuw voor Christus), maar reeds vroeger vermeldt Homeros dat Odysseus er nog heeft verbleven en in de achtste eeuw voor Christus vinden we het ook bij Hesiodos, als hij verwijst naar de overleveringen van de Egyptische priesters. Marcel Mestdagh huldigt in het tijdschrift van de Stichting Mens en Cultuur (Gent, 1990) echter het merkwaardige standpunt dat het Ile de France het Atlantis van Plato is…

Deze stelling vloeit voort uit zijn studie van de Vikingen. Het grote winterkamp der Noormannen dat hij in Sens ontdekte is voor hem dan meteen ook het middelpunt van het Atlantisrijk.
Sens, 120 km naar het Zuid-Oosten van Parijs, is het centrum van een gigantisch prehistorisch wegennet. De ontwerpers van het lanen-systeem waren verwant met de uitvinders van de Bretoense of Keltische windroos. 64 lanen zijn aan te duiden die vanuit Sens heel Frankrijk bestrijken. De laan die het Astronomische Noorden aanwijst wordt aangeduid als Laan van Oorsprong.
Verder zijn er verwijzingen naar talloze plaatsnamen tussen Sens en de zee met b.v. ley of lay, zoals Meslay en Meslies. De lanen fungeerden als lands-, taal- en feodale grenzen.
Mestdagh vond op een dolmen (Petit-Mont) de oudste landkaart die dezelfde structuur laat zien als de tien koninkrijken van Atlantis die we terugvinden bij Plato, Solon en de Egyptische priesters. Bovendien is deze structuur ook terug te vinden in het neolithische megalietensysteem in Engeland (Stonehenge, Solsbury Hill, enz.). Dat we hier uiteraard niet te maken hebben met een eiland, wordt verklaard met het feit dat “eiland” bij Plato eigenlijk “land in de vorm van een ei” (ovaal) zou betekenen.
Het vergaan van Atlantis zou in 1234 voor Christus te situeren zijn. Het leeglopen van het Tritonmeer (de huidige Sahara) veroorzaakt dan een enorme vloedgolf tot in Frankrijk. Dit wordt o.m. aangetoond door met geweld versplinterde beenderen van uitgestorven diersoorten, maar ook van mensen en zelfs van nijlpaarden die op grote hoogten aan telkens één kant van een bergwand worden gevonden. Deze vloedgolf zou ook verantwoordelijk zijn voor een lacune van 400 jaar in de westerse geschiedenis.
In 1994 verscheen er opnieuw een bijdrage van de hand van Mestdagh in hetzelfde tijdschrift, maar in feite werd ze geschreven door Filip Coppens, vermits Mestdagh ondertussen overleden was, iets wat zelfs voor een Atlantis-speurder een geldige reden is om niet meer zelf te schrijven. Coppens maakte echter vrijwel uitsluitend gebruik van nagelaten notities van Mestdagh.
We zouden kunnen veronderstellen dat indien Mestdagh deze gegevens relevant achtte, hij die zelf reeds eerder onder de aandacht zou hebben gebracht, want veel nieuwe elementen komen eigenlijk niet aan bod, het is eerder een uitbreiding van de reeds gekende gegevens.
Zo worden drie periodes van de Atlantische beschaving op het grondgebied van het huidige Frankrijk uitgediept. Er wordt aangetoond dat de tempel van de Hyperboreeërs in feite de Centrale Stad is (het huidige Sens) en dat daar een Zonnetempel bestond. In één ruk door worden ook vergelijkingen gemaakt met beschrijvingen van het Aards Paradijs, zodat Eden wel eens in Sens zou kunnen gelegen hebben. Voor velen is dit echter ongetwijfeld non-Sens.
Het enige echt nieuwe in dit artikel is het bewijsmateriaal voor nog een ander ovaal, ten westen van Sens, in de streek rond Aizenay-l’Augisière. En hier wordt dan meteen een nieuwe theorie aan gekoppeld dat die ovalen eigenlijk ogen voorstellen, wat dan meteen een link oplevert met de Griekse en Egyptische beschaving. Op de aarde werd dus een gezicht uitgetekend, wat voor de auteur de aanleiding is om te suggereren dat een buitenaardse cultuur misschien wel aan de oorsprong kan hebben gelegen (denk aan de buitenissige theorieën van Von Däniken, maar ook aan de idee die aan de oorsprong lag van Arthur C.Clarke’s “Space Odyssey”). Gelukkig blijft het bij een loutere suggestie.
Thema’s als de oorlogsmachinerie en de handelsvloot van Atlantis worden daarentegen wel verder uitgediept. Zo wordt aangetoond dat constructies als dolmens en menhirrijen in feite opslagplaatsen waren voor de vloot, droogdokken en stapelruimten. En de cromlechsystemen zouden kazernes geweest zijn die we terugvinden van Noord-Italië tot op de bodem van de Noordzee.
Tenslotte gaat de auteur in op de overleveringen zoals die bewaard bleven na de grote ramp. Hij interpreteert o.m. de Ilias en de Odyssee in die zin.
Er wordt terloops ook verwezen naar het Ligurisch erfrecht als zijnde een overblijfsel van het rechtssysteem van Atlantis.

Johan de Belie & Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.