In 1958 won Willy Gramser (foto) de B-editie (voor “niet-aangesloten renners”) van de Ronde van Vlaanderen. Met de komende RvV in zicht hier nog een verhaaltje van Theo Buiting uit een eerdere periode met als titel: Reus Goliath in de Kempen.

De Tour de France in de vijftiger jaren. Half Nederland zit aan de radio gekluisterd om niets te missen van de radioreportages. Gloedvolle wedstrijdverslagen en pakkende interviews met onze helden in het verre Frankrijk.
Maar als Jan Cottaar onze bloedeigen Jaap Kersten voor de micro haalt, denkt zowat iedereen dat die jongen ergens in een dorpje diep in de Teutoonse wouden woont.
Duitser dan Duits sprak onze sterreporter namelijk het woord Siebengewald uit. Niet helemaal verwonderlijk overigens, want in die dagen was de uithoek van Noord-Limburg waarin Siebengewald ligt, voor veel mensen nog een witte vlek op de kaart.
Maar de echte wielerkenners van destijds kenden het tussen de Maas en Duitse grens weggedrukte dorpje des te beter.

Al voor de oorlog hadden zich twee jonge mannen, renners ook, uit dat isolement losgemaakt. Gerrit Peters en Jacques Gramser waren al westwaarts getrokken en hadden in het Eindhovense en het aanpalende België als coureur al hun partijtje duchtig meegeblazen. Kobuske Gramser had zelfs in de dertiger jaren nog als prof achter de motor geschitterd. In het Antwerpse Sportpaleis bond hij in al zijn dapperheid de strijd aan met de grote George Ronsse. De tent stond volledig op zijn kop als ze hoog aan de balustrade duelleerden.

Met hun vertrek was het wielervuur in hun geboortedorp allerminst gedoofd. Integendeel. En zo gebeurde het dat midden vijftiger jaren twee uitzonderlijke Siebengewaldse talenten door Jacques Gramser, die inmiddels een (race)fietsenzaak in Eindhoven dreef, naar wielerclub Het Zuiden werden gelokt.
Die twee amateurs, Jaap Kersten en Kobus-ome’s neefje Wim Gramser, konden thuis ieder op een forse schare supporters rekenen. En met deze twee matadoren in hun midden raakte heel Siebengewald volledig in de ban van de koers.
Voor de supporters was de zondag een hoogtijdag. Op de fiets togen ze in grote getale met de renners mee naar de wedstrijden. Naar de criteriums in de wijde omtrek waar hun idolen ongetwijfeld zouden excelleren. Daarmee was de actieradius van de twee supportersgroepen natuurlijk wel een beetje beperkt. In die beginjaren vijftig had namelijk vrijwel niemand in het dorp een auto. Ja, de dokter wel bijvoorbeeld, maar daar kon je niet aankomen om te vragen of die mee wou om een wat verder weggelegen wielerkoers te gaan volgen. Je kwam nog niet eens op de gedachte, stel je voor!


Gelukkig had Piet Janssen, oftewel Piet van Lies de Sikkeneur, een groot wielerhart. Als enige groenteboer ter plekke was hij uiteraard, en eigenlijk ook noodgedwongen, supporter van allebei de renners. Piet ventte zijn groenten uit met een Goliath vrachtwagentje. Nou ja, vrachtwagen was een wat grootse benaming voor dat driewielertje met een tweecilinder motortje van – hou je vast – 400cc. Tweetakt, ook dat nog.
De Goliath kon met een beetje goede wil ook voor personenvervoer ingezet worden, bedacht de Sikkeneur (Siebengewaldse “schimpnaam” voor een Pietje Precies; red.). Zo gezegd, zo gedaan. Piet had beloofd om op zekere zondag met een aantal supporters van zowel Jaap als Wim de klassieke Omloop der Kempen in Veldhoven te gaan volgen. Na zijn zaterdagse ronde werden de groentekratten van de stellage in de laadbak verwijderd om plaats te scheppen voor de passagiers. Het dekzeil werd helemaal tot boven op het rek opgerold. En klaar was de luxe touringcar. De uitverkorenen die in de open laadbak mee mochten, konden zich mooi vasthouden aan de ijzeren opbouw.


Meer als tien personen kon Piet niet meenemen. Want, zo rekende hij, met 10 kerels van 80 kg zit ik al ruim boven het maximum laadvermogen. Zo vertrok de “supportersbus” die zondag in alle vroegte vanuit Siebengewald. Piet aan het stuur en iemand die kon kaartlezen naast zich in de cabine. De rest had zich achter op de bak genesteld. Aan frisse
lucht geen gebrek.
Het werd een ware calvarietocht. Alleen al de reis naar Veldhoven met die pruttelende en reutelende Goliath leek een gebed zonder end.
Veertig km per uur was de absolute topsnelheid. Dat brak ze ook lelijk op toen ze de koers gingen volgen.
Alleen de bezemwagen was normaliter in de koers. De coureurs moesten zelf hun materiaalpech en lekke banden verhelpen. Iedereen reed dan ook met tenminste één reservetube om de nek. Verder daarom geen volgwagens. Behalve dan voor die ene keer de Goliath van de Sikkeneur en zijn bemanning, die zich erachter gewurmd had. Maar niet voor lang.

Toen het peloton eenmaal goed de sokken erin zette, moest Reus Goliath binnen de kortste keren lossen. De renners verdwenen rap uit het zicht. Tot overmaat van ramp was even later ook nog de benzinetank (met een inhoud van liefst 14 liters) leeg.
Er zat niks anders op dan maar af te steken en de eindstreep op te zoeken. Net op tijd hobbelde de Siebengewaldse delegatie, vastgeklampt aan de stellage achterop, Veldhoven binnen. In een glimp zagen ze nog net Jaap en Wim
finishen.
Een illusie armer en volledig geradbraakt werden onze volgers, weer thuis in Siebengewald uit de laadbak getild.

“Eens maar nooit meer” was het korte commentaar, voordat ze de kroeg binnenstapten om alle ellende grondig weg te spoelen.
Voortaan kreeg krachtpatser Goliath op zondag zijn rust.

Theo Buiting

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.