Xavière Lafont, die op de enige foto die ik van haar op het internet vond wel verdacht veel op de jonge Sylvia Kristel lijkt, debuteerde in 1969 onder de initialen F.B. met “La punition”, een in mijn ogen redelijk ziekelijk boekje, maar dat wel veel succes kende, zodanig zelfs dat het werd verfilmd door Pierre-Alain Jolivet in 1972 met Karin Schubert in de hoofdrol en Georges Géret als de pooier die haar in een vunzige strafkamer verplicht aan de aberraties van haar perverse gasten te voldoen.
Ondertussen had de auteur onder haar echte naam (zij het alleen de voornaam) reeds een tweede boek geschreven dat merkwaardig genoeg de titel “F.B.” meekreeg. Volgens Jean-Pierre Castelnau in het woord vooraf is het verschil met “Histoire d’O” dat het géén fictie is.
Xavière Lafont werd geboren in 1941 in de Ardèche en werd, net als Nathalie More 35 jaar voor haar, op haar twintigste wees, waarop ze een vrijbuitersleven begon te leiden, maar het verschil was wel dat ze niet zo bemiddeld was, zodat ze o.a. aan de kost moest komen als stripteaseuse. Haar derde boek, “O gué vive la rose” uit 1974, is echter zo mat (honderd bladzijden lang gelamenteer van een minnares die haar geliefde moet laten gaan omdat hij getrouwd is en “twee prachtige kinderen, een jongen en een meisje” heeft; met dan als onwaarschijnlijke clou ook nog de “instant suicide” van de echtgenote, als ze liegt dat de man er met haar van door wil) dat ik begon te twijfelen of er toevallig geen twee boeken waren die “La punition” heetten. Maar neen dus, het is wel degelijk dezelfde schrijfster. Ze heeft ook nog een boek geschreven met de titel “Quand le vent sèchera tes larmes”, waarvan ik vermoed dat dit ook wel onder de categorie “smartlap” zal vallen…
EROTICA VOOR VROUWEN
Een opmerkelijk verschijnsel is dat de overgrote meerderheid van al die vrouwen in de masochistische component is geïnteresseerd. Nochtans zou je verwachten – zeker in de semifeministische kringen waarin SM wel eens wil gedijen – dat deze vrouwen rebelleren tegen het rollenpatroon dat op die manier doorwerkt. Maar het tegendeel is waar. Als feministen uit reactie tegen de macho-porno zichzelf aan het schrijven zetten (wat in Nederland is gebeurd) dan stellen we vast dat het dan alweer SM-fantasieën zijn.
Paul Vennix van het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek zegt hierover: “Traditionele vrouwen hunkeren nog steeds naar een knuffel of een streling die hen in hun identiteit bevestigt. Hun geëmancipeerde zusters hebben die zelfbevestiging niet meer zo nodig. Feministische vrouwen gebruiken vaker vibrators, zijn te vinden voor groepsseks en fantaseren vaker over seks met andere mannen en vrouwen. Het objectiveren van vrouwen als lustsymbool mag plots weer.” (De Morgen, 23/7/96)
In Engeland is er de uitgeverij Virago (nomen est omen!) met daarin o.a. “Flesh and blood” (1994) van Michèle Roberts over lesbische SM in een klooster. Uit Nederland komt ook de reeks “Erotica voor vrouwen” van uitgeverij Ooievaar. Het betreft echter vertalingen van lopende-band-literatuur uit de VS. Alleen Elissa Wald springt er een beetje uit. Met “Ontmoet de meester” gaat ze de SM-toer op (“Meeting the master”, Abacus, 1998).
Ronny De Schepper