Vandaag is het 355 jaar geleden dat de Franse schilder Nicolas Poussin is gestorven. Hij is vooral bekend van het schilderij “Et in Arcadia ego”…

Umberto Eco schrijft op p.394 van “Het eiland van de vorige dag”: “De resten van zijn arme vriend zouden op die plek in een heel andere vorm hun profetische ‘Et in Arcadia ego’ verkondigen…” Het betreft hier een kanttekening bij de overpeinzingen van hoofdfiguur Roberto de la Grive bij het lijk van zijn vriend pater Caspar Wanderdrossel, waarvan hij vermoedt dat het zich op de zeebodem bevindt. Een intrigerende formulering aangezien het zinnetje “Et in Arcadia ego” een grote rol speelt in de Graal-theorie die terug te vinden is in het boek “Heilige Graal, Heilig Bloed” (je weet wel: dat boek dat aan de grondslag ligt van de “Da Vinci Code” van Dan Brown). Daarin wordt het schilderij van Nicolas Poussin met die naam de sleutel zowel om de bloedlijntheorie te ondersteunen (je weet wel: dat Christus met Maria Magdalena kinderen heeft gehad, le sang real/royal ipv de san graal) als zelfs om de schat van de Tempeliers weer te vinden.
The latin quotation “et in Arcadia ego” must be completed with the predicate “fui” (I have been): “I also have once been in Arcadia” – thus expressing nostalgia for a lost paradise. The sentence appears first on a painting of the Italian painter Schidone (died in 1615), followed by Giovanni Francesco Barbierini a.k.a. “Guercino” (1591-1666). Pas daarna volgt the famous painting about “Et in Arcadia ego” painted by Nicolas Poussin (1594-1665).
Daarna volgen nog:
Laurent de la Hyre (1606-1656)
Peter Scheemakers (1691-1781)
Francesco Zuccarelli (1702-1788)
Richard Wilson (1714-1782)
Sir Joshua Reynolds (1723-1792)
Honoré Fragonard (1732-1806)
Léon Vaudoyer (1803-1872)
Aubrey Beardsley (1872-1898)
George Wilhelm Kolbe (1877-1947)
Augustus John (1878-1961)
Van Dale verwijst eveneens naar Schidone als de eerste gebruiker van de uitspraak. Als die vervolgens wordt opgepikt door Goethe en Schiller is de zegetocht door de literatuur onvermijdelijk. Schiller dichtte ‘Auch ich war in Arkadien geboren’, “Et in Arcadia ego” is also the motto of Goethe’s “Travel to Italy”, Evelyn Waugh doopte het eerste hoofdstuk van Brideshead Revisited ‘Et in Arcadia ego’ en Luc De Vos deed hetzelfde voor zijn “De rest is geschiedenis”. Jeroen Brouwers tenslotte schreef in 1981 een verhalenbundel met die titel. Merkwaardig is ook dat in “The Quincunx” van Charles Palliser een (fictieve?) beeldengroep voorkomt die de naam draagt “Et Nemo in Arcadia” (p.132). In het geval van Eco moet je het niet verder gaan zoeken dan wat er staat, denk ik. Het schilderij stelt een vredig landschap voor waarin jonge twee herders kijken naar een op de grond liggende schedel. Zoals ooit met het gebeente van Wanderdrossel zou kunnen gebeuren?

Ronny De Schepper

(met dank aan Gregory Ball, Willy Van Doorslaer, Willy Van Poucke, Paul Van der Haegen, Stephen Flockheart en Johan de Belie)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.