Op 31 augustus 2020 gaat algemeen en artistiek directeur van deSingel, Jerry Aerts, met pensioen. Na een uitgebreide selectieprocedure heeft de raad van bestuur Hendrik Storme aangesteld als zijn opvolger. Hij is zich al deeltijds aan het voorbereiden op de opdracht vanaf 1 januari 2020 en neemt vanaf 1 september 2020 de leiding helemaal over. Een en ander voert mij helemaal terug naar juni 1991 toen Aerts (foto Micheline Veys) op een persconferentie werd voorgesteld als opvolger van Frie Leysen.

Het negende seizoen van de Antwerpse Singel was ook het laatste van Frie Leysen. Jerry Aerts, de nieuwe directeur, was reeds meerdere jaren bij haar beleid betrokken (als muziekprogrammator) en het is dan ook vrij logisch dat zijn opties voor de toekomst aansluiten bij de situatie van vandaag. Aangezien André Leysen toevallig de voorzitter is van de Raad van Beheer van De Singel, beschouwen veel onverlaten Frie Leysen als zijn dochter. André Leysen werkte dit misverstand zelf nog in de hand gewerkt door op de jaarlijkse persconferentie te verklaren dat hij nog getracht had Frie te overhalen geen ontslag te nemen, maar dat het tevergeefs was omdat ze “zoals alle Leysens erg koppig is“. Het weze hierbij dus nog eenmaal duidelijk gezegd: de ontslagnemende directeur van het Antwerpse kunstcentrum is wel degelijk de dochter van de overleden directeur van de BRT-televisie Bert Leysen en in die hoedanigheid ook de tweelingzus van acteur Johan Leysen. Haar voorgeschiedenis vermeldt werk bij Radio 3, het Festival van Vlaanderen en musea in Gent en Antwerpen. Haar toekomst blijft voorlopig wat duister, maar hic et nunc schittert ze met een seizoensprogramma die duidelijk nog van haar hand is.

Frie Leysen: Het negende seizoen is er enerzijds één van consolidatie en continuïteit en anderzijds zijn er een aantal nieuwe accenten. Nieuw dit seizoen is b.v. een intense samenwerking met twee van de belangrijkste Vlaamse barokorkesten, ‘La Petite Bande’ o.l.v. Sigiswald Kuijken en het ‘Collegium Vocale’ o.l.v. Philippe Herreweghe. Dit zijn twee ensembles waarvan de kwaliteiten voldoende bekend zijn maar die niettegenstaande dit uitzonderlijke niveau veel te zelden in Vlaanderen te horen zijn. De Singel wil dan ook een plateau zijn voor zo niet àlle dan toch de meeste van hun koncerten, zoals dat tot nu toe reeds het geval was met het Nieuw Belgisch Kamerorkest en met het orkest van de Munt.
– Maar je wil ook nog verder gaan?
Frie Leysen
: Jazeker. Ik zou willen dat die orkesten hier ook zouden kunnen werken. Maar daarvoor zouden we wat meer moeten kunnen beschikken over de Blauwe Zaal, die we nu nog al te vaak moeten afstaan voor zaalverhuur.
– Ook nieuw dit seizoen is het Theaterfestival i.s.m. Monty?
Frie Leysen
: Na een viertal edities in Nederland wordt het Theaterfestival voor het eerst ontdubbeld naar Vlaanderen. Dit festival toont de merkwaardigste producties van het voorbije seizoen in Vlaanderen en Nederland en de selectie wordt gemaakt door een jury die is samengesteld uit Vlaamse en Nederlandse theatercritici.
– Er zijn ook twee echte Singel-producties…
Frie Leysen
: De eerste is er een voor kinderen, “Schumann 360°” van Herwig De Weerdt, gebaseerd op de “Kinderszenen” van Robert Schumann en met één pianist en één acteur-danser op de scène. Een tweede Singel-productie is een nieuw stuk van de Nederlandse theatergroep Hollandia. Het betreft het stuk ‘Kuschwarda City’ van Herbert Achternbusch, dat zal gespeeld worden in een locatie in de Antwerpse havenbuurt. Het is dus een productie die in Antwerpen zal worden aangemaakt en waarvoor de groep een drietal maanden hier zal wonen. Tussen haakjes: de laatste productie van Hollandia, “Stallerhof” van Kroetz, is ook een van de geselecteerden voor het Theaterfestival. Vele van die producties hebben de ‘echte’ theaterstukken verlaten en zijn hun inspiratie gaan zoeken in de niet-specifieke theaterliteratuur. Zo brengt de Needcompany een productie op basis van kortverhalen van Hemingway. De Tijd werkt met de poëzie van Pessoa, terwijl hun tweede productie gebaseerd is op de memoires van Alma Mahler. Joël Jouanneau van zijn kant vertrekt van een roman van Robert Walser. Het parcours van vele van deze theaters wordt reeds geruime tijd door ons gevolgd. Ook dat van theaters uit het buitenland trouwens. Zo b.v. het Moskouse Krasnaya Presnya dat ondertussen van studiotheater naar een volwaardig stadstheater is geëvolueerd en hier te gast zal zijn met “Drie Zusters” van Tsjechov. Of het Burgtheater met “Ritter, Dene, Voss” van Thomas Bernhard. Als we de verwachte steun uit Wenen en van de Oostenrijkse ambassade krijgen, wordt ook de “Ivanov”-productie van Peter Zadek uitgenodigd. We zijn van oordeel dat het uitnodigen van dit gezelschap een belangrijke inspiratiebron zou kunnen zijn voor het repertoiretheater in ons land. Ik denk trouwens dat dergelijke werking vaak een ingrijpender en langduriger impact heeft dan iemand een paar honderdduizend frank geven om een nieuwe productie klaar te stomen. Waarmee ik die materiële steun uiteraard niet wil uitsluiten, vandaar trouwens ons co-producties en eigen producties.
– Van Tadeusz Kantor is er “Vandaag is mijn verjaardag”.
Frie Leysen:
De onderhandelingen waren tijdens zijn leven reeds in een heel ver gevorderd stadium, maar met zijn dood werd dat toch wel erg delicaat en dat om twee redenen. Enerzijds voel je in de theaterwereld een kleine neiging tot nekrofilie en anderzijds was het nog de vraag wat een gezelschap als Cricot 2 zonder Tadeusz Kantor op de scène zou geven. Uiteindelijk hebben we beide overwegingen opzij geschoven omdat dit echt de laatste kans is om het werk van een van de belangrijkste theatermakers van deze eeuw aan het publiek te kunnen voorstellen. We hebben het gezelschap dan ook uitgenodigd met de allerlaatste productie van Tadeusz Kantor, “Vandaag is mijn verjaardag” die in een ver gevorderde repetitiefase door zijn dood is afgebroken. Naar aanleiding van hun komst hebben wij ook een van de vroegere, maar wellicht ook één van de mooiste producties die hij ooit heeft gemaakt, uitgenodigd namelijk “Dodenklas”.
De laatste nieuwigheid van dit seizoen is de keuze voor kameropera, maar daarover kan Jerry misschien wat meer vertellen?
Jerry Aerts: Men zegt dikwijls dat opera de podiumkunst bij uitstek is, omdat zij raakvlakken heeft naar alle andere artistieke activiteiten. Het zou echter onzinnig zijn zich op het terrein van de Munt of de Vlaamse Opera te begeven. Daarom denk ik dat we met de kameropera een bijzonder aantrekkelijk en uitdagend werkterrein hebben gevonden. Zowel bij onze theatermakers als bij onze zangers en musici leeft een sterke behoefte om dit medium aan te pakken. Het opzetten van eigen producties met het accent op kwaliteit en op de creatie van werk van eigen componisten en librettisten kan naast een receptieve programmatie van het beste uit het heel brede buitenlandse aanbod worden geplaatst. Na de start met de geslaagde coproductie van “Jacob Lenz” zal deze kunstvorm in de toekomst in de Singel een heel belangrijke plaats innemen. Volgend seizoen zijn er reeds twee Belgische creaties gepland. Een eerste van Henri Pousseur, “Leçons d’Enfer”, in een regie van zijn dochter Isabelle en een tweede van Théâtre de la Place, die de titel “Baden Baden 1927” meekreeg omdat het een reconstructie wordt van een avond in Baden Baden waarop vier kameropera’s werden gecreëerd, namelijk van Kurt Weill, Paul Hindemith, Darius Milhaud en Ernst Toch. Met het oog op de toekomst en met het oog op een verdere uitdieping van het fenomeen kameropera is er ondertussen ook al een creatie-opdracht gegeven, namelijk aan de Vlaamse componist Dirk Dhaese en aan de Amerikaanse librettist Alex Steiermark. Zij zullen een Engelstalige opera schrijven over een thema dat sterk met ons land verbonden is, namelijk het Belgisch Congo van het einde van de negentiende eeuw. De opera zal als titel hebben “Red Rubber” en zal in 1993 in De Singel gecreëerd worden. Ik wil er ook nog aan toevoegen dat er een tweejaarlijks kameropera-festival in voorbereiding is, dat voor het eerst in samenwerking met Antwerpen ’93 zal worden gepresenteerd.
– Ondanks die belangstelling voor creaties, is De Singel toch ook altijd allergisch geweest voor de ‘terreur van het nieuwe’…
Frie Leysen
: Het nieuwe mag geen criterium op zich zijn. Het is op z’n minst even belangrijk om mensen in de loop van hun artistiek proces te blijven volgen. Volgend seizoen gaat het daarbij in totaal over 240 evenementen, dus het spreekt vanzelf dat ik die niet allemaal kan opsommen. Samengevat kan ik echter zeggen dat b.v. wat theater betreft er een opmerkelijk groot aantal producties worden uitgenodigd met vooral hedendaagse auteurs en een zwaar accent op de Duitstalige literatuur.
– En wat de dans betreft?
Frie Leysen
: Jan Hoet noemde de jonge Belgische plastische kunst een kunst van barok en van armoede. Misschien vinden we dat ook terug bij de jonge Vlaamse dansers. Veralgemenen is gevaarlijk, maar die twee elementen vind je m.i. zowel bij Wim van de Keybus als bij Anne-Teresa De Keersmaeker terug. De Singel coproduceert de nieuwe productie van Wim van de Keybus en zal het werk van Rosas, ook vanuit de Munt, blijven ondersteunen. Er is een productie met Rosas gepland voor het volgende seizoen, maar die komt nog niet voor in het programma omdat de data, de titels en alle andere praktische gegevens nog te vaag zijn.
– Het pakket “Jonge helden” staat voor kinderproducties…
Frie Leysen
: Niet enkel dat, er is ook een aanbod voor jongeren tot zestien jaar en een selectie uit de ‘normale’ programmatie voor jongeren tot negentien jaar. De Singel beschouwt kinderproducties overigens als een volwassen aangelegenheid. We willen werk tonen dat artistiek volgroeid is en geen toegevingen doen op de kwaliteit. Vandaar dat je daarin namen terugvindt als Schumann, Haydn, Bizet, Ibsen, Chagall, namen uit het wereldrepertoire dat misschien niet direct voor kinderen is bedoeld, maar het wordt steeds duidelijker dat de wereld van de kinderen en die van de volwassenen veel minder ver uit elkaar liggen dan men meestal wil aannemen. Kunstenaars die voor kinderen werken, grijpen meer en meer naar het grote werk en vertalen dat in hun voorstellingen. En de vorm waarin ze dat vertalen is ook niet de stereotiepe vorm die de volwassene als geschikt voor kinderen bestempelt. Ook een jong publiek wordt veel te vaak onderschat.
– Wat die werking naar de jeugd toe betreft heeft Jerry trouwens grootse plannen?
Jerry Aerts:
Het effectief uitbouwen van een kunsthuis voor jongeren is zeker essentieel. Sedert twee jaar is het programmapakket naar scholen toe en ook op ‘normale’ uren zeer ernstig aangepakt door Johan De Feyter, maar de vraag is zo groot geworden dat wij daar niet volledig kunnen aan voldoen. Een zaal die kleiner is dan de Rode Zaal en voor honderd procent beschikbaar zou zijn voor jongeren is wellicht de enige juiste oplossing om aan die jongerenprogrammatie te werken. Jongeren met kunsten laten kennismaken, zowel actief als passief, is belangrijk. Ik ben ervan overtuigd dat in elke grote stad zo’n centrum nodig is. Jongeren zijn immers veel minder mobiel dan volwassenen. Zij kunnen zich niet zo maar naar eender waar verplaatsen waar zich iets interessants aanbiedt en bovendien zijn ze niet steeds op de hoogte van wat er in hun directe omgeving gebeurt. Zo’n huis voor jongeren zou op korte tijd dan ook een eigen autonomie moeten krijgen. Dat is een idee waaraan we in De Singel hard zullen werken, maar waarvan we ook beseffen dat het hard knokken zal zijn. Ik hoop dat ik dit samen met Johan volgend jaar echt zal kunnen aankondigen.
Johan De Feyter: “Wij gaan er eigenlijk vanuit dat jongeren vanaf 16 naar de volwassenenvoorstellingen moeten gaan. Als aanmoediging hebben we daarvoor een speciale abonnementsformule, het zogenaamde abonnement min 19. Daarin hebben wij een selectie gemaakt van een dansvoorstelling, een theatervoorstelling en een concert, een doorsnede van de programmatie dus, maar dan wel zo gekozen dat wij denken dat ze vooral geschikt zijn voor jongeren.”
– Persoonlijk vind ik ook dat jongeren in het “gewone” theater terecht kunnen. Het probleem is echter: ze gààn niet. Nu ben jij vooral met kindertheater bezig, maar denk jij dan ook aan die doorstroming of is er daar een breuk?
Johan:
“Ik denk dat die breuk eigenlijk iets vroeger valt. Ik denk dat ze ongeveer op de leeftijd van twaalf tot veertien jaar afhaken. Dat is het moment dat ze door hun ouders niet meer worden meegenomen naar kindervoorstellingen, omdat ze daar niet meer naartoe willen gaan, en dat is tegelijk ook het moment voor andere activiteiten: jeugdbewegingen, sportclubs en zo.”
– Say no more, ik heb wel al begrepen welke ‘activiteiten’ je bedoelt. Maar terug naar Frie: De Singel is de laatste jaren ook een heel belangrijke plaats geworden voor de hedendaagse architectuur…
Frie Leysen:
Met onze tentoonstellingen willen we niet enkel deze architectuur tonen, maar ook de discussie aanwakkeren. Het opzet van de voorbije jaren blijft dus aangehouden. We brengen van jonge en oude architecten uit binnen- en buitenland zowel overzichtstentoonstellingen als exposities rond bepaalde specifieke projecten. Zo is er de tentoonstelling over een kijkdorp in Aalbeke bij Kortrijk, waar tien jonge architecten, waarvan er velen hier al een overzichtstentoonstelling hebben gekregen, actief zijn in een ogenschijnlijk zeer banale verkaveling. Zij gaan daar 22 woningen ontwerpen. In onze ogen een heel zeldzame, exemplarische aanpak als alternatief voor de fermette-dorpen waarmee we dit land aan het volbouwen zijn. Hopelijk is deze tentoonstelling dan ook een aanleiding tot een verhitte discussie over verkavelingen, over kijkdorpen, over commercie en over boeiende architectuur.
– Voor de muziek zijn de centrale komponisten volgend seizoen de drie grote B’s: Brahms, Beethoven en Bach… Een paar voorbeelden?
Frie Leysen
: Het Cleveland Quartet speelt de integrale Beethoven-kwartetten in zes concerten op twee weken tijd en het Melos Kwartet zal de integrale strijkkwartetten en -kwintetten (aangevuld met solisten uiteraard) van Johannes Brahms vertolken in drie concerten. Daarbij zullen ze ook master classes geven voor jonge musici, wat eigenlijk ook een nieuw gegeven is in de Singel. De Bach-serie wordt gespeeld door onze twee barokorkesten die elk wel een zeer uitgesproken visie hebben op deze componist. Het zou ook kunnen dat voor het eerst in de geschiedenis af en toe de Blauwe Zaal zal worden verlaten om uit te wijken naar een van de kleinere of grotere kerken in het Antwerpse als het repertoire dit echt noodzakelijk maakt.
– Jerry Aerts heeft tot hiertoe altijd de muziekprogrammatie gedaan. Wordt dat dan vanaf nu iemand anders?
Jerry Aerts
: Het spreekt vanzelf dat er heel vlug iemand bij zal moeten komen. Ik was wel van plan om toch nog een paar jaar de muziekprogrammatie in grote lijnen te blijven opvolgen om op die manier aan een nieuweling de kans te geven, zoals ik dat zelf heb gekund, een zeer eigen gezicht aan die programmatie te geven.
– Wat zijn eigenlijk de grote lijnen van je toekomstige politiek?
Jerry Aerts
: Ik heb de politiek van De Singel tot nu toe helpen bepalen, ik ga er dan ook niet essentieel van afwijken. Zo blijf ik radikaal voor de kunst kiezen, zonder toegevingen naar het publiek toe en met een accent op de hedendaagse kunst. Het is reeds eerder gezegd: De Singel is een internationaal platform voor hedendaagse kunsten. Of anders geformuleerd: De Singel is een koppelteken tussen eigentijdse kunstenaars en een eigentijds, geïnteresseerd publiek. In essentie wens ik daaraan niets te veranderen, ik ga alleen een paar nieuwe accenten leggen. De podiumkunst is immers een levend gegeven en dient heel alert opgevolgd. Veranderende accenten zijn daarom zelfs noodzakelijk. Presenteren van podiumkunsten op een receptieve manier is steeds de hoofdbekommernis geweest van de Singel. Door een zeer strenge selectie van het programma-aanbod en eigen ingrepen hierin, b.v. door coproducties aan te gaan, werd het huidige imago, de kwaliteit en de eigenzinnigheid van dit huis opgebouwd. Voor de toekomst blijft deze receptieve functie een essentieel onderdeel van de werking. Doordat de Singel echter middenin die kunstwereld staat, worden wij constant geconfronteerd met de fundamentele noden van die wereld. Er zijn kunstdisciplines die nauwelijks aan bod komen. Er zijn belemmeringen in de creatieve productiviteit door het ontbreken van middelen, van structuren. De Singel moet hierbij zijn verantwoordelijkheid opnemen. Structurele tekortkomingen kunnen aldus gedeeltelijk verholpen worden. Maar bij de keuze van de artistieke projecten die ondersteund dienen te worden komt nog een grotere verantwoordelijkheid kijken dan bij de keuze uit het receptieve artistieke aanbod.
– Je hebt ook een speciale belangstelling voor film?
Jerry Aerts
: Ik vind film een essentiële kunst voor de twintigste eeuw, die dan ook zijn plaats zou moeten hebben in een kunstcentrum als De Singel. Ik had daarom graag nu reeds de werking van het Centrum voor Beeldcultuur aangekondigd, een enorm boeiend initiatief, dat we graag in De Singel onderdak hadden willen geven. Ondertussen is een en ander geblokkeerd en wordt ook het ICC als mogelijk huis voor dat Beeldcentrum overwogen, zodat wij alleen maar een beslissing van de overheid dienaangaande kunnen afwachten.
– De oorspronkelijke verhuuropdracht van De Singel speelt jullie soms ook nog parten?
Frie Leysen
: Onze oorspronkelijke opdracht was inderdaad van onze infrastructuur te verhuren. Dat is stilaan afgebouwd, omdat we meer en meer een eigen programma zijn beginnen uitbouwen. Aangezien je maar met één tegelijk in de zaal kan, moest dat uiteraard ten koste van die andere opdracht gaan. Het probleem is echter dat je geen vat hebt op wat diegene aan wie je de zaal verhuurt, daarin brengt.
– Kun je daar wat preciezer in zijn?
Frie Leysen:
Wel, ik heb het over Berdien Sternberg en dat soort dingen. En het probleem is dat het publiek datgene wat het ziet ook associeert met de plaats waar ze dat ziet. Iedereen gaat er dus vanuit dat wij dat organiseren (en dat is terecht, want het publiek hoeft zich daarover geen zorgen te maken), maar dat doorkruist dan weer ons voornemen om zo consequent mogelijk te zijn in onze opties.
– En kunnen jullie niet zonder die zaalverhuur?
Frie Leysen
: Nog niet. De Rode Zaal kunnen we niet meer verhuren omdat we gewoon geen dagen meer hebben dat ze nog vrij is. Maar de Blauwe Zaal zullen we moeten blijven verhuren, omdat we dat geld nodig hebben. Maar als minister Dewael zegt: “De Singel wordt hét kunstcentrum voor Vlaanderen”, dan is de consequentie daarvan toch wel dat het publiek zou moeten kunnen zeggen dat al wat hier staat ook door ons is gesigneerd.
– Maar heb je dat geld echt nodig?
Frie Leysen
: De omzet van de Singel voor dit kalenderjaar is 130 miljoen en de toelage van de Vlaamse Gemeenschap is 64 miljoen. De rest van de ontvangsten moeten wij dus zelf realiseren. Wat de ticketverkoop voor onze eigen programmatie betreft, ligt dat om en bij de twintig miljoen, terwijl de zaalverhuur maar voor drie à vier miljoen in aanmerking komt. Dat is weinig, maar we hebben ze wel nog steeds nodig. Daarnaast hebben we immers nog voor tien à twaalf miljoen sponsoring, de sponsoring in natura (bladen die ons publicitair steunen b.v.) niet inbegrepen, en de rest wordt dan gevormd door een aantal kleine budgetten zoals de opbrengst van de bar.
– De liefde is nog erg groot en toch verlaat je de Singel?
Frie Leysen
: Ik verlaat de Singel omdat ik vind dat zo’n huis na verloop van tijd nieuw bloed moet krijgen, opdat het niet zoals een aantal andere instellingen in dit land zou oud worden met z’n directie. Ik verlaat de Singel ook omdat je na tien jaar toch wel een beetje aan bijtanken toe bent. En ik doe het nù omdat het nu goed gaat met de Singel. Er zit een goede ploeg, de financiële situatie mag dan niet riant zijn, ze is toch gezond en er is een heel stevige administratieve onderbouw met aan het hoofd, niet te vergeten, een heel goede nieuwe directeur. Voor hem wordt het een enorm grote uitdaging. Vaak is het dankbaarder een puinhoop te erven dan een huis dat goed draait. Maar De Singel is nooit af. En dààr zit de uitdaging. Het is een eeuwig gevecht. Een gevecht voor een artistiek niveau, een gevecht voor een publiek, een gevecht voor ruimte, een gevecht voor middelen.

Referentie
Ronny De Schepper, Frie Leysen en Jerry Aerts: het eeuwige gevecht, De Rode Vaan nr.26 van 28 juni 1991

52 frie leysen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.