De Amerikaanse acteur Kirk Douglas is gisteren overleden. Hij werd niet minder dan 103 jaar!

Kirk Douglas werd geboren als Issur Danielovitch Demsky in New York, als zoon van Russisch-Joodse ouders. Alhoewel hij opgroeide in een arme buurt, slaagde hij er in een goede opleiding te voltooien. Na een studie aan St.Lawrence University kreeg hij een beurs voor de American Academy of Dramatic Arts. Net voordat hij in dienst ging bij de Amerikaanse marine in 1941, speelde hij reeds in een aantal kleine Broadway producties. Na de oorlog werd hij op voorspraak van studiegenote Lauren Bacall gecast als hoofdrolspeler in The Strange Love of Martha Ivers. Daarna volgde “Out of the past” (Jacques Tourneur, 1947) met een scenario van Geoffrey Homes (Daniel Mainwaring) naar zijn roman “Build my gallows high”. Jeff Bailey (rol van Robert Mitchum) is een ex-privé-detective die nu een garage exploiteert nabij Bridgeport (Californië). Hij wordt in zijn partijtje vissen gestoord door een zekere Joe Stephanos (Paul Valentine), een gangster die een boodschap voor hem heeft van Whit Sterling (Kirk Douglas), een beroepsgokker met wie Jeff jaren geleden zaken deed. Jeff vertelt daarop aan zijn toekomstige vrouw Ann Miller (Virginia Huston) in welke omstandigheden hij met Whit in contact kwam. Toen hij nog in New York werkte, werd hij door Sterling geëngageerd om het spoor terug te vinden van Katie Moffatt (Jane Greer), een vriendin van de gangster, die na een moordaanslag op Sterling met 40.000 dollar aan de haal ging. Deze film is een klassiek voorbeeld van de periode toen Hollywood de Franse “films noirs” ging naäpen. IJzersterke dialogen en een knappe plot met bloedstollende climax. In ’84 opnieuw gemaakt als “Against all odds” met Jane Greer dan in de rol van de moeder van het meisje dat ze in deze versie neerzet.
Hierop volgde de boksfilm “Champion” van Mark Robson uit 1949. Het betekende voor de jonge Douglas (die er een oscarnominatie aan overhield) niet enkel de doorbraak in de filmwereld, het was ook een illustratie van de vrouwelijke fascinatie voor boksers. Topactrice Joan Crawford nodigde hem immers prompt bij haar thuis uit en begon onmiddellijk met hem te vrijen voornamelijk omdat… hij zijn oksels had geschoren voor de film. Kirk Douglas: “Ik had geen idee waarover ze het had, maar wat een opmerking op zo’n moment! Wat een afknapper! Op slag was ik van al m’n fantasieën over mevrouw Crawford verlost.” (Humo 9/8/2002)
In 1951 wijst Billy Wilder in “Ace in the hole” (ook wel bekend als “The big carnaval”) al op het gevaar van sensatiejournalistiek door te tonen hoe een op sensatie beluste reporter (Kirk Douglas) ten behoeve van een stevig verhaal een in een schacht opgesloten mijnwerker zo lang mogelijk aan het lijntje houdt. Voor velen is “Paths of glory” van Stanley Kubrick (1957) misschien wel de ultieme anti-oorlogsfilm. Aan het westelijk front werden honderdduizenden soldaten de dood ingejaagd tijdens zinloze offensieven. Na de zoveelste mislukte aanval braken in 1917 muiterijen uit in het Franse leger, die keihard werden neergeslagen. In “Paths of glory” krijgt een legereenheid, aangevoerd door kolonel Dax (Kirk Douglas), het bevel om een oninneembare vesting te veroveren. Wanneer zij daar niet in slagen, worden de soldaten van lafheid en desertie beschuldigd. Drie onschuldige soldaten worden tenslotte geëxecuteerd. De film toont zich niet mals voor de onkunde en de hypocrisie van de Franse legerleiding. “Paths of Glory” werd bij zijn verschijnen in 1957 in Frankrijk, waar het leger tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog opnieuw zwaar onder vuur lag, om ‘politieke redenen’ verboden. De film werd pas na achttien jaar vrijgegeven.
Ondertussen heeft Douglas in totaal in meer dan 85 producties gespeeld, waaronder kaskrakers als 20.000 mijlen onder zeeSpartacus (bovenstaande foto) en Lust for Life (1956), een prent over het leven van Vincent van Gogh. Hij speelde ook in diverse westerns, zoals “Man without a star” van King Vidor uit 1955, die over het algemeen als een meesterwerk wordt beschouwd, alhoewel Vidor zelf hem afzweert omdat hij door de producers zou verminkt zijn. In 1956 was er dan de historische “Gunfight at the O.K.Corral” met Kirk Douglas als Doc Holliday en Burt Lancaster als Wyatt Earp. Douglas interpreteerde de film als een liefdesverhaal tussen de twee “helden”, wat John Wayne razend maakte. In 1970 draaide Joe Mankiewicz “There was a crooked man”, waarin hij de klassieke mythologie van de western ondergraaft. Henry Fonda is bijvoorbeeld wél de ordehandhaver maar niét integer, terwijl Kirk Douglas sympathieker overkomt, maar hij blijft wel een schurk.
Douglas is tot op hoge leeftijd actief gebleven als acteur. In 1986 was hij nog te zien in “Tough guys” van Jeff Kanew, het verhaal van twee spitsbroeders die, na 30 jaar brommen in dezelfde cel, weer vrijkomen. Deze film is meer dan zomaar de hereniging van oude filmratten Burt Lancaster en Kirk Douglas. Het is een lichtvoetige, sympathieke maar snel vergeten komedie rond ouder worden. De twee bankovervallers van de oude stempel, die beroepseer en vriendschap boven alles stellen, reageren verschillend. Impulsieve Harry (Kirk Douglas) wil jong blijven: hij vindt een job en een jonge vriendin, en danst en vrijt een gat in de nacht. Bezadigde Archie (Burt dus) wil waardig oud worden, maar pikt het niet dat hij in het tehuis als een kind behandeld wordt, geen biefstukken maar flauwe dieetkost voorgeschoteld krijgt, en als een viezerik beschouwd wordt wanneer hij met een « oude vlam » in bed wordt aangetroffen. Vooral onder impuls van Harry zullen de onverbeterlijke individualisten zich weer op het misdaadpad begeven… Tragiek wordt vermeden, maar toch hangt er een zweem van melancholie over de (toch vrij magere) derde-leeftijd-plot die op gang komt, met sergeant Yablonski (Charles Durning), die hen destijds kliste, en de running gag van de hoogbejaarde, bijziende huurdoder (Eli Wallach). Beter dan de nog altijd kwajongensachtige Kirk Douglas, slaagt de gracieus ouder wordende Burt Lancaster erin zijn personage een ontroerende dimensie mee te geven, in de lijn van zijn prachtrol in Atlantic City.
Kirk Douglas was ook een aanhanger van “the method”. Dat bleek b.v. tijdens de opnames van “Spartacus”, tot grote ergernis van zijn tegenspeler Peter Ustinov. Tijdens een liefdesscène met Jean Simmons liet Douglas muziek van Rachmaninov spelen, “om zich beter te kunnen inleven”. “Alhoewel er in 70 vóór Christus weinig sprake was van Rachmaninov,” aldus Ustinov. Toen men met de postproductie bezig was, meer bepaald het opnieuw inspreken van de dialogen, moest Ustinov op een zeker moment een bericht naar Kirk Douglas brengen. Toen hij in de studio kwam, zag hij tot zijn stomme verbazing dat Douglas op de vloer lag met de armen gespreid, alsof hij op een kruis hing, want dat was de scène die hij aan het inspreken was. Ustinov ging ook op de grond liggen (net alsof hij naast Douglas gekruisigd was) en gaf hem op die manier de boodschap door. Mister Douglas was not amused.
Naast zijn lange acteercarrière is Kirk Douglas bekend geworden als de man die de zwarte lijst van Hollywood in 1960 ten einde liet komen. En dat kwam dus door een “communistische” film als “Spartacus” (een slavenopstand!). ‘t Is te zeggen: het script werd Douglas onder een andere naam (Sam Jackson) aangeboden, zoals dat onder het McCarthisme gebruikelijk was. Toen Douglas (producer én hoofdrol) hoorde dat achter het pseudoniem Dalton Trumbo schuilging, eiste hij dat diens echte naam op de generiek zou komen. En zo werd voor het eerst de Zwarte Lijst doorbroken.

Althans, dat is de “officiële” versie. Op de Internet Movie Database lezen we echter een ander verhaal: in order to get so many big stars to play supporting roles, Kirk Douglas showed each a different script in which their character was emphasized. Writer Dalton Trumbo reportedly got so fed up with writing all these different versions that he threatened to walk off the project, until Douglas promised to give him full screen credit. When director Otto Preminger, who was also working with Trumbo on Exodus, learned of this, he publicly credited Trumbo for that movie before Douglas could, much to the latter’s chagrin. In fact, Kirk Douglas, who was a passionate Zionist, wanted the history depicted to parallel the story of the Jewish people, therefore he clashed with openly Communist screenwriter Dalton Trumbo, who was more interested in making this movie a commentary on the Cold War.

Kirk Douglas wanted to play the title hero in Ben Hur (1959), but director William Wyler wanted Charlton Heston to play the role. Douglas was then offered the antagonist role of Messala, which was eventually given to Stephen Boyd, but refused to play second banana. In later years, Douglas admitted that he made this movie as to show Wyler and his company that he could make a Roman epic that could match “Ben-Hur”. He once said: “That was what spurred me to do it in a childish way, the ‘I’ll show them’ sort of thing.”

In July 1959, Hollywood Reporter announced that the budget had “spiralled” from $5,000,000 to $9,000,000, and according to studio press materials, the final budget was $12,000,000. Some sources stated that the massive production was the most expensive in movie history to that point. However, the budget for Ben Hur exceeded $15,000,000. The April 1991 New York Times article points out that this amount equalled more than Universal Pictures was worth at the time of the movie’s production, when the studio was purchased by MCA for $11,250,000.

Wat de regisseur betreft daarentegen, Stanley Kubrick was brought in as director after Kirk Douglas had a major falling out with the original director, Anthony Mann. In his autobiography, Kirk Douglas admitted that he replaced Anthony Mann because he felt he was “too docile”, especially for the powerful actors dominating the cast. He added: “He seemed scared of the scope of the picture.” According to Peter Ustinov, the salt mines sequence was the only footage shot by Mann.

However, Douglas had an equally difficult time working with Kubrick, as the men had frequent clashes about many artistic choices. The disagreements got so bad that both men reportedly went into therapy together. After the production, Douglas claimed he would not collaborate with Kubrick again if he was given the opportunity. Douglas has often said he regretted having Mann fired from the movie, and when he was offered The Heroes of Telemark (1965), he agreed to take that role, on condition that Mann be hired as director.

Despite this movie being a huge box-office success, gaining four Oscars and being considered to rank among the very best of historical epics, director Stanley Kubrick disowned the movie and did not include it as part of his canon. Although his personal mark is a distinct part of the final movie, his contract did not give him complete control over the filming, and he frequently clashed with the studio and star/producer Kirk Douglas, making this the only occasion on which he did not exercise such control over one of his movies.
Douglas was tot 1951 getrouwd met Diana Dill. Met haar kreeg hij twee zonen: acteur Michael Douglas en producent Joel Douglas. Na zijn scheiding vormde hij een tijdlang een koppel met Pier Angeli. Daarna is hij hertrouwd met Anne Buydens. Samen met haar kreeg hij nog twee zonen: producent Eric Douglas en acteur Peter Douglas. Eric overleed op 6 juli 2004 aan een overdosis drugs.
In 1996 kreeg Douglas een beroerte. Als gevolg hiervan heeft hij sindsdien problemen met praten. Anno 2015 is hij vrijwel volledig van de gevolgen hersteld, loopt hij wederom zelfstandig en schrijft columns voor de Amerikaanse krant Huffington Post. Toen Jay Roach dat jaar een biopic draaide over Dalton Trumbo en zijn advies werd ingewonnen, stond hij er positief tegenover, alleen betreurde hij dat hij niet zichzelf mocht spelen (aangezien het hier om de jonge Douglas uit Spartacus ging, is het natuurlijk ook mogelijk dat het hier om een grapje gaat).

Kirk Douglas woonde tot zijn dood nog steeds in Beverly Hills. Bij de Vlaamse televisiekijkers zal hij vooral herinnerd blijven via de heerlijke grap van Erik Van Looy, die bij een interview met actrice Catherine Zeta-Jones het leeftijdsverschil met haar man Michael Douglas even op de hak wou nemen door te beweren: “I loved him in Spartacus!” (Wikipedia)

Een gedachte over “Kirk Douglas (1916-2020)

  1. Gunfight at OK Corrall:
    Bij deze film kwam het puikje van Hollywood samen:
    Producer: Hal B. Wallis (veel Elvis films)
    Director: John Sturges (The Magnificent Seven en The Great Escape)
    Muziek: Dimitri Tiomkin (film score voor Westerns)
    Scenarist: Leon Uris (schrijver van oorlogsfilms)
    Acteurs:
    Burt Lancaster
    Kirk Douglas…..eerst was Humphrey Bogart gecast maar die moest forfait geven wegens ziekte. Kort na het verschijnen van de film, overleed hij.
    Jo Van Fleet: moeder van James Dean in de film East of Eden
    John Ireland: slechterik in Westerns, ook in Bonanza,

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.