De Surinaams/Nederlandse filmregisseur Pim de la Parra viert vandaag zijn tachtigste verjaardag. Op de hierbij afgedrukte foto van Rob Mieremet (van Anefo via Wikipedia) is hij 32.

Pim de la Parra werd geboren in Paramaribo als afstammeling van Sefardische joden die al vier eeuwen in Suriname wonen. Hij volgde de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam en richtte in 1964 met Nicolai van der Heyde en Gied Jaspars het filmtijdschrift Skoop op. Vanaf 1965 regisseerde en produceerde hij films met Wim Verstappen onder de firmanaam Scorpio Films. De la Parra debuteerde dat jaar met Jongens, jongens, wat een meid. Hun grote doorbraak kwam in 1971 met de film Blue movie met Hugo Metsers die voor een revolutie zorgt omdat hij in de beroemde liftscène hopeloos zijn lul in de vagina van zijn partner probeert te krijgen. Sommigen noemen dit de eerste niet-gefakete penetratie in een “mainstream” film, waarmee men het Japanse “Rijk der Zinnen” toch een aantal jaren zou voorafgaan.
In 1972 draaide Pim de la Parra met “Frank en Eva” een bewuste “anti-Turks Fruit-film”. In de titelrollen kregen we de op dat moment onvermijdelijke Hugo Metsers en Willeke Van Ammelrooy te zien, terwijl in een kleinere rol ook Sylvia Kristel van de partij is (als grote fan van Turks fruit was ik nogal geshockeerd door Frank en Eva, ik geloof niet dat ik de film helemaal heb uitgekeken).
Ik meen me wel te herinneren dat ik van Wan Pipel (1976), de eerste Surinaamse speelfilm, heb genoten. Ik heb in die tijd daarover alleszins veel nota’s genomen, maar die vind ik helaas niet meer terug. Toch vertilde de la Parra zich aan deze film. De productiekosten rezen de pan uit en betekenden het einde van Scorpio Films. De la Parra vertrok naar Aruba en van 1980 tot 1983 stuurde zijn vader hem 1500 gulden per maand. Toen Suriname een deviezenbeperking instelde kwam aan de financiële steun een einde. De la Parra verhuisde in 1985 weer naar Nederland, en maakte zijn succesvolle ‘come-back’ film Paul Chevrolet en de ultieme hallucinatie (1985). De film kreeg lovende kritieken en werd geselecteerd voor het hoofdprogramma van het Filmfest Berlin. Na Odyssée d’Amour (1987),met een budget van 1,3 miljoen gulden zijn duurste film ooit, begon hij in 1988 met wat hij minimal movies noemde; in korte tijd en met minimale middelen opgenomen speelfilms. De eerste hiervan is Lost in Amsterdam (1989). De la Parra werkte hierbij soms onder de naam Ronald da Silva, maar let op: Cyrus Frisch heeft onder dit pseudoniem ook drie films geregisseerd en dit pseudoniem wordt eveneens door regisseur Paul Ruven gebruikt.
De actrice Eva van Heijningen, die in vijf van de minimal movies speelde, maakte in 1993 met Christine Mathon een documentaire over De la Parra en diens minimal movies, onder de titel There is no budget like low budget.
De la Parra ontving in 1991 de speciale juryprijs van het Filmfestival Utrecht voor zijn gehele oeuvre. Op 31 oktober 1996 keerde hij terug naar Paramaribo om voor zijn 88-jarige vader te zorgen die twee jaar later overleed. De la Parra bleef in Paramaribo wonen.

Referenties
Wikipedia
XXX, Tijdens de opnamen voel ik me een koning, interview met Pim de la Parra, De Waarheid, 12/7/1975.
XXX, Wan pipel, Film en Televisie nr.198, november 1973, p.34-35.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.