Op minder dan veertien dagen tijd kregen wij op De Rode Vaan in 1979 drie werken ter recensie toegeschoven over kinderliteratuur waarmee de Beverse criticus Eric Hulsens van ver of van nabij iets mee te maken had (zie « Over jeugdliteratuur wordt er veel geluld » r.v. nr. 38 en « Literaire kwaliteit moet primeren » r.v. nr. 43 van 1979). Alhoewel wij de twee verzamelbundels niet willen verloochenen, gaat ons hart toch uit naar het volgende, boeiende, leerzame en humoristische werkje (141 blz.), “Waarom lusten kinderen nog reuzen?” (met een schitterende ironische kaft). Ook het vormaspect draagt daar in niet geringe mate toe bij. Wij begroeten dan ook met veel plezier lnfodok (Bogaardenstraat 79, Leuven) in het kringetje van de goede progressieve uitgeverijen. Er is immers nog altijd veel plaats naast Kritak, het Masereelfonds en noem maar op.

In dit boek schetst Hulsens zijn originele kijk op het volkssprookje, telkens geïllustreerd met een uitstekend geselecteerd tekstfragment. Kortom, een dermate kwalitatief boek dat onze negatieve kritiek zich kan beperken tot een klein vertalingsfoutje (p. 27). Als Roodkapje aan de in haar grootmoeder vermomde wolf vraagt : “Oh, grootmoeder, wat hebt u grote schouders !” laat Hulsens de wolf antwoorden : « dat is om beter mijn houten fagot te kunnen dragen ! » Nu is het muziekinstrument dat wij kennen onder de benaming « fagot » toch niet zo zwaar, dachten wij, het Franse woord “fagot” staat hier dan ook voor « bussel hout ».
“Slaap kindje slaap, je moeder is een schaap” (158 bladzijden) is dan weer een extra-Heibelboek, samengesteld door Eric Hulsens with a little help van de redactie van het literaire tijdschrift met diverse vormen van kindercultuur als onderwerp (tekenen, liedjes, versjes, sprookjes, radio, televisie, theater) en als dusdanig wel interessant. De makers moeten echter wel uitkijken: het is zo’n beperkt wereldje, men schrijft zo vaak over elkaar, waarbij schouderklopjes en klappen worden uitgedeeld al naargelang vanwaar de wind waait. Erger wordt het nog natuurlijk wanneer men over zichzelf schrijft. Vooral Hulsens begint aan die kwaal te lijden.
In “Slaap kindje…” staat er zo een uitvoerige apologie van “Sterke Jan”, het eerste Vlaamse volkssprookje dat Hulsens met tekenaar Gorik in de Infodokreeks op de markt bracht, de zogenaamde “Blauwboekjes”. De serie werd genoemd naar de volksliteratuur uit de vorige eeuwen, de boeken met blauw omslag waarin allerlei traditionele verhaalstof, waaronder ook sprookjes, werd levend gehouden.
Het eerste deeltje van de reeks brengt een oud Vlaams sprookje, dat al in de vorige eeuw werd opgetekend door kanunnik Amaat Jcos in zijn “Vertelsels van het Vlaamsche Volk”. Het sprookje vertelt over de uitbuiting van landarbeiders door een rijke boer. Met zijn machtsmisbruik en zijn wreedheid wordt op sprookjesachtige wijze afgerekend door de held van het verhaal, die ijzersterk is.
De auteur Eric Hulsens en tekenaar Gorik hebben het verhaal rond het midden van de 16de eeuw gesitueerd, en vrij gebruik gemaakt van allerlei elementen uit de picturale wereld van Pieter Breughel de Oude, de schilder bij uitstek van het Vlaamse volksleven en de Vlaamse folklore in de 16de eeuw en het resultaat mag gewoonweg schitterend worden genoemd, een parel aan de kroon van Infodok !
Daar de Breugheliaanse kleuren wat duur uitvielen, wordt de tweede aflevering “Mauricia en de rovers” gebracht op 17de-eeuwse tegeltjes in Delfts blauw (48 bladzijden). Toch een leuk effect.
En waarover gaat dit boekje nu? Wie kent niet het verhaal van Sneeuwwitje? Nu, in Hamme denkt men daar heel anders over. Daar heeft men het niet zo voor dwergen (slechte invloed van Randy Newman, vrees ik) en koningszonen zijn er ook al niet erg populair. Vandaar dat men in Hamme Sneeuwwitje Mauricia heeft gedoopt en dat het bekende verhaal er in een licht gewijzigde versie de ronde deed. Mauricia nam haar intrek niet bij niezende (*) of luie dwergen maar bij heuse rovers. En toen ze gered werd door de prins, trouwde ze er niet mee, maar zei “merci” en vertrok terug naar haar schavuiten, waar ze met de kapitein trouwde. Ongetwijfeld heeft dit haar geen windeieren gelegd.

Ronny De Schepper

(*) Volgens Alcide is de uitroep “God zegene u” nadat iemand heeft geniesd nog een uitvloeisel van de pestepidemie van 590 na Christus: “De cette épidémie date l’expression Dieu vous bénisse après un éternuement car, dit Jacques de Voragine dans La Légende dorée « s’il arrivait que quelqu’un éternuât, souvent alors il rendait l’âme. Aussi, entendait-on éternuer, aussitôt on criait : Dieu vous bénisse! »

Een gedachte over “Eric Hulsens wordt zeventig…

  1. Hey,

    Dank voor jouw schitterende bijdragen over de hoofddoek. Kun je jouw mailadres doorgeven aub dan kan ik jou een aantal documenten doorsturen.

    Vriendelijk,

    Marc Laquière

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.