Op 8 januari 1948 bezochten Laurel en Hardy Gent, meer bepaald de Capitole. Hélène Maréchal is de vrouw in het midden op de foto. Dat was in het kader van een tournee door België, zelfs door Europa in ’t algemeen. Toch heb ik geen beschrijving kunnen vinden van wat ze dan eigenlijk wel deden (ook niet elders: ik had anders wel verondersteld dat ze overal wel ongeveer hetzelfde brachten).

Dat jaar componeert Charles Schollaert de “Buffalomars”, het clublied van La Gantoise. Een andere mars, “The chairman”, werd dan weer geschreven door Maurice Pauwels (°1929), die zichzelf accordeon en gitaar had geleerd. Daarnaast had ook hij aan het conservatorium hobo gestudeerd. Als hoboïst werkte hij bij de muziekkapel van de zeemacht en bij de Gentse opera, als gitarist bij het Welfare-dansorkest, het Metro Dansorkest en het kwartet John Blarney. Hij leidde ook de Navy Big Band. Soms gebruikte hij het pseudoniem Morris Jane. Hij componeerde zowaar ook muziek voor de Gentse hardrockgroep Ostrogoth!
In 1954 wordt Léon Torck (1903-1969) benoemd tot directeur van het conservatorium, terwijl Karel Locufier directeur was van de opera. Hij was het die in 1969 Koen Crucke ontdekte toen die met een combo optrad op de Gentse Feesten.
In tegenstelling tot Antwerpen was de Gentse opera een vzw die voor z’n eigen inkomsten moest instaan. Daarom moest Bart Lotigiers (7/2/1914-4/2/1995), de grootvader van Helmut Lotti, wel publieksvriendelijk programmeren (wat hem overigens een grote populariteit opleverde), maar waardoor het operaleven in Gent stagneerde. Zelfs Mozart werd niet meer gespeeld in Gent!
Tijdens de directie van Bart Lotigiers weigerde Vina Bovy nog een voet in de opera te zetten, “maar meneer Locufier, dat was een mens met een groot hart!” (De Gentenaar, 13/9/1978)
Ook Luigi Martelli (1920-1996) kon op haar steun rekenen. Luigi Martelli was de laatste onafhankelijke directeur van de Gentse Opera (1978-1981). Geboren op 6 juni 1920 studeerde hij piano, koormuziek, compositie en orkestdirectie aan het Verdi-conservatorium van Milaan en het was dan ook haast vanzelfsprekend dat hij zijn carrière startte als repetitor in de Scala. Vanaf 1953 tot 1958 was hij vaste dirigent van de Gentse opera en van 1958 tot 1978 van de Antwerpse opera. Daarna werd hij directeur van de Gentse opera. Door het feit dat hij o.a. Montserrat Caballé, José Carreras, Marilyn Horne en Carlo Bergonzi voor concerten naar Gent kon halen, werd hij erg populair bij het Gentse publiek dat zeer afwijzend reageerde toen hij in 1981 aan de kant werd gezet om plaats te maken voor de Opera voor Vlaanderen. Hij is overleden in mei ’96.

Ondertussen werd in 1963 in Gent door Claude Coppens, Herman Sabbe, Pierre Bartholomée, Philippe Boesmans, Lucien Goethals, André Laporte, Norbert Rosseau, Karel Goeyvaerts, Jan Broeckx en Louis De Meester de Spectra-groep opgericht om de hedendaagse muziek te propageren. Bij de voorstelling in het kasteel van Beernem is geen enkele Vlaamse krant aanwezig. Wel Nederlandse.

roel-en-paul2In het magische jaar 1969 organiseerde de Universitaire Jazzclub van Patrick De Grote een festival van avant-garde jazz in het Gravensteen (sinds 2002 trekt men daar tijdens de Gentse Feesten opnieuw naartoe voor het Blue Note Festival). Organisator Paul Van Gysegem (rechts op de foto naast dichter Roel Richelieu Van Londersele) speelde er samen met mensen als Mal Waldron, Fred Van Hove en Steve Lacy. Er was toen ook al spraken van “wereldmuziek” avant la lettre met de Senegalese drummer Tidiane Fall. De toen nog alom tegenwoordige BOB zocht er doorzichtig vermomd als jazzliefhebber naar drugs.
De liefhebbers van “oude stijl” jazz bleven uiteraard op hun honger en dat was de aanleiding om een jaar later de Internationale Jazzmeeting in Gentbrugge te organiseren met Rhoda Scott als grootste naam op de affiche.
Het avant-garde festival ging reeds in 1972 ter ziele, maar in Gentbrugge gaat men nog steeds lustig door, zonder dat de programmatie ook maar enigszins werd beïnvloed door de gewijzigde omstandigheden. De organisatoren zijn weliswaar terecht fier op het feit dat zij geregeld groepen uit het buitenland naar hier halen, maar soms worden ze daar zo euforisch door dat ze gaan overdrijven. Zo wordt in het programmaboekje van het jaar 2000 met fierheid aangehaald dat zij ooit de Zweedse groep Scanjazz naar Gentbrugge hebben gehaald. Dat is natuurlijk waar en ongetwijfeld was de zangeres Agneta Engström een ranke blonde schone, zoals we dat in die contreien gewend zijn. Vandaar echter naar besluiten dat dit dezelfde Agneta was als die van de latere Abba, is een beetje te voorbarig. Voor zover we weten, heette mevrouw Agneta Ulvaeus immers wel degelijk Agneta Fältskog vooraleer ze met haar Björn trouwde…
In 1975 dient de Lazy River Jazz Club zijn lokaal in Gentbrugge te ontruimen, maar dankzij de nieuwe voorzitter (sinds 1971) Etienne Hublau wordt de lokatie aan de Kantienberg gevonden. Naast de politieharmonie kan hier nu ook de Lazy River Big Band repeteren die een jaar eerder werd gesticht door Frans Delarue. Hublau wil ook de kans geven aan jonge Vlaamse jazzmusici zoals Philippe Venneman, Marc Matthijs, Patrick Mortier en zelfs Dirk Brossé, maar wordt teruggefloten door zijn bestuur.
Dit euvel wordt verholpen als in 1976 het Uilenkot in de Sint-Denijslaan (buurt van het Sint-Pietersstation) wordt geopend door de legendarische Opa Tuur, al dient gezegd dat in de eerste jaren bijna uitsluitend folk- en bluesartiesten optraden. Vanaf 1985 stond er echter enkel nog jazz op het programma. In 1996 werd het Uilenkot gesloopt om een verkeersknoop te ontwarren en nam Opa Tuur zijn intrek in de voormalige dancing “The Queen” aan de Citadellaan. Deze keer noemde Opa Tuur zijn café gewoon “Opatuur”.
Ondertussen was sedert 3/2/1978 op de Koornmarkt het aloude café Het Damberd tot een jazzcafé “omgeturnd”. “Sinds 1750 is hier ononderbroken een café gevestigd onder de naam Damberd. Dammen was toen een populair tijdverdrijf. Het gebouw zelf dateert uit de 13de eeuw en heeft nog dienst gedaan als graanopslagplaats,” aldus jazz-bassist Paul Feyaerts (°1947) in de Gazet Van Antwerpen van 26/2/2008.
Feyaerts ging in 1979 als barman aan de slag in het Damberd en enkele jaren later nam hij de zaak over. “De Korenmarkt was toen een katholiek bourgeoisbastion. Het Damberd was een van de vele bourgeoiscafés. Maar de bazin was 77 jaar en stelde haar herberg te koop. Die is toen overgenomen door Guido Bass, een Zwitser die een studentencafé had.”
“In het begin hadden we veel last met de politie. De burgerij zag dat niet zitten. Dat langharig, werkschuw tuig naast hun deur! (…) We zijn een echte bruine kroeg. Het interieur is sinds 1936 niet wezenlijk meer veranderd. De negen schilderijen met stadsgezichten in sepiatechniek aan de muur zijn zelfs beschermd.”

Misschien zal dat ooit ook nog eens het geval zijn voor de schilderijen van jazzgrootheden door Patrick Streulens, want in totaal organiseerde Feyaerts ongeveer 800 concerten, waarvan de bekendste namen allicht Archie Shepp, Lee Konitz en Ronald Shannon Jackson zijn. “Free-jazz was toen niet zo geliefd en de dollar stond laag. Nu is dat financieel niet meer haalbaar. (…) Nu richten we ons vooral op de aankomende generatie jazzmuzikanten. Daarmee is de cirkel rond. Toen we begonnen, waren er nog geen jazzscholen. Daarom hield de jammerlijk verongelukte tenorsaxofonist Philippe Venneman boven het café jazzworkshops voor jonge muzikanten.”
Sympathiek is dat Feyaerts in De Gentenaar van 1/2/2008 nog eens met lovende woorden over de Sixties spreekt, want “het moment nadert waarop je nog beter fout in de oorlog geweest kan zijn dan een mei-achtenzestiger” (Jan Leyers in Humo van 6/12/2005): “Ik ben zeer blij dat ik dat heb mogen meemaken. De dynamiek die dat heeft teweeggebracht in onze Westerse beschaving is niet te meten. Piet Van Eeckhaut vergeleek de impact ooit met die van de Franse revolutie.” In datzelfde interview stelt hij ook nog: “We zijn heel populair bij Erasmusstudenten en zeker bij de Spanjaarden. Die Zuiderse mensen herkennen de sfeer.”
Ondertussen is de Lazy River Jazz Club in 1986 voor een laatste (?) keer verhuisd: deze keer naar de vroegere kelder van het Arcatheater, gelegen in de Hoogstraat, onder het Novotel. In 1989 neemt Hublau ontslag. Hij weet zich nu immers verzekerd van het voortbestaan van de club.
Ondertussen was in 1968 Gabriël Verschraegen (1919-1981) aan het hoofd gekomen van het Gentse conservatorium. Een nieuw koninklijk besluit in 1973 trekt de leeftijd om toegelaten te worden tot het conservatorium op: men moet tenminste 15 jaar oud zijn, voor zang zelfs 17 jaar. Toch zijn er nog altijd zo’n 500 leerlingen.
De Gentse componist Norbert Rosseau (geboren in de Van Eyckstraat) schenkt in 1970 zijn collectie oude instrumenten aan het conservatorium.
In 1982 wordt Johan Huys (°1942) directeur van het conservatorium. Hij zal later kabinetsmedewerker worden van cultuurminister Patrick Dewael.
In 1984 wordt het nieuwe orgel, gebouwd door de firma Loncke en zonen uit Kortemark, ingespeeld in de concertzaal van het conservatorium. Het aantal leerlingen is op dat moment gedaald tot een goede 400.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.