Het is al 25 jaar geleden dat Nico Gomez is gestorven. Nico Gomez dient in de eerste plaats te worden herinnerd omwille van hemzelf en zijn verdiensten voor de Vlaamse muziek, maar toch zal hij vooral worden herinnerd als vader van niemand minder dan Raymond van het Groenewoud. Zijn echte naam is inderdaad Joseph Van het Groenewoud.

Raymond De Smet, voormalig hoofdredacteur van De Rode Vaan, legt uit hoe deze Amsterdammer in Brussel terechtkwam: “Rond 1947 zakten er een aantal Nederlandse deserteurs van de oorlog in Indonesië af naar België. En zij kwamen dan op de redactie van De Rode Vaan terecht met de vraag of wij als een soort brievenbus zouden willen fungeren tussen België en Nederland. Met die mensen uit Nederland groeide er een vriendschap en daarbij was dus o.a. mevrouw Deborah Tak die toen gehuwd was met Joseph Van het Groenewoud, die hier leefde onder de schuilnaam Nico Ooms, wat hem later als artiest zou inspireren tot Nico Gomez. Later, toen ze al in Antwerpen woonden, kreeg ik plots een bericht dat ze een zoon hadden die ze naar mij Raymond hadden genoemd. Maar wanneer later Raymond van het Groenewoud zo’n succes kende, had ik helemaal niet in de gaten dat het mijn petekind betrof. Tot hij dan zo rond 1979 eens bij mij op bezoek is geweest en alles mij duidelijk werd…”
Vanaf zijn vijfde jaar werd Raymond als enig kind (hij heeft echter wel drie halfbroers en -zussen die Nico Gomez in zijn tweede huwelijk heeft verwekt) opgevoed door zijn moeder en haar nieuwe man, Arnold Duitz, eerst in Amsterdam (1957-59), nadien in Antwerpen, waar hij de kaaskop werd genoemd, waardoor hij in een isolement werd gedreven, waarin hij zich later stilaan is gaan wentelen.
Toch vormde hij op school een groepje dat hij The Sharks noemde, naar de Puertoricanen uit “West Side Story”, een film waarvan hij erg onder de indruk was (meer van de ‘look’ van die ‘coole’ gasten dan van de muziek). Met The Sharks trad hij nooit op en met the AB’s (Antwerp Boys) in 1967 één keer (het verjaardagsfeest van de grootmoeder van één van de groepsleden). Een jaar later brengt hij het met Why Not al tot een verdubbeling van het aantal optredens (twee dus), maar ook nu houdt hij het vlug voor bekeken. Raymond verlaat het atheneum van Berchem en gaat full-time in het orkest van Nico Gomez spelen.
Van vorming was Nico violist, maar toen hij debuteerde in 1946 in een Brussels balorkest, was het als bassist. Het zal nog tot 1957 duren vooraleer hij een plaat zou mogen opnemen met zijn eigen orkest, maar toch is Nico Gomez vooral bekend als arrangeur voor Adamo, Will Tura, Ingeborg, Theo Mertens, Frédéric François en Rita Deneve (“Dit is de allereerste keer” is van zijn hand). Hij stichtte samen met Gaston Bogaert ook de Belgisch-Cubaanse groep The Chakachas die met Zuid-Amerikaanse muziek internationaal succes had (o.a. met “Ay, Mulata”, dat Nico had geschreven samen met Bogaert). Zelf werkte Nico Gomez ook mee in de BRT-orkesten van Francis Bay en Freddy Sunder. Later zal hij ook af en toe aan platen van zijn zoon meewerken (o.a. “La Bamba” op de soundtrack van “Brussels by night”) en natuurlijk bracht Raymond hem een eresaluut met het fameuze “Cha cha cha”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.