Het is vandaag honderd jaar geleden dat in Utrecht Wim Sonneveld werd geboren. Hij komt uiteraard een aantal keer ter sprake op mijn blog, maar een apart stuk over hem had ik nog niet. Aangezien ik vandaag echter een beetje in tijdsnood zit, zal ik me voornamelijk toch beperken tot een overname van Wikipedia.

Maar vooraf toch een persoonlijke opmerking. In de jaren zestig toen men in Nederland sprak van “de grote drie” wat cabaret betreft (Wim Kan, Toon Hermans en Wim Sonneveld), moet men eerst en vooral stellen dat Wim Kan met zijn typisch Hollands politiek cabaret hier helemaal niet aansloeg. In Vlaanderen bleven er dus twee groten over en het was logisch dat de mensen gingen vergelijken. Mijn vader was een fan van allebei, maar toch met een voorkeur voor Toon Hermans. Dat kwam, zo zei hij, omdat Wim Sonneveld te vaak de “vuile” toer opging. Met “vuil” bedoelde men in die tijd dat hij het over seks had, maar dat woord mocht men niet uitspreken.
Achteraf bekeken moet ik zeggen dat mijn vader eigenlijk gelijk had. En het gekke was dat noch hij noch ik noch 99% van de fans van Wim Sonneveld wisten dat de man eigenlijk homoseksueel was. Misschien daarom dat hij juist dààrover geen grappen maakte (ik kan me er toch geen herinneren). Het waren dus altijd grappen over heteroseksuele seks en die werden – wat mij betreft – inderdaad met een beetje te veel nudge nudge wink wink gebracht. Het voorbeeld bij uitstek daarvan is uiteraard “Ze kon het lonken niet laten”.
Als kind vond ik die seksueel getinte grappen natuurlijk wél leuk, maar toch gaf ook ik de voorkeur aan Toon Hermans, die meer voor “de gulle lach” ging (om nu een reeks te citeren die in de boekenkast van mijn vader stond te prijken). Maar deze keer moet ik “achteraf bekeken” mijn mening wel een beetje herzien. De teksten van Sonneveld blijken toch wel iets diepgravender dan het steeds weerkerende vogeltje-bloempje-verhaal van Toon Hermans. Dat kwam natuurlijk omdat Sonneveld met een stel uitstekende tekstschrijvers werkte (*), terwijl Hermans voor zover ik weet uitsluitend op zichzelf terugviel.
Wim Sonneveld werd geboren als zoon van een kruidenier. In 1922 verloor hij op zeer jonge leeftijd zijn moeder. Na een schooltijd waarin hij reeds de kwibus uithing had hij een aantal weinig succesvolle baantjes.
In 1932 ging hij zingen bij de amateurzanggroep de Keep Smiling Singers, waarna hij in 1934 met Fons Goossens (**) een duo vormde en optrad bij jubilerende verenigingen en instellingen. Later dat jaar ontmoette hij Huub Janssen, met wie hij, na een reis door Frankrijk in 1936, in Amsterdam ging wonen (***). In datzelfde jaar werd hij secretaris-administrateur bij Louis Davids, waar hij tevens kleine rolletjes mocht spelen en chansons kon zingen. In diezelfde periode trad hij op met zijn eigen gezelschap De Rarekiek, waar ook zijn vriend Huub aan meewerkte. Daarnaast zong Sonneveld in het Frankrijk van 1937 in cabarets van Suzy Solidor en Agnes Capri.
Na de oorlogsverklaring van 1939 keerde hij naar Nederland terug, waar hij toneelrollen had en in de revue van Loekie Bouwmeester speelde. In 1940 trad hij op bij het Theater der Prominenten en speelde bij De Sprookjesspelers van Abraham van der Vies. Hier ontmoette hij onder andere Conny Stuart. In 1943 vormde hij zijn eigen gezelschap, waarvan onder anderen Stuart, Lia Dorana, Albert Mol, Joop Doderer, Hetty Blok en Emmy Arbous deel uitmaakten.

Een beroemde creatie van Sonneveld is Willem Parel, zoon en kleinzoon van een orgeldraaier. Met Willem Parel beleefde hij grote successen in het VARA-radioprogramma ‘Showboat’ in het begin van de jaren 50.  In 1955 kreeg Willem Parel zijn eigen film onder de titel Het wonderlijke leven van Willem Parel. In de film rekent de persoon Sonneveld echter voorgoed af met het fictieve personage Willem Parel, waaraan hij een hekel had gekregen. Na de film heeft Sonneveld zijn personage dan ook nooit meer tevoorschijn gehaald.

In 1956 vertrok Sonneveld voor enige tijd naar Amerika om daar aan de slag te gaan als filmacteur. Hij speelde er in de televisiethriller The Pink Hippopotamus, maar vooral: in 1957 speelde hij naast Fred Astaire in de film Silk Stockings en in de film Wasp End. Op 11 oktober 1957 interviewde Sonneveld voor het televisieprogramma Mensen, dingen en nu de Amerikaanse actrice Jayne Mansfield.

Het ‘Cabaret Wim Sonneveld’ bestond tot 1959. Daarna speelde Sonneveld drie jaar lang de hoofdrol van Professor Higgins in de musical My Fair Lady.

De televisieshow Doe es wat meneer Sonneveld werd uitgezonden op 5 december 1962, vijf dagen na de allerlaatste voorstelling van My Fair Lady. Het succes was zo groot dat er werd besloten tot een herhaling in de oudejaarsnacht. Terwijl half Nederland ervan sprak, zat Sonneveld in Frankrijk. In de show zat o.a. Een zwoele nacht in Krimpen aan den IJssel, dat een vertaling was van Un clair de lune à Maubeuge.  Maar de meeste aandacht trok Catootje, een liedje dat Sonneveld in 1954 al in het theater had gebracht.

Deze televisieshow was de voorloper van een eerste solovoorstelling (alhoewel ook Marijke Merckens eraan deelnam), die in 1964 in première ging onder de titel Een avond met Wim Sonneveld. Het populairste onderdeel van deze show was ongetwijfeld “Frater Venantius”. In 1966 volgde Wim Sonneveld en Ina van Faassen. In deze show zat één van Sonnevelds bekendste liedjes, het door Wiegersma vertaalde Het dorp (naar “La montagne” van Jean Ferrat).

Op eigen verzoek aan schrijfster Annie M.G. Schmidt mocht Sonneveld een gastrol spelen in de populaire televisieserie Ja zuster, nee zuster (1966-1968) met teksten van Schmidt en liedjes van Harry Bannink. Sonneveld speelde drie rollen in de aflevering genaamd ‘De Pruiselaars’, waarin hij te gast was. Het bekendst is zijn rol als opa Arie Pruiselaar sr. Samen met Leen Jongewaard, als opa van Gerrit, zingt hij het duet In een rijtuigie dat uit zou groeien tot een klassieker. Andere bekende liedjes uit de aflevering zijn Op de step en De kat van ome Willem.

In wat zijn laatste theatershow zou worden, wilde Sonneveld zich verjongen. Het waren de jaren 70 en het cabaret van Freek de Jonge en Bram Vermeulen, Ivo de Wijs en Don Quishocking vierde hoogtij. Eerst durfde Sonneveld geen nieuwe show meer te maken, bang dat zijn show ‘ouderwets’ zou zijn, maar hij liet zich uiteindelijk toch overhalen. Voor de zekerheid nodigde hij de jongere Willem Nijholt en Corrie van Gorp aan zijn zijde op te treden. Met de keus van Nijholt en Van Gorp dacht Sonneveld zich weer een stuk jonger te voelen. Aanvankelijk leek dit ook zo voor het publiek, maar Sonneveld moest telkens als hij even een stukje ‘vrij’ had in de show, in zijn kleedkamer uitrusten op een stretcher. Hij klaagde ook vaak over zijn hart. Later bleek dat dit de show te veel voor hem zou zijn.

In het najaar van 1973 ging Op de Hollandse toer, de laatste film van Sonneveld, in première. Sonneveld had een familiefilm voor ogen, maar het werd een complete flop. Critici boorden de film de grond in en er kwam te weinig publiek om uit de kosten te komen. Toch zat hierin het later immens populaire “Aan de Amsterdamse grachten”, waarmee nu nog het jaarlijkse Prinsengrachtconcert wordt afgesloten.
Op 20 februari 1974 kreeg Wim Sonneveld in de auto een hartaanval, waarna hij werdopgenomen in een Amsterdams ziekenhuis. Na een paar weken rusten ging het aanvankelijk beter en Sonneveld vertelde dan ook in een interview aan Henk van der Meijden dat hij weer plannen had voor de toekomst. Zo wilde hij zijn memoires publiceren (onder de titel Sonneveld, mevrouw, dat zou verwijzen naar de tijd dat hij in de kruidenierszaak van zijn vader werkte) en een langspeelplaat maken met de titel Mijn hart, met daarop allerlei liedjes die over het hart gaan. Ook wilde hij in 1975 weer een programma gaan doen, omdat hij dan 40 jaar in het vak zou zijn. Een ander besluit dat hij nam was dat hij nooit meer een toupet op zou doen. Op de dag dat het interview in De Telegraaf werd gepubliceerd, overleed Wim Sonneveld op 56-jarige leeftijd aan een tweede hartaanval.

(*) Onder andere Annie M.G. Schmidt, Simon Carmiggelt, Michel van der Plas, Jacques van TolJaap van de Merwe en Sonnevelds andere levenspartner Friso Wiegersma (daarnaast zou hij ook nog een verhouding hebben gehad met de populaire zanger Johnny Jordaan). Zo mogen we niet vergeten dat de fameuze “Joske Vermeulen”-sketch, waarmee Gaston Berghmans zoveel succes heeft geoogst, eigenlijk uit de pen kwam van één van de tekstschrijvers van Sonneveld.

(**) Uiteraard niet Fonske Goossens van De Rode Vaan, alhoewel die als karikaturist ook een gezonde aanleg voor humor had.

(***) Zoals gezegd werd daarover zedig gezwegen. En als er dan toch al eens iets naar buiten lekte, zal men wel gezegd hebben dat het “om de huurkosten te drukken” was (cfr.Cary Grant en Randolph Scott).

Een gedachte over “Wim Sonneveld (1917-1974)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s