Veertig jaar geleden: de onbekende Bernard Hinault wint Gent-Wevelgem

Vandaag is het veertig jaar geleden dat Bernard Hinault Gent-Wevelgem heeft gewonnen. Hij was toen nog totaal onbekend.

Het eerste artikel van mijn hand in De Rode Vaan ging over Bernard Hinault en het was zo één van die artikels, waarvan je wenste dat je ze nooit had geschreven. Toen Bernard Hinault in 1977 Gent-Wevelgem won, was er hier in Vlaanderen immers haast niemand die de Bretoen kende (ikzelf had hem wel al een paar keer gezien in wedstrijden op de ORTF, maar ik spelde zijn naam toen nog fonetisch Eno, naar de rockmuzikant die ik toen wél al kende). Toen Miroir du Cyclisme daarop inpikte met hem af te schilderen als de opvolger van Jacques Anquetil, vond ik het dan ook nodig om daarover schamper te doen in De Rode Vaan onder de titel “Hinault: de man van morgen?” (RV van 9/6/1977). Ik was toen nog losse medewerker en stuurde mijn artikels op via de post (jaja, kindjes, er is nog een tijd geweest dat e-mail niet bestond!), dus tot overmaat van ramp verscheen het artikel pas nadat Hinault in de Dauphiné Libéré getoond had over welke moed en kracht hij beschikte. Gelukkig heeft Lode De Pooter mij dan via een voetnoot nog min of meer uit de nood geholpen. Toch hield ik er een “Bernard Hinault-complex” aan over en onder die titel schreef ik even later (helaas heb ik de datum van publicatie niet genoteerd) dan ook een column voor De Voorpost. Hierbij beide artikelen zoals ze destijds zijn verschenen.

“Hinault: de man van morgen?”

Het Franse wielerblad “Miroir du Cyclisme” (nr.232) slaagt erin een volledig nummer (enfin, toch bijna) te wijden aan één man, Bernard Hinault. Door z’n twee overwinningen op korte tijd (Gent-Wevelgem en Luik-Bastenaken-Luik), die hij hoofdzakelijk te danken heeft aan de rivaliteit dussen de “groten”, wordt hij onmiddellijk vergeleken met, hoe kan het ook anders, Jacques Anquetil. Hinault gaat dit jaar nog wereldkampioen worden en volgend jaar wint hij de Tour… (*)
In hun “spiegel van het wielrennen” zien de makers blijkbaar in de toekomst. Het Franse chauvinisme gaat zover dat men een monsterverbond aangaat met Nederland en via de successen van Jan Raas (Milaan-San Remo), Amstel Gold Race) en Gerrie Kneteman (Henniger Turm, Vierdaagse van Duinkerken) (hier ontbreekt een stukje tekst, dat ik me ook niet meer kan herinneren, RDS)
Alhoewel de toekomst van het wielrennen wellicht inderdaad in Nederland schuilt, toch een ietwat eigenaardige zwenking nadat men nog in het vorige nummer uitvoerig de lof had bezongen van de tandem Roger De Vlaeminck-Freddy Maertens. Over deze laatste gesproken, van de geruchtmakende dopingzaak hadden ze bij het ter perse gaan nog niets vernomen.
Wel zitten zij nog steeds opgescheept met het “geval” Thevenet (doping in Parijs-Nice). Miroir nr.229 was een speciaal Thevenet-nummer geweest (hij ging opnieuw de Tour winnen), in nr.231 was men zo ontgoocheld in Nanard (wegens die dopingkwestie én slechte uitslagen) dat men hard van leer trok tegen hem. Thevenet sloeg terug voor de televisie (Antenne 2) en nu krabbelt MdC weer achteruit. Thevenet is slachtoffer van zijn omgeving (de ploeg Peugeot met het incident Rachel Dard vorig jaar!), de renners zijn weerloos en de grote figuren achter de schermen blijven onaangetast. Afgezien van de vele kameleonades, inderdaad een juist standpunt.

Ronny De Schepper

(*) Ondertussen won B.Hinault ook de Dauphiné. Er waren daar heel wat “cracks” aan de start zodat deze zege eigenlijk meer waarde krijgt dan deze in de twee klassiekers. Bij de bespreking van dit tijdschrift wass steller van het artikel nog niet op de hoogte van dit resultaat, evenmin als de journalisten van de MdC. (LDP)

Bernard Hinault-complex

Deze week zijn we even overgewipt naar Bretagne. En mijn stille hoop werd bewaarheid: toen wij in het fameuze Mont Saint-Michel zaten te ontbijten, kwam Bernard Hinault binnen, met een pakje onder zijn arm. Croissants? Nog een prakje van gisteren? Verse luiers? We weten het niet. Beaat aanschouwden we echter deze verschijning van de nieuwe wielergod. We stieten zachtjes onze zoon aan en wezen met de mespunt in de richting van de toonbank: “Kijk, daar staat Bernard Hinault!”
Het jongetje dat heel speciaal meegegaan was naar het criterium van Sint-Niklaas om daar dan uiteindelijk… Jean-Marie Pfaff te zien i.p.v. Hinault (*), staakte het sabbelen op een kwaadwillige korst Frans brood en keek met open mond in de aangeduide richting.
Een geslaagd reisje! Wel waren we enigszins verwonderd toen we op het middaguur voor een rood stoplicht stonden in Saint-Malo en uit krantenwinkel alweer de man uit Iffiniac te voorschijn kwam. Hij droeg een Miroir du Cyclisme onder zijn arm, er was dus geen twijfel mogelijk. Wrevelig merkten we echter op dat de aandacht van onze telg begon te verslappen. Blijkbaar dacht hij: als we hier op elke straathoek Bernard Hinault gaan tegenkomen dan is er geen lol meer aan.
Tegen de avond werd het ook mij te gortig, want in Dol de Bretagne, waar we de nacht zouden doorbrengen, zagen we zowaar alweer Bernard Hinault. Met een flute onder de arm en een echte Bretoense pet op, besteeg hij – moeizamer dan in de cols – zo’n eng weggetje dat in Frankrijk wel eens voor een route nationale pleegt door te gaan. Helemààl mesjogge werd het echter, wanneer uit de tegenovergestelde richting zijn spiegelbeeld opdook met net zo’n flute en zo’n baret.
“Een Hinault die de straat afdaalt
een Hinault die de straat opklimt
twee Hinaults die dalen en klimmen
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx
van de beroemde hoedenmakers
treffen zij elkaar
de ene Hinault neemt zijn baret in de rechterhand
de andere Hinault neemt zijn baret in de linkerhand
dan gaan de ene en de andere Hinault
elk met zijn baret
zijn eigen flute
zijn bloedeigen Hinault-gezicht
elkaar voorbij”

De prangende vraag is nu: waarom vertel ik jullie dit allemaal?
Hier zijn enkele mogelijke antwoorden (multiple choice dus):
1.Door die uitstap zat er niet veel TV-kijken in deze week, dus ik lazer maar wat aan om mijn hoekje vol te krijgen.
2.Ik wil bewijzen dat ik ook Paul van Ostayen lees.
3.Deze reden ontgaat me juist.
4.Ik zit opgescheept met een Hinault-complex (toen men vorig jaar immers beweerde dat dit “de toekomst van het wielrennen” was, heb ik dit publiekelijk onthaald op hoongelach; dit was wel vóór de Dauphiné Libéré).
5.Ik wil bewijzen dat alle Bretoense mannen tussen 20 en 30 jaar op Bernard Hinault lijken.

Jan Segers30 mitterand

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s