Today 35 years ago, the “Morbidity and Mortality Weekly Report” of the Centers for Disease Control and Prevention, written by Dr.Michael Gottlieb (foto) reported that five people in Los Angeles, California, had a rare form of pneumonia seen only in patients with weakened immune systems (m.a.w. dat de weerstand van de getroffen personen aangetast werd), in what turned out to be the first recognized cases of AIDS. Il s’agissait de cinq hommes, jeunes (aux alentours de 30 ans), homosexuels, ayant consommé de la drogue. Dans un autre article paru le mois suivant, c’était maintenant 30 cas de jeunes homosexuels qui étaient atteints d’une forme de cancer de la peau. Kenmerkend aan de ziekte was dus dat negen van de tien patiënten homoseksueel waren en 98% man. Het leek een ‘homoziekte’, zoals veel kranten toen berichtten en daarom sprak men in eerste instantie over GRID (gay-related immuno deficiency). Later bleek deze aanduiding onjuist te zijn. In 1982 werd duidelijk dat ook gebruikers van verdovende middelen en lijders aan de bloederziekte hemofilie de ziekte konden krijgen. Deze laatsten kregen bloedtransfusies met bloed dat besmet bleek te zijn. De ziekte kreeg een naam al voordat de verwekker gevonden was: acquired immuno-deficiency syndrome (verworven immuundeficiëntiesyndroom), afgekort aids. (De Amerikaanse en Nederlandse Wikipedia & Alcide)

De menselijke variant van het aidsvirus moet in de jaren dertig ontstaan zijn in Centraal-Afrika. Officieel via het eten van besmet apenvlees. Rond 1966 moet het dan van daaruit naar Haïti zijn overgebracht, waarna – volgens evolutiebioloog Michael Worobey van de universiteit van Arizona – “een onbekende vrijgezel” uit dat land naar de VS is gereisd om het van daaruit te verspreiden. Wat eigenlijk niet zo moeilijk was in de “wilde” jaren zestig. Zegt Camille Paglia niet: “Everyone who preached free love is responsible for aids”?
Mediabelangstelling bleef echter uit tot de dood van Rock Hudson (foto) op 2 oktober 1985 (*). Roy Harold Scherer jr. had een hekel aan de naam Rock Hudson, die bovendien synoniem was voor de ideale schoonzoon, zodat hij hem nooit zou gebruiken (hij liet zijn foto’s handtekenen door zijn “persoonlijke assistent”) maar hij kon het zich in die tijd uiteraard niet permitteren om zich als homo te outen. Hij had weliswaar een contract bij een homoseksuele manager (Wilson geloof ik) die alle mooie jongens van Hollywood tot zijn klanten mocht rekenen, nadat hij er eerst mee in de koffer was gedoken. Voor insiders was het dus al lang duidelijk, maar de pers liet hem toch gerust. Af en toe verscheen er wel eens een artikel met als thema “Waarom is Rock Hudson nog niet getrouwd?” Daarom trouwde hij op een bepaald moment met een lesbienne (Phyllis Gates), maar dat was een gewone secretaresse die op die manier plotseling in contact kwam met beroemdheden als Lauren Bacall of Doris Day en die begon al vlug te flippen. Dus na twee jaar was dat “huwelijk” alweer voorbij. Juist omdat hij nooit aan coming out wilde doen, hield Hudson oorspronkelijk ook zijn ziekte geheim. Hij stemde er zelfs mee in dat er een persbericht werd verspreid, waarin werd gezegd dat hij kanker had. Toen hij echter na een jaar zich ging laten behandelen in Parijs, kreeg hij een crisis terwijl hij in het chique Hotel Ritz vertoefde. Hij werd afgevoerd naar het Amerikaans hospitaal in Parijs en alle vrouwen die daar op dat moment aanwezig waren om te bevallen, checkten onmiddellijk uit. Blijkbaar ging men er toen nog van uit dat aids een soort Ebola-virus was dat ook via de lucht werd doorgegeven. Ook het ziekenhuispersoneel wilde hem nauwelijks behandelen. Toen de crisis over was, wilde Hudson terugkeren naar de Ritz, maar dat werd hem verboden! Dan zou hij maar naar Los Angeles terugkeren, maar geen enkel vliegtuig wilde hem aan boord nemen. Hij moest dus een privé-vliegtuig huren om hem naar huis te brengen, waar hij enige tijd later overleed.
Niet lang na de dood van Rock Hudson werden er ook films gedraaid over aids. Nog datzelfde jaar was er de film “Aids, die schleisende Gefahr” van Peter Grandl. Helaas is dit een wanproduct dat thuishoort in de oneindige reeks van “Schulmädchen-Rapport”-films. Daarna worden er nog een aantal films gedraaid met een klein budget (meestal televisiefilms), maar het culminatiepunt was ongetwijfeld “Philadelphia”.
Bij de uitreiking van de oscars viel “Philadelphia” van Jonathan Demme nadrukkelijk in de prijzen en daarmee wilde de “Academy” duidelijk een standpunt innemen ten opzichte van het aidsprobleem. Toen b.v. Dustin Hoffman een bezoek bracht aan een aids-afdeling, werd hij getroffen door de vele bezoekers daar, vandaar zijn uitspraak dat in de homo-gemeenschap “the real heroes” te vinden zijn (met een allusie op de film “Hero” die hij toen pas had gedraaid).
In “Philadelphia” wordt advocaat Andrew Beckett (Tom Hanks) ontslagen omdat hij aids heeft. Zijn zwarte collega Joe Miller (Denzel Washington) neemt het echter voor hem op, nadat hij eerst zijn homofobie heeft moeten overwinnen. Dat gebeurt, nadat Beckett hem Maria Callas heeft laten horen met een aria uit “Andrea Chenier”. Een onvergetelijke scène, die echter ook een racistische ondertoon heeft: Miller, nochtans een zwarte advocaat, blijkt nog nooit van Callas te hebben gehoord!
Men zegt dat deze film er gedeeltelijk is gekomen, omdat Demme naar aanleiding van “Silence of the lambs” zélf van homofobie werd beschuldigd. Hoe dan ook, Hanks hield er een Golden Globe als beste ernstige acteur aan over, een onderscheiding op het Festival van Berlijn 1993 én een oscar. Zijn “acceptance speech” was de aanleiding voor de film “In and out” (1997), omdat hij daarin zijn vroegere toneelleraar bedankte, wat meteen vragen opriep over die mens zijn privé-leven (**).
In “Philadelphia” is Antonio Banderas te zien als Miguel, de exotische vrijer van Beckett. Hij wordt niet geculpabiliseerd, daar gesuggereerd wordt dat Beckett het virus heeft opgelopen toen hij eens is vreemd gegaan in een pornocinema.
In de kleinere rollen waren tal van echte aidspatiënten gecast om de dramatiek te verhogen. Slechts tien van de 53 figuranten haalden het einde van 1994! Daarbij o.a. Ron Vawter, een acteur die hier in België verbleef voor zijn “Philoktetes-variations”, toen de terminale fase van de ziekte begon.
Toch werd homofilie in de film nog altijd op een “Ikea-manier” in behandeld (***). Banderas en Hanks mochten elkaar enkel een beleefdheidskus geven! Of misschien wilden ze dat niet, ook al dient te worden toegegeven Banderas al jaren met de homofiele regisseur Pedro Almodovar werkt en dus b.v. in “La Ley del Deseo” wel al méér gewoon was.
Na de openheid die door “Philadelphia” werd gecreëerd, volstonden films over het aids-virus niet langer om de mensen angst aan te jagen. Daarom wordt in “Outbreak” met een virus uitgepakt dat nog veel angstaanjagender is omdat het door de lucht kan worden verspreid. Toch blijkt het terug te gaan op historische feiten, met name de verspreiding van “Het killervirus Ebola” (zoals het boek “The hot zone” van Robert Tine eerst werd vertaald, na “Outbreak” werd dat dan “Dodelijk virus”) in 1989. Buiten het feit dat deze film erg “Amerikaans” is (eigenaardig genoeg nochtans gedraaid door Wolfgang Petersen), zij het wel met kritiek op de legerleiding die dit virus poogt aan te wenden in biologische oorlogsvoering, is het wel een spannende “action-movie”. Zelfs Dustin Hoffman heeft zich tot dit genre bekeerd. Renée Russo zorgt voor de voorspelbare “love story”, terwijl Morgan Freeman een goede slechte is en Donald Sutherland uiteraard een slechte slechte.
Net zoals “In the name of the father” en een aantal andere films (die, toegegeven, meestal in het ontspanningsgenre zitten, met name als thrillers) neemt “Philadelphia” z’n toevlucht tot het zogenaamde “courtroom drama”, waarbij de actie dus wordt verplaatst naar de rechtzaal (****). Actie is daarbij een groot woord, het is precies door deze vorm te kiezen, dat deze even komt stil te liggen en dat men tijd heeft om even nader op de problematiek in te gaan met een degelijke argumentatie, iets wat voor de videoclip-generatie steeds meer en meer noodzakelijk wordt.
Als maatschappelijk “statement” is dit dus dik in orde, maar is “Philadelphia” nu ook de éérste film over aids, zoals men wel eens hoort beweren? Uiteraard niet. De “bespreekbaarheid” van de ziekte als onderwerp van een film gaat terug op de dood van Rock Hudson in 1985. Zoals gezegd is hij gestorven aan aids en maakte op die manier het onderwerp “bespreekbaar”. Maar oorspronkelijk nog niet in Hollywood zelf! Vooral in televisiefilms kwam het thema aan bod. Eerst was er reeds in 1985 “As is” van Michael Lindsay-Hogg, waarin Rich Farrell (Richard Carradine) een homoseksuele succesauteur is, die door iedereen in de steek wordt gelaten, als hij vaststelt dat hij aids heeft. Alleen de maatschappelijk werker Saul (Jonathan Hadary) bekommert zich dan nog om hem.
Datzelfde jaar is er ook “The prostitute”, de eerste expliciete homo-erotische film in België. Hij werd gemaakt door Jerry Jason, een pseudoniem voor Thierry Vuerings, die als student aan de UCLA belangstelling had gekregen voor homo-erotische films (hij heeft er trouwens zijn eindverhandeling over gemaakt). Een deel van de opbrengst heeft hij aan het AIDS-onderzoek geschonken.
“In una notte di chiaro di luna”, een Italiaanse TV-film uit 1989 van Lina Wertmüller over het aidsprobleem, is als zodanig erg nuttig, maar voor de rest wordt verrassend genoeg een oubollige Hollywood-moraal aangekleefd (b.v. als de twee seropositieven Rutger Hauer en Faye Dunaway de handen in elkaar slaan, dan is dat gewoon “vriendschappelijk” om het aidsonderzoek te bevorderen, zo blijft Hauer vijf jaar “kuis” tot Nastasja Kinski, die hij nochtans brutaal had achtergelaten, omdat hij niet wou zeggen dat hij seropositief was, weer bij hem terugkomt). Ook de verregaande esthetisering in de decors en de kadrering verbaast me van Wertmüller.
Daarna volgt in de VS “An early frost” met Aidan Quinn en in 1990 “Fatal love” met Molly Ringwald als besmette vrouw (dus de problematiek werd vanaf nu niet langer beperkt tot het homomilieu). In de bioscoop was er alleen maar “Longtime companion” van Norman René uit 1990, net als die TV-films een kleine, bijna marginale productie die dus niet zo’n belangrijke impact op de bevolking kon hebben. In dat opzicht is “Philadelphia” dus wél belangrijk.
AIDS-ONDERZOEK
Tom Hanks heeft wel gelijk als hij zegt: “We leven niet meer in 1962 toen Rock Hudson met zijn persagente moest trouwen om roddeltantes als Hedda Hopper de pas af te snijden.” Maar Hanks is wel tégen outing en daarmee onderscheidt hij zich van b.v. Richard Gere, die er nochtans zelf last van heeft gehad. Gere verleende actieve steun in 1993 aan “And the band played on” van Roger Spottiswoode, die eerder handelt over het onderzoek naar het HIV-virus. Ook de rest van de cast (Matthew Modine, Phil Collins, Anjelica Huston, Steve Martin, Swoozie Kurtz…) stond overigens de helft van zijn salaris af aan het aids-onderzoek. De film is gebaseerd op het boek van Randy Shilts, die op 17 februari 1994 op 42-jarige leeftijd stierf aan de ziekte.
Drie dagen later overleed regisseur Derek Jarman, wier films allemaal een homoseksueel thema hadden, eveneens aan aids. Hij was 52 jaar. Zijn bekendste film was “Caravaggio”, die de zilveren beer kreeg op het festival van Berlijn 1987.
Op 20 november 1993 was in Hollywood op 50-jarige leeftijd reeds regisseur Emilio Ardolino aan aids overleden. Hij is de maker van “Dirty dancing” en “Sister act”. Op dat moment was Ardolino al seropositief en tegen dat “Sister Act 2: back in the habit” eraan kwam, was zijn ziekte reeds in de terminale fase getreden, zodat Bill Duke overnam. Toch bracht hij nog een andere film uit, “De Notenkraker”, naar het ballet van Tsjaikovski met o.a. Macaulay Culkin.
De mooiste behandeling van het aidsprobleem vind ik persoonlijk terug in de Engelse film “Peter’s Friends” van Kenneth Branagh. Daarover wordt maar weinig gezegd en geschreven omdat dit gedeeltelijk het plot “verraadt”, maar zovele jaren na de release van deze film mag dat nu toch stilaan worden vermeld, vind ik. In de titelrol treffen we Stephen Fry aan, die zelf zeer geëngageerd is in de homostrijd, zij het dat ook hij een fervente tegenstander is van “outing”, omdat homo’s die zich niet willen outen dat meestal doen omwille van hun ouders (*****).
Vergeten we ook niet dat in 1993 “Les nuits fauves” de Césars (het Franse equivalent van de Oscars) opstapelde, als beste film, beste debuutfilm, beste vrouwelijk debuut (Romane Bohringer) en beste montage (Lise Beaulieu). Ook hier reageerde men trouwens wat overdreven, maar dat was dan vooral in de wetenschap dat de jonge Franse cineast Cyril Collard aan de ziekte leed. Kort daarop zou hij trouwens overlijden (op 5 maart 1993). Er waren echter ook tegenstanders van de film, die – niet ten onrechte – de passage aankloegen waarin het mannelijke hoofdpersonage wetens en willens zijn vrouwelijke partner met het virus besmet. Het verwijt dat dit terugging op een autobiografisch gegeven werd weliswaar weerlegd aan de hand van het feit dat Collard een relatie had met het door hem besmette meisje in 1985 (toen hij nog niet wist dat hij aids had), terwijl in de film het fragment zich in 1988 afspeelt. Dit is echter een heel naief argument. Hoe vaak gebeurt het immers niet dat een rol samengesteld wordt uit diverse levende personages of reële gebeurtenissen?
Hoe dan ook, de film is stukken beter dan “Mensonge”, de debuutfilm van François Margolin die eigenlijk een film over verraad is. Emma (Nathalie Baye) komt hierin immers na een zwangerschapstest te weten dat ze seropositief is. Dat haar man Charles (Didier Sandre) de schuldige is, staat vlug vast, want ze wist dat hij wel eens avontuurtjes had. Dat hij echter ook wel eens met andere mannen flikflooide, dat was nog nieuw voor haar. Ondanks het feit dat de regisseur ogenschijnlijk zijn best doet om niet homofoob over te komen (door de invoering van een homoseksuele vriend, gespeeld door Dominique Besnehard, die haar bijstaat), is het toch duidelijk dat nog maar eens onderhuids de boodschap wordt meegegeven dat men enkel maar aids kan krijgen van homofiele contacten. Net alsof losse heterofiele scharrels op zich al niet gevaarlijk genoeg zijn! (Het enige opmerkelijke van de film lijkt het debuut van Hélène Lapiower als het hulpje in het huishouden te zijn.)
“To die for” zou eveneens een aidsfilm over homo’s zijn maar dan humoristisch bedoeld. Zo wordt Sint-Pieter (of misschien zelfs God himself) in de hemel omringd door mooie knaapjes. Veel bitterder was “Kids” van Larry Clarke: eveneens over aids en bovendien over seks met minderjarigen.
Het thema “aids” mocht vroeger dan niet écht de filmzalen halen “omdat het niet commercieel was”, het was allegorisch toch vaak aanwezig in films als “Ghost” met Patrick Swayze of “Forever young” met Mel Gibson b.v., als een escapistisch antwoord op een te vroege dood. Met name in “Ghost” van Jerry Zucker is de doodsidee (eros en thanatos) die bij het vrijen altijd aanwezig is, hier nog verhevigd door de verspreiding van aids in heteroseksuele milieus.
Een ander voorbeeld is “Fatal attraction” van Adrian Lyne, waarin Glenn Close een levensgroot aids-virus bleek te zijn. Vaak wordt de link naar aids ook gelegd met de besmettelijke bloederige vampiersbeet zoals in “Innocent blood” van John Landis.
Dat ook “Dracula” van Francis Ford Coppola een parabel over aids zou zijn, wordt ontkend door de regisseur. “Er zit wel een verwijzing in naar de venerische ziekte, waaraan Stoker overleed,” zegt hij. “Het enige verband met aids is echter dat ik met de opbrengst van deze film eindelijk een film over die problematiek zal kunnen draaien.” De werktitel hiervan is “Cure” en het gaat voornamelijk over de zoektocht naar een vaccin. Barbra Streisand van haar kant heeft de rechten verworven van “The Normal Heart”. Bij mijn weten zijn echter beide films (nog) niet gedraaid.
Of de memoires van een andere aan aids overleden acteur Brad Davis (“Midnight express”, “Querelle”) zullen worden verfilmd, lijkt mij ook erg onwaarschijnlijk. Davis uit daarin immers scherpe kritiek aan het adres van Hollywood: “Via allerlei liefdadigheidsacties wekt men de indruk dat men strijd voert tegen aids; in werkelijkheid krijgt men van zodra bekend is dat men seropositief is, geen enkele rol meer aangeboden.”
Ofwel werd men geconfronteerd met de angst voor het (de) Onbekende, zoals in “The Body Snatchers” van Abel Ferrara. De parabel van de buitenaardse wezens die bezit nemen van niets vermoedende aardbewoners (oorspronkelijk het Hollywood-symbool voor het “sluipend gif” van het communisme) wordt hierin voor de derde maal nog eens overgedaan (de tweede maal sloeg het op milieuverontreiniging) met Meg Tilly en Forest Whitaker in de hoofdrollen (******).
Ook Terry Gilliams ontkent dat zijn “Twelve monkeys” een verwijzing naar aids bevatten. Sommigen hadden dit menen te moeten afleiden uit de titel (aids is immers tot ons gekomen via de apen) en het gegeven van de film dat in 2035 de bevolking voor 99% is uitgeroeid. Maar zo’n vaart zal het gelukkig dus niet lopen…
“Casual sex?”, Amerikaanse film van Geneviève Robert uit 1988 met Lea Thompson, Victoria Jackson e.a., daarentegen is een dom, preuts, humoristisch en feministisch bedoeld geval, dat nog erg naar het oorspronkelijke toneelstuk ruikt en waarin twee opgroeiende meisjes (één seksueel zeer actief en één een beetje een laatbloeier) uit schrik voor aids het over de “gezondheidsboeg” gooien. In de Health Farm waar ze hun vakantie doorbrengen, stikt het natuurlijk van gezonde spierbundels met niks in de kop, maar er zijn toch een paar goei zielen bij om hen uit de nood te helpen. Dat dit uiteindelijk eindigt bij een braaf gezinnetje met vele kindjes én een hond zal wel typisch Amerikaans zijn, zeker?
EPILOOG
Op 2 december 1994 stierf op 47-jarige leeftijd Elizabeth Glaser in Santa Monica aan aids. Zij had de ziekte opgelopen door een bloedtransfusie terwijl ze zwanger was van haar dochter Ariel. Deze stierf trouwens reeds eerder op zevenjarige leeftijd. Ondertussen heeft ze ook nog een seropositief zoontje Jake, dat op het moment van haar overlijden tien jaar oud was. Haar man Paul Glaser (Starsky uit “Starsky and Hutch”) daarentegen is nog steeds niet besmet. Zie je wel dat condooms helpen!

Ronny De Schepper

(*) Burt Lancaster werd in 1990 door een beroerte getroffen, maar zou pas op 20 oktober 1994 aan de gevolgen ervan zou overlijden. Hij is dan 81. Na zijn dood werd ook hij geout als biseksueel. Hij zou onder meer een verhouding hebben gehad met Rock Hudson.
(**) In “In and out” van Frank Oz wordt deze rol gespeeld door Kevin Kline (de rol van de Oscar-winnaar door Matt Dillon) en het conflict wordt op de spits gedreven aangezien de vermoedens de kop opsteken op de vooravond van zijn huwelijk met Joan Cusack. Overige rollen zijn weggelegd voor Debbie Reynolds als zijn moeder en voor Tom Selleck als een TV-reporter die via dit verhaal met zijn eigen seksualiteit in het reine komt.
(***) Daarmee wil ik refereren aan het geruchtmakende reclamefilmpje van deze meubelmaatschappij waarin twee mannen een bankstel gaan kopen. Men kan vermoeden dat het om twee homo’s gaat, maar men toont het uiteraard niet.
(****) Waardoor we heel “toneelmatige” films krijgen. Niet toevallig dankt het “courtroom drama” zowat zijn ontstaan aan de “Twelve angry men” van Reginald Rose, een toneelstuk met alles d’rop en d’raan, dat pas nadien werd verfilmd, ook “A few good men” is oorspronkelijk een toneelstuk!
(*****) Drie dagen na de première van het stuk “Cell Mates” in 1995 verdween hij (naar Brugge dan nog wel). Alhoewel het traditionele première-publiek immers voor een staande ovatie had gezorgd, schreef hij toch in een verklarende brief aan auteur en regisseur Simon Gray dat hij zijn prestatie als een enorme mislukking beschouwde. De pers was het daarmee eens. Het publiek bleef weg en de productie diende te worden afgevoerd. Schade: 300.000 pond. In 1997 nam hij revanche met de film “(Oscar) Wilde”. Immers, zoals Vanity Fair schreef, “he was born to be Wilde”.
(******) Zeer recent is er alweer een nieuwe versie uitgekomen, die naar het schijnt de slechtste is van de vier, maar over een nieuwe “threat” heb ik nergens iets gelezen. ’t Zal deze keer toch niet over de opwarming van de aarde gaan, zeker!

Referenties
Ronny De Schepper, And the winner is… Steps magazine april 1994
Michael Czerny, De Kerk en aids, Positief, uitgave van het Thomas More-Genootschap, nr.395, oktober 2009.
Robert de Mattei, Aids als gevolg van de omwenteling van 1968, Positief, uitgave van het Thomas More-Genootschap, nr.395, oktober 2009.
(Het opnemen van bepaalde artikels als “referentie” betekent niet dat ik met de inhoud ervan akkoord ga. In dit geval eerder integendeel!)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s