190 jaar geleden: “The last of the Mohicans”

01_lastofthemohicans_wyeth_cvHet is vandaag 190 jaar geleden dat “The last of the Mohicans”,het bekendste boek van de Amerikaanse auteur James Fenimore Cooper is verschenen.

James Fenimore Cooper (1789-1851) was de eerste professionele auteur van de nog jonge Verenigde Staten. Toch hebben zijn romans nu nog uitsluitend een historische betekenis. Desondanks zijn ze belangrijk omdat een combinatie van invloed van Walter Scott (het historische verhaal) en de 18de eeuwse verering voor de primitieve mens (dat de romantiek trouwens overnam en uitbouwde!) leidde tot de schepping van de indianenroman, de zogenaamde “Leatherstocking Tales”, een genre dat later erg geliefd werd, denken we alleen nog maar aan Karl May, wiens populariteit er de oorzaak van is dat het belang van Cooper wel eens onderschat wordt.
De bekendste van die “Leatherstocking Tales” is ongetwijfeld “The Last of the Mohicans” (1826). Majoor Heyward moet de twee dochters van kapitein Munro, Alice en Cora, naar diens fort brengen tijdens de Frans-Engelse oorlog in het midden van de achttiende eeuw. Ze worden verraden door hun gids, Magua, maar krijgen de steun van Uncas, de laatste van de Mohikanen, zijn vader Chingachgook en Hawkeye. Magua neemt de meisjes en kerkzanger David gevangen met zijn stam, de Huronen, omdat de Fransen zich niet houden aan de wapenstilstand die ze met de Engelsen hadden afgesloten. Dankzij Uncas kunnen ze weer vrijgelaten worden, maar Magua eist Cora voor zich op. Deze weigert en daarom doodt hij haar. Uncas wil haar wreken, maar Magua is hem te vlug af. Hij wordt echter op zijn beurt gedood door Hawkeye. Majoor Heyward zal uiteindelijk met Alice huwen.
Na de publicatie (en het succes) van “The Last of the Mohicans” trok Cooper onmiddellijk naar Parijs, want hoezeer hij vanop afstand ook de geneugten bezong van het leven in de wildernis, zat hijzelf liever aan een verzorgde dis en was hij nog zo’n typische “Europese” Amerikaan, zoals we die ook leren kennen uit de boeken van Henry James of Edith Wharton. Op dat vlak was Cooper dan toch nog één van de laatsten der “Mohicanen”… Die gespletenheid van Cooper wordt hilarisch beschreven door niemand minder dan D.H.Lawrence in zijn “Studies in Classic American Literature” uit 1923. Deze lofzang op de vroegste Amerikaanse literatuur heeft trouwens veel bijgedragen tot de herwaardering van Cooper. Nu, Lawrence wist natuurlijk waarover hij het had: niet voor niks legt een adellijke dame als Lady Chatterley het in zijn gelijknamige werk aan met een boswachter…
“His actual desire,” schrijft Lawrence, “was to be Monsieur Fenimore Cooper, le grand écrivain américain. His innermost wish was to be: Natty Bumppo.” Nathaniel Bumppo – alias Hawkeye, Leatherstocking, Deerslayer en ‘La Longue Carabine’ – is inderdaad een personage dat tot de verbeelding spreekt. Hij is stoer, stoïcijns, ongecultiveerd en dapper. Natty is blank, maar hij wantrouwt de blanke colonisten en hun cultuur. Het woud is Natty’s domein, de nobele Indiaan zijn vriend. Sinds hij op jonge leeftijd een Indiaan van een bijna uitgeroeide stam het leven redde, heeft hij immers een bloedbroeder: Chingachgook ofte “Grote Slang”. Deze “interracial male bonding” is voor velen de essentie van de Amerikaanse literatuur. Men verwijst daarbij naar Ishmael en Queequeg in “Moby Dick” van Herman Melville of naar Huckleberry Finn en Nigger Jim in “Tom Sawyer” van Mark Twain (al heeft deze laatste na de dood van Cooper wel een schimpschrift gepleegd waarin diens boeken werden afgedaan als “een literair delirium tremens”). Deze vriendschappen zijn uiteraard puur platonisch, men kan zelfs stellen dat de (schaarse) aanwezigheid van vrouwen in dergelijke boeken enkel bedoeld is om dat toch maar even duidelijk te stellen. Die vrouwen hebben ook nog een andere functie: u zal zich, net als ik, ongetwijfeld al honderden malen geërgerd hebben aan die westerns waarin vrouwen over berg en dal en door bos en hei trekken met toch altijd een keurig nette “mise en plie” en een kraakwitte jurk. Welnu, dat is ook zo in de boeken van Cooper. De bedoeling hiervan is het sprookjesachtige beeld van de ongerepte natuur (zonder allerlei vieze beesten als insecten e.d.) en de al even ongerepte “damzel in distress” niet te verstoren.
Deze cliché’s trekken zich zelfs door tot in het feit dat Cora (zie hoger) zwartharig is en Alice blond. Ze mogen dan al zusters zijn, maar kom, het komt voor in de beste families. En natuurlijk sterft de donkerharige (waarop overigens de Boze zich verlustigt) en krijgt de blonde de prins, of wat had u anders gedacht? Merkwaardig genoeg wijkt de jongste verfilming van de roman, die van Delbert Mann in 1992, hier af van het verhaal en draait het de rollen zowat om wat de kwestie van leven en dood aangaat.
“The last of the Mohicans” werd aangekondigd als een soort “prequel” op “Dances with wolves”, maar dat is totaal uit de lucht gegrepen. Integendeel, het boek van James Fenimore Cooper is eigenlijk zelfs racistisch. Ondanks het feit dat Hawkeye opgroeide bij indianen, legt hij er steeds de nadruk op dat hij een blanke is. Toegegeven, regisseur Michael Mann heeft deze valstrik vermeden, o.a. door Hawkeye’s stiefvader te laten spelen door hogergenoemde Russell Means.
Maar toch is Hawkeye ook een “loner”, die zich aan de marge van de samenleving bevindt, zeg maar: een sympathieke outcast. En op die manier is hij ook het prototype van typisch Amerikaanse helden, niet alleen in westerns – Lucky Lukes “poor lonesome cowboy” is een regelrecht citaat van de slotregel uit “The Pioneers” (*) – maar ook bijvoorbeeld de “private eye” in de stadsjungle (Philip Marlowe).
De vijf boeken die samen “The Leatherstocking Tales” vormen (naast “The last of the Mohicans” zijn dat nog “The Pioneers”, dat eraan voorafgaat, “The Prairie” een jaar later en “The Pathfinder” uit 1840 en “The Deerslayer” uit 1844) gaan merkwaardig genoeg steeds verder terug in de tijd. D.H.Lawrence vond dat typisch Amerikaans, maar dat is een stelling die ik niet kan bevestigen en het enige voorbeeld dat mij wél te binnen schiet (de Indiana Jones-films), kan Lawrence dan weer niet gekend hebben.

Ronny De Schepper (met dank aan Pieter Steinz van NRC Handelsblad)

(*) De fameuze slotzin uit “The Pioneers” luidt: “Dit was het laatste dat ze zagen van Leatherstocking. (…) Hij was weer verder gegaan, in de richting van de ondergaande zon – als eerste van het leger pioniers dat de weg baant voor de opmars van de natie over het continent.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.