Jacques Fabrice Herman Perk uit Dordrecht was een belangrijke Nederlandse dichter. Hij overleed al op 22-jarige leeftijd in Amsterdam door een longaandoening, na een kort ziekbed.

Zijn sonnettenkrans Mathilde, uitgegeven door Willem Kloos, vormde de opmaat voor de vernieuwende Beweging van Tachtig in de Nederlandse literatuur.
In 1879 leerde Perk, op vakantie in de Belgische Ardennen, waar hij ook de schrijver Oscar Wilde zou hebben ontmoet, de Franstalige Mathilde Thomas kennen. Bij het afscheid schonk Mathilde hem een op Lamartine geïnspireerd afscheidsgedicht. Hieruit putte Perk de inspiratie voor het herscheppen van Mathilde in meer dan honderd sonnetten. Een selectie daaruit, die hij naar enkele bekende literaire tijdschriften zond, o.a. de Spectator van Carel Vosmaer en Nederland van Jan ten Brink werd echter nergens geplaatst. Aan de gevestigde literatuur was Perks lyriek (“De Godheid troont… diep in mijn trotsch gemoed”) duidelijk nog niet besteed.
Maar in 1880 begon hij een rechtenstudie in Amsterdam en in hetzelfde jaar leerde hij de jonge dichter Willem Kloos kennen. Perk vond in Kloos de tegenpool die hij zocht en die hem begreep, en er ontstond een intieme vriendschap. In oktober werden eindelijk ook vier van zijn Mathilde-sonnetten gepubliceerd in Vosmaers Spectator, twee weken later gevolgd door vijf ervan in Nederland, terwijl de vriendschap met Kloos hem inspireerde tot een nieuwe sonnettenreeks, Verzen aan een vriend. (Wikipedia)
Samen met Kloos ondernam hij in 1880 een reis naar Brussel en La Roche, waar Perk een jaar tevoren vijf zo bijzondere dagen met Mathilde had doorgebracht. Hoewel zijn zuster Dora nog een hartelijke briefwisseling met haar onderhield, hoefde hij de echte Mathilde niet meer te zien; het beeld van de goddelijke vrouw had in zijn poëzie haar plaats ingenomen. Volgens Antonin Van Elslander was dit omdat de vriendschap tussen Kloos en Perk van homoseksuele aard was. Hij noemde het in de les “een spel van aantrekken en afstoten“, maar hij versprak zich (wellicht opzettelijk) en zo werd het “een spel van aftrekken en aanstoten“.
Aangezien het sonnet Jacques Perk zo dierbaar was, was het maar dulce et decorum dat er vele jaren later aan hem hulde werd gebracht in de vorm van een sonnet. Dat gebeurde door Jan Kal in de jaren zeventig. Hij vergeleek de dichter met een eveneens jong gestorven “vernieuwer”, Buddy Holly:

JACQUES PERK (10 juni 1859 – 1 november 1881)
BUDDY HOLLY (7 september 1936 – 3 februari 1959)

de twee vernieuwers leefden even kort.
te kort voor Perk, hij bleef nu wat halfslachtig,
de voorloper en gangmaker van ’80,
wanneer der schoonheid naam geheiligd wordt.

Buddy’s gitaar en hikstem waren machtig,
zo bleek op teenagers hun schoolrapport.
toen ’t vliegtuig dat hem vloog was neergestort,
bleven hem fans en MCA indachtig.

ze brachten werkjes over de verloofden
van anderen, Jacques Perk, de blondgehoofde,
beschreef Madonna-achtige Mathilde,

en Buddy Holly zong, de zwartgebrilde,
over die van zijn drummer “Peggy Sue”.
ook ik ben tweeëntwintig, twenty-two.

Jan KAL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.