25 jaar geleden: het Speeltheater speelt ‘Krijtkring’

IMG_0003
25 jaar geleden regisseerde Eva Bal voor “haar” Speeltheater Bertolt Brechts
`Krijtkring’. Niet alleen vertrok ze van een bestaand stuk (wat zeer
uitzonderlijk is voor haar), ze richtte zich daarbij ook reeds tot kinderen
vanaf negen jaar. Een waagstuk misschien, maar het werd uiteindelijk
een boeiende, ja zelfs een ontroerende voorstelling.

In 1945 voltooide Bertolt Brecht wat door velen zijn mooiste stuk wordt genoemd: ‘De Kaukasische Krijtkring’. Het verhaal gaat terug op een oude Chinese legende en verwijst tevens naar het bekende Salomonsoordeel uit de bijbel.
Brecht zou echter Brecht niet zijn indien hij aan dit oude verhaal geen nieuwe wending zou geven. In ‘Krijtkring’ (Eva Bal verwijderde opzettelijk de plaatsaanduiding om het stuk nog meer “algemeen geldend” te maken) wordt het kind niet toegewezen aan de moeder die het heeft gebaard (maar er verder niet naar omgekeken), maar aan Groesje, een dienstmeid die het met veel moeite heeft grootgebracht.
De “anarchistische” rechter Azdak formuleert zijn oordeel als volgt: “Opdat alles wat is, van hen zij die het hun hart schenken”. Uit deze uitspraak kan uiteraard ook Brechts politieke opvatting worden afgelezen. Volgens Eva Bal is deze echter ondergeschikt aan de menselijkheid van Groesje en Azdak, die in een wereld van oorlog en chaos de boventoon voert.
OEROUDE THEMA’S
Dat bleek ook op de persconferentie, toen haar werd gevraagd waarom ze precies dit stuk had gekozen, en dan nog wel voor zo’n jong publiek?
Eva Bal: “Ik vind in ‘Krijtkring’ thema’s terug waarmee ik vroeger reeds ben bezig geweest. Er is b.v. het veroveren van z’n eigen vrijheid in ‘Vogel-vrij‘. Daarnaast is er het thema: gaande wordt je weg gemaakt, zoals dat in ‘Koningen‘ aan bod kwam en daarmee bedoel ik dan dat je niet kan voorzien wat er gaat gebeuren, maar dat je met datgene wat je tegenkomt, iets moet doen, je kan het niet zo maar links laten liggen (in de perstekst luidt dit: “Het motief van eigen keuzes maken, trouw blijven aan je eigen instinct, en dwars door alle verwarring toch je eigen lijn volgen”). En in ‘De Mompelaar‘ tenslotte gaat het dan juist over de dwazen, de gekken, de mensen die niet capabel zijn, maar die toch wel dapper hun best doen om van het ene punt naar het andere te komen. Daarom dacht ik: laat ik dan dit bestaande stuk nemen. Niet omdat ik denk de meest briljante Brecht te brengen, want dat zou ik zeker niet kunnen, maar wel om met die thema’s bezig te zijn. En als Brecht het zo glashelder heeft geformuleerd, dan denk ik niet dat wij dit beter kunnen. Het zijn nu eenmaal oerthema’s die je heel makkelijk naar kinderen kunt opentrekken. We blijven immers kiezen voor een kinderpubliek, al denken we wel dat ook andere mensen hieraan iets kunnen hebben. Vanuit deze optiek heeft Luc Joosten de vertaling en de bewerking gemaakt.”
MUZIEK
De muziek is van Dirk Van Esbroeck, al werden een paar stukken van de oorspronkelijke muziek van Paul Dessau behouden. Het leuke is dat Dirk erop stond om deze muziek samen met Juan Masondo en accordeonist Bernard Van Lent telkens weer live op het podium te brengen, waardoor dit zeker één van de aantrekkelijkste factoren in deze productie is geworden. De muziek vormt zowel een “fysisch” als een “emotioneel” decor (de accordeon wordt soms gebruikt om de wind te doen gieren, instrumentale gedeelten kunnen zoals filmmuziek de actie onderlijnen) en daarnaast zijn er uiteraard een aantal liederen, die heel veel weg hebben van wat de Nieuwe Scène destijds met `Mistero Buffo‘ presteerde. Een indruk die nog in de hand wordt gewerkt omdat de fameuze stokken weer uit de kast werden gehaald. Tenslotte communiceren de muzikanten ook af en toe met de acteurs, wat echter niet betekent dat ze in de actie worden betrokken. “Je moet muzikanten muzikant laten zijn en acteurs acteur,” zegt Eva terecht.
LOVE STORY
Alle acteurs (op uitzondering van Groesje, vertolkt door Ingeborg Lievens) spelen meerdere rollen. Alhoewel dit in het begin wat verwarrend werkt, loopt het procédé naarmate het stuk vordert, steeds meer gesmeerd. Robert de la Haye en Robert Van Leeuwen onderscheiden zich respectievelijk vooral als Simon en Azdak, terwijl Annick Segal (op dit moment vooral bekend als Roza uit “Thuis“) op haar best is in een erotisch-verleidende rol en Peter De Graef als komisch talent. Met Leontien Nelissen had ik het iets moeilijker, omdat die met een aantal typetjes wordt opgezadeld.
En tenslotte is er ook nog, steeds wisselend, een werkelijk heel jong kind. In mijn geval was het Arne Perschel. Ik weet natuurlijk niet hoe het met de andere vertolkertjes zit, maar dit gebrilde knaapje stal de harten van alle toeschouwers.
Dat het er trouwens in het algemeen nogal emotioneel aan toegaat, wordt ook nog geïllustreerd door een laatste neventhema, namelijk de liefde tussen Groesje en de soldaat Simon, die door allerlei maatschappelijke problemen wordt doorkruist. Ook hier is de ideologische opvatting van Brecht weer voelbaar, namelijk hoezeer de politiek het persoonlijke leven van ieder individu beïnvloedt, maar gelukkig pakt Eva Bal dit thema eerder emotioneel dan rationeel aan. Brecht-exegeten zullen er wel op wijzen dat dit eigenlijk niet mag, dat men “vervreemdend” moet acteren, maar ikzelf, misschien een beetje aanmatigend als advocaat voor het jonge volkje, steun de interpretatie van Eva Bal. Het levert alleszins een voorstelling op, die zowel door jong als door … (vul zelf maar in) kan worden gesmaakt.

Referentie
Ronny De Schepper, Brecht kan ook ontroeren, De Rode Vaan nr.2 van 11/1/1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s