Eva Bal

Eva Bal
Bovenstaande foto werd genomen op het eind van de jaren zeventig toen ik voor het eerst Eva Bal ben gaan interviewen. Dat was, als ik me goed herinner, naar aanleiding van de musical “Spring” door de kinderen van haar Speeltheater, waarbij verscheidene latere B.V.’s, zoals Eva’s eigen kinderen uiteraard, maar ook Nic Balthazar bijvoorbeeld. Ik ben lange tijd een grote fan van het Speeltheater geweest tot Eva mij eens in een lezersbrief aan De Rode Vaan zeer onheus heeft behandeld (*). Sindsdien kwam het tussen haar en mij nooit meer goed, zoals men dan zegt, maar de werkelijkheid is altijd grappiger dan de fictie, zoals die keer dat ik vanuit de bittere koude het warme Nieuwpoorttheater binnenstapte en mijn bril besloeg. Zoals gewoonlijk kuste ik de vrouwelijke medewerkers van het Speeltheater en, wegens die beslagen bril, ook een totaal verbouwereerde Eva Bal, wat tot de nodige hilariteit bij de omstaanders leidde. Eva was ook de enige bekende die ik tegenkwam op de dag dat ik voor een tweede maal getrouwd was (wij hadden dat stil gehouden voor iedereen behalve de naaste familieleden), zodat zij op haar beurt wel niet anders kon dan mij feliciteren. Eigenlijk best grappig allemaal, net zoals die keer dat Eva’s vriend Walter Marijn mij werk aanbood, toen ik weer eens zonder zat. Het was bandwerk dus Walter spotte zelf al: “Dat zie je niet zitten, zeker?”

Aan die eerste ontmoeting met Eva Bal is echter nog iets zeer merkwaardigs vooraf gegaan. In juni 1977 vermomde immers niemand minder dan Raymond van het Groenewoud zich als clown Pummel in “De Kikeri-kisten” van de Duitse cabaretauteur Paul Maar (in de vertaling die Walter Groener voor het Fakkeltheater maakte). Hij deed dat samen met Mark Verstraete (de latere televisie-echtgenoot van kotmadam Katrien Devos) en Chris Cauwenberghs (de latere kabouter Lui) voor kindertheater Karroesel. Samen met het reizend avondtheater Saltimbank en het Nederlands Onderwijs Toneel (NOT) hoorden deze drie gezelschappen thuis in het Toneelcentrum op de Timmerhoutkaai in Brussel, waarvan Guus Bron, de toenmalige echtgenoot van Eva Bal (**), de leiding had.
In 1978 regisseerde Eva Bal zelf bij het Brussels Kamertoneel “Tijdelijk geschift”, een experimentele cabaretvoorstelling (zoals ze in de pers werd genoemd) voor 14- tot 16-jarigen. “Je herkent er de hedendaagse discojeugd in,” schreef ene K.V. in de Onderwijskrant, “maar je ziet ook je eigen jeugd weer opduiken.”
Daarna stichtte ze het Speeltheater, waar men oorspronkelijk vooral aandacht had voor “de vergeten leeftijd”, de jongeren tussen 12 en 16 jaar. Te oud voor kindertoneel en te jong voor tiener- of volwassenenstukken. Nadat ze met André Vermaerke (vanaf 1997 de vriend van Griet Pauwels) tal van theaterprojecten had opgezet in die zin en er op televisie het niet te versmaden programma “Een vinger in de pap” kwam, kon men echter niet meer beweren dat dié jongeren in de kou blijven staan.
“De vergeten leeftijd” werd nu eerder die van de kleuters en de jongste kinderen uit de lagere school. Van 4 tot 8, laten we zeggen. Weinig acteurs durven het aan voor hén te gaan spelen. Zogezegd omdat het “beneden hun waardigheid” is, in werkelijkheid omdat het erg moeilijk is voor die leeftijd op de juiste manier over te komen. In het Speeltheater werden er gelukkig twee acteurs bereid gevonden, niet alleen om het te doen, maar vooral om het goed te doen. Met duidelijk veel inzet brachten Frans van der Aa (de latere Zwarte Piet van Jan Decleir) en Loek Sijlvers “De malle-malle-mannetjes” waarin aan de hand van een eenvoudig verhaaltje werd ingespeeld op angsten en complexen die bij die kinderen leven en tot uiting komen via het “ik-wil-de-grootste-zijn”-syndroom en vooral de geheimdoenerij. Een verfrissende voorstelling, afwisselend grappig, spannend en ontroerend.
Dezelfde strips-stijl vinden we ook terug op de beste momenten van “Nacht in februari”. Stekelbees had deze stijl reeds in het jeugdtheater geïntroduceerd, maar omdat “Nacht in februari” zich tot erg jonge kinderen richt (5-8 jaar) is er helaas ook een “explicator” noodzakelijk en kunnen de beelden (tot stand gekomen uit een wisselwerking tussen regisseur Craig Weston en vzw De Muur) niet uitsluitend voor zichzelf spreken.
Nogal wiedes, aangezien Erna Palsterman en Geert Willems de gedachten van een onrustig slapend jongetje vertolken dat we niet te zien krijgen. Dit gewaagde idee vertrekt van de Zweedse schrijver Staffan Göthe, maar die heeft er zelf niet helemaal vat op gekregen. Het Speeltheater heeft dan via de gekende improvisatietechnieken er toch nog visueel een aantrekkelijk spektakel van gemaakt, maar het derde, verklarende personage komt hoegenaamd niet goed uit de verf en werkt een beetje storend.
Dat ligt echter zeker niet aan Ineke Nijssen die het personage vertolkt (en met de regisseur zal trouwen en achter mijn deur zal komen wonen). Misschien was een en ander te wijten aan het feit dat de première eerder als een try-out kon worden beschouwd, maar toch kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat Göthe weliswaar een uitstekend basisidee heeft geleverd, maar dat er te weinig “vlees” aan zit. (***)
EEN MEEUW MET EEN SNORRETJE DEINT WAT MET VONDSTEN MEE
“Een Meeuw met een Snorretje” van het Speeltheater in een regie van Koos Elfering en decor en kostuums van Laura de Josseling de Jong en gespeeld door Geert Willems en Peter De Graef is het soort voorstelling dat bestaat uit miniatuurtafereeltjes gebaseerd op visuele vondsten en kleine gevoeligheden. Met die vondsten staat of valt de voorstelling, de gevoeligheden geven ze een bestaansreden. In deze Speeltheaterproductie vind je van beiden net niet genoeg. Voldoende om deeltjes te smaken, te weinig om het geheel te proeven. Geen nood, dit soort voorstellingen schaaft zichzelf voortdurend bij.
Guus en Alexander zijn broers. Ze wonen in een huis dat ze volgestouwd hebben met gevonden voorwerpen. Die zijn niet louter decoratief. Ze krijgen binnen het huis een functie, zij het een andere dan ze daarbuiten hadden. Ze vinden hun voorwerpen zo bijzonder dat ze het huis ooit als een museum voor het publiek willen openstellen en daarom oefenen ze in het rondleiden en ontvangen van mensen.
Guus neemt deze taak heel au sérieux. Alexander vindt dat hoe langer hoe minder leuk en verlangt blijkbaar terug naar de tijd toen alles nog speels was en zonder dwang. Hij verlangt ook terug naar de broer die nog lief kon en durfde zijn.
“Een Meeuw met een Snorretje” vertelt je niet of het tussen de twee nog goed komt. Alexander is het moe en gaat slapen, Guus probeert hem nog te bellen maar krijgt geen antwoord.
Het decor oogt rijk en vreemd als de naam van de ontwerpster: Laura de Josselin de Jong. Binnen twee scheve wanden staan een hoop stoeltjes en tafeltjes, een sofa, een mannequinpop en een schilderij van een bed. Aan een muur hangt eetgerei, elders ligt een viool, een oude hoedendoos.
Met die voorwerpen spelen de twee. Ze maker er muziek mee of gebruiken het als decorstuk in een van hun fantasieën. Een trui is een broek, een borstel een microfoon en een gieter een Italiaanse roomijsmachine.
Omdat de ene vondst al sterker, grappiger of mooier is dan de andere, dein je wat door de voorstelling heen. Een echt verhaal is er niet, enkel het gegeven van twee broers met een onbegrensde verbeelding. En die verbeelding moet je volgen.
Er zit ook meer humor in “Een Meeuw …” dan eruit wordt gehaald. Geert Willems en Peter De Graef misten in de vroegste voorstellingen soms nog wat timing en zelfbeheersing. Voor regisseur Elfering waren Buster Keaton en Charlie Chaplin de voorbeelden voor deze productie, maar geen van de twee personages wordt echt een “mannetje”. Ondanks de zotte dingen die ze uithalen hebben ze te weinig tics meegekregen, hebben ze te weinig karakter om ook te boeien als er weinig actie is. Daarom wellicht dat de gevoelige delen stukken te weinig ontroeren, je voelt nog niet mee met de twee.
Dat stoort niet zo omdat je theater te zien krijgt dat zo onnozel is als de spelletjes van de broers en omdat je weet dat de basis goed zit. Het is geestig en pretentieloos en kan nog alle kanten uit.
Met “De Bergamot” waagde Eva Bal zich daarna aan een stuk voor volwassenen. Zij bracht vijf broers en zusters (Paul Carpentier, Geert De Smet, Ineke Nijssen, Jeanne Pennings en Alexander Van Bergen) tesamen in een buitenverblijf van de overleden ouders (De Bergamot) en liet hen op die manier terugblikken op het verleden en meer specifiek op de familiale relaties. Eigenlijk was dit een soap avant la lettre en het is des te merkwaardiger, als men achteraf vaststelt dat Luc Joosten “assistent dramaturgie” was (hij assisteerde Janine Brogt van Toneelgroep Amsterdam namelijk).
Daarna waren vijf Vlaamse theatergezelschappen in volle glasnost te gast in Moskou. De meeste (Tie Drie, Wim Vandekeybus, Rosas en Arca) brachten er één van hun producties, zonder meer. Het Gentse Speeltheater echter werkte reeds op voorhand samen met een Russisch acteur omdat zij dit voor hun doelpubliek (kinderen en tieners) noodzakelijk achtten.
Eva Bal: Men vraagt me wel eens, “is jullie theater voor de Russen nu geen grote cultuurshock geweest?” Wel, ik denk dat onze ervaringen voor ons een veel grotere cultuurshock hebben betekend. Want theater is één ding natuurlijk, maar wat je op dit ogenblik in een stad als Moskou meemaakt, dat is alles overweldigend.
Jeanne Pennings (actrice): Het was inderdaad een heel indrukwekkende ervaring. Ik had vooraf aan een aantal mensen gevraagd wat hùn ervaringen geweest waren en telkens kwam hetzelfde naar voren: de rijen, de grauwheid, de armoede, het wachten, de onvriendelijkheid als je bediend moet worden.
En het is allemaal waar, er is wat dat betreft heel weinig veranderd voor de mensen ter plaatse, maar het heeft slechts een betekenis als je daar bent en als je het voor je ziet gebeuren. Sommige mensen hebben gezegd: het moet iets zijn zoals in de oorlog, de totale armoe maar – en dat lijkt wel een cliché – vanuit die armoe is er ook de volkomen warmte als je die mensen ontmoet. Al dient dan wel te worden gezegd dat wij bevoordeeld waren om via het theater die mensen te ontmoeten, want de taalbarrière blijft anders toch ook erg groot. In Moskou zelf zijn we een week geweest, waarvan we maar drie dagen echt hebben gewerkt, zodat we toch wel heel veel van Moskou hebben kunnen zien.
Ineke Nijssen (actrice): Zo hebben we een aantal voorstellingen gezien in het Centraal Moskous Kindertheater, waar we daarna zelf ook moesten spelen. Daardoor merkten we meteen dat er een zeer groot verschil zou zijn tussen wat de kinderen daar gewoonlijk te zien krijgen en wat ze bij ons zouden zien. Men speelde daar vooral klassieke stukken en, omdat het hun eigen theater is, werkte men met enorme decors, met grote decorwisselingen, een draaischijf en wat weet ik allemaal. We merkten ook dat er voor al deze voorstellingen een enorme aandacht was en dat was ook bij ons het geval, maar het heeft wel een tijdje geduurd, vooraleer ze door hadden dat ze ook mochten reageren. Ons stuk “De mompelaar en de liefde” richt zich immers direct tot het publiek.
Aangezien wij gebruik maakten van een Russisch acteur werd er uiteindelijk toch meer gereageerd, enfin er werd vooral gelachen eigenlijk. De reacties achteraf waren ook heel anders dan wat we hier gewend zijn. Zo kwamen de mensen na de voorstelling op het toneel met bloemen die ze dan aan de acteur gaven die hen speciaal had aangesproken. Heel wat mensen kwamen ook naar de kleedkamers en wilden je laten weten wat ze voelden. Maar vooral dan bleek dat theater de enige taal was die ons bond, want veel meer dan blozend de bloemen in ontvangst nemen was er van onze kant niet bij en ook zij konden niet veel meer doen dan enthousiast knikken.
11 evgeny dvorjetski– Hoe is de samenwerking met de acteur Evgeny Dvorjetski (links op de foto) verlopen?
Ineke Nijssen:
Heel vlot. We hebben drie voorstellingen gespeeld en tegen de derde voorstelling was hij werkelijk totaal in het spektakel geïntegreerd. De manier waarop dat gebeurde was ook wel grappig: we gingen zogezegd iemand gewoon uit de zaal halen om het stuk eens eventjes te vertalen. Dat was dan uiteraard Evgeny, maar de mensen wisten de eerste ogenblikken gewoon niet waar ze het hadden.
– “De Mompelaar en de Liefde” van Pjeroo Roobjee is het verhaal van een groepje mensen dat van punt A komt, tijdens het stuk op punt B verblijft en uiteindelijk besluit naar het punt C te trekken. Voor jullie was het eigenlijk een stuk over het overwinnen van persoonlijke angsten om richting te geven aan je leven, maar Evgeny zag er een parabel in over de perestroika, namelijk dat Rusland van het streng-communistische punt A komt, nu op een vooralsnog vaag punt B is blijven steken en op weg moet naar een vrij en democratisch punt C. Is dit ook in Moskou zo overgekomen?
Eva Bal:
Jazeker! Mensen die het stuk hebben gezien, konden niet genoeg benadrukken hoezeer dit nu “hun” stuk was. Dat was vooral te merken bij de liederen, want die werden door de acteurs in het Russisch gezongen. Dat gaf een enorme animositeit in de zaal, de mensen zaten echt op het puntje van hun stoel. Zowel een theaterdirecteur uit Moskou als een uit Riga hebben ons dan ook met aandrang gevraagd om met dit stuk nog eens terug te keren naar Rusland.
Jeanne Pennings: Leuk om weten is ook wel dat er door allerlei omstandigheden heel weinig reklame voor onze voorstelling was gemaakt. Dat maakte dat de eerste middag we ouders met hun kinderen hadden en ’s avonds vooral volwassenen, maar de volgende avond was het theater helemaal uitverkocht. En dat kwam dan gewoon door de mond-aan-mond reklame, zoals dat ook gebeurt als iemand weet waar en wanneer er ergens sinaasappels te koop worden aangeboden.
Ineke Nijssen: Wat dat betreft hadden we overigens geluk met onze gids. Je kan daar namelijk niet zo maar naar een restaurant gaan en iets eten, dat moet 24 uur op voorhand besteld worden. Nu, als je dan een gids hebt die heel vriendelijk is en al wat je maar wil, maar die zo’n dingen vergeet, dan kan je gewoon op je kin kloppen.
Eva Bal: Weet je, Valentina, onze gids, was één keer in Londen geweest en ze zei tegen ons: maar dààr zijn de mensen rijk, die maken daar shopping-lists (boodschappenlijstjes). Nou, dan weet je het wel. Wij màken niet eens een shopping-list, wij gaan gewoon de supermarkt binnen. Het klinkt idioot, maar de eerste dagen dat ik terug was, kon ik gewoonweg geen supermarkt meer binnengaan.
– Is er dan op anderhalf jaar tijd zoveel veranderd? Ik heb destijds in het Gorki-park ontzettend goed gegeten, spotgoedkoop en zonder vooraf te verwittigen. Ik geef wel toe dat het een coöperatief betrof…
Ineke Nijssen:
Maar wij hebben toch ook goed gegeten, hoor. Breugeliaans zelfs. Met kaviaar en champagne en alles erop en eraan. Zodanig dat ik het genant vond ten opzichte van de gewone Moskovieten.
Jeanne Pennings: Ik denk ook dat het een verschil is als je met mensen van daar in contact komt en gewoon met hen mééleeft. Want er is wel eten, maar het is witte kool uit een pot. Mensen verhongeren niet, maar er is ongelooflijk weinig variatie. Het was voor ons ook een heel vreemde ervaring dat we daar nu plotseling hele mijnheren waren. Of eigenlijk toch ook weer niet want je kan met je geld niet zo heel veel aanvangen. Je moet al ongelooflijke zwijnerijen uithalen om het op te krijgen.
– Het systeem heeft dus gefaald?
Eva Bal:
Het communisme heeft als staatsvorm zeker gefaald, daar zijn de mensen absoluut van overtuigd, evenals van het feit dat het zal verdwijnen en dat het nooit zal weerkeren. Tenminste dat is wat ik heb gehoord. Er zijn er ongetwijfeld ook wel die zeggen dat het moet terugkeren in een andere vorm of zo, maar die kom je niet zo gauw tegen.
– Maar als ze dan toch zo vlug mogelijk van het systeem af willen, waarom is er dan tegelijk een paniekreactie, met name het hamsteren, als Gorbatsjov inderdààd veranderingen aankondigt?
Eva Bal:
Ze zijn doodsbang voor nog meer armoe, nog meer ellende, nog meer onderdrukking. Zij zeggen: Gorbatsjov die belooft maar raak, maar in de praktijk stellen ze vast dat hun koopkracht blijft dalen. En bovendien zijn zij niet gewend aan de gewone regel “je werkt, dus je verdient je boterham”, want die bestààt daar simpelweg niet. Ja natuurlijk, je krijgt een broodje en een kleedje van de staat en als tegenprestatie moet je ook iets doen: de straat vegen of weet ik veel. Maar dat je door méér te werken ook méér kunt verdienen, dat bestaat er niet. En dat heeft zo zijn gevolgen: in een winkel wenst men je gewoon niet te bedienen, het loon ligt toch vast. De winkel staat of valt niet met een vriendelijke of onvriendelijke verkoopster. Werken, in de geest zoals wij dat zien, zijn ze generaties lang niet gewend. Dat geldt zelfs voor acteurs. Zij repeteren van dat uur tot dat uur en geen minuut méér. Waarom zouden ze ook?
– Maar hoe komt het dan dat op artistiek gebied de Sovjet-Unie toch hoog staat aangeschreven?
Eva Bal:
Ze hebben natuurlijk hun repertoire. Evgeny b.v. die zit in tien repertoirestukken. En om de zoveel jaar hikken ze weer eens een stuk op, nou dat is dan gedurende drie weken weer even oppakken en dat is het. Daarnaast hebben ze wel een paar nieuwe dingen, maar daar werken ze zich ook niet dood aan, want de regisseurs hebben meestal toch al de mise-en-scène bepaald: jij loopt naar hier en dan naar daar in die of die kostuums. Nou, ik zou zeggen, het is te vergelijken met slechte opera bij ons. Dan komt een zanger ook aan met het vliegtuig en kan waar dan ook zijn rol zingen, hij weet toch al vooraf waar-ie moet gaan staan… Nu moet ik wel zeggen dat het Centrale Kindertheater van Moskou, waarmee wij hebben samengewerkt, wél probeert van iets anders te brengen. Zo hebben ze b.v. van Majakovski “Het badhuis” gespeeld. En dat was zo’n gigantisch succes dat ze daarmee nu ook naar Frankrijk komen. Maar dat was echt een van de eerste keren dat ze te maken hadden met een regisseur met een eigen visie.
– Maar als alles zo strak bepaald wordt, wat kan dan de motivatie zijn om aan een toneelloopbaan te denken?
Eva Bal:
Jonge acteurs willen vooral uit de Sovjet-Unie geraken. Ze willen allemaal het Westen zien. Niet alleen omwille van de luxe, ik denk dat er ook een enorme artistieke honger leeft. Een gedrevenheid die een uitweg zoekt. Zo zijn er ook allerlei Russische journalisten die naar publikatiemogelijkheden zoeken in het Westen.
– Laat maar komen.
Eva Bal:
Dat heb ik ook gedacht, ja. Al zijn ze toch nog wel een beetje bang, hoor. Er is nu wel vrijheid en het kan allemaal, maar toch hebben ze zo nog iets van: “jaja, dat zien we dan wel…”
Toch wel een erg negatief beeld waarmee de mensen van het Speeltheater dus teruggekeerd zijn. Maar dat maakt hen niet blind voor de bureaucratie hier bij ons. Bij de herverdeling van de subsidies kreeg het Speeltheater op het eerste gezicht weliswaar zeshonderd duizend frank meer dan het jaar daarvoor (20,6 miljoen i.p.v. 20 miljoen), maar in werkelijkheid was hun oorspronkelijk door het ministerie van cultuur met de grootste stelligheid 1,6 miljoen méér beloofd.
Voor buitenstaanders lijkt dit natuurlijk allemaal prima, maar aangezien het Speeltheater een paar jaar geleden is gepromoveerd naar de B-kategorie (spreidingstheater), betekent dit ook dat de subsidie verplicht voor de volle honderd procent dient te worden aangewend om de lonen uit te betalen. De werkingskosten dienen dus door de eigen opbrengsten te worden gefinancierd. Dit is voor een kindertheater dat slechts met lage uitkoopsommen kan werken (de organisatoren kunnen aan kinderen immers geen hoge toegangsprijzen vragen) totaal onmogelijk. Vandaar: bezuinigingen. Vandaar: ontslagen. Twee jonge Nederlandse dramadocenten werden met veel spijt in het hart opnieuw over de grens gezet.
Waarna men dan met veel moeite een sluitend budget opmaakt, natuurlijk berekend op de toegezegde 21,6 miljoen. Als dat dus uiteindelijk slechts 2O,6 miljoen blijkt te zijn, is dit niet 6OO.OOO frank méér maar één miljoen minder! En wat nu? Opnieuw ontslagen? Kan niet meer, vindt Eva Bal. Het wordt dus weer een heel jaar cijferen en rekenen: hier wat besparen, daar wat beknibbelen. Op de koop toe heeft ze zich aan de telefoon tegenover het ministeriële kabinet “een beetje laten gaan”, zoals dat dan heet, en het wordt dus afwachten wat de repercussies daarvan in de toekomst zullen zijn. Hoe dan ook de gal is bitter. En achter heel deze cijferdans gaat volgens Eva Bal een perfiede redenering schuil die ze op de persconferentie als volgt verwoordde.
Eva Bal: Een tijdje geleden stond er in “Humo” een erg leuk stukje van Tom Lanoye over theater, dat ging in de zin van “zeg niet: ik verstond er niks van of ik vond er niks aan, maar zeg: dit was een zeer relevante voorstelling in het kader van een tijdsverschuivend beeld” of zoiets. Als je op het ogenblik over theater of theatergroepen spreekt, dan kom je een beetje dit soort dingen tegen. Parafraserend zou ik dan b.v. kunnen zeggen: “zeg niet: theatergroep, ensemble of wat dan ook, maar zeg: productiekern, theaterwerkplaats, cultuurwerkplaats, productiecentrum, kunstencentrum…” Het woord theatermaker kom je minder en minder tegen. In dit gegoochel met namen en daarbij behorend het gegoochel met subsidies is en blijft het Speeltheater nochtans een groep theatermakers. Het is geen productiehuis, het is een groep mensen, verschillend van inspiratie, verschillend van ervaring, maar verbonden in hun wil om theater te maken voor een jong publiek. Zo is het een soort broeinest, waarin nieuwe dingen kunnen ontstaan. Niet nieuw om het nieuwe, want dit is een wanhopige trend van producers, organisatoren en beleidsmensen die dit woord denken te hebben uitgevonden en nu als vaandel gebruiken.
Een andere “trend” is van te zeggen: het kind moet zelf kiezen voor theater, dus geen schoolvoorstellingen meer, geen voorstellingen meer overdag waarbij de groepen naar de kinderen toe komen, maar stuur het kind met zijn ouders mee. Hoe bereik je dan echter al die kinderen die niet zo’n vader of moeder hebben? Wij blijven dus graag en met zorg dagvoorstellingen spelen. Het Speeltheater heeft nooit moeite gedaan om de grens tussen kindertoneel en volwassen toneel te doorbreken. Want wààr is die grens? Alleen zij die deze kunstmatige grens stellen, hebben dan ook de behoefte om over “grensverleggend” te spreken.
In termen van het Speeltheater is “nieuw” niet iets waar je opzettelijk naar op zoek gaat, maar wat je uit eigen visie, eigen inspiratie, onderlinge wisselwerking en eindeloos zoeken vindt, “omdat improvisatie hét kenmerk is van ons theater. Dat is altijd de basis van hoe we werken.”
IMG_0003Als het Speeltheater nadien van Bertolt Brecht “Krijtkring” brengt, is niet alleen de verwijzing naar de kolchozen uit de Kaukasus uit de titel verdwenen, het werd zelfs een totaal eigenzinnige interpretatie die leidde tot een boeiende, zeg maar ontroerende voorstelling. Ontroering staat echter niet in het woordenboek van vadertje Brecht. Vervreemding daarentegen wel. Theater Antigone uit Kortrijk bracht kort daarvoor een interpretatie van deze Brecht-klassieker volledig volgens het boekje. Brecht zou ervan gehouden hebben, dat weet ik zeker. Ikzelf echter…
Theater Antigone heeft met deze productie spitsroeden moeten lopen. Ikzelf ben van oordeel dat indien de frisse, vernieuwende Speeltheater-productie er niet zo kort aan vooraf was gegaan, deze kritiek heel wat milder zou zijn geweest.
51 frans maassen en hans teeuwen bij het speeltheaterDaarna hernam het Speeltheater z’n succesvolle productie “Bezint… begint… hoge bomen wind!” deze keer onder de iets vlottere titel “Hoge bomen wind 2” met daarbij niemand minder dan een jonge Theo Maassen (derde van rechts) en een al even jonge Hans Teeuwen (uiterst links). Deze productie werd gevolgd door “Landschap van Laura”, dat is ontstaan uit een heel intensieve samenwerking tussen verschillende mensen. Laura is scenografe Laura de Josselin de Jong en zij ontwierp voor deze productie een landschap, een beeld, waarmee anderen iets doen. En één van die anderen is acteur en componist Paul Carpentier.
Paul Carpentier: We willen voor één keer inderdaad eens de logische volgorde van een productieproces omdraaien. Meestal moet de decorbouwer immers iets toevoegen aan een thema dat gekozen is door de theatermakers. Met “Landschap” is het de bedoeling dat Laura via haar discipline, dus niet met woorden maar met beelden een inhoud en gevoelswereld kan scheppen, die als inspiratiebron moet dienen voor het hele stuk. Ik laat mij daardoor b.v. inspireren bij het maken van de muziek en die twee elementen worden dan doorgespeeld aan de auteur Kamiel Van Hole en pas daarna komen er de acteurs en een danser bij. Tenslotte wordt het geheel gesuperviseerd door Eva Bal & Alain Platel (dans). Met Peggy Schepens (de “appelvrouw”?!), Luc Frans (een “trekvogel”?!) en Ives Thuwis (danser als wachter van het landschap). Deze productie ligt in de lijn van “Wie troost Muu” en “De mompelaar en de liefde”, maar gaat nog verder. Nog verder weg van goed kindertheater, als je ’t mij vraagt (19/6/91).
In juli 1994 gingen Eva, Jeanne en Ineke naar Kroatië om daar met een internationaal gezelschap, samengesteld uit het Europees Jeugdtheaternetwerk, voor de oorlogskinderen te gaan spelen.
foto1Op verzoek van het theatergezelschap Paardenkathedraal Utrecht mocht Eva Bal daarna een voorstelling ontwerpen waarin ze volledig de vrije hand had. Ze vertrok van het boek “Sofie en Lange Wapper” van Els Pelgrom dat over een heel ziek kind gaat en bracht dit in verband met gesprekken die ze in het UZ Gent had gehad met kinderen die kanker hebben. (Dan ben je daar aan ’t creperen en dan komt Eva Bal op je bed zitten om te praten over een pop die “Leuke Mie” heet!) Met die ideeën trok ze dan naar auteur Heleen Verburg, terwijl ook Paul Carpentier werd aangesproken om muziek te componeren, net als beeldend kunstenaar Bart Vansteenkiste en costumière Ilse Vandenbussche, die elk ook hun inbreng hadden. Dat alles mondde uit in “Winters”, geen echt verhaal over een ziek kind, maar een mengeling van kinderlijke fantasieën, angsten en emoties met een dodendans à la James Ensor, geschikt voor jonge mensen vanaf 6 jaar. Wim Bouwens, Reinhilde van Driel en Robert Van Leeuwen zijn de spelers en Carlo Mertens, Frido ter Beek en Thierry Van Durme de muzikanten. De productieleiding is in handen van Johan De Smet. De Belgische première had plaats op 5 januari 1996.
Sinds enige tijd heeft het Speeltheater zich ook op dansproducties geworpen. Zo ging op 3 februari 1997 in de Kopergietery (Blekerijstraat 50) “Alleen. Alleen.” in première. De eerste aanzet voor deze voorstelling was overigens reeds te zien tijdens het dansfestival “Zondvloed II”. Choreograaf Ives Thuwis en geluidsontwerper Craig Weston maakten samen met tien kinderen en jongeren een dansvoorstelling die voornamelijk bestaat uit solo’s en “composities”. Dat komt erop neer dat iedere danser met dans en muziek een portret tekent van zichzelf. Het bewegingsmateriaal is dus van de dansers, de choreograaf heeft zich beperkt tot het concept. Men zou dus kunnen spreken van een “conceptuele dansvoorstelling”.
In afwachting van een langspeelfilm werkt Vincent Bal nog eens samen met het Speeltheater van moeder Eva, waar het tenslotte ook voor hem allemaal is begonnen. De voorstelling “Voetstappen in de nacht”, gebaseerd op het kortverhaal “Sept petites croix dans un carnet” van Georges Simenon, wordt in de Kopergietery “doorkruist” door videobeelden van zijn hand en muziek van Johan De Smet. Zoals we van Simenon kunnen verwachten, is het een nogal somber verhaal, maar aangezien het door de ogen van een achtjarig jongetje wordt gezien en zich ook tot die leeftijdskategorie richt, is het al bij al toch weer niet zo somber.
Om te illustreren dat wielrennen meer is dan gewoon hard op de pedalen duwen, geeft bondscoach José De Cauwer meestal het voorbeeld van een demarrage. “Waarom zou je eigenlijk willen demarreren?” vraagt hij dan, “denk daar eens over na!” Eigenaardig genoeg schoot deze uitspraak me door het hoofd na de première van “Sikkepit” van en door Wim van Gotha in de Kopergietery op 28/4/1999. Want op zich is dit een prettig gestoorde monoloog van een butler die het beu is dat hij door zijn bazin, de gravin, verplicht wordt om tijdens het opdienen van het eten meteen ook allerlei filosofisch getinte verhaaltjes op te dienen. Met als kers op de taart een volkswijsheid (Van Gotha spreekt het opzettelijk uit als “volkswijsschijt”) in de trant van “na regen komt zonneschijn” of “oost west thuis best”. In de beste theatertraditie moet je dan maar aannemen (“suspension of disbelief”) dat hij diezelfde verhaaltjes, die hij niet meer aan de gravin wil vertellen, nu vertelt aan de toehoorders. Maar dat neem je er met de glimlach en soms zelfs met een schaterlach bij. Alleen vraag je je na afloop wel af waarom van Gotha deze verhaaltjes nu eigenlijk op een scène wil vertellen. “Denk daar eens over na!”
BENTEKIK
“Hallo, bentekik… Zeg, kan ik vannacht bij u slapen? Ik kan niet naar huis. ’t Is een heel verhaal. Ik leg het u straks wel uit.”
Ook al dergelijk telefoontje gehad? Hopelijk niet, maar veel kans van wel, want opgroeiende jongeren die in botsing komen met hun ouders, ’t is een alledaags gegeven.
Om een theaterproductie daarrond wat aantrekkelijker te maken, heeft barones Eva Bal (in de zomer van 1999 werd Eva Bal zowaar in de adelstand verheven) in de Kopergietery de problematiek in de vorm van een thriller gegoten. Een moeder wordt dood aangetroffen: van het dak gevallen, gesprongen of geduwd? Indien het dit laatste is, zijn er drie verdachten: de buurman, maar ook de twee dochters van 14 en 16.
Voor de muziek zorgt Johan De Smet, die dezelfde uitdrukking (“Bentekik”) gebruikt heeft in zijn Gents passieverhaal. Daarbij worden die woorden uitgesproken door Christus. En zo krijgt de titel ook ongewild een bijbelse bijbetekenis: zijn zo’n radeloze jongeren niet een beetje “Christ-like figures”?
10 eva balBARONES BAL BAKT OLIEBOLLEN
De Gentse kinderen hoeven zich alvast niet te vervelen tijdens de Kerstvakantie. De Kopergietery, het “kunstencentrum voor kinderen” in de Kopergieterystraat, pakt immers uit met wat een ‘familiepakket’ kan worden genoemd. Het bevat iets voor elke leeftijd en dat telkens rond het gemeenschappelijke thema “de poes”. Zelfs de “opperpoes”, barones Eva Bal, gaat zelf achter het kookfornuis staan om de kleine stoeipoezen oliebollen op Hollandse wijze te serveren.
Steven Heene heeft pas sedert 1 november het livrei van broodschrijver (voor de confraters van “De Morgen”) ingeruild voor een job als programmator bij de Kopergietery. Het spreekt dus vanzelf dat dit allemaal al gepland was voor hij in dienst kwam. Toch zet hij er enthousiast zijn schouders onder, brengt hier en daar een persoonlijke toets aan en, vooral, zweert bij alles wat hem heilig is dat dit het begin is van een traditie. “Tot nu toe was het altijd stil rond deze periode in de Kopergietery,” zegt hij, “maar vanaf dit jaar gaat dit veranderen!”
Het begint in de namiddag, vanaf 15 uur. Dan verandert de theaterzaal van de Kopergietery in een huisbioscoop, want er staan enkele filmpjes op het menu. Het begint telkens met drie afleveringen van “Musti”, gevolgd door een aflevering van “De Kat”, de oude maar nog lang niet vergeten BRT‑reeks, over de strijd tegen milieuvervuiling door een snode fabrieksdirecteur. Deze reeks bestond uit dertien afleveringen, dat is dus een beetje te veel voor deze gelegenheid, maar de vier geselecteerde uitzendingen (waaronder uiteraard de eerste en de laatste aflevering) zorgen ervoor dat men het verhaal moeiteloos kan volgen.
Voor de allerkleinsten begint na “Musti” een ‘parallelprogramma’, dan verschijnt acteur Wim De Winne als kater ten tonele en vraagt hij de kleintjes mee naar de poezenzolder waar ze geschminkt worden, zich verkleden in katten, voor een videocamera over hun poes of andere huisdieren vertellen, tekenen, naar Disney‑video’s kijken, knutselen of luisteren naar fragmenten uit “Ibbeltje” van Annie M.G.Schmidt, alweer een verhaal over een moeder die in een vorig leven een kat is geweest.
’t Moet wel rap gaan, want 15u50 komt iedereen opnieuw samen in de foyer want is er een pauze waarin men wafels of oliebollen kan smullen. In de foyer staat een grote kerstboom en daaronder draait DJ Hein plaatjes voor alle leeftijden.
Om 16u30 begint reeds het tweede filmluik. Achtereenvolgens kan men naar de VPRO‑adaptaties kijken van twee Speelteaterproducties: “De Tuin” uit 1992, indertijd geregisseerd door Eva Bal en Alain Platel, en “Komosha”, vijf jaar later geregisseerd door Johan De Smet (niét de componist!).
In “De Tuin” werkte Alain Platel voor het eerst met kinderen, een leeftijdsgroep die hij van dan af in bijna al zijn producties zou behouden. In “De Tuin” worden er vooral verhalen verteld. VPRO‑regisseur Frank Alsema goot deze vertellingen in vijf afleveringen en die worden verdeeld per filmnamiddag, met dien verstande dat er op zaterdag twee afleveringen zijn voorzien.
“Komosha” is een recentere productie (1997) met veel muziek (rap, drums, human beatbox) en werd eveneens door Frank Alsema geregistreerd voor televisie, en wel in een videoclip‑achtige stijl. Als film was “Komosha” pas uit en ging hierbij dan ook in première.
Beide filmpjes duren ongeveer een half uur; daarna is er weer bijeenkomst in de foyer voor muziek en wafels en gezelligheid.
0m 20 uur is er elke avond theater: dan is “Bentekik” te zien, de vorige productie van Eva Bal, die in deze kerstperiode toch wel een extra-dimensie krijgt. Het gaat immers over twee verwaarloosde meisjes die hun moeder verliezen. De voorstelling is opgevat als een thriller en is bedoeld voor jongeren vanaf 14 jaar. Ze is gebaseerd op een idee van Habiba, een meisje dat ook te zien is in “De Tuin”.
Voor wat de toekomst betreft keek Steven Heene vooral uit naar de zogenaamde “boemweken”, waarbij telkens wordt gewerkt rond een persoon, een discipline of een thema, liegen bijvoorbeeld. Maar hopelijk liegt hij niet als hij zegt dat we in februari zo’n “boemweek” mogen verwachten met als centrale figuur Peter De Graef. Uiteraard zal hij dan zijn nieuwste stuk “De winter onder de tafel” brengen, maar er zal ook een tentoonstelling aan hem gewijd zijn, hij zal een film mogen kiezen, hij wordt geïnterviewd, als muzikale gast mag hij Frank Vander linden uitnodigen en de huisfanfare zal hem een serenade brengen.
AÀÀRGH, HÉÉL ÀÀÀRGH
Dat Frank Vander linden de muzikale gast was, was niet helemaal toevallig, want op 2 februari 2001 ging in de Kopergietery “Aààrgh!!” in première, een stuk voor kinderen vanaf zes jaar, geschreven door Frank Vander linden van de popgroep De Mens. Enige tijd geleden schreef Frank Vander linden voor een meisje uit de Kopergietery de monoloog “Kort”. Dit is hem zo bevallen dat hij met plezier inging op de uitnodiging van regisseur Johan De Smet om nog eens iets te schrijven, maar deze keer voor volwassen acteurs. En zo schreef Vander linden in samenwerking met de regisseur een stuk op het lijf van de acteurs die voor het project werden aangezocht. Gertjan (Jochems) en Pieterjan (Vervondel) zijn professionele moppentappers, die hun beroep echter verwaarlozen omdat ze verliefd zijn op Prinses Pointe. Daarom stuurt de Moppenbaas een blitse wonderboy op hen af, Frankjan (Van Erum), die op de koop toe het “mooiste liefdeslied” kent om Prinses Pointe te versieren. Frank Vander linden: “En het ergste is nog dat ik het niet zelf heb geschreven!”
EVA BAL NAAR SINGAPORE
Dat de Kopergietery, het “kunstencentrum voor kinderen”, ook op veel belangstelling vanuit het buitenland kan rekenen, dat wisten we al. Maar rond het Millenium werd toch wel de hoofdvogel afgeschoten. In februari 2001 vertrekt directrice Eva Bal immers naar Singapore om daar een Maleisische versie van “Voetstappen in de nacht” te monteren. Dit stuk naar een verhaal van Georges Simenon kende enkele jaren terug een enorm succes, mede omdat zoon Vincent Bal als filmregisseur aan de productie meewerkte. Aangezien deze op dat moment in Amsterdam verblijft om zijn volgende film “Minous” te draaien, gaat Arnout André Delaporte mee met Eva voor het filmische aspect. De productie wordt immers volledig overgeplaatst naar een Maleisische context. En dat op amper vijf weken tijd. Een hele krachttoer.
Tot dan toe hadden er in de Kopergietery ook twee zogenaamde Spa Bruis-festivals plaatsgehad. Voortbouwend op een traditie die teruggaat op de werking van het oorspronkelijke Speeltheater, werden bij deze gelegenheid een vijftal projecten voorgesteld die jongeren vanaf twaalf jaar over kortere of langere termijn hebben gerealiseerd in samenwerking met professionele regisseurs, choreografen of componisten.
Zo was er een tweede reeks monologen die mensen als Geertrui Daem of Frank Vander Linden speciaal voor jongeren hebben geschreven. Daarnaast was er echter ook een dansvoorstelling (van Ives Thuwis) en twee korte theaterproducties (van Paul Pourveur en Gregory Caers). Maar het meest in het oog springend was ongetwijfeld het optreden van de a capella-zanggroep Ay Dia Luna.
Verder versmelten De Kopergietery en het Speeltheater op 1 juli 2001 officieel tot één en dezelfde vzw. Aan het hoofd daarvan zal nog altijd barones Eva Bal staan, want er zijn volgens Steven Heene de laatste tijd zoveel nieuwe mensen aangetrokken (naast hemzelf is er bijvoorbeeld ook nog regisseur Johan De Smet, dramaturge Mieke Versyp en Mary-Anne De Meyer van Stekelbees en de SOM voor de promotie) dat er toch iemand voor de continuïteit moet zorgen…

Referenties
Ronny De Schepper, “Russisch theater is zoals slechte opera bij ons”, De Rode Vaan nr.23 van 8/6/1990
Ronny De Schepper, Brecht kan ook ontroeren, De Rode Vaan nr.2 van 11/1/1991
Ronny De Schepper, Eva Bal kreeg vrije hand voor het fantasierijke “Winters”, Het Laatste Nieuws van 11/1/1996
Ronny De Schepper, Dansende jonge mensen “tekenen” zelfportret, Het Laatste Nieuws van 2/2/1996

(*) “Met kracht protesteer ik tegen de titel die Ronny De Schepper boven het stuk Speeltheater – Moskou heeft gezet. Verdraaiing van een uitspraak. Totale verdraaiing van de teneur van ons gesprek. Uit journalistieke sensatiezucht? In het gesprek met Ronny De Schepper heb ik mij juist scherp gekant tegen mensen die vanuit een meerderwaardigheidsgevoel spreken over ‘Het Russisch Theater’. Ten eerste dit bestaat niet, (net zomin als ‘Het Belgisch Theater’), ten tweede zijn cultuurverschillen nooit in kwaliteitsnormen bespreekbaar. Omdat de heer De Schepper niet begreep hoe het mogelijk is dat het Centraal Kindertheater uit Moskou 10 stukken op zijn repertoire heeft staan, legde ik hem dat uit. Wellicht heb ik daar persiflerend (!) verwezen naar slechte opera. Maar de klemtoon in het gesprek lag op het respect dat onze gehele groep heeft voor een kindertheater dat zich juist los wil maken van dit repertoire-systeem en dat ook daadwerkelijk doet. De klemtoon in ons gesprek lag op de belangstelling die het Speeltheater voor de evolutie in dit gezelschap en voor het theater in Moskou heeft. Anders zouden er ook geen samenwerkingsplannen zijn! Dat de essentie van een gesprek de journalist ontgaat en dat hij dit gesprek naar zijn eigen politieke of artistieke teleurstelling inkleurt is kwalijk te noemen en getuigt van slechte journalistiek. Ten ware dat de kop bedacht is door een van uw redacteuren, dan komt mijn woede over de kwalijke vervalsing hem toe. Ik wens dat deze brief integraal wordt opgenomen in uw blad. En dat ik in het vervolg van ieder interview eerst inzage krijg.” (Eva Bal in De Rode Vaan van 22/6/1990) Mijn antwoord hierop in De Rode Vaan van 13/7/1990: “Het is niet mijn gewoonte om op lezersbrieven te reageren, maar de beschuldigingen van mevrouw Eva Bal aan mijn adres zijn toch een beetje te flagrant (‘kwalijke vervalsing’, ‘slechte journalistiek’, ‘journalistieke sensatiezucht’) om over me heen te laten gaan. Eerst en vooral: de titel is wel degelijk van mij. Ik ben daarbij vertrokken van drie criteria: het moest over Rusland gaan, het moest over theater gaan en de teneur moest negatief zijn, gezien het geheel van het gesprek. Ik daag eenieder uit om uit de tekst een andere titel (zoals gebruikelijk in de Rode Vaan moest het immers een citaat zijn) te halen. Dat de teneur negatief was, is maar al te duidelijk uit de rest van het gesprek. Het is uiteraard ingekort, maar dat handelde dan meer over de stukken van mevrouw Bal zelf en die komen later nog aan bod in de Rode Vaan. Mevrouw Bal liegt dus als ze zegt: ‘Totale verdraaiing van de teneur van ons gesprek.’ Net zoals ze liegt als ze zegt dat de ‘verdraaide uitspraak’ een persiflerende uitleg was ‘omdat de heer De Schepper niet begreep hoe het mogelijk is dat het Centraal Kindertheater uit Moskou 10 stukken op zijn repertoire heeft staan’. De discussie is, wat die passage betreft, echt gevoerd zoals ze in de Rode Vaan is verschenen. Helaas is de tape ondertussen gewist, anders had ik hem graag ter beluistering aangeboden. Nu is het mijn woord tegenover dat van mevrouw Bal en iedereen mag partij kiezen zoals hij of zij dat wil. Het is niet de eerste keer dat ik met mevrouw Bal in de clinch moet gaan. De redenen liggen daarvoor, vermoed ik, voornamelijk in de persoonlijke sfeer en de lezers hebben daar dan ook geen zaken mee. Ik kan nu eenmaal niet bij iedereen populaire Stef zijn. Ik heb echter steeds de journalistieke deontologie nageleefd dat dit geen rol mag spelen bij recensies e.d., daarom neem ik het mevrouw Bal bijzonder kwalijk dat zij me op dat terrein juist probeert te tackelen. Journalisten kunnen daarvoor aangeklaagd worden bij de deontologische commissie, omgekeerd hebben wij enkel een wederwoord als verweer tegen dergelijke aanklachten, vandaar deze brief. Tenzij het tot een proces wegens eerroof moet komen natuurlijk. Indien ik nog over de tape zou beschikken, had ik dit zeker overwogen.”
(**) Alhoewel ik hierop na al die jaren dat het op mijn blog staat (zeker al een jaar of tien) nog nooit een reactie heb gekregen, vraag ik me nu toch zelf af of dit wel juist is. Op de Wikipedia-pagina van Eva Bal vind ik immers het volgende: “Eva Bal, geboren als Eva Elisabeth Gerritsen (…) volgde een regie-opleiding in Utrecht, en kwam daar in contact met Guus (August) Bal die internationale theaterprojecten op stapel zette. Een van de projecten was het organiseren van theatercursussen in Vlaanderen. Na haar huwelijk met Guus Bal veranderde ze haar naam in Eva Bal.” Over Guus Bron daarentegen is enkel op de Internet Movie Database een mini-biografie te vinden: “Guus Bron is an actor, known for Het wederzijds huwelijksbedrog (1964).” Hier is er dus geen sprake van Eva Bal, maar ja, één zinnetje kan nauwelijks als een “biografie” gelden. Maar anderzijds is het toch wel merkwaardig dat het hier twee maal om een Hollandse Guus gaat, die zich als theatermaker in Vlaanderen heeft gevestigd. Toeval of de twee door elkaar gehaald?
(***) De Rode Vaan nr.39 van 1986.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s