Agatha Christie (1890-1976)

Agatha-ChristieHet is vandaag veertig jaar geleden dat de Engelse detectiveschrijfster Agatha Christie is overleden…

In 1920 publiceerde ze de eerste van haar zogenaamde “puzzelromans”, “The Mysterious Affair at Styles”, waarin meteen de detective Hercule Poirot werd geïntroduceerd. Zij slaagde erin deze Franssprekende zelfgenoegzame pompeuze bietekwiet (“I have a very bourgeois attitude to murder. I disapprove of it.”) enorm populair te maken bij de nochtans Franshatende Engelsen, door van hem een Bélg te maken. In de Eerste Wereldoorlog kon “poor little Belgium” immers op een enorm medelijden rekenen in Engeland. En als Poirot (*) het dan toch al te bont maakte, dan was er nog altijd zijn oerdegelijke Britse kompaan Captain Hastings om een en ander recht te trekken.
Op 31 januari 1925 verscheen het korte verhaal “Traitor’s Hands” in het Britse tijdschrift Flynn’s. Christie gaf het verhaal een andere titel toen het werd herdrukt in andere tijdschriften, dat werd dan “Witness for the prosecution”. In 1952 bewerkte ze het verhaal onder dezelfde titel tot een toneelstuk dat in oktober 1953 in première ging in Londen en twee maanden later op Broadway. Het werd een kassucces en duurde niet lang voor de studio’s van Hollywood zich op filmrechten stortten. Nadat de voorstellingen van het toneelstuk eind juni 1956 staakten begon de filmproductie. Voor de regie werd Billy Wilder aangetrokken, hoewel de regisseur niet gelijk stond te springen om een ‘Agatha Christie mysterie’ te verfilmen. Wilder was bezig met allerlei projecten, zoals een film over Sherlock Holmes (uiteindelijk in 1970 gemaakt onder de titel The Private Life of Sherlock Holmes) en moest worden overgehaald door Marlene Dietrich. Wilder besloot om het basisverhaal van Christie te handhaven, maar voegde tegelijk een nieuw element toe, humor. Het personage Sir Wilfrid Robarts kreeg een antagonist in de persoon van de verpleegster, ‘miss Plimsoll’. Ook verschoof het perspectief door deze ingreep van Leonard Vole naar Robarts (in het toneelstuk slechts een bijrol). Het gebruik van de monocle bij ondervragingen door Laughton in zijn rol als Robart baseerde de acteur op zijn eigen advocaat Florance Guedella, die het trucje geregeld gebruikte.
Agatha Christie was volgens Colin Watson “één van de eerste auteurs die begrepen dat intelligentie en lezerspotentieel niet gelijk liepen.” Toch speelt ze het spel niet altijd eerlijk en neemt ze de lezer af en toe bij de neus: ze houdt namelijk een element achter, waardoor de detective het raadsel net iets eerder kan oplossen dan de lezer. Bovendien dekt de term “puzzelromans” nu ook weer niet helemaal de lading, want in tegenstelling tot bij Conan Doyle komt er bij haar toch ook wel heel veel intuïtie aan te pas.
MISS MARPLE
Toch werd Agatha Christie op die manier de bekendste en meest gelezen schrijfster, die ondanks haar populariteit (wat dus meestal betekent dat men op de ingeslagen weg doorgaat: never change a winning team) toch ook met het genre experimenteerde. Zo introduceerde ze in 1930 met “The murder at the vicarage” (“Moord in de pastorie”) de bekendste vrouwelijke detective, Miss Marple. De bekendste, jawel, maar niet de éérste! In de jaren twintig was er immers reeds een zekere barones Orczy, Emmuska genaamd, die niet alleen de schepper van de fameuze Scarlet Pimpernel was, maar ook van Lady Molly, een vrouwelijke detective in dienst van Scotland Yard dan nog wel. En twee jaar vóór Miss Marple was er ook nog Patricia Wentworth (pseudoniem van Dora Amy Elles, geboren in 1878 in Mussoorie, India – overleden in 1961) van wie men altijd stelt dat zij “in de stijl van Agatha Christie” schrijft, maar haar belangrijkste romanfiguur, de oudere, ongetrouwde ex-gouvernante Miss Maud Silver, creëerde ze reeds in 1928, twee jaar voordat Christies Miss Marple haar eerste avontuur zou beleven. Miss Silver zou in totaal in 32 boeken verschijnen, die verschenen gedurende de periode 1928-1961. Daarnaast schreef Wentworth drie boeken met Inspecteur Lamb in de hoofdrol en 31 andere misdaadromans met anderen als hoofdfiguur.
Bij Christie zou het overigens niet minder dan twaalf jaar duren vooraleer (in 1942 dus) “Dood van een danseres” verscheen, waarin de oude roddeltante uit het fictieve dorpje St.Mary Mead haar tweede avontuur beleeft.
Daarna volgden nog:
“De giftige pen” (1943)
“Wie adverteert een moord?” (1950)
“Een goochelaarstruc” (1952)
“Een handvol rogge” (1953)
“Trein 16.50” (1957)
“De spiegel barstte” uit 1962 (**)
“Miss Marple met vakantie” (1964)
“In hotel Bertram” (1965)
“De wraakgodin” (1971)
en “Moord uit het verleden” (1976), maar hierover zo dadelijk meer. In totaal twaalf dus (tegenover 33 Poirot-boeken), elk overeenkomend met één van de twaalf werken van Poirots mythologische naamgenoot Hercules. Dat is nog eens wat anders dan de twaalf werken van Vanoudenhoven! Ondanks het grote onevenwicht ligt de verkoop van Miss Marple-verhalen gemiddeld vijftien procent hoger dan die rond Hercule Poirot.
In tegenstelling tot Poirot wordt Miss Marple in de loop der jaren geen dagje ouder. Nog een geluk, want ze “debuteert” natuurlijk al op een gevorderde leeftijd…
Voor de meesten zal Miss Marple er altijd wel blijven uitzien als de Britse actrice Margaret Rutherford (1892-1972), die deze rol tussen 1962 en 1965 vertolkte in vier films van regisseur George Pollock. Enkel de eerste (“Trein 16.50”) volgde echter in grote lijnen een boek van Agatha Christie. Deze laatste was er trouwens – buiten het feit dat ze heel wat geld opbrachten – niet erg gelukkig mee omdat Miss Marple in de films erop los schermde en zelfs de twist danste. Alhoewel Rutherford daar eigenlijk op zich geen schuld aan had, ging Christie’s voorkeur toch uit naar Joan Hickson (1906-1998), die in de jaren veertig op de planken had gestaan in een toneelbewerking van “Dood van een huistiran”. In een brief drukte Agatha Christie de wens uit dat zij ooit de rol van Miss Marple zou vertolken. Dat gebeurde ook, maar helaas pas twaalf jaar na het overlijden van de auteur. De erven, die jaarlijks nog ruim 150 miljoen oude Belgische franken beuren (67 procent van de aandelen is in handen van de Booker Trust, dus men mag gerust stellen dat de prestigieuze Booker Price eigenlijk gefinancierd wordt door Agatha Christie), stelden namelijk veel strengere eisen aan verfilmingen. De BBC-verfilmingen b.v. zijn allemaal zeer getrouw aan de boeken van Agatha Christie.
Christie had een diploma van apothekersassistente en een afkeer van geweld (er komt bijvoorbeeld geen enkele verkrachting voor in haar boeken), vandaar dat de moorden meestal met gif worden gepleegd. De werking van langzaam gif werd door haar zo goed beschreven dat op zijn minst drie mensen de symptomen tijdig herkenden. Hoeveel moordenaars die beschrijvingen echter hebben geholpen, is uiteraard niet bekend.
Het is overigens niet omdat men wetenschappelijk accuraat schrijft, dat ook het boek in zijn geheel dat is. Wat gedacht bijvoorbeeld van een gifgas dat in een luchtbel in een glas wordt geblazen en waarbij de moord wordt gepleegd door het slachtoffer ertoe te brengen met het glas in de hand naar een radiouitzending te luisteren, waarin de hoge do van een tenor het glas doet springen en het gas vrijkomt!
Poirot van zijn kant liet ze sterven in “Curtain” (in het Nederlands vertaald als “Het doek valt”), een boek dat ze lang voor haar eigen overlijden schreef, maar dat pas nadien mocht verschijnen (net zoals dat ook bij Miss Marple het geval was met “Sleeping murder”, in het Nederlands “Moord uit het verleden”). Haar meest opmerkelijke vondst is dat ze in “The Murder of Roger Ackroyd” (1926) het verhaal door de moordenaar zelf laat vertellen, zodat je eigenlijk continu op het verkeerde been wordt geplaatst. Ene Pierre Bayard komt in “Qui a tué Roger Ackroyd” (1998) tot de conclusie dat eigenlijk Poirot de moordenaar is, waardoor hij in “Curtain” (waarin Poirot vlak voor zijn dood, zelfmoord eigenlijk, ook iemand vermoordt) eigenlijk een recidivist zou zijn. En indien niet, zou het dan toch Hastings, zijn “Watson”, zijn, die de dader is.
WE ZIJN ALLEMAAL POTENTIËLE MOORDENAARS (OF NIET?)
Ondanks dat alles ben ikzelf nochtans geen uitgesproken “fan”. Christie schrijft zich immers vooral in in de “Whodunit”-romans (wie heeft het gedaan?) en dat gaat nogal rap vervelen. Als beste voorbeeld hiervan kan haar toneelstuk “The Mousetrap” worden aangehaald, dat nochtans één van de langstlopende stukken ter wereld is. Een andere reden waarom ik mij tegen dat soort verhalen afzet, is dat – als men de consequentie doortrekt – er eigenlijk een negatief wereldbeeld achter schuilt (***). Op dit moment is het zowat bon ton om te beweren dat in iedereen een potentiële moordenaar schuilt, maar dan heeft men het over passionele moorden, terwijl de moorden bij Agatha Christie juist met veel overleg worden gepleegd. Ondertussen heb ik dit beeld wel een beetje moeten bijstellen, want zoals Colin Watson schrijft, hanteerde ze wel een aantal strikte waarden en normen, waardoor het aantal potentiële moordenaars drastisch (maar nogal conservatief, zeg maar: oerconservatief) werd beperkt: “Wie vermoord werd, had meestal wat op zijn kerfstok en was dus goed dood. Jonge meisjes, tenzij van bedenkelijke zeden, werden net als kinderen nooit omgebracht. Leden van de upper-class konden hooguit een tijdlang worden verdacht, schuldig waren ze zelden.”
DE ZONDE VAN DE WANHOOP
Wie wél een fan is, is – merkwaardig genoeg – de Franse controversiële schrijver Michel Houellebecq. Volgens zijn Britse (maar francofiele) confrater Julian Barnes is dit volstrekt normaal. In zijn hieronder vermeld essay over Houellebecq somt hij eerst op wie en wat er allemaal moet aan geloven in “Platform” (een halve pagina). Daarna stelt hij daar tegenover: “Wat kan Michels goedkeuring wel wegdragen? Peepshows, massagesalons, pornografie, Thaise prostituees, alcohol, viagra (waarmee je de effecten van alcohol kunt opheffen), sigaretten, niet-blanke vrouwen, masturberen, lesbische vrouwen, triootjes, Agatha Christie, dubbele penetratie, fellatio, sekstoerisme en vrouwenondergoed. Misschien valt u de vreemde eend in de bijt op. (…) Agatha Christie kan rekenen op twee bladzijden bewieroking, vooral voor haar roman De laagte, waarin ze duidelijk maakt dat ze de `zonde van de wanhoop’ begrijpt. Het is ‘de zonde waarbij men zichzelf afsnijdt van de warmte van intermenselijke contacten’, en dat is natuurlijk de zonde van Michel. ‘In onze contacten met andere mensen,’ merkt hij op, ‘krijgen wij een beeld van onszelf, en dat maakt contacten met andere mensen grotendeels ondraaglijk.’ En verder: ‘Niets is gemakkelijker dan afstand doen van het leven’, en `Er kan van alles gebeuren in het leven, vooral niets’.”
RED HERRINGS
Bij de verhalen van Agatha Christie is het essentieel dat er red herrings zijn. Letterlijk zijn “rode haringen” gezouten en gerookte haringen met zo’n sterke geur dat de achtervolgende jachthonden het spoor van een vos bijster raakten als er een rode haring over hun pad werd getrokken. Dit werd gedaan om de honden te trainen, maar in een detectiveverhaal wil dit zeggen dat bijna alle personages wel een motief hebben of een of ander verborgen geheim. Typisch voor dit soort romans is ook dat het slachtoffer antipathiek wordt voorgesteld. Op die manier is er dus reeds van bij de aanvang een soort van sociale rechtvaardigheid geweest. Anderzijds hebben deze romans weinig vandoen met sociale zaken. Ze spelen zich immers meestal af in de hogere klasse, maar dan gewoon als decor, de maatschappelijke achtergrond ontbreekt totaal. Het motief situeert zich dan ook volledig in de privé-sfeer en is niet van politiek-maatschappelijke aard. Het is een gesloten wereld, vaak soms letterlijk en daarom ook claustrofobisch. Dat betekent ook dat met de ontrafeling van de moord meteen ook alle problemen van de baan zijn (soms gesymboliseerd door het feit dat de moordenaar zelfmoord pleegt of zelf het leven verliest door onvoorzichtigheid of wanneer hij in een refleks van zelfverdediging – let wel op: niet uit wraak! – zélf wordt vermoord). Courtroom dramas horen hier dus niet in thuis. Ook fysieke krachtpatserijen (vechtpartijen) zijn hier niet besteed. Het is een typisch Engels genre in tegenstelling tot de Amerikaanse hard-boiled novel.
Agatha Christie schreef naast haar detectiveromans ook enkele romantische verhalen, maar daarvoor gebruikte ze dan wel een ander pseudoniem, namelijk Mary Westmacott.
84-year-old Agatha Christie attended the movie premiere of “Murder on the Orient Express” in November 1974. It was the only film adaptation in her lifetime, that she was completely satisfied with. In particular, she felt that Albert Finney’s performance came closest to her idea of Poirot (though was reportedly unimpressed with her sleuth’s moustache). The premiere would be her final public appearance: she died fourteen months later, on January 12, 1976.

Ronny De Schepper
(met dank aan Luc Carnier en Sades)

Referenties
Julian Barnes, Michel Houellebecq en de zonde van de wanhoop, in “Uit het raam”, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact Atlas, 2012
Michael C.Gerald, The Poisonous Pen of Agatha Christie, University of Texas Press, 1994

(*) In één van de BBC-verfilmingen, “The disappearance of mr.Davenheim” komt een uiterst amusante toespeling voor op de “onuitspreekbaarheid” van de naam Poirot voor het Engelse publiek. Iemand moet op een bepaald moment een papegaai overhandigen aan Poirot en zegt: “A parrot for mr.Poirot”, waarbij hij Poirot uitspreekt als “poy rot”. Poirot verbetert hem uiteraard (“pwaro”), waarop de man, zich verontschuldigend, herbegint en zegt: “A pwaro for mr.Poyrot.”
(**) The Mirror Crack’d (filmed in 1980) was inspired by actress Gene Tierney, who gave birth to a brain-damaged child after contracting rubella from a contagious fan who broke quarantine to see the star make a personal appearance. As is the case in the Christie adaptation, the fan rushed up to the pregnant Tierney to kiss her in gratitude; the baby was ultimtely born developmentally disabled and had to be institutionalized.
(***) De uitdrukking “de butler heeft het gedaan” gaat ongetwijfeld terug op Agatha Christie en betekent eigenlijk “de minst waarschijnlijke verdachte is uiteindelijk de dader”. Het is een gegeven dat systematisch terugkeert bij haar, tenzij meteen àlle verdachten schuldig blijken te zijn (zoals in “Murder on the Orient Express”) of ze allemaal het hoekje omgaan (zoals in “Ten Little Niggers”).

Een gedachte over “Agatha Christie (1890-1976)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.