Mae West (1893-1980)

Mae WestVandaag is het 35 jaar geleden dat de Amerikaanse actrice en schrijfster Mae West is overleden.

Schrijfster? Jazeker, in 1927 schreef ze het toneelstuk “Sex” en werd meteen tot tien dagen cel veroordeeld wegens obsceniteiten. Met deze veroordeling liep ze al vooruit de zogenaamde Hays Code, die zes jaar later (in 1933 dus) het “morele niveau” van de Hollywood-films wou hoog houden (postman Will Hays stelde een morele code op waaraan Hollywood zich vrijwillig hield). Het eerste slachtoffer was alweer de hardleerse Mae West. Onder druk van de Hays Code moet haar film “It ain’t no sin” al meteen een andere titel krijgen: “Belle of the nineties”.
Mae West wordt beschouwd als de de laatste echte “vamp”. Uiterlijk betekende dat dat ze beter in ’t vlees zat dan de magere seks-symbolen die haar zouden opvolgen. Maar belangrijker was dat zij net als de vroegere vamps als Theda Bara zélf het initiatief nam en zeker geen seks-“object” was. Met “als hij ook kan praten, neem ik hem” koos Mae West haar tegenspeler Cary Grant uit. Tijdens de opname van “She done him wrong” had ze hem opgemerkt toen hij in de buurt van de studio rondliep. Tachtig jaar later is het nog altijd ondenkbaar dat een man zoiets over een vrouw zou zeggen en dat niet alleen omdat de feministen hem zouden lynchen.
Een jaar later begroet ze hem in “I’m no angel” met: “Is dat een revolver in je broek of ben je gewoon blij van me te zien?” Mae West is inderdaad vooral bekend van “one-liners” als: “I used to be Snow White but I drifted”, “Beulah, peel me a grape”, “It’s not the men in my life that count, it’s the life in my men”, “Come up and see me sometime” of “When I’m good, I’m very good. But when I’m bad, I’m better” (eveneens uit “I’m no angel”). Met “She done him wrong”, een bewerking van haar eigen stuk “Diamond Lil”, brak ze in 1933 alle box office records. Haar gewilde overacting bezorgde haar de bijnaam “the greatest female impersonator of all time“.
Maar ook op maatschappelijk vlak was ze een doorbijter. Zo moest ze in 1934 hemel en aarde bewegen om het orkest van Duke Ellington te laten optreden in haar film “Belle of the nineties”. En toen ze daarin dan uiteindelijk was geslaagd, dacht ze dat ze het drie jaar later in “Everyday’s a holiday” eens met een zanger kon proberen, en alweer niet zo maar de eerste de beste, want het was Louis Armstrong. Maar opnieuw kwam men met excuses aandraven: dat hij niet verstaanbaar was en wat weet ik al. Maar Mae hield zoals steeds het been stijf.

88 mae west

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s