Tachtig jaar geleden: het optreden van Benny Goodman in het Palomar Theatre lanceert de swing

igoodma001p1Het is vandaag tachtig jaar geleden dat het optreden van het orkest van Benny Goodman in het Palomar Theatre van Los Angeles de swingrage lanceerde. Het optreden werd immers via de radio over heel de Verenigde Staten uitgezonden en zorgde ervoor dat Goodman, zijn orkest en het genre in zijn geheel erg populair werden.

Voor de voorgeschiedenis van de swing moeten we terug gaan tot bij The California Ramblers. Zij orkestreerden naar het voorbeeld van de symfonische jazz van Paul Whitman hun intro en finale, maar tussenin waren er nog volop improvisaties voor klarinet, sax en trompet. Het is meteen duidelijk dat hiermee de poort werd opengezet voor de oprichting van de ‘big bands’ en het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat we bij de diverse samenstellingen van The California Ramblers namen aantreffen als Red Nichols, Benny Goodman, Glenn Miller en Jack Teagarden, allemaal mensen die later effectief een big band zullen stichten.
Benny Goodman heeft dus zijn sporen verdiend in dixieland-orkestjes. Goodman was samen met Glenn Miller (1904-1944) één van de eerste blanken die goed genoeg werd bevonden om bij een zwart orkest te spelen. Later zou Goodman de rollen omkeren en zwarte muzikanten in zijn orkest inlijven; op die manier heeft hij veel bijgedragen tot de rassenintegratie binnen de jazz. Met zijn orkest viel dat nog niet zo op, maar vooral bij optreden van het Benny Goodman Trio (met de blanke drummer Gene Krupa en de zwarte pianist Teddy Wilson) of Kwartet (met ook nog de zwarte vibrafonist Lionel Hampton).
Maar goed, dat is pas voor later. In 1933 werd hem gevraagd een orkestje te vormen als begeleidingsgroep voor de populaire zanger Russ Colombo. Goodman deed wat hem werd gevraagd en o.a. de legendarische drummer Gene Krupa (1909-1973) maakte hiervan reeds deel uit. Toen het contract afgelopen was, ontbond Goodman het groepje niet maar breidde het uit tot een big band naar het model van Fletcher Henderson (1897-1952). Toen Goodman in 1934 werd gevraagd om de huisband van het radioprogramma Let’s Dance te worden kocht hij een groot aantal nummers die Henderson aan het begin van de jaren dertig had geschreven. (In 1939 zou Henderson zelfs zijn eigen band verlaten om zich bij Goodman te voegen, in eerste instantie als pianist, maar later alleen als schrijver.)
Twee jaar doorkruisten zij de VS zonder al te veel succes. Doch op een avond in de Palomar Ballroom in Los Angeles in augustus 1935 ontketenden ze plotseling een furie: de formule sloeg aan! Contracten stroomden binnen, Goodman prijkte aan het hoofd van vele affiches. Naar het schijnt heeft juist zo’n affiche de naam aan de muziek gegeven: op de vraag wat men erop moest plaatsen, zei Goodman “Benny Goodman and his Orchestra”. “Dat kan niet“, zei men. “Je moet een klinkende naam hebben, iets zoals Guy Lombardo and his Royal Canadians” (een zeer populair dansorkest uit die tijd). “Maak er dan Benny Goodman and his Swing Band van,” zou Gene Krupa toen gezegd hebben …
In navolging van Goodman bestormden tientallen big bands de hitlijsten: Bob Crosby, Woody Herman, Harry James, Artie Shaw, Chick Webb, Tommy en Jimmy Dorsey, enz. In dit laatste orkest speelde ook Glenn Miller die in 1935 zijn eigen big band oprichtte. Met “In the mood”, eigenlijk een bewerking van de jazzklassieker “Hot and Anxious”, brak hij – en de populariteit van de swing – in 1938 definitief door.
Benny Goodman was dus de eerste jazzmusicus om de rassenscheiding te doorbreken. Zo hielp hij Billie Holiday (1915-1959) aan haar platendebuut met het lied “Your Mother’s Son in Law”. Het was wel opvallend dat Benny Goodman, die één van de eersten (zo niet dé eerste was) om samen te spelen met zwarte muzikanten, Billie Holiday niet met zijn orkest liet optreden, maar wel met een eigen groep uitsluitend bestaande uit zwarten. (Later zou hij wél opnames met haar maken.) Veel later had hij als zangeres o.m. Lena Horne (1917-2010), maar toen ze een verhouding begon met de linkse zanger-acteur Paul Robeson (1898-1976), kwam ze in de problemen met de McCarthy-commissie. Goodman zelf zou ook nog samenwerken met vocalisten als Jimmy Rushing en Peggy Lee.
Benny Goodman was ook een man van de vernieuwing.
In 1937 ontwierp de firma Gibson een elektrisch versterkte “Spaanse” gitaar (maar dus nog altijd mét klankkast). De bekendste speler op dit instrument is Charlie Christian uit het kwartet van Benny Goodman. (Later zou deze b.v. ook samenwerken met Philip Catherine.)
Gene Krupa was dan weer één van de eersten om een ware “drumsolo” tijdens een nummer te geven. Tijdens “Sing, sing, sing” bijvoorbeeld, het grootste succes van het orkest van Benny Goodman, ook al is het geschreven door niemand minder dan Louis Prima (1910-1978).
Eigenlijk zou enkel Artie Shaw (1910-2004) in die periode Benny Goodman de titel van de Koning van de Klarinet betwisten. Net als Goodman zou hij een opname maken van het beroemde klarinetconcerto van Mozart en hij zou er nog een schepje bovenop doen door zelf een concerto voor klarinet te schrijven, dat o.m. nog door Walter Boeykens en Marc Vertessen is uitgevoerd. In 1945 bracht Benny Goodman zelf trouwens ook zijn “Symphony” uit.
Benny Goodman was overigens inderdaad ook het grote idool van Walter Boeykens (1938-2013): “Ik was in de tijd toen ik op het conservatorium van Brussel zat bevriend met de gebroeders Mertens en die mannen konden vibrato’s maken, terwijl ik daar met bloedende lippen zat, omdat ik daar klarinet moest spelen ‘als een hobo’. Ja, toen was ik heel ongelukkig. In Brussel was men aanhanger van de oude Franse school met een dunne sonoriteit, wat de klarinet overigens niet erg populair heeft gemaakt. Als oudere mensen mij horen spelen, dan zeggen ze vaak: ik heb dat nooit graag gehoord, maar de manier waarop jij klarinet speelt, die kan ik wel appreciëren. En dat is een aanduiding dat er inderdaad iets veranderd is. Maar wij moesten dus zo ‘dun’ mogelijk spelen met een heel klein vibratootje. Kom zeg, dat was bijna niet te doen. Dat was onnatuurlijk. En ik ben er dan inderdaad mee gestopt omdat ik niet meer van dat instrument hield. Een hobo of een fluit, die mocht dan nog zingen en vibreren, maar wij niet. En dan ben ik een beetje naar de sound van Goodman gaan zoeken, vrij dik en rond, met de keel. Zeer mooi voor opnames! En nu denk ik dat ik in het midden zit: 70 procent Engels en 30 procent Frans, want ik moet toegeven: je moet bij een klarinet inderdaad wel opletten met vibrato want je krijgt dan rap een jazz-sound. Bij Debussy kan dat dan wel meer dan bij Weber b.v.”
Ook Gentenaar Freddy Saget sluit zich daarbij aan: “Mijn grote voorbeelden zijn Benny Goodman en Artie Shaw. Die hebben beiden ook het concerto van Mozart opgenomen b.v. Gemakkelijke muziek bestaat immers niet. Maar het grote verschil is dat men jazz echt moet aanvoelen.”
Onmiddellijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog was swing op het hoogtepunt van zijn populariteit. Het was de muziek van de bevrijding, van de vrijheid in het algemeen. Maar dat kon niet blijven duren natuurlijk. Wat zeker mede de ondergang van de big bands heeft versneld, is de taks die na W.O.II geheven werd op het dansen. Dat was (buiten het feit dat de staat op die manier gemakkelijk geld in ‘t bakje kreeg) vooral een maatregel tegen de “zedenverwildering”, waardoor in datzelfde kader ook strenge eisen qua leeftijd werden gesteld.
Dat halo van “slechte invloed” werd nog in de hand gewerkt toen Elmer Bernstein voor “The man with the golden arm” in 1956 een pseudo-jazz-score schreef, die de bindingen tussen jazz en de onderwereld suggereerde en er tevens de oorzaak van zou zijn dat van dan af alle gangsterfeuilletons dergelijke lamentabele muziek meekregen. Daarom gingen de jazz-fanaten veel kritiek uitoefenen op het artisticiteit van het genre. Zij noemden het geen jazz meer en uit reactie speelden zij opzettelijk niet-dansbare muziek: de bop, later be-bop of re-bop.
Voor vele swing-groten was dit “nieuwe klimaat” een dubbele doodsteek: niet alleen was het succes gaan vliegen, ook bij hun collega’s vonden ze geen gehoor meer. Benny Goodman b.v. probeerde toen bop te spelen, o.a. met medewerking van Stan Getz (1927-1991), maar toen dit hem niet lukte, kapte hij ermee. Onnodig eraan toe te voegen dat ook de opkomst van de rock’n’roll de teleurgang van de swing mede heeft veroorzaakt ondanks het feit dat in 1955 (het jaar van “Rock around the clock”) door Valentine Davies nog “The Benny Goodman Story” werd gedraaid…
Uitsmijter: Bob Benny (1926-2011) heeft zijn artiestennaam aan hem te danken…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.