Eric Clapton wordt zeventig…

De Engelse “gitaargod” Eric Clapton viert vandaag zijn zeventigste verjaardag.

En toch ben ik een minder grote fan van Clapton dan men op het eerste gezicht zou denken. Aangezien deze Britse gitarist in een onbewaakt ogenblik (en zo heeft hij er nog wel meer gehad, o.a. door zwaar druggebruik en door godsdienstwaan) ooit eens een benefietconcert heeft gegeven voor het extreem-rechtse National Front, komt me dat natuurlijk goed uit, maar als ik eerlijk moet zijn heeft het daar eigenlijk niets mee te maken. Neen, Clapton schoot bij mij reeds in 1965 in het verkeerde keelgat toen hij boos opstapte bij The Yardbirds omdat ze “te commercieel” werden en geen echte blues meer zouden spelen. Dat was nota bene naar aanleiding van de single “For your love”, een compositie van Graham Gouldman (later 10CC) die ongetwijfeld tot mijn top tien aller tijden behoort, Mozart en Beethoven meegeteld! (*)
Jamaar, zullen supporters zeggen, in 1965, toen was hij bij wijze van spreken nog een kind. Hij werd immers op 30 maart 1945 in The Green, Ripley, Surrey (Engeland) geboren als buitenechtelijke zoon van de 16-jarige Patricia Molly Clapton en de 24-jarige Canadese militair Edward Walter Fryer die in Engeland was gelegerd. Fryer keerde nog voor Erics geboorte terug naar zijn echtgenote in Canada.
Aangezien zijn moeder nog erg jong was, werd Eric opgevoed door zijn grootmoeder Rose, en haar echtgenoot Jack Clapp, die de stiefvader was van Erics moeder. Zijn moeder die doorging voor zijn zuster, trouwde met de Canadese militair Frank McDonald, en volgde haar echtgenoot naar Duitsland en later naar Canada.
“Ricky”, zoals Clapton door zijn grootouders genoemd werd, was een stil kind met kunstzinnige aanleg en een goed verstand. Op 9-jarige leeftijd ontdekte hij de waarheid omtrent zijn afstamming. Hij trok zich nog meer terug in zichzelf en begon zijn schoolwerk te verwaarlozen. Toen hij eind jaren 50 met de opkomende rock ’n roll in aanraking kwam, was hij meteen enthousiast. Voor zijn dertiende verjaardag vroeg en kreeg hij een gitaar. Hij leerde gitaar spelen bij Wizz Jones en ging zo op zoek naar de oorsprong van de rock & roll en kwam bij de blues terecht. Op zijn zestiende liet hij zich inschrijven bij het Kingston College of Art, maar al na een jaar werd hij weggestuurd.
Toen hij van school af was begon hij te werken in de bouwsector, samen met zijn grootvader. In zijn vrije tijd leerde hij de elektrische gitaar te bespelen die hij had gekocht nadat hij in contact was gekomen met de elektrische blues van onder meer Freddie King, B.B. King en Muddy Waters. Begin 1963 richtte hij zijn eerste groep op: de bluesband The Roosters, waarin ook Brian en Paul Jones zaten (later respectievelijk van The Rolling Stones en Manfred Mann. Na de opheffing van deze band speelde hij een maand in de groep Casey Jones and The Engineers. In oktober werd hij opgenomen in The Yardbirds (zo genoemd naar de oorspronkelijke bijnaam van Charlie Parker, al is die beter bekend als het verkorte “Bird”). Daar kreeg hij van manager Giorgio Gomelsky de bijnaam “Slowhand” omdat het publiek de gewoonte had om traag in de handen te beginnen klappen, als hij na een te heftige solo een snaar moest vervangen.
Na de opname van “For your love” verliet hij echter zoals gezegd de groep omdat ze geen zuivere blues meer speelden. Op verzoek van Gomelsky hadden The Yardbirds in december 1964 “For Your Love” in de IBC Studios in Londen opgenomen. Het liedje was geschreven door Graham Gouldman voor zijn eigen groep, The Mockingbirds. Die versie werd door de platenfirma afgewezen, maar het nummer werd wel doorgespeeld aan Herman’s Hermits en The Animals, die het echter eveneens naast zich neer legden (nà het succes van The Yardbirds zouden de Hermits het uiteindelijk toch nog uitbrengen). Op de opname door The Yardbirds speelt Brian Auger op de harpsichord en Denny Piercey op bongo’s. De B-kant “Got To Hurry” wordt in de Olympic Studios in Londen op de band vastgelegd. In België stond “I wish you would” echter op de keerzijde.
Tussendoor speelde Clapton ook nog bij John Mayall’s Bluesbreakers, waar hij bassist Jack Bruce ontmoette (die daar John McVie verving) en waar hij ook voor het eerst zong, met name op “Ramblin’ on my mind” van Robert Johnson (elpee verschenen in de zomer van 1966). Het was nochtans drummer Ginger Baker die aan Clapton voorstelde om samen een groep te stichten, toen Baker eens inviel bij The Bluesbreakers. Clapton stemde toe, op voorwaarde dat Jack Bruce erbij zou betrokken worden. Baker was daar oorspronkelijk niet voor te vinden, want hij was het die enige maanden daarvoor had aangestuurd op het ontslag van Bruce bij The Graham Bond Organisation. Uiteindelijk ging het toch door, al zouden Baker en Bruce nooit beste vrienden worden. Toen Baker en Clapton na Cream verder deden met Blind Faith, werd Jack Bruce dan ook vervangen eerst door Scott Walker, maar toen die niet voldeed als bassist door Rick Grech van Family, terwijl ook een toetsenist werd aangetrokken en niet zo maar de eerste de beste maar Stevie Winwood van The Spencer Davis Group en nadien Traffic.
Ik schreef destijds (louter voor de fun) een elpeebespreking, waaruit de volgende fragmenten:
“Had to cry today” begint met een indiaans klinkend solootje van Clapton, thema dat trouwens weerkeert in de intro’s van het andere Winwood-nummer “Sea of joy” en bekende “Well all right”.
De tekst van “Presence of the Lord” vertoont telkens kleine nuances, die men bijna zou kunnen vergelijken met de drie trappen van de mystieke godsbeschouwing. Clapton, als Jesus Freak, alludeert duidelijk op de bijbel met frasen zoals “I don’t have much to give” (Lukas, XVIII, 22), “the story” (= de bijbel), “I can open any door” (Lukas, XII, 11-12). Het gebruik van echo en de zachte orgelklanken van Steve Winwood doen ons denken aan een keruimte. Het ritme is zeer traag (bijna gregoriaans) maar wordt tussen de tweede en de derde strofe onderbroken door een bijtende gitaarsolo.
“Sea of joy” wordt vooral gesierd door een fantastische “dubbele” vioolsolo van Ric Grech.
En dan komt het, de toegift aan de rage van de ellenlange nummers en dan nog wel op het thema “Do well, do what you like”. Dit alleen al is de grootste absurditeit, maar kom, muzikaal mag het er best zijn en dààr kwam het toch vooral op aan. Zoals gebruikelijk bij zo’n marathon-nummers mag ieder om beurten zijn solootje brengen, netjes ingekaderd in het hoofdthema dat in het begin en aan het einde weerkeert. Belangrijk is wel dat de overgang tussen de verschillende instrumenten niet kunstmatig gebeurt. De laatste akkoorden van de voorganger worden steeds onopvallend overgenomen door de man die er achter komt en voor je het weet, krijg je een heel nieuw geluid te horen. Enerverend is wel het steeds maar herhalen van “Do what you like” op de achtergrond. Stevie Winwood is het eerst aan de beurt. Zijn orgel heeft een opmerkelijke klank en ook zijn spel is niet aan de slechte of zelfs niet aan de middelmatige kant. Natuurlijk mag je Stevie niet onmiddellijk na een nummertje van Keith Emerson van The Nice draaien. Er is immers goed, beter en best… (**) Eric Clapton valt na hem in met een frisse gitaarsolo, de beste van de elpee, alhoewel die van “Had to cry today” ook helemaal niet slecht is. En dan komt de man, die tot nu toe steeds in de schaduw van deze drie grootmeesters heeft gestaan, bassist Rick Grech. Hij brengt een bassolo, die we zó goed vinden dat we deze jongen alle krediet geven. Ginger Baker besluit dan met een majestueuze drumsolo.
Clapton, geen gemakkelijke jongen, hield het na één elpee en nog vóór ze het contract voor Woodstock (augustus) konden nakomen, reeds voor bekeken. De andere drie breidden zich uit met nog méér grote namen (Graham Bond en Denny Laine o.a.) en probeerden het als Ginger Baker’s Airforce verder, maar ook deze vlieger ging niet op.
Ondertussen was Clapton door zijn fans reeds met een tweede troetelnaampje bedacht, in alle eenvoud: god! Het graffito “Clapton is god” verdrong op een bepaald moment het populaire “Kilroy was here” van de Londense openbare toiletten. Hij werkte een tijdlang als sessiemuzikant bij groepen die niet van de minste waren, b.v. op de dubbele witte van The Beatles, bij The Plastic Ono Band en bij Delaney and Bonnie. Hij gaf met George Harrison ook een memorabele versie van “While my guitar gently weeps” op het Concert for Bangla Desh, een samenwerking die George later tot “Savoy truffle” inspireerde, aangezien Clapton zo’n zoetekauw is. En blijkbaar lustte hij nog wel wat zoets, want tijdens hun samenwerking probeerde hij er met Georges vrouw Patti Boyd vandoor te gaan(George had haar leren kennen in maart 1964, tijdens de opnames van “A hard day’s night”). Dat lukte echter niet en daaraan hebben we dan weer “Layla” te danken (***) van zijn nieuwe groep Derek and the Dominoes. De piano-partij is eigenaardig genoeg van drummer Jim Gordon, die oorspronkelijk van plan was deze improvisatie als afzonderlijk nummer op zijn eigen solo-elpee te zetten. In 1977 zou Clapton met het alweer aan haar opgedragen “Wonderful tonight” uiteindelijk toch Patti van George kunnen losweken. Ze trouwden in 1979. Van de drugs was hij dus af, maar van de drank nog niet en die eiste in maart 1981 haar tol o.m. via een maagzweer zo groot als een sinaasappel.
De “unplugged”-reeks van MTV werd ook ingezet door Eric Clapton, die met “Tears in heaven” als titelsong voor “Rush” tegelijk toch ook een ode aan zijn vierjarige zoontje Conor wou schrijven die op 20 maart 1991 is overleden door uit het raam van hun appartement te vallen. In november 1993 hadden Clapton en zijn vrouw, de Italiaanse actrice Lori del Santo, opnieuw een kind, maar enkele dagen na de geboorte stierf het reeds aan een infectieziekte.
Ondertussen heeft Clapton geen pogingen meer gedaan om nog een groep op te zetten. Hij heeft blijkbaar door dat hij geen echt sociaal wezen is en kiest nu resoluut voor een solocarrière, telkens bijgestaan door gelegenheidsmedewerkers (****). Zijn handelsmerk blijft zijn typisch lijzige gitaarstijl, die uiteraard teruggaat op de oude blues-groten zoals B.B. En Albert King, maar waar hij door een zekere verfijning iets origineels heeft aan toegevoegd.
Alhoewel, “origineel” is natuurlijk steeds een relatief begrip. Dat moge o.a. blijken uit volgend fragment uit een brief van de Nederlandse specialist van instrumentale pop, Piet Muys. De aanleiding was een versie van “Johnny B.Goode” door Bill Haley and his Comets uit 1967 die hij me ter beoordeling had toegestuurd. Mijn eigen brief heb ik uiteraard niet meer, maar ik moet blijkbaar geschreven hebben dat men duidelijk kan horen dat de gitarist van dienst (Nick Nasters) beïnvloed was door Clapton. Muys triomfeert: “Dat deze jongeling van veertig jaar door Eric Slowhand zou zijn beïnvloed lijkt mij erg sterk. Als jij echter wel wat overeenkomsten hoort, dan is weer een bewijs geleverd dat Eric goed heeft geluisterd naar mensen als Scotty Moore, Carl Perkins etc. die dit soort gitaarwerk reeds in 1955 voortbrachten. Rond Eric hangt inderdaad een fabelachtige legende, maar ik blijf hem toch zien als een nogal tamelijk eenzijdige bluesgitarist, waarin hij toch weer duidelijk de mindere is van mensen als Alvin Lee. Overigens blijf ik hem sterk bewonderen in zijn Yardbirds-periode, maar de rest, nee, dat zie ik niet zitten.”

Ronny De Schepper

(*) We mogen toch nog eens lachen, zeker!
(**) Dat zou ik nu zeker niet meer schrijven!
(***) Naar verluidt had Patti hem eerst wel verleid opdat George opnieuw wat meer aandacht aan haar zou schenken. Toen dat lukte, liet ze Clapton vallen als een steen. Dit samen met de dood van Jimi Hendrix, waarvoor Clapton de grootste bewondering had, leidde o.m. tot zijn heroïneverslaving. Ze zou vier jaar duren en op een bepaald moment moest hij zijn gitaren verkopen om aan zijn behoefte te voldoen.
(****) Op het laatste concert dat ik van hem zag (op televisie uiteraard) waren dat o.m. Andy Fairweather-Low, Steve Gadd en Katie Kissoon.

(Zeer) selectieve bibliografie
Ronny De Schepper, God komt! (voor een laatste oordeel?), De Rode Vaan nr.3 van 1987
Eric Clapton, De autobiografie, Manteau.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s