Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)

Vandaag is het 170 jaar geleden dat het vioolconcerto van de Duitse componist Felix Mendelssohn Bartholdy in première is gegaan. De uitvoerder was toen Ferdinand David, zelf heb ik het in een versie van Nigel Kennedy, samen met het English Chamber Orchestra onder de leiding van Jeffrey Tate. Het is een uitvoering waarover ik tevreden ben. Het klassieke wereldje kijkt soms een beetje meewarig tegen het extravagante gedrag van Nigel Kennedy aan en als het gaat over bepaalde repertoirekeuzes kan ik me daarin zelfs terugvinden, maar als hij zich tot het klassieke genre beperkt, zoals hier, dan moet men kunnen toegeven dat Kennedy soms zeer gevoelig uit de hoek kan komen… (Als luistervoorbeeld hoort u hier de finale.)

Maar wat de componist betreft, is er eerst en vooral de vraag: vanwaar die dubbele naam? De broer van Leah Salomon bekeerde zich tot het christendom en noemde zich Bartholdy. Eerst wekte dit haar ergernis op, maar uiteindelijk kregen – toen ze getrouwd was met de succesvolle zakenman en bankier Abraham Mendelssohn – al haar kinderen deze naam ook toegevoegd (zonder koppelteken). Dat was vooral onder druk van haar oudste dochter Fanny, die geruime tijd haar stempel drukte op het gezin. Maar Felix werd meer gestimuleerd. Zo kreeg hij de beste pedagogen ter beschikking. Componist Carl Friedrich Zelter b.v. die hem reeds meenam naar zijn vriend Goethe, toen Felix amper twaalf jaar oud was. Goethe zelf was er dan al 72.
Tot haar veertiende had Fanny (°14/11/1805) dezelfde opleiding gekregen als haar broer (°3/2/1809), maar in een brief van 16 juli 1820 waarschuwt haar Vader Abraham haar dat het zo niet verder kan. Muziek kan voor haar tenhoogste nog een hobby zijn, haar klasse laat niet toe dat zij net als Felix verder zou studeren, kortom het soort onzin dat Leopold Mozart zijn begaafde dochter Nannerl ook al wijsmaakte.
Alhoewel ook Felix de discriminerende houding van zijn vader heeft overgenomen, moet men anderzijds toegeven dat hij wel een groot bewonderaar was van zijn leerlinge, de piano- en liederencomponiste Josephine Lang (1815-1880).
Dit alles ligt wellicht aan de oorsprong van de verafgoding van haar broer waarvan Fanny in haar brieven blijk geeft. Sommigen meenden daarin zelfs een incestueuze verhouding te mogen veronderstellen, maar wellicht vereenzelvigde Fanny zich “noodgedwongen” met Felix. Zijn successen konden a.h.w. ook de hare geweest zijn. Zo schreef hij in 1822 reeds een pianoconcerto dat velen als waardevoller dan de jeugdwerken van Mozart beschouwden. Ze leggen daarbij weliswaar de nadruk op de verschillende afkomst van beide knapen (terwijl Woolfie als gedresseerd aapje overal zijn kunstjes moest ontplooien, kreeg Felix de tijd om rustig te ontbolsteren in een artistiek en sociaal zeer gunstige omgeving), maar toch kan ikzelf voor dit concerto in a niet zoveel eerbied opbrengen. Het lijkt me inderdaad eerder een “showing off” van een jeugdig knaapje: zie eens wat ik allemaal wel kan. Het is enkel wanneer hij uit de bocht gaat dat het interessant wordt. Hij wil er namelijk zoveel instoppen dat er ook een onverwacht onderonsje tussen vioolsolo, altviool, cello en pianoforte in het middendeel zit. En dat is het, zij het per definitie wat onvolwassen, meest interessante gedeelte. Alleszins in de versie zoals ik het in september 1996 in het Brusselse KMC mocht horen van Andreas Staier samen met Concerto Köln.
Felix Mendelssohn heeft maar één opera geschreven en die werd dan ook nog maar één keer uitgevoerd tijdens zijn leven. Op 15-jarige leeftijd reeds schreef hij “Die Hochzeit des Camacho”, duidelijk beïnvloed door de Matthäuspassion die hij pas onder ogen had gehad, maar een ambtenaar in Berlijn trachtte de opvoering in de opera te beletten omdat Mendelssohn joods was (toen al!). De operadirecteur zette door, maar (misschien mede door de omstandigheden?) lustte het publiek er niet echt pap van. Mendelssohn verliet nog voor het einde van de opera het gebouw en zou ontgoocheld nooit meer een opera componeren. Op de koop toe werd ’s anderendaags één van de zangers ziek en werden de verdere uitvoeringen afgelast. En zo geraakte het werk in het vergeetboek, ten onrechte want het was eerder het libretto dat niet deugde, de orkestratie is zelfs duidelijk van een wonderkind à la Mozart (al is het hem ook aangeleerd door Reicha). Zo duurde het tot 1992 toen het Festival van Vlaanderen aan Jos Van Immerseel vroeg om iets gebaseerd op het werk van Cervantes op zijn repertoire te nemen en men tegelijk in Antwerpen vroeg om iets van Mendelssohn te brengen, waardoor het stuk aan de vergetelheid werd ontrukt.
Een jaar later schreef de 16-jarige Mendelssohn zijn heel mooie octet (op.20), net voor hij zijn “Sommernachtstraum-ouverture” (op.21) beëindigde. Daarom is volgens zijn zuster Fanny dat octet eigenlijk de weergave van een heksensabbath. Het is alleszins een briljant stuk dat niet zo maar een verdubbeling is van een strijkkwartet, maar waarbij ieder instrument afzonderlijk als solo-instrument wordt behandeld. Mendelssohn hield er zelf erg veel van, zodat hij het tot in het jaar van zijn dood (1847) zelf bleef uitvoeren. In 1843 is er een uitvoering bekend, waarbij hijzelf en Niels Gade (zijn opvolger aan het hoofd van het Gewandhausorchester van Leipzig) de altviool bespelen.
Fanny Mendelssohn werd Fanny Hensel na haar huwelijk met de schilder Wilhelm Hensel in 1829, die haar overigens wél aanmoedigde.
Sedert 28 maart 1837 was Mendelssohn zelf ondertussen gelukkig getrouwd met Cécile Jeanrenaud, bij wie hij vijf kinderen had. Zij stierf zes jaar na hem.
In 1839 vraagt vrijmetselaar Carl Zelter, de promotor van de “herontdekking” van Johann Sebastian Bach, aan Mendelssohn om de Matthäuspassie te dirigeren.
In 1840 was Mendelssohn ondanks zijn joodse afkomst reeds zo geadopteerd door de Duitse patriotten dat ze hem vroegen muziek te zetten op de anti-Franse tekst van Nikolaus Becker, “Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein”, overigens een merkwaardige spraakkundige overeenkomst met: “Ze zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse leeuw”! Toen Mendelssohn weigerde (omwille van de extremistische tekst), deed iemand anders het, maar men liet het toch voorkomen alsof het van Mendelssohn was, zozeer was hij de “Duitse Verdi”. Het is pas na zijn dood dat de antisemiet Richard Wagner het zaad rondstrooide dat zou ontkiemen bij het nationaal-socialisme dat muziek van Mendelssohn zou verbieden.
Toen Fanny in mei 1847 stierf (terwijl ze een amateurkoor leidde, een beetje zoals in “La double vie de Véronique”), was Felix daarvan zo onder de indruk dat hij het amper zes maanden langer uitzong.
Op het Violet-label verschenen klavierwerken van Fanny, gespeeld door Béatrice Rauchs (nog een geluk dat er vrouwelijke uitvoerders zijn om vrouwelijke componisten te spelen, anders kwamen ze helemààl niet aan bod), terwijl haar composities voor vierhandige piano, samen met die van haar broer, verschenen bij Sony (door het duo Tal & Groethuysen). Die vierhandige stukken speelden broer en zus overigens samen, terwijl Felix ook een schreef voor hem en Clara Schumann. Typisch: de naam van Felix staat groter afgedrukt op de CD dan die van Fanny. Nog typischer: enkele van “zijn” liederen, met name op.8 (2, 3 en 12) en op.9 (7, 10 en 12) zijn eigenlijk door Fanny geschreven!
“Ein Sommernachtstraum” van Felix Mendelssohn-Bartholdy wordt ook altijd als “bekend” verondersteld, maar bij nader inzien blijkt dat dan toch enkel de fameuze “bruiloftsmars” te zijn, die een hit werd sedert het huwelijk van de dochter van koningin Victoria (die zelf ook Victoria heette) met Frederik van Pruisen op 25 januari 1858.
In 1992 kon ik kennismaken zowel met een nieuwe versie op CD door Nikolaus Harnoncourt als met een spetterende toneelversie door studenten van het conservatorium van Brussel. Alhoewel het hier nog studenten betrof, werd de versie van Harnoncourt toch ruimschoots overtroffen, waaruit blijkt dat dit op de eerste plaats “theatermuziek” is, waarbij men dus ook een beetje aandacht moet besteden aan de dramatische en de humoristische of samengevat de visuele aspecten van een uitvoering.

Referentie
DSRG, Midzomernachtsdroom in opera, Het Laatste Nieuws 17 juni 1994

Een gedachte over “Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847)

  1. Ik heb een lp met Rudolf Serkin (en menahem Pressler op concert hall) die dit stuk speelt. Raar stuk voor Mendelssohn, als je het vergelijkt met andere stukken zitten er wat rare stoplappen tussen… Maar troch, het is altijd prettig om te horen!

    Groetjes,

    Rolf

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s