Maurice Lippens (1937-2005)

Maurice LippensMorgen zal het al tien jaar geleden zijn dat Maurice Lippens na een slepende ziekte is overleden. Lippens werd net geen 68 en was één van de drijvende krachten achter de oprichting van de Vlaamse wielerschool. In 1986, toen ik hem samen met zijn oud-leerling, fotograaf Jo Clauwaert, ging opzoeken voor een interview voor De Rode Vaan, was Maurice Lippens nog het boegbeeld van Sporta, ook al maakt hijzelf een duidelijk onderscheid tussen de laten we zeggen “pastorale” werking van deze vzw en de “syndicale”, waarvoor hij verantwoordelijk was.

“Met een zware fiets moest ik elke dag de baan op om kranten te bestellen. Op een zekere dag word ik door trainende wielrenners ingehaald. Ik klamp aan. Op een heuveltje waag ik zelfs een ontsnappingspoging. Op de top kijk ik om: ik heb de renners uit de wielen gereden.” En zo is het gekomen, zou Wim Sonneveld eraan toevoegen. Het is het verhaal van Rik Van Looy, geloof ik, maar vervang de kranten door brood of melk en het kan net zo goed dat van Rik Van Steenbergen of Lucien Van Impe zijn. De figuur voor wie wij dit archetypische verhaaltje opdiepen is evenwel nooit wielrenner geworden. Misschien omdat hij die renners er uiteindelijk toch nooit heeft kunnen afrijden. Daarvoor zal zijn pij hem immers te veel hebben gehinderd. We hebben het inderdaad over een monnik, een Norbertijner uit Tongerlo om precies te zijn, met de naam Van Clé. Pater Van Clé is dan maar geen wielrenner geworden, want in 1936 was die pij nog altijd verplichte kledij. Maar omdat zijn hart toch voor de wielersport klopte, heeft hij Sporta gesticht, een vereniging voor sociaal dienstbetoon voor “de dwangarbeiders van de weg”.
Maurice Lippens: Na de dood van pater Van Clé, in 1955, bleef die sociale dienst van Sporta bestaan, maar die werkte met zeer beperkte mogelijkheden en dat precies in een periode dat de wielersport aan expansie toe was met het aantrekken van extra-sportieve sponsors (in 1954 in Italië begonnen met Fiorenzo Magni die voor Nivea publiciteit maakte, R.D.S.). Dit bracht allerlei nieuwe problemen met zich mee en dan heeft Sporta contact gezocht met een bestaande vakbeweging. Ideologisch lag natuurlijk voor de hand dat dit het ACV was. Het ACV heeft dat aanvaard en is op die manier de enige vakbond in België met een volwaardige sportcentrale geworden. Dat is dus de syndicale dienst Sporta, al zijn het wel voornamelijk mensen van de vzw Sporta die op deze dienst werken.
Bij het betreden van de villa van Maurice Lippens in de Sint-Denijslaan van Gent was deze fotograaf Jo Clauwaert bij wijze van spreken om de hals gevallen. Bleek namelijk dat hij een oud-leerling was van Lippens. Ondanks 25 jaar op die syndicale dienst is hij trouwens eigenlijk nog steeds leraar wetenschappen in het dagelijkse leven. Hoe zit dat dan in elkaar?
M.L.: Och, dat is een eigenaardige historie, jong. Mijn broer was een loper bij Standaard Gent. Zo leer ik op een bepaald ogenblik pastoor De Wilde van Sporta kennen, die op dat moment ook voorzitter was van een andere Gentse atletiekclub Ajax, en ik zeg hem dat ik graag in de atletiekbond zou zetelen. Dan is hij op een avond bij mij thuis geweest en hebben we langdurig samen gepraat. Na afloop kwam hij tot de conclusie: jongen, blijf van die atletiek af, want eigenlijk hebt ge – buiten uw broer – geen enkele belangstelling daarvoor. En hij had gelijk. Ik kende niks van atletiek. Maar hij had wel gemerkt dat ik gebeten was door de wielermicrobe. Van kindsaf had ik alle prentjes gespaard en alle informatie die ik maar over die renners kon inwinnen. Bovendien ben ik een bakkerszoon. En onze bakkerij lag tegen het Sint-Pietersstation, waar vroeger de Ronde van Vlaanderen van start ging. En dan mocht mijn vader de rijsttaartjes voor de musettes van de coureurs leveren. En ik mocht die dan in zo’n zware ijzeren patisseriedoos gaan wegdragen. Nu, zelfs al vertrok ik om acht uur, ze zagen me nooit weer voor de start gegeven was. Ik bleef daar maar tussen die renners rondlopen met mijn doos, ik weet niet waarom, maar dat trok me verschrikkelijk aan.
Ach, dat begrijp ik maar al te goed. De fascinatie van die prachtige fietsjes, de kleurrijke truien, de geur van de massage-olie… Wie droomt er niet van om daar bij te horen? Om al was het maar gedurende een paar kilometer aan het staartje van het peloton te hangen? Of als zelfs dat niet kan, dan de musettes aan te geven, of sportjournalist worden of… op Sporta gaan werken? En nu we toch in hogere regionen zitten: wat is er nog van het christelijke karakter van Sporta overgebleven, nu de bekende missen tijdens de zesdagen er niet meer zijn (er zijn ook geen echte zesdagen meer)? De jaarlijkse bedevaart misschien?
M.L.: Luister, wij steken niet weg dat wij een christelijke organisatie zijn, hé. Die christelijke inspiratie is weliswaar niet meer dezelfde als die van twintig, dertig jaar geleden, maar dat is overal zo, dat is aangepast aan de tijd. Laat ik het zo formuleren: als ge u bij Sporta wilt aansluiten, gaat men niet vragen, “ja, maar gaat gij wel alle zondagen naar de mis?” of “maakt gij u wel een kruisteken voor het eten?”.
Och, dat zou dan nog wel eens kunnen meevallen: kijk maar naar de start van een tijdrit. Maar goed, in de praktijk heeft Sporta zich min of meer tot een eenheidsvakbond opgewerkt. In april van dat jaar waren 238 profvoetballers op een totaal van 300 lid en bij de wielrenners ligt dat percentage zelfs rond de 95% (“En die anderen, dat komt gewoon omdat ik nog geen tijd gehad heb om eens met hen te gaan praten”, zegt Lippens), met als gevolg dat de poging om een “neutrale” (lees: socialistische) tegenhanger op te richten een paar jaar geleden een slag in het water was. “Hola, hola“, zegt Lippens, “daar wil ik op inpikken, want ge maakt natuurlijk allusie op die scherpe brief die ik toen heb geschreven, he?” Ik weet van geen brief, maar knik natuurlijk bevestigend: cause toujours, tu m’intéresses…
M.L.
: Het is zo gebeurd, ik zal naam en toenaam noemen. Freddy Missotten had enkele renners bewerkt en nadien aan alle renners een brief geschreven om op te roepen voor een vergadering in het kasteel van Ham om daar “een nieuw syndicaat op te richten”, zoals in zijn brief stond, maar achteraf heeft hij beweerd dat dit niet de bedoeling was. Hij had daarvoor als boegbeeld Pollentier gekozen. Het eigenaardige van de zaak was nu dat ik een jaar tevoren voor Pollentier een zeer belangrijke affaire had afgehandeld met zijn toenmalige sponsor Splendor. Ik heb uiteraard geen brief gekregen, maar ik werd door enkele renners opgebeld vooral omdat er in de brief stond dat er contacten waren genomen met Sporta. Dat was echter niet waar en daardoor ben ik uit mijn krammen geschoten, ook omdat de brief niet ondertekend was. Dan heb ik zelf een zeer harde brief gestuurd naar alle renners met als titel “kapers op de kust”. Ik heb daarin uiteengezet wat wij doen, wat solidariteit is en wat verdeeldheid met zich mee zal brengen. Het eindresultaat was dat er zeven of acht renners aanwezig waren, waarvan vier die door mij waren gestuurd, terwijl ook de andere leden van Sporta bleken te zijn die dachten dat het om iets anders ging. Kijk, ik heb er niets tegen dat er naast Sporta nog een andere organisatie komt, maar dan moet het spel fair gespeeld worden. Dan moet men niet onze naam als publiciteit gebruiken. En ja, dan heeft zelfs “De Morgen” geschreven: ze moeten er niet aan beginnen want Sporta heeft momenteel lengten voorsprong.
“WILL TURA KAN OP ZIJN EENTJE EEN ZAAL VULLEN, MAAR EDDY MERCKX NIET!”
Hoevéél lengten voorsprong Sporta heeft, daarover wil ik me niet uitlaten, maar dat Lippens zelf aan een indrukwekkende vlucht begonnen was, dat stond buiten kijf. Het interview moest bijvoorbeeld speciaal wat vroeger worden afgenomen omdat hij als secretaris van AIPCRO (Association Internationale de Cyclistes Professionels) met de renners meereisde naar Colorado Springs.
M.L.: Wij hebben op dit ogenblik tamelijk veel klachten die gericht zijn naar het buitenland: renners die onder contract staan bij een buitenlandse ploeg, prijzen die niet worden uitbetaald… Vroeger stonden wij daar bijna machteloos tegenover. Dit in tegenstelling tot de profvoetballers bijvoorbeeld die wél in een mundiale organisatie verenigd zijn, de FIFPRO (Federation Internationale de Footballeurs Professionels). En zo is op een bepaald ogenblik bij mij het idee gegroeid om ook zoiets te doen voor de wielrennerij. De secretaris van FIFPRO, Philippe Piatte, een Franse oud-internationaal, heeft mij dan in contact gebracht met André Chalmel, de Bretoense ex-prof. Die heeft me dan bij hem thuis uitgenodigd en gedurende een week hebben we daar met Bernard Hinault over gediscussieerd. Met als resultaat dat we op 19 december 1983 in Parijs de AICPRO hebben gesticht, waarin ook de Nederlanders, de Spanjaarden en de Italianen zetelen. Het is trouwens vooral op aandringen van deze laatsten, en dan meer bepaald van Felice Gimondi, dat ik heb aanvaard Europees secretaris te worden benoemd. Tijdens de wereldkampioenschappen in Barcelona heb ik dan gevraagd dat wij als volwaardig vertegenwoordiger van de renners, naast de organisatoren, de ploegleiders, enz. zouden worden aanvaard en dat is ondertussen gebeurd. En hoezeer men ons au sérieux neemt, blijkt onder andere uit het feit dat wij in Colorado Springs zullen worden gehoord over ons standpunt in verband met de wijzigingen in de wielerkalender.
Toch is dit ook een beetje eigenaardig natuurlijk voor wie enigszins met vakbondswerk is vertrouwd, maar ook voor wie meer dat “christelijke” aspect wil beklemtonen: Sporta en nog meer AICPRO houden zich voornamelijk bezig met de top-sporters, niet zozeer met de “basis”. In een interview met “Het Nieuwsblad” dreef Lippens het op een bepaald moment zelfs zo ver dat hij zei: “Let op: die jeugdkampen blijven belangrijk, hé, die brengen namelijk geld op!”
M.L.: Jaaa!!! Maar dat was een vuil artikel, hoor. Dat interview is gebeurd door de telefoon en ik heb dan een aantal boutades gezegd, waarvan ik achteraf, ik zou niet zeggen hinder van heb ondervonden, maar men heeft me er toch op gewezen. Maar om tot de kern van uw vraag te komen: wij houden ons nu eenmaal bezig met beroepssporters nietwaar? Anderzijds zijn dat zeker niet uitsluitend de toppers. Zelfs liefhebbers komen wel eens met hun problemen bij mij, maar die zijn uiteraard veel geringer.
Akkoord, maar wat dan met de fameuze kermiskoersen? Als er op sociaal gebied wantoestanden zijn in de wielersport is het dààr wel, zeker? De voornaamste verwezenlijking van Sporta is bijvoorbeeld weliswaar het minimumloon voor beroepsrenners, maar u weet toch zo goed als ik dat er in de kermiskoersen jongens rondrijden die dat hoegenaamd niet krijgen. Officieel wel natuurlijk, maar onder tafel moeten ze dat dan terugbetalen…
M.L.: Ik zou dat toch niet zo maar durven stellen. Het minimumloon bedraagt op dit ogenblik 400.000 frank bruto, dat betekent dus 26.000 frank in de maand, zonder de prijzen die men kan behalen. Twee, drie jaar geleden zijn we erin geslaagd die prijzen met 50% te doen verhogen. Volgend jaar zal dit nog eens gebeuren. Op die manier zal een kermiskoers 140.000 frank aan prijzen moeten hebben, dan kan je toch niet beweren dat een kermiscoureur zijn boterham niet kan verdienen? Trouwens vanaf volgend jaar gaat men dat geen kermiskoers meer noemen, maar “regionale koersen”. En voor mij zijn dit soort wedstrijden toch nog altijd het embryo om tot de wielrennerij toe te treden. Akkoord dat je daar niet mag blijven hangen, maar kijk hé, mijn redenering is steeds de volgende: Will Tura kan op zijn eentje een hele zaal vullen, maar zelfs een Eddy Merckx, een Bernard Hinault of een Greg Lemond kan op z’n eentje geen Ronde van Frankrijk winnen, er moeten tegenstrevers zijn! En wie dan toch wil gefopt worden op de manier zoals u stelt, ja dat moet toch geen verstandige mens zijn, hoor! Want hij wordt natuurlijk wel belast op het bedrag dat hij officieel krijgt!
08 menno vink“SOLIDARITEIT? EEN WIEL OF EEN DRINKBUS AANGEVEN, MEER NIET”
Dat optrekken van het prijzengeld is zeker een goede beslissing: de zwakkere organisaties zullen er dan hopelijk van tussen vallen, er zullen dan minder wedstrijden zijn, dus voor de overblijvende meer deelnemers en het zal moeilijker worden om een wedstrijd te “kopen” aangezien de “tarieven” een stuk hoger zullen komen te liggen. Op de tentoonstelling “Kermis, spiegelpaleis van het volk” hing overigens een affiche uit 1933, waarop voor de onvermijdelijke kermiskoers een prijzenpot van 10.000 frank was voorzien. Ik ken niet zoveel van in-, de- of andere flaties, maar dat lijkt me toch wel een behoorlijke stuiver. Is het daarom dat Maurice Lippens – toch wel vrij onverwacht – beweert dat de problemen van de huidige rennersgeneratie groter zijn dan die van de vroegere? (**)
M.L.: Kermiskoersen waren vroeger alleszins belangrijker dan nu. Er waren niet zoveel Rondes, niet zoveel klassiekers en er was praktisch geen maandgeld. Maar het is daarom niet dat ik dat zeg. Vroeger hadden de coureurs echter ook nog een andere bron van inkomsten, meestal waren ze cafébaas of zoiets. En dat ging, want de eisen lagen toen niet zo hoog. Als nu de nieuwe kalender er bijvoorbeeld doorkomt, dan gaat het wielerseizoen duren van 1 januari tot 31 december! Men gaat immers buiten Europa treden en wegens de klimatologische omstandigheden in Colombia, Australië, Japan of noem maar op is dat dan perfect mogelijk. Ik zie dan trouwens een heel ander probleem: wat gaat er dàn nog overblijven van de zesdagen?
Kan in een dergelijke context het anachronisme nog blijven bestaan dat de wielerbond eigenlijk de werkgever is?
M.L.:
Dat is nog altijd een gevolg van de fameuze wet van 7 november 1967, de wet Major, waarin overigens niet staat dat de BWB de werkgever is, maar wel dat hij de werkgever is, voor wat de betaling van de sociale zekerheid aangaat. En waarom heeft men dat zo gedaan? Omdat vooal in België er tamelijk veel kleine ploegen waren, die vandaag bestaan en morgen niet meer. En de wetgever heeft toch een continuïteit in de betaling van de sociale zekerheid willen handhaven. Daarom werd de federatie verantwoordelijk gesteld en die moet dan zelf maar haar plan trekken om aan dat geld te geraken. Akkoord, dat is een abnormale situatie. De sportgroepen willen trouwens wel werkgever worden, maar ze willen de consequenties daarvan niet dragen. Dan zouden de sociale wetten immers moeten worden nageleefd, wat ik overigens normaal vind, maar wat met zich meebrengt dat de sociale bijdrage zou worden berekend op het effectieve loon dat een renner ontvangt en niet op dat fictieve minimumloon. De BWB betaalt dus nu een bijdrage berekend op 400.000 frank, ook al verdient de renner in kwestie twee of drie miljoen. Renners zijn dus de goedkoopste werknemers voor de bedrijven, hoezeer die ook soms steen en been klagen!
Terloops laat Lippens zich ontvallen: “Ik ben eigenlijk geen echte syndicalist, hoor, tenslotte ben ik de zoon van een middenstander“. Helemaal in de lijn van wat zijn “klanten” ook doen. Syndicaten? Nooit van gehoord! En toch hanteren ze dezelfde middelen. Staking bijvoorbeeld, zoals in Valence d’Agen.
M.L.: Ja maar, je mag dat toch niet overdrijven. Mijn verbindingsman met het ACV is de heer Moentjens en als die dat zo gade slaat, dan laat die zich ook wel eens ontvallen: eigenlijk zijn het allemaal kleine zelfstandigen, hé. De onderlinge solidariteit is dan ook zo sterk als een vloeipapier. Veel verder dan het aangeven van een drinkbus of een wiel reikt die niet. Maar het groeit, ook al wordt het tegelijk ondermijnd door zaken zoals het FICP-klassement b.v. Eigenlijk komt dat immers overeen met het feit dat men voetballers zou betalen in functie van hoeveel goals ze zouden maken, met als gevolg dat alle achterspelers naar voren zouden oprukken! Maar goed, enige tijd geleden hebben we de wielerbond bezet en van de 130 beroepsrenners waren er 95 aanwezig, waaronder alle grote namen. Van de anderen hebben we dan vaak nog verontschuldigingen ontvangen dat ze op vakantie waren, want het was in de winter. Ik had toen op de jaarlijke Algemene Vergadering in het Gentse Sportpaleis gezegd dat mijn autoriteit op het spel stond. Als er maar een paar renners zouden zijn komen opdagen, dan had ik er gelegen, wat voor mezelf niet zo erg zou zijn, maar wel voor de bond. Maar zij kwàmen. Omdat ze weten dat ze iets aan ons hebben. Reken maar uit. Voor dat kleine aantal profs dat we hebben recupereren we jaarlijks zo’n vier miljoen aan achterstallige prijzen en lonen. En dan moet ge nog weten dat er een aantal dossiers niet kunnen afgewerkt worden omdat ge een kei zijn vel niet kunt afstropen. Als de sponsor geen geld meer hééft, probeer dan maar eens! Gelukkig kunnen we dan soms nog het fonds voor sluiting van ondernemingen inroepen. Voor de Belgische renners die deel uitmaken van de Franse ploeg Miko ben ik zelfs tot op het kabinet van minister Chirac geweest. Enfin luister, het is niet voor niets dat de coureurs mij Columbo noemen, hé!
Op 12 december 1992 organiseerde Maurice Lippens op de hoofdzetel van de BWB een bijeenkomst voor beroepsrenners die aan hun afscheid denken. In de marge werd er natuurlijk ook over het statuut van de profwielrenner gepraat, vooral naar aanleiding van Stan Tourné, die als zelfstandige werd belast (wat niet kan, van zodra iemand een profvergunning neemt, is hij werknemer bij zijn nationale bond, ook als hij geen sponsor heeft; wel is het waar dat er apart belasting dient te worden betaald voor wedstrijden, in casu dus zesdagen, in het buitenland, maar dat wordt meestal onmiddellijk van het loon afgehouden), en van Wim Van Eynde, die door Varta pas in maart werd geëngageerd en die toch zijn twee maanden werkloosheidsvergoeding moest terugbetalen. Lippens beaamde dat dit soms problemen geeft, maar dat men toch moet vasthouden aan jaarcontracten.
DE VERSIE VAN MISSOTTEN
In verband met de poging tot het oprichten van die “andere” rennersvereniging wilden we toch ook graag even de versie van Freddy Missotten zelf horen. Missotten is werkzaam op het commissariaat-generaal van de internationale culturele samenwerking, vooral wat jeugd en sport betreft, is sportbestuurder van de wielerclub Ruisbroek Sportief en publiceert af en toe ook iets over wielrennen (Snoecks, De Morgen):
“Ik ben één van die mensen die niet direct tot de katholieke hoek behoort en in dit Vlaanderen is dat niet zo evident als je iets wil gedaan krijgen. Vandaar dat ik toen ik zelf nog sportman was, me afzette tegen het eenzijdig afschuiven van alles naar Sporta toe. Anderzijds ben ik ook goed gekend in het wielermilieu, vooral bij de generatie die nu 27-28 jaar is. En daarom kwamen op een bepaald moment Fons De Wolf, Frank Hoste, Roger De Vlaeminck en nog een paar anderen bij mij omdat zij het beu waren zich te laten behandelen zoals onder meer Lévitan dat deed in de Ronde van Frankrijk. Het was dus eigenlijk nog een uitvloeisel van de stakingsactie in Valence d’Agen. Zij hadden zelf het initiatief genomen om een soort belangenvereniging op te richten, waarvan ik dan werd aangezocht om coördinator te fungeren. Nu is een belangenvereniging niet hetzelfde als een syndicaat, vind ik. Tot een syndicaat wend je je meer als het over individuele looneisen gaat, niet uitbetaald worden en zo. En Sporta doet wat dat betreft trouwens goed werk, al kun je je ook gewoon als werknemer bij het ABVV aansluiten, wat bijvoorbeeld Sean Kelly (*) heeft gedaan.
Maar goed, ik heb dan twee fouten gemaakt. Enerzijds heb ik die brief aan de renners inderdaad niet ondertekend, maar dat was gewoon omdat ik vond dat mijn persoontje eigenlijk geen belang had. En anderzijds heb ik die vergadering in februari bijeengeroepen en dat was zeker geen gunstig ogenblik want dan zijn de trainingen reeds in volle gang. Bovendien kregen de renners toen een brief toegestuurd, waarin gedreigd werd dat Sporta zich niets meer van hen zou aantrekken indien zij die initiatief zouden ondersteunen. Een regelrechte boycot dus die ertoe leidde dat maar vijftien man kwamen opduiken, zodat het eigenlijk een doodgeboren kind was, ook omdat men bijvoorbeeld in ‘Het Laatste Nieuws’ de hele zaak nogal sterk gepolitiseerd had, wat ik persoonlijk niet wilde. Als men vanuit de katholieke hoek iets doet, dan is dat niet politiek, maar als ik iets opricht dan zegt men: dat is van de socialisten.
En wat het gebruik van die naam Sporta betreft, dat is enkel in telefoongesprekken gebeurd en dan nog met de duidelijke mededeling dat dit initiatief niet als concurrentie was bedoeld.
Maar kom, dat is nu allemaal al lang geleden en op dit ogenblik werkt onze Wielerschool Sportcentrale goed samen met hun Vlaamse Wielerschool. Ik vind inderdaad dat men in dit apelandje niet alles mag laten verzuilen, maar anderzijds mag het ook niet allemaal uit één hoek komen”.

Referentie
Ronny De Schepper, “Niet voor niets noemen de coureurs mij Columbo”, De Rode Vaan, 28 augustus 1986

(*) Merkwaardig genoeg is Sean Kelly (samen met zijn landgenoot en de latere voorzitter van de UCI, Pat McQuaid, overigens) een van de weinigen die halfweg de jaren zeventig de sportieve boycot tegen het apartheidsregime van Zuid-Afrika heeft doorbroken door er te gaan fietsen onder een andere naam…
(**) Op de foto die mijn zoon John van de Nederlandse renner Menno Vink heeft genomen bij de start van de Omloop Het Volk in 1993 staan Maurice Lippens (rechts) en ikzelf (links) op, onwetend van elkaars aanwezigheid…

4 gedachtes over “Maurice Lippens (1937-2005)

  1. Beste Ronny, ik was al een tijdje op zoek naar Maurice Lippens. Ik heb indertijd nog les van hem gehad in de jaren 70 op de HIGRO. Ik ben echt zeer bedroefd dat hij er niet meer is, ik had hem graag nog eens ontmoet. Beste groeten. Eric

    Like

  2. Ik ben ook een oud-leerling en collega van Maurice. Hij was een prima leerkracht met een groot hart en rad van tong. Hij heeft menig leerling op gepaste momenten eens een pedagogische tik getrakteerd… wat we toen ook al eens nodig hadden. Als leerkrachten waren wij dikke vrienden daar wij beiden ons gezag konden laten gelden in de klas. Ik herinner hem het best als de “bulldog” in de les fysica en aardrijkskunde. Zo’n exemplaren zijn er tekort in het onderwijs van vandaag. Staat zelfs nog een cartoon op mijn website.

    Like

  3. Ook ik heb in de jaren 60 school gelopen op het Higro en kan u meedelen zeer verheugd te zijn om langs deze weg de dood van den “bulldog” te mogen vernemen. Hij was in die tijd, samen met de “kleine Smets of Smet en die van turnen (*) ” de grootste smeerlap die ooit les heeft mogen geven op de Higro. De rest van mijn leven heeft hij vergald omdat mijnheer, zoals meestal, weer eens een slechte dag had, zijn autoriteit over de klas moest kunnen uiten. Toen werd er nog veel door de vingers gezien, nu zou er klacht worden ingediend en de schuldige bestraft. Jaren later hebben andere leraren bij mij hun verontschuldigingen komen aanbieden voor begane van fouten van Lippens. Bij Lippens was je alleen maar goed als je veel van “zijn” inkomkaarten kon verkopen voor de cyclo-cross. Deze man had een full-timejob moeten hebben bij de vakbond want hij was zeker niet geschikt voor het onderwijs of hij had zijn vader kunnen opvolgen, maar daar moest gewerkt worden. Nog regelmatig kijk ik mijn schoolrapport in van LST3C uit 1967-1968 en verbaas me nog steeds over wat er toen is gebeurd, maar ja ik was een verre neef van een andere leerkracht, namelijk Bruno Tuerlinckx, typografie in die jaren, en heb waarschijnlijk een vete tussen hen beide moeten beslechten, al vanaf hij mijn naam hoorde, het allereerste uur dat ik van hem les had, was ik de dupe. Daarom kan ik niet anders dan mij verheugen over zijn heengaan, het was een zakkenvuller via zijn vermeende solidariteit met de wielrenners, ik hoop dat zijn ziekte meer dan slepend was.
    (*) heb de Smet of Smets van turnen toen nog eens in zijn bloot gat gezet, althans bij de andere leerkrachten, door als enige ene en echte Higroiaan ooit een herexamen voor lichamelijke opvoeding te behalen en heb ook later nog eens iemand de rekening mogen presenteren, waarvoor de school me uiteindelijk dankbaar was omdat ze van die lastpost verlost waren.
    Ondanks alles, toch een mooie tijd beleefd daar in Gent, waar ik nog regelmatig terug kom.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.