Commissaris Maigret wordt 85…

99 eerste maigret 1931Het is vandaag 85 jaar geleden dat de Luikse schrijver Georges Simenon het personage van commissaris Maigret zou hebben gecreëerd. Volgens de overlevering gebeurde dat in Delfzijl tijdens een van zijn bootreizen. Vandaar dat er daar ook een standbeeld van de Parijse commissaris staat. De eerste Maigret (“Pietr-le-Letton”) verscheen echter pas in het voorjaar van 1931. Zijn 84ste en laatste (“Maigret et monsieur Charles”) in 1972.

Zelf heb ik niet veel Simenons gelezen (ik bezit er wel een flink aantal, ik heb me voorgenomen er een paar nog eens van door te nemen), maar uit mijn jeugd is mij “La tête d’un homme” bijgebleven, later heruitgegeven als “L’homme de la Tour Eiffel” (naar de filmtitel van Burgess Meredith uit 1949 met Charles Laughton als de commissaris). Het is de vijfde Maigret en werd nog in 1931 uitgegeven (er verschenen er dat jaar niet minder dan tien!). Ik heb toen een bespreking gemaakt voor mijn leraar Frans, maar die originele bespreking ben ik verloren. Niet lang daarna heb ik er wel een Nederlandse bewerking van gemaakt, die ik hier ga weergeven, ook al is het natuurlijk wel de stijl van een tiener.
Joseph Heurtin is veroordeeld wegens de moord op mevrouw Henderson en haar dienstmeisje, maar Maigret zorgt ervoor dat hij kan ontsnappen, omdat hij ervan overtuigd is dat hij onschuldig is. ’s Anderendaags meldt “Le Sifflet” dat Heurtin ontsnapt is met de hulp van de politie. De brief, waarop zij zich hiervoor baseren, is hen toegezonden vanuit “La Coupole”, een luxueus hotel. Maigret gaat er eens een kijkje nemen en ontmoet er onder meer het echtpaar Crosby, erfgenamen van mevrouw Henderson; Edna Reichberg, een Zweedse die bevriend is met mevrouw Crosby, en een vreemdeling.
Plots verschijnt Heurtin voor de deur. De vreemdeling wil zijn consommatie niet betalen en wordt opgeleid door de politie. Heurtin volgt hem. De vreemdeling blijkt Radek te heten en van nu af aan wordt hij geschaduwd door Maigret. Radek daagt Maigret uit door hem honderd dollars te geven. Deze laat ze identificeren en ze blijken van Crosby te komen. Maigret gaat naar het huis van mevrouw Henderson en loopt er Crosby tegen het lijf. Deze pleegt echter zelfmoord door zich een kogel door de mond te schieten.
Ook Heurtin heeft getracht zich te verhangen, maar men heeft hem kunnen redden. Maigret probeert nu de zenuwen van Radek te doen begeven. Op een dag rijden ze samen naar het huis van mevrouw Henderson. Mevrouw Crosby scharrelt daar rond, op zoek naar iets. Wanneer ze weg is, gaan Maigret en Radek binnen en voor het eerst lijkt Radek bang te zijn. Binnen in het huis vinden zij Edna Reichberg in een kast, maar nog levend. Radek is verrast en schiet op Maigret, maar zijn revolver was niet geladen.
Wat was er nu precies gebeurd? (Wie het boek wil lezen, raad ik uiteraard niet aan verder te lezen, RDS veertig jaar later.) Crosby had gezegd dat hij honderd dollars zou geven aan de moordenaar van zijn tante. Radek nam het karwei op zich, maar tevoren had hij aangeraden bij mevrouw Henderson binnen te breken. Daardoor trof Heurtin twee lijken aan, waarvan men hem als moordenaar aanzag.
Lange tijd later schrijft Radek twee brieven. Naar mevrouw Crosby schrijft hij met de mededeling dat haar echtgenoot de eigenlijke moordenaar was en dat zij de dolk zou vinden in het huis der misdaad. De tweede brief is gericht aan Edna en hierin staat dat mevrouw Crosby zijn handlanger was. Tenslotte wordt Radek gehangen.
Wat in deze korte inhoud is verloren gegaan, is alleszins een beschrijving van het merkwaardige karakter van Radek, dat in feite de drijfveer van het hele boek is. Radek, een Tsjechische vluchteling/student, is in de Parijs grootstad beland, waar hij zich ergert aan het leven der rijkelui, terwijl zijn familie in Tsjechoslovakije en zijn medestudenten in Parijs met moeite kunnen rondkomen.
Ongeneeslijk ziek, kan de dood voor hem alleen maar een verkorting van zijn lasten meebrengen. Daarom neemt hij het op zich eerst enkele bourgeois (letterlijk staat er in mijn tekst “boerzjwa’s”, dat was “progressief” in die tijd!) uit de weg te ruimen en dan het spelletje van de dood met Maigret te spelen.
Dat hij bang wordt, wanneer hij ziet dat zijn plannetje mislukt is en dat Edna mevrouw Crosby niet heeft gedood of omgekeerd, is wellicht slechts vermeld om een verklaring te vinden waarom hij het vuur opent op Maigret. In feite wankelt Radek op geen enkel ogenblik in heel het boek en voelt zelfs Maigret aan dat hij superieur is. Denk hierbij enkel maar aan de scène, wanneer Maigret Radek ontmoet vlak vóór hij zal worden gehalsrecht.
Alleszins sprak het personage van Radek mij in die tijd zozeer aan, dat ik het incorporeerde in mijn luisterspel “Michelle” dat ik over The Beatles schreef.
Maigret werd op het witte doek vertolkt door o.a.Pierre Renoir, Abel Tarride, Harry Baur, Albert Préjean, Charles Laughton, Michel Simon, Jean Gabin, Gino Cervi en Heinz Rühmann. Op de Nederlandse televisie was er Kees Brusse. Hij had ook een Vlaamse medewerker, namelijk Wies Andersen als Lapointe. Van 1960 tot en met 1963 werd in het Verenigd Koninkrijk een televisieserie gemaakt met Rupert Davies in de hoofdrol. Niet alle geproduceerde afleveringen werden ook uitgezonden. In 1992-1993 werd een tweede reeks Maigrets gemaakt met Michael Gambon als Maigret. In 2016 begon ITV een derde reeks. Ditmaal met Rowan Atkinson in de hoofdrol. Die draaide ook de film “Maigret sets a trap”, die – net als “L’homme du Tour Eiffel” – een voorbeeld is van het gepsychologiseer van het zevende knoopsgat dat mij in mijn jeugd zo aansprak. Wat Atkinson zelf betreft, mijn vrouw vond dat hij het goed deed, ikzelf zat voortdurend te wachten wanneer de parodie nu eindelijk zou beginnen…
Georges Simenon: “Toen ik een achttiental van dat soort Maigrets geschreven had, heb ik bij mezelf gezegd: ‘Bon, ik heb geen lijk meer nodig, en ook geen commissaris.’ Vanaf dan heb ik vooral psychologische romans geschreven, te beginnen bij “La maison du canal” (‘Het huis bij het kanaal’). Datzelfde jaar schreef hij ook nog “Les fiançailles de monsieur Hire”, dat in 1946 werd verfilmd door Julien Duvivier onder de nogal onnozele titel “Panique” (de opbrengsten van de heruitgave van het oorspronkelijke werk schonk Simenon aan een vereniging voor gewezen krijgsgevangenen). Een jaar later werd het al opnieuw verfilmd in Portugal door Ladislao Vajda onder de titel “Barrio”. En in 1989 zou dan nog de versie volgen van Patrice Leconte onder de titel “Monsieur Hire”. Ook dit boek is slechts gedurende een heel korte tijd een “whodunit”, want tamelijk rap kennen we de moordenaar en concentreert Simenon zich op de manier waarop een gemeenschap zich (ten onrechte) keert tegen een zonderling (monsieur Hire) met een dramatische afloop. Toegegeven: helemaal op het eind loopt ook de échte dader nog tegen de lamp.
Maar goed, ook uit de Maigrets die nog volgden was het detective-element nagenoeg verdwenen. In de laatste twintig Maigrets wist de lezer in het eerste hoofdstuk zelfs al wie de moordenaar was.
Simenon stond er ook voor bekend razend snel te schrijven (misschien omdat hij telkens een roman af was naar de hoeren “moest” gaan?), maar aan niemand minder dan Alfred Hitchcock wordt een anekdote toegeschreven dat het toch wel héél vlug ging. Toen Simenon in de VS woonde, belde Hitchcock hem namelijk eens op. Zijn echtgenote nam de hoorn op en zei dat haar man aan een roman aan het werken was en dat hij absoluut niet mocht worden gestoord. Waarop Hitchcock, onverstoorbaar als altijd, zou hebben geantwoord: “Dat geeft niet, ik blijf wel aan de lijn tot de roman af is.”
In werkelijkheid deed Simenon er een week tot tien dagen over om een boek te schrijven. In totaal verschenen op die manier 103 titels, romans en korte verhalen, want vóór Maigret schreef Simenon onder talloze synoniemen, maar vooral als Georges Sim, pulpliteratuur zowel voor kinderen als soft-porno. Oorspronkelijk werden ook de eerste Maigrets als pulp afgedaan. Tot Nobelprijswinnaar André Gide in het midden van de jaren dertig verklaart: “Simenon is de belangrijkste schrijver van deze tijd. U vraagt mij wat u van deze man moet lezen? Alles!” De critici volgen gedwee (maar terecht) de grote gids: suivez le G(u)ide!

Bibliografie
Pierre Assouline, Simenon, De Prom.
Patrick Marnham, De man die Maigret niet was, De Arbeiderspers.
Denyse Simenon, Een vogeltje voor de kat, De Kern, 1987.
A.J. van Zuilen, Georges Simenon: speurder naar de mens, een schets van zijn leven en werk, Bruna, 1987.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s