Vandaag is het precies dertig jaar geleden dat de Olympische Spelen van Los Angeles van start gingen. Eerder op het jaar had de Gentbrugse afdeling van het Masereelfonds een debat over “sport en politiek” georganiseerd naar aanleiding hiervan. Opvallend: er kwamen amper dertig geïnteresseerden opdagen, waar een gelijkaardig debat in 1980 nog op honderd mensen kon rekenen. Aan de uitgenodigde sprekers heeft het zeker niet gelegen. Zo was er dokter Jacques Rogge, later zowaar IOC-voorzitter, toen nog voorzitter van het selectiecomité van het Belgische Olympisch Interfederaal Comité (BOIC). De grootste roem van Rik Van Cauwelaert moest ook nog komen. Later zou hij immers hoofdredacteur van Knack worden, maar toen was hij al een invloedrijk journalist bij Sportmagazine. Piet Wittevrongel was een bekend basketbalspeler, op dat moment was hij fin de carrière bij tweedeklasser Sijsele, maar hij had wel vijfentwintig nationale selecties achter de rug. Hij begon toen net aan zijn politieke loopbaan bij Agalev nadat hij op een SP-lijst werd geweigerd door de Blankenbergse burgemeester Content. Hendrik Braem tenslotte was leraar protestantse godsdienst en bij de insiders bekend als redacteur van het maandblad Vrede, uitgegeven door de gelijknamige vzw die deel uitmaakt van het VAKA. Hij was duidelijk een buitenbeentje in het gezelschap en zal af en toe voor de komische noot zorgen, zoals over het invoeren van een esthetisch criterium in de beoordeling van sportprestaties. Zelf was ik aangezocht als gespreksleider en organisator Luc Carnier nam netjes nota van wat er allemaal werd gezegd. Bij lezing is het aangeraden zich voor ogen te houden dat in die tijd de Olympische Spelen in theorie nog strikt waren voorbehouden aan amateurs…

Ronny De Schepper: Sport en politiek zijn twee zaken die niet totaal los van elkaar staan. De twee fenomenen ontmoeten elkaar op diverse niveau’s, en hiermee wordt niet alleen de aanwezigheid bedoeld van talloze politici op de vele huldigingen van kampioenen. Er is meer: de verwezenlijking van vele sportaccomodaties hangt af van politieke beslissingen, gemeentelijke sporthallen en zwembaden komen er pas als politici daaraan hun goedkeuring geven. Daarnaast ontmoeten sport en politiek elkaar ook in verband met het geweld rond de voetbalstadions… Maar hoe staan de deelnemers aan dit gesprek tegenover sport en politiek? Er zijn mensen die de twee gescheiden willen houden, anderen zeggen dat zij niet gescheiden kunnen worden. Nog anderen trachten de appel in twee te snijden door te wijzen op het feit dat je moet spreken over “sportpolitiek”. Graag een algemene visie ter inleiding, alsook een antwoord op de vraag of u reeds persoonlijk geconfronteerd bent geweest met “sport en politiek”.

Piet Wittevrongel: Iedereen moet toegeven dat sport en politiek niet van elkaar te scheiden zijn. Het sportbeleid is een maatschappijbeeld. Er zijn natuurlijk verscheidene soorten sport. Je hebt de gewone massasport, met een door het BLOSO gevoerde “sport voor allen”-gedachte, daarop kan men alleen maar enthousiast reageren. Dan is er ook de commerciële sport en de topsport, waarachter heel veel politieke facetten zitten die je niet kan verbergen. Daar is het immers een beetje zoals in de fabriek, waaronder men moet verstaan: specialisatie (een sprinter zal geen lange-afstandloper kunnen zijn), selectie en automatisatie, namelijk honderden keren dezelfde bewegingen leren doen, zoals in het basket. En dan is er nog de recordgedachte als een voorafbeelding van de winstgedachte die in de fabrieken heerst. Zoals in de economische wereld heerst er de gedachte “sneller, hoger en sterker”, ook “waanzinniger”. Dat is net als firma’s die steeds meer winst willen maken en dat doen ten koste van roofbouw op de natuur. De sport heeft ook zijn eigen wetten: schorsingen, transferreglementen, kopen, verkopen. De sociale ongelijkheid die in de fabrieken heerst, bestaat ook in de sport: topatleten verdienen meer dan gewone mensen: het sportheldendom. Een goede arbeider komt er tenslotte ook maar door veel zelfdiscipline, zelfkastijding, pillenslikkerij, kunnen afzien. Zoals er in de fabrieken vijfjarenplans zijn, wordt er ook op sportgebied gepland om optimale resultaten te bekomen tegen bepaalde tornooien of de Olympische Spelen. De Olympische Spelen zouden zogezegd de verbroedering onder de mensen moeten nastreven, maar er wordt alleen maar nationalisme mee aangekweekt: als bepaalde atleten een prestatie verwezenlijken wordt meer aandacht besteed aan de nationaliteit dan aan de prestatie. Die medaillestrijd onder de grootmachten kan toch maar moeilijk de verbroedering onder de mensen aankweken.

En dan is er nog een ander aspect: sport is opium voor het volk, zoals de godsdienst vroeger, het moet de aandacht van de mensen afleiden van essentiële problemen. Als er een sportprestatie wordt geleverd wordt daarover geweldig uitgeweid in de kranten. Je moet er maar eens op letten als je op de trein zit. Het eerste wat men in de krant leest, zijn de sportbladzijden van de krant, hele verhalen verslinden over sportvedetten, terwijl de essentiële problemen van de maatschappij bijna niet aan bod komen. Het systeem houdt dit kunstmatig in de hand. En doordat men dit kunstmatig opblaast gaan de mensen dat ook belangrijk vinden. Sport en politiek zijn zeker door elkaar geweven.

KGB

Rik Van Cauwelaert: Toen de Coubertin destijds met de Olympische Spelen begonnen is heeft hij onmiddellijk de patronage gezocht van al de machtigen in Europa, ook de politieke machten, om zijn initiatief te steunen. Daaruit is uiteraard voortgevloeid dat men hem ook is gaan gebruiken. Hij heeft er trouwens moeten in toestemmen dat in 1906 tussentijdse spelen werden gehouden om Griekenland een plezier te doen. Dat zijn spelen waaraan nu niet meer herinnerd wordt, maar die kregen ook de naam “Olympische Spelen”. Dat was gewoon voor de politiek, namelijk om de Grieken op hun gemak te stellen, want die hoopten nog altijd de Spelen definitief in huis te krijgen.

Later, voornamelijk rond het incident met Berlijn, is men zich gaan distanciëren. Men is gaan zeggen: wij hebben daar niets mee te maken, de Spelen zijn belangrijk, of die nu plaats hebben in Duitsland of in Barcelona, dat maakt ons niks uit, wij willen daarmee ook verder niets te maken hebben. En nu, na Moskou stellen wij een derde trend vast. Dat is Samaranch, die zegt: wij moeten omgaan met de politieke machten, wij kunnen daar niet buiten om en wij kunnen ook niet zonder hen werken. Het staat trouwens vast dat de Spelen die aan Moskou zijn toegewezen, er gekomen zijn nadat Los Angeles – dat ook kandidaat was – zich had teruggetrokken. Dat is gebeurd onder druk van Nixon die in 1974 aan Brezjnev had toegestaan, dat de Verenigde Staten aan hun kandidatuur verder niets meer zouden doen. Dat staat vast en is trouwens nooit ontkend vanwege het IOC. Die binding is er en wil men niet meer ontkennen.

Nu gaan we wel naar een andere tendens. Men gaat namelijk ook met financiële machten rekening houden. Die zijn trouwens, voornamelijk in Amerika, van de politieke macht afgeleid. De Amerikanen proberen ook déze Spelen te gebruiken. Als bewijs bijvoorbeeld het besluit van het Californische parlement om de Russen de toegang tot Californië te ontzeggen. Ik weet niet in hoeverre zij dat kunnen, ik denk dat dit meer een gratuïte daad is. Onlangs was er nog het uitwijzen van de Russische afgevaardigde die een vermeend KGB-agent zou zijn. Dat spel duurt dus voort en daar is inderdaad geen scheidingslijn meer te trekken. Zij zijn verbonden en moeten samen kunnen opschieten. En het is alleen de schuld van het IOC, mede door zijn structuur, internationaal én nationaal. Immers, nationaal hangen de comités ook af van relaties met de politieke overheid. Zij moeten daar dus mee leven. Daar kunnen zij niet meer onderuit maar dat hebben zij zelf gezocht.

Ronny De Schepper: Ik dacht toch dat het Engels Olympisch Comité naar Moskou gegaan was ondanks de druk van Thatcher…

Rik Van Cauwelaert: Wij zijn ook geweest hé, omdat het BOIC allicht vanuit andere bronnen financiën heeft kunnen losweken.

SYMBIOSE

Jacques Rogge: Ik ben een beetje verwonderd om door veel mensen te horen zeggen dat sport en politiek moeten gescheiden worden. Kijk eens in de maatschappij. Wat zijn de reële machten? Je hebt de financiële groepen, die controleren een heleboel politici, zeker grotendeels de politieke partijen via rechtstreekse of onrechtstreekse bronnen of tussenpersonen die zij op bepaalde posten laten benoemen, kiespropaganda… Ook de kerk heeft duidelijk in ons land met zijn katholieke traditie veel in de pan te brokken, ook via personen die alleen maar zullen handelen en belissingen treffen als “monseigneur” akkoord gaat. Om niet te spreken over de syndicaten die ongeveer de helft van het parlement controleren, rechtstreeks of onrechtstreeks. En men zou willen dat de sportbeweging, die toch ook een belangrijk maatschappelijk aspect is, zich niet zou bezig houden met de politici. Ik vind dat een beetje naïef. Ik denk integendeel dat de sportbeweging zich met de politiek moet bezighouden. Dat dit misschien één van de essentiële verplichtingen is van een Olympisch comité en van Sportbonden. Wij hebben dat doelbewust gedaan in het Olympisch comité, wij hebben een contactcommissie met politieke partijen. Wij zien vertegenwoordigers van de politieke partijen om de twee maanden. Wij bespreken met hen alle problemen die in dat “vrij obscuur raakvlak” tussen sport en politiek hangen: wetteksten, decreten, financiële problemen, conflicten… Wij zien die mensen op een regelmatige basis. Ik heb bijvoorbeeld binnenkort een afspraak met Carla Galle. Ik vind het een noodzaak dat wij met die mensen gaan praten en met die mensen tot gemeenschappelijke oplossingen komen.

Er zijn inderdaad een hele reeks beslissingen die wij zelf niet kunnen treffen. Wij kunnen selecties maken, atleten vormen, competities organiseren, trainers vormen en financiële middelen vinden tot op een bepaald niveau, maar… stadions bouwen, wetgeving voor de sport en tal van andere aspecten hangen af van de overheid. Wij moeten dus met die overheid praten. Dat is onontbeerlijk. Het probleem is dat er nog geen duidelijk evenwicht ontstaan is in die wisselwerking tussen de sportbeweging en de politieke wereld. Wij zijn voor de politieke wereld duidelijk een interessante maatschappelijke groep. Er zijn in ons land anderhalf miljoen georganiseerde sportbeoefenaars. Dat zijn mensen die een vergunning hebben en elk weekend een competitiematch spelen, 1,5 miljoen op 10 miljoen dus. En daarrond zwerven nog twee à drie miljoen mensen die ofwel clubleider zijn of passief sport kijken. Dat zijn toch drie à vier en een half miljoen mensen die ergens bezig zijn met sport. Zij zijn ook een economisch belangrijke groep. Een recente studie van minister Poma heeft bewezen dat de sport goed is voor 9 miljard inkomsten voor de financiën van Willy De Clercq. Zo is duidelijk dat de politici die wij geregeld gaan lastig vallen voor zwembaden, subsidies, stadions, wetsvoorstellen… ons ook bepaalde zaken vragen die wij misschien niet zo graag hebben, zoals bijvoorbeeld een boycot in 1980.

Er is daarjuist gevraagd of wij persoonlijk problemen hebben gehad met politiek en sport. Ik heb dat gehad toen de eerste minister ons persoonlijk gevraagd heeft om niet naar Moskou te gaan, want het mocht niet, het kon niet en het paste niet. Wij zijn uiteindelijk toch naar Moskou gegaan, zonder staatssteun. Wij hebben die fondsen zelf gevonden dankzij bijna een “11.11.11.-actie” bij de bevolking. Het is duidelijk dat er bepaalde conflicten rijzen zoals wij soms bepaalde zaken vragen aan de politici die wij niet zouden moeten vragen… en dat wij in een crisistijd zoals nu bepaalde projecten best in de mappen laten liggen en geen centen vragen voor bepaalde zaken die in een economisch moeilijke tijd met bijna 1 miljoen werklozen toch niet meer haalbaar zijn. Ik geloof dus dat er van de kant van de sportwereld een bepaalde deontologie zou moeten zijn van de politiekers voor hetgeen zij van de sportbeweging vragen. Dat lukt niet altijd, maar die symbiose is noodzakelijk. Ik denk dat er een generatie aan het komen is die verder gaat dan hetgeen Rik Van Cauwelaert gezegd heeft over Samaranch. Die zegt: “Wij kunnen niet zonder politiekers”. Ik zeg integendeel: laten wij de politiekers “exploiteren”, maar dan in de gunstige zin van het woord, laat ons geen maximaal gebruik maken van de macht die de politiekers hebben met natuurlijk een zeer strikte deontologie om die macht te oriënteren naar de sportbeweging.

MILJOENEN

Hendrik Braem: Er is reeds een omvangrijk beeld geschetst over de verhouding sport en politiek. Ik zal enkel een paar kleinere aspecten belichten specifiek in verband met de Spelen van Moskou omdat die fel werden geboycot. Men heeft opgemerkt aan Robert King, voorzitter van het Olympisch Comité van de Verenigde Staten, dat Moskou een enorme politieke show was, maar dat Los Angeles 1984 dat ook zal worden. Hij zei daarbij: de Olympische Spelen in Moskou zijn het slachtoffer geweest van een nieuwe koude oorlog: als Afghanistan een breuk betekent dan zou Vietnam evengoed een breuk moeten betekend hebben, of het Franse engagement in Tsjaad. Als dat niet strookt met het IOC-handvest, hoeven Olympische Spelen dan nog?

En dan is er ook de uitspraak van een zekere meneer Popov van het Olympisch Comité van de Sovjet-Unie in verband met Moskou. Die zegt in een interview: “tot de idealen van het IOC behoort het opvoeden van de jeugd in de geest van een beter wederzijds begrip, van vriendschap en het vestigen van vrede. Wel, als deze doelstellingen politieke doelstellingen zijn dan zijn de Olympische Spelen politiek”. Dus: als jullie tegen Moskou zijn, dan zijn jullie tegen het IOC.

Dik in de verf gezet is ook de band tussen de organisatie van de Olympische Spelen en de privé-bedrijven. Lévi-Strauss heeft in de Spelen van Los Angeles 8, Fuji-film 5 en Coca-Cola 15 miljoen dollar geïnvesteerd. Rubinstein, de marketing-directeur van het organiserend comité, zegt onomwonden: “de Olympische Spelen zullen deze keer bewijzen waartoe de vrije onderneming in staat is”. Zijn chef Peter Ueberroth heeft een nieuw olympisch tijdperk uitgeroepen “waarin de jeugd en de ondernemers van de wereld tegelijk mekaar kunnen beconcurreren”. Hij spreekt tevens van een partnership tussen “Olympia” en de business en roept uit dat beiden zijn doordrongen van olympische geest. Dat zou dan model staan voor de toekomst.

Het zou misschien nuttig zijn door te dringen tot de context waarin Los Angeles zich dit jaar zal afspelen… de stad zelf, elf miljoen inwoners en de staat Californië, wat daar allemaal inzit, de grote fruitboeren. Maar ook de bewapeningsindustrie heeft steunpijlers in Los Angeles. Daar wordt de MX-raket gebouwd. Daar zijn ook dé fabrieken van mikro-electronica waarvan Amerika zeventig procent van de wereldproductie in handen heeft. Als je weet dat deze productie ervoor kan zorgen dat in de toekomst 45 miljoen arbeidsplaatsen in de Verenigde Staten op de helling staan, dan begin je wel even na te denken.

BOYCOT

Ronny De Schepper: Piet Wittewrongel, eigenlijk hebben wij allemaal makkelijk praten, maar laten we even teruggaan in de tijd, fictief. Laten wij zeggen tien jaar. Je bent op het toppunt van je kunnen en de Belgische ploeg is een kanshebber in het baskettornooi. Je leeft daar naartoe. Je bent politiek zeer bewust. Het blijkt in een land plaats te vinden waar je zegt “ja maar, daar kan ik toch niet heengaan”. Wat doe je dan als topsporter?

Piet Wittewrongel: Ik ben met de nationale ploeg meegeweest naar de Europese kampioenschappen in Hongarije. Dat was de eerste keer dat ik in het Oostblok kwam. Ik moet zeggen dat ik mij niet op mijn gemak voelde en dat ik toch bedenkingen had bij het systeem. Ik moet zeggen, als je met zo’n nationale ploeg meegaat, dat de mensen die je omringen meestal, zoals dokter Rogge gezegd heeft, vakidioten zijn en weinig politiek bewust. Als je veertien dagen weg bent, wordt daar vooral gesproken over basketball, over kaarten en over vrouwen. Ik heb dat persoonlijk verwerkt op mijn manier. Zonder iets te doen natuurlijk want ik stond volledig geïsoleerd.

Rik Van Cauwelaert: Als ik er iets mag aan toevoegen. Ik vind dat in die boycots, vooral Moskou dan, de nationale olympische comités zich hebben verscholen achter de atleten. Men moet ergens een lijn trekken. Er zijn dingen die niet kunnen. Stel je voor dat de Spelen in Chili doorgaan met meneer Pinochet in volle furore. Zal de bond dan weer zeggen “wie niet gaat is de verliezer”? Dat kan niet, men kan daar geen Spelen organiseren.

Piet Wittewrongel: Zoals het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië? Als je ziet wat daar nu uitkomt…

Hendrik Braem: Had men niet in Argentinië de vrijlating van politieke gevangenen willen bekomen?

Jacques Rogge: Als je gaat deelnemen in een land waar bepaalde praktijken heersen die niet stroken met hetgeen je wenst, dan moet je je de vraag stellen “al hetgeen ik gedaan heb, de opofferingen, die jaren training, misschien mijn sociale carrière die in het gedrang komt, ga ik dat allemaal laten varen omdat ik daar een bepaalde filosofie op na hou en een bepaald engagement voor het leven wil respecteren?” Dat is een vraag die iedereen zich moet stellen. Ik denk ook niet dat iedereen zich die vraag gesteld heeft.

Er zijn inderdaad een normaal aantal vakidioten in de sportwereld zoals er een normaal aantal vakidioten zijn bij de politiekers, in de kerk, in de financiën, in gelijk welk maatschappelijk bestel. Er zijn veel mensen die waarschijnlijk niet nadenken. Goed, als zij niet nadenken hebben zij waarschijnlijk ook weinig problemen. Er zijn er echter zeker ook die wél nadenken. Ik mag zeggen voor wat het olympisch comité betreft dat wij niet enkel aan de atleten vragen hebben gesteld. Wij hebben in het algemeen gezegd: “Wat denken jullie daarvan”. En het antwoord was voor meer dan tachtig procent: “Wij willen gaan want wij denken dat wij daar niets recht te zetten hebben”.

Wij hebben ook een enquête laten doen bij Sobemap. Dat was een enquête van februari tot mei, dus de kritieke periode vermits Carter rond 15 februari gezegd heeft: “geen Spelen”. Wij hebben verschillende vragen gesteld. Wij wisten ongeveer in welke richting de regering zou gaan onder druk van de NAVO. De eerste vraag was “mocht de regering geen boycot vragen van de Spelen en mocht de olympische ploeg toch naar Moskou gaan, zou u achter die olympische ploeg staan, ja of neen”. Het antwoord bij die opiniepeiling, die zeer serieus werd verricht met een steekproef bij 3.000 mensen, was dat 84% van de bevolking zei “ge moet gaan”, ongeveer 10 zonder antwoord en ongeveer 8 of 9 die zeiden dat wij niet moesten gaan. (*)

Wij hebben dan uiteraard ook het advies gevraagd van de politiekers. De politiekers hebben ons, op één uitzondering na – Henri Simonet die daar werkelijk van overtuigd was – allemaal gezegd “in feite zouden wij graag hebben dat ge gaat, maar wij gaan officieel moeten vragen niet te gaan want de NAVO zet ons onder druk”.

Wij hebben dan ook de opinie gevraagd van onze traditionele sponsors, waaronder Amerikaanse firma’s, zoals Coca-Cola en zo. Wij hebben gevraagd “als wij naar Moskou gaan, wat betekent dat voor uw imago voor de publieke opinie”. Zij hebben ons allemaal voor 80 à 90% geantwoord “a.u.b. als ge denkt dat ge moet gaan, ga maar gerust, het zal geen enkele consequentie hebben”. Ik denk dus dat het een probleem is dat langs de verschillende kanten aangepakt is en achteraf bekeken denk ik dat ons wegblijven wellicht nutteloos zou geweest zijn.

De vraag stelt zich inderdaad: “Tot waar kan men gaan?” Dat is een individueel probleem. Ik weet zeer goed dat er bepaalde landen zijn waar ik niet zou willen gaan als delegatieleider. Dan zou ik zeggen: “Ik laat mijn plaats aan iemand anders.” Dat is klaar en duidelijk. Maar goed, dat is een individuele vraag. Met 80% van de atleten, 84% van de populatie en 90% van de politiekers die vragen om te gaan, dan gààt ge uiteindelijk. En dat is wat ook gebeurd is. Dat is de autopsie van onze beslissing.

KRANKZINNIG

Piet Wittewrongel: Ik denk dat het tijd wordt dat wij grenzen in het sportgebeuren trekken. Het sportgebeuren gaat naar de waanzinnige toe. (Windt zich op) Ik denk dat de pers daarin een zeer grote rol kan spelen. Ik vind dat het sportgebeuren op een niveau getild wordt dat het werkelijk niet verdient. Dat wordt opgeblazen. Het is o.k. dat een atleet 100 meter loopt in minder dan 10 seconden, dat is een hele prestatie. Maar meer is er toch ook niet aan. Het wordt ook opgeblazen door commerciële belangen. Als men ziet dat de mensen daar belang aan hechten gaat men dat opblazen. Er worden kranzinnige bedragen betaald voor reclames, voor transfers door sponsors en zo. Ik vind dat er echt wanverhoudingen gekomen zijn in de sport en dat de sport in feite zijn ware doelstellingen aan het verraden is. De sport is in feite “een gezonde geest in een gezond lichaam”. Maar topsport, dat is toch werkelijk niet gezond. Zeker zoals het er nu aan toegaat. Van gezonde mensen kweekt men mensen die binnen een aantal jaren te vroeg versleten zullen zijn. Dat is toch zo?

Ik ben de sport met de jaren beginnen relativeren. Als je twintig jaar bent en je naam in de gazet komt, dan loop je met je kop in de wolken. Dat is zo. Dat is eigen aan die leeftijd. Maar als je er zelf zolang inzit begin je dat een beetje te relativeren. (Windt zich nog meer op) Mensen die met geld en premies staan zwaaien als je wint en wat weet ik allemaal, en die persmensen, en die supporters, kom… het is toch allemaal een beetje belachelijk. Vind je dat ook niet?

Ronny De Schepper: Je richt je tot dokter Rogge, maar Rik Van Cauwelaert werkt specifiek voor een sportblad.

Rik Van Cauwelaert: Wij zijn ook een van de weinigen die ons niets te verwijten hebben als je kritiek hebt op de pers. Wij zijn ook het enige sportblad dat zich uitgesproken heeft voor een boycot van Moskou. Maar zoals hij zegt, er worden inderdaad prestaties opgeblazen. Iedereen weet hoe dat komt. Dat is op de eerste plaats, omdat een evenement iets meer krijgt omdat het op TV komt. Ik denk nog maar aan Comaneci bijvoorbeeld, die plots een wereldvedette is geweest omdat zij per toeval op de televisie is gekomen. De uitzending daarvan, in Montreal of München, was niet voorzien in de planning. Men is vlug moeten overschakelen op het turnen, daar verscheen Comaneci en dat werd een wereldvedette. Daarin heeft de geschreven pers de tendens om te snel te volgen, zelfs non-events en valse supersterren te gaan opblazen. Dat is waar en ik denk dat wij daarin schuld moeten bekennen. Dat klopt.
MOEDIG

Ronny De Schepper: U zegt “wij hebben ons niets te verwijten want wij waren voor de boycot van Moskou”. Maar binnen de Roularta-groep weet ik niet of het nu werkelijk zo’n moedige stellingname was om te zeggen “wij zijn voor de boycot van Moskou”. Ik vraag mij af of het niet moediger was geweest van duiding te brengen – en dat heeft u ongetwijfeld gedaan – maar toch te zeggen “we gaan”.

Rik Van Cauwelaert: Neen, dat hoefde niet, waarom moesten wij gaan? Waarom moesten wij de anderen aanstoken om te zeggen “wij gaan” of “laat ons gaan”? Dat hoefde niet. De atleten moesten daar zelf… Dàt hebben wij gezegd: “Het moet vanuit de atleten komen”. De atleten moeten nu zelf eens gaan zeggen: “Jongens, daar kan ik niet naartoe gaan”.

Ronny De Schepper: Maar de atleten wilden gaan.

Rik Van Cauwelaert: De atleten wilden gaan maar daar heb ik dus op gewezen dat zij het moesten zijn. Zoals in Nederland. Daar hebben ze geprobeerd de voetballers die naar Argentinië gingen erop te wijzen van “jongens, Cruijf, Haan, Rep, a.u.b. denk eens na, ga niet”. Nu, wat, euh,… ik weet niet wat ge mij over mijn baas wilt doen zeggen, maar die heeft mij dus niet aangestoken om te zeggen: “jongens, zeg, euh, schrijft het nu eens, hé”. Dat gaat niet, enfin…

Ronny De Schepper: Nee, het gaat erover dat u dat een moedige houding noemt…

Rik Van Cauwelaert: Nee, het gaat niet over een moedige houding. Ik stip alleen maar aan dat wij daar stelling hebben genomen en dat we dat nu ook doen en aan de kaak stellen dat men nu toelaat dat de olympische handvesten daar gewoon uit het raam worden gegooid. Want wat daar eigenlijk aan het gebeuren is in Los Angeles is eigenlijk een proefballon hé, vanwege het IOC. Als dat lukt dan zijn wij weg voor altijd, hé… En daar hebben wij ook willen op wijzen en dat doen wij ook. Dat zal dokter Rogge wel kunnen beamen denk ik… dat wij op die excessen wijzen en dat wij zeggen: “Jongens, hou eens op met het creëren van valse evenementen eigenlijk…”

DE BASKETBOND

Piet Wittewrongel: Ik had een conflict met de grote baas van Sunair Oostende. Ik heb dat voor de rechtbank gebracht en omdat ik dat durfde heeft hij geweigerd mij een transfer te geven. Je kan zeggen dat dit voor mij een bijberoep was. Door het feit dat ik geen transfer kreeg, werd mij verboden te spelen. Dus een soort beroepsverbod. Ik zeg niet dat ik dat geld nodig had, maar het was broodroof. Ik heb dat voor de rechtbank gebracht omdat in feite alle statuten van de basketball- en voetbalbond qua transfer onwettig zijn. Je kan geen personen bezitten. Slavenhandel is afgeschaft. Als een werknemer in een bedrijf gaat werken en de baas smijt hem buiten, dan kan die baas toch niet beletten dat die werknemer in een ander bedrijf gaat werken. Omdat ik een proces gedaan had aan de basketballbond heb ik een jaar stilgelegen. Ik heb dan toch een transfer bekomen bij een andere ploeg. Eén dag vóór de competitie begon, weigerde de basketballbond mij een licentie te geven zolang ik mijn proces niet introk. Dat was een pure vorm van chantage. Ik heb inderdaad dat proces ingetrokken, niet omdat ik bakzeil haalde voor mezelf, maar gewoon omdat anders de mensen van Sijsele waar ik nu speel hun transfergeld kwijt waren en ook geen andere speler meer konden aantrekken daar de transferperiode voorbij was. Maar wees gerust, ik zal ze wel terug hebben als het nieuw transferseizoen open is.

Hendrik Braem: In 1936 waren er die fameuze spelen in Berlijn, met Hitler. In 1935 heeft zich precies Pierre de Coubertin voor deze spelen ingezet. Hij heeft daarvoor ook een redevoering geschreven. Hij onderlijnde daarin dat het internationalisme en de democratie moesten aangekleefd worden. Maar nazi-Duitsland heeft precies deze zinsnede uit de redevoering gepikt en op een enorm grote oplage de wereld ingestuurd. De band tussen sport en politiek merk je met dit detail heel duidelijk.

Ook met die Spelen van 1936 ging de Belgische graaf Baillet-Latour naar de winterspelen. Die merkte vanuit de trein naar Garmisch dat er in Duitsland plakkaten waren tegen de joden. In Amerika en Scandinavië mikte men in verband met een boycot precies op die rassendiscriminatie. Het IOC kan discriminatie op grond van ras zeker niet verdragen (**). Het is dan tot een fikse rel gekomen tussen deze graaf Baillet-Latour en de organisatoren van Garmisch.

Rik Van Cauwelaert: Ik denk dat elk land dat de Spelen sinds de eerste keer in 1896 naar binnen heeft gehaald het met een bepaalde gedachte heeft gedaan. Het duidelijkst is het natuurlijk gebleken in Duitsland waar het echt een middel was om aan de Europese en Amerikaanse haute-finance te tonen dat de Duitse samenleving een goed klimaat was om te komen investeren.

Daarnet is de naam gevallen van Baillet-Latour. Ik denk dat er weinig incidenten geweest zijn tussen Baillet-Latour en Nazi-Duitsland. Ik ken dat incident niet over die plakkaten langs de weg naar Garmisch-Partenkirchen. Wat ik wel weet is dat de familie Baillet-Latour sinds 1874 van vader op zoon de grootste aandeelhouders zijn van de Société Générale. Dat is op zich niet zo erg, er gebeurt in elke familie iets dat niet door iedereen mag geweten worden. Wat ik veel erger vind is het volgende. Ik spreek over het IOC dat zich in 1936 bewust heeft laten uitbuiten. Dat kan men nu vandaag nog door niemand van het IOC gezegd krijgen, maar in 1936 is er een fout geweest, eigenlijk een schande. Die meneer Baillet-Latour was geen naïeveling. Hij is in 1938 twee jaar na de spelen voorzitter geworden van de organisatie “Freude und Arbeit”. Dat was een internationaal propaganda-apparaat waarmee de Duitsers dachten de West-Europese sportieve jeugd te bewerken. U mag eens raden met wie hij daar in de raad van beheer zat… met dokter Joseph Goebbels en dokter Leye, de Duitse minister van arbeid. In 1939, nog altijd voor “Freude und Arbeit”, is Baillet-Latour verscheidene keren op bezoek geweest bij Rudolph Hess. Daarover is trouwens een studie verschenen van Dirk Martin, die werkt op het studiecentrum voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, in Brussel. Toen Baillet-Latour in 1942 begraven werd kreeg hij zelfs een kroon van Hitler met daarop “voor de verdiensten bewezen aan de sport”.

Over de rol van Baillet-Latour heeft men in België nooit teveel opgegeven. Er is na de oorlog een boek verschenen van Edouard Hermès, die de atletieksport in België nogal bevorderd heeft. Het werd meer een pamflettair boek over mensen die tijdens de bezetting hadden samengewerkt met de Duitsers, maar die man heeft zeer wijselijk gezwegen over de rol van Baillet-Latour. Dat is nochtans het duidelijkste bewijs dat het IOC zich wetens en willens heeft laten manipuleren. Waarom? Voor de Spelen alleen… ik kan dat niet geloven. Veel erger voor het IOC is nog de speech van Avery Brundage na zijn terugkeer uit Berlijn. In Madison Square Garden heeft hij de Duitse samenleving met alle daden overladen. Onlangs zijn de mémoires verschenen van Lord Killanin, nog altijd houdt men vol dat het geen fout is geweest. Dat kan men het IOC nooit vergeven.

CIRCUS

Ronny De Schepper: In vele gevallen gaat met de organisatie van de Olympische Spelen een propagandistisch aspect gepaard, vooral wanneer grootmachten deze organisatie toegewezen krijgen. Berlijn is hét voorbeeld bij uitstek. Anderzijds zijn er ook tegenovergestelde voorbeelden wanneer men de Olympische Spelen wil toewijzen aan een land dat juist in economische moeilijkheden verkeert. In denk aan Mexico 1968. Dan ontstaan er juist grote problemen in dat land. De bloedigste Spelen waren niet die van München, hoewel dat wegens de grote covering door televisie en andere media algemeen bekend is, maar wel die van Mexico waar men gewoon geschoten heeft op studenten aan de stadions. Daar zijn, dacht ik, honderden doden gevallen. Wat vindt men daarvan? Eén van de oplossingen zou zijn de Olympische Spelen steeds in Griekenland te houden. Is dat financieel en politiek haalbaar en is dat eigenlijk wel aan te raden?

Piet Wittewrongel: Ik denk dat dit flauwe romantiek is. Je moet niet teruggrijpen naar oude olympische sporten. De maatschappij is geëvolueerd en zoals ik reeds zei: de Olympische Spelen kweken de broederlijkheid tussen de mensen niet aan, maar wel het nationalisme. Beter zou het daarom zijn, niet de ploegsporten af te schaffen, maar ploegen maken met alle spelers door elkaar en hen tegen elkaar laten spelen. Dàn zou men het misschien daadwerkelijk over broederlijkheid kunnen hebben. Ik heb nooit bezwaar gehad tegen de Amerikanen in onze basketcompetitie, integendeel, ik heb er enorm veel van geleerd, niet alleen over basket, maar ook over de cultuur van de Amerikaanse zwarten. Dàt vind ik een vorm om mensen dichter bij elkaar te brengen.

Daarom geef ik ook de voorkeur aan grote meetings, b.v. in de atletiek. Daar zijn natuurlijk ook commerciële belangen mee gemoeid, maar daar doet men dan ook niet hypocriet over. Die atleten hebben toch jaren aan een stuk getraind, zich veel ontzegd, ik heb er niets tegen dat die mensen centen verdienen. Als wij basketball spelen zijn we ook de clowns in het circus. Een clown wordt ook betaald. En waarom niet, als hij zijn nummertje goed opvoert en er veel voor gedaan heeft. Als wij uren aan een stuk trainen om iets te doen en wij spektakel bieden, waarom zouden wij er niet mogen voor betaald worden? Ik vind het echter wél verkeerd dat men waanzinnige bedragen betaalt. Wij zijn niet meer dan een arbeider. Iedereen is een specialist in zijn vak, een arbeider aan de lopende band, ik vroeger als basketter. Maar er zijn wanverhoudingen. Ik vind het absoluut niet gezond dat men miljoenen gaat betalen voor een voetballer of een basketter. Dat zijn gekke dingen die uit de hand lopen. Het is de parabel van de talenten. Als je er vijf gekregen hebt, dan moet je er vijf gebruiken. Heb je er maar één, dan kan je er maar één gebruiken.

Rik Van Cauwelaert: Ik ben er een tijdje lang voorstander van geweest om de Spelen altijd in Griekenland te laten organiseren, om het probleem uit te schakelen van die voortdurende boycot-dreiging. Maar plots ziet men vanuit het IOC: als daar ooit nog eens een kolonelsregime komt, dan zitten we weer met een boycot. Ik denk dat het voor het IOC een zeer lucratieve zaak is, voornamelijk nu men ontdekt heeft hoeveel er te verdienen valt met de Olympische Spelen. Wij moeten ons geen illusies maken. Wij hebben de winterspelen in Sarajevo achter de rug. Dat zijn geen Olympische Spelen meer, dat zijn Amerikaanse Spelen. Dat zijn de spelen van ABC, of NBC of CBS. Dat is puur commercie.

Trouwens, een paar maand geleden is Monique Berlioux komen praten in Brussel. Zij is directeur van het IOC in Lausanne. Haar spreekbeurt leek meer op een jaarverslag van een bank dan op een door sport geïnspireerde uiteenzetting.

Het is nu zo, het is een lucratieve zaak. Men kan nu Spelen organiseren in Seoul. Ik ben niet deskundig genoeg om te zeggen of dat land zich dat zal kunnen permitteren. Maar het hoeft niet meer, want ABC betaalt het allemaal, of een keten van betaaltelevisie in Amerika die 24 uur op 24 sport uitzendt.

Dat vormt geen probleem meer voor het land. Maar langs de andere kant, het debat in Nederland is nu begonnen. Die willen zich ook kandidaat stellen, en wat stel ik daar vast? Die normaal toch bezadigde Nederlanders zouden het toch fijn vinden nu ook eens het middelpunt van de wereld te zijn gedurende een maand. Dat vindt men ook terug in bladen die doorgaans toch rustig zijn wat dat betreft, zoals de Volkskrant, maar die dat niet zo’n slecht idee vinden. Elk land hoopt daar toch iets van terug te krijgen.

In Nederland wil men zich precies op deze Spelen van Los Angeles baseren, waarvoor heel weinig werd gebouwd. Op een zwembad en een wielerbaan na, nagenoeg niets zelfs. Wat de organisatie van de O.S. echter wél met zich brengt dat is tijdelijke arbeid. Mensen die in dienst worden genomen als toezichters, kaartjesknippers, weet ik veel. Belangrijker is natuurlijk ook wat dat teweegbrengt in zo’n land aan inbreng van harde deviezen.

In Nederland zit vooral de financiële wereld daar achter, bedrijven zoals Heineken b.v. Zij kunnen daar natuurlijk allerlei promoties aan verbinden voor hun producten. Maar echte arbeidsuren denk ik niet dat daarmee gemoeid zijn. Dat was waarschijnlijk wél zo in Moskou, omdat daar heel wat gebouwd is. In Montreal ook. Maar misschien heeft Dr.Rogge meer exacte cijfers?

Jacques Rogge: Het is zo dat gemiddeld tweeduizend mensen gedurende een periode van vijf jaar tewerkgesteld worden. Men moet niet denken dat de organisatie stopt op de dag dat de Spelen gesloten zijn. Dat loopt nog ongeveer een jaar door. Dat zijn dus tweeduizend mensen die een full-time job hebben gedurende vijf jaar. Na die vijf jaar is het uiteraard gedaan. Het zijn geen permanente arbeidsposten. Maar men kan zich de vraag stellen of tweeduizend jobs gedurende vijf jaar niet nuttig zijn.

Wat wél interessant is, zijn de moeilijk te meten nevenactiviteiten, omdat je dan de hele industrie daarrond ziet floreren. Van hotels, van toeleveringsbedrijven, van fabrikanten van posters, van souvenirs en weet ik veel. Dat is zeer moeilijk te schatten, maar het is een feit dat op de O.S. men mag rekenen dat gedurende een periode van twee maanden toch om en bij de 600.000 mensen – toeristen, ploegen, enz. – in een land komen. Stel je voor dat wij de Spelen organiseren, dan krijgen wij 600.000 mensen plots in ons land gedurende de maand juli of augustus. Dat is ook een bron van inkomsten voor het toerisme, zoals Rik gezegd heeft.

SEOUL

Ronny De Schepper: In 1988 zal u er allicht nog bij zijn, gaat u dan liefst naar Seoul of naar Athene?

Jacques Rogge: Meneer Van Cauwelaert heeft duidelijk gezegd, en dat is zo, dat het nu helemaal geen probleem is om Spelen te organiseren. Zelfs Luxemburg zou dat kunnen doen om niet te spreken van San Marino. Die organisatiecomités verdienen daar geld aan. Los Angeles krijgt wel veel kritiek omdat het een privé-organisatie is, maar je moet weten dat voor de eerste keer in de geschiedenis van de Spelen de stad Los Angeles, de inwoners van Los Angeles en van de Verenigde Staten geen frank taxen gaan moeten betalen voor de Spelen. Hetgeen wel het geval geweest is, uiteraard, voor de Russen, uiteraard voor de Canadezen en de Duitsers… om niet te spreken van Mexico.

Waarom?

Gewoon omdat de televisie nu zoveel geld geeft om die Spelen te mogen uitzenden. De vraag stelt zich dus niet of wij terug naar Griekenland moeten, want nu staan de landen te popelen om die Spelen te mogen krijgen. Zo erg is het geworden. Of zo interessant.

Rik Van Cauwelaert heeft gezegd: het zijn commerciële Spelen. Ik zou zeggen: de Spelen zelf zijn niet commercieel, zij worden commercieel uitgebuit. In die zin: het is een van de verplichtingen van de sportwereld erover te waken dat de reglementen, dat het uurrooster van de competitie, dat het hele stramien van het sportgebeuren niet geënsceneerd wordt in functie van hetgeen de mensen van de televisie wensen. Dat is totnogtoe het geval. En ik hoop dat het zo zal blijven. Ik denk dat dit onze eerste morele verplichting is om te zeggen aan de mensen van de televisie zoals wij soms moeten zeggen aan de ministers: bedankt voor de poen, maar wij gaan onze gedragslijn daardoor niet veranderen. En dat is niet altijd zo gemakkelijk. (***)

U zegt Seoul 1988. Ik denk dat het hier niet zozeer een financieel probleem is, maar dat de keuze wel ongelukkig is omdat Seoul een politiek geladen land is… de oorlog van Korea, moeilijke relaties met het Noorden, het feit dat Zuid-Korea niet erkend is door de communistische landen als land. Zij hebben geen ambassade, geen internationale betrekkingen. Dat is niet zo vitaal, maar ik denk dat het IOC wel een ander land had kunnen nemen. Japan was kandidaat. Uiteindelijk heeft Seoul de voorkeur gehaald, louter op basis van infrastructuur, die daar reeds bestaat. Het IOC was ook nogal getraumatiseerd door Montreal waar de stakingen juist vóór de Spelen die Spelen bijna in het gedrang brachten. Die wijze heren hebben dan gezegd: wij wensen geen risico’s te lopen, wij kiezen een land dat al stadions heeft, dan zijn wij zeker dat die klaar zijn. Dat is dan de keuze van Seoul geweest. Ik denk trouwens dat het een goede zaak is dat de Olympische Spelen, zoals trouwens de andere competities – de Mundial, de wereldkampioenschappen atletiek, zwemmen, wielrennen – geen frank meer aan de staat of aan de stad kosten, omdat de televisie zich daarop werpt.

Dat heeft toch ook voordelen, in die zin dat wij bijvoorbeeld in 1988 geen staatssubsidies meer zullen moeten vragen omdat het organiserend comité de Belgische ploeg en de andere ploegen gratis zal uitnodigen en de reis- en verblijfskosten zal kunnen betalen voor het grootste gedeelte. Hetgeen voor ons, als Olympisch Comité, ook aangenaam is.

Dat is niet zo negatief, op voorwaarde dat wij die zuiverheid van competities erin houden. Dat is de eerste prioriteit, ook dat er een zekere deontologie is in die commerciële exploitatie.

AFGHANISTAN

Ronny De Schepper: Het probleem van boycot van de Olympische Spelen door bepaalde landen nu. Dokter Rogge heeft opgemerkt dat Seoul wellicht zonder het Oostblok zal moeten doorgaan, net zoals Moskou zonder de Verenigde Staten en Montreal zonder Afrika. Dat is – dacht ik – voor elk rechtgeaard sportman bijna onaanvaardbaar om dan nog over Olympische Spelen te kunnen spreken. Daartegenover staat dat bepaalde landen uitgesloten zijn van de Olympische Spelen. Ik dacht dat China ondertussen wel aanvaard is maar nog niet zal deelnemen, maar dat schijnt op lange termijn wel in orde te komen. Je hebt wel het probleem van Zuid-Afrika, waarover nog altijd zeer geanimeerd wordt gesproken. Maar als je dan ziet dat de beste atleten gauw genaturaliseerd worden, zoals Sydnee Maree tot Amerikaan of Zola Budd die men nu Engelse probeert te maken, dan kan men daarbij vragen stellen.

Jacques Rogge: Het zijn altijd diegenen die boycotten die verliezen. De Russen zijn nog steeds in Afghanistan, Sacharov is geloof ik nog altijd in Gorki, als hij nog in leven is, en Carter is in Virginia. De zwarten hebben Montreal geboycot en een generatie atleten opgeofferd. Die Spelen zijn doorgegaan zonder dat men zich over de afwezigheid van die zwarten heeft bekommerd. Als morgen een of ander land, zelfs de Sovjet-Unie, niet in Los Angeles is, dan gaat men daar twee dagen over praten, maar na de eerste dag van de competitie is dat wel gauw vergeten. Het is zo dat de Spelen gedurende één maand de belangstelling van de hele wereld op zich concentreren en zo uiteraard altijd uitgebuit worden. Daar kunnen wij echt niets aan doen. Het zijn zeker niet de atleten die wensen de Spelen te boycotten, het zijn de politici die dat willen uitbuiten.

Verder denk ik niet dat er in Los Angeles zal geboycot worden omdat de Russen er te veel belang bij hebben goede prestaties te leveren. Dat is ook een vorm van politiek, als je wil. Het is ook zo dat je gelijk welk land in de wereld kan kiezen, behalve misschien het neutrale Zwitserland, het zal ofwel in het ene, ofwel in het andere kamp zijn. Je zal altijd pro’s en contra’s hebben.

Kort een woordje over Zuid-Afrika. Zuid-Afrika mag niet deelnemen aan de Spelen, dat is juist, omdat het IOC geoordeeld heeft dat het niet logisch was dat in een land waar er vier miljoen blanken zijn en twintig miljoen zwarten, er aparte sportbonden bestaan voor de zwarten en de blanken. Er is een principe dat rassendiscriminatie niet aanvaard wordt. Men heeft die mensen de kans gegeven hun reglementen te veranderen. Zij hebben gezegd dat niet te mogen van hun politici. Er is daarop geantwoord: “dan moet je maar andere politici kiezen”, maar het is duidelijk dat wij niet én een blanke én een zwarte ploeg naast elkaar kunnen dulden. Ik denk dat het IOC daar gelijk heeft.

Rik Van Cauwelaert: Wat dokter Rogge zegt verbaast mij niet. Het is al langer gekend dat het IOC en de olympische gedachte over lijken gaan, dat is gekend. Zij hebben gewacht tot in 1972 om Zuid-Afrika uit te sluiten. Was er voordien dan geen probleem in Zuid-Afrika? De zaak was gewoon omdat zij onder druk kwamen te staan van de andere federaties, onder meer deze die deelnemen aan de Commonwealth Games. Het verdrag om Zuid-Afrika sportief uit te sluiten is trouwens getekend in Engeland.

Ronny De Schepper: Stoort de naturalisering van Zola Budd je dan niet als atletiekverslaggever?

Rik Van Cauwelaert: Daar wou ik toe komen. Ik denk dat het Olympisch Comité dat gemakkelijk kan oplossen. Zij staan er nu op dat dit vanuit de nationale federaties gebeurt en dat daar landenploegen aanwezig zijn. Wat men kan doen is atleten te persoonlijken titel laten deelnemen. Dat kunnen zij gerust, waarom hebben zij dat nooit gedaan? Daarmee is dat probleem voor een deel weg. Men zal natuurlijk altijd proberen daar nationalistische gedachten aan te plakken, maar dan is toch aal groot gedeelte van die spanning weg. Sydnee Maree is kleurling, Zola Budd is blanke. Die kunnen toch gerust deelnemen, maar daar niet staan als vertegenwoordigers van Zuid-Afrika.

SPRINTERS

Hendrik Braem: In ’72 heeft professor Jung, iemand van het IOC, een idee gedropt in deze zin: die harde concurrentieslag hoeft toch niet meer zo door te gaan. Het zou waardevol zijn dat de winnaars op de Spelen de verliezers zouden leren hoe zij tot hun succes gekomen zijn. Al dat geheime gedoe rond trainingen en zo zou eindelijk eens mogen opgeklaard worden tussen de atleten onderling. Zo zouden de Spelen een soort van leerproces worden. Zo zou het teamwork gestimuleerd worden. Dan kunnen ook dat vlaggengedoe, die nationale hymnes en zo vedwijnen, evenals de wrijvingen tussen publiek en scheidsrechters, tussen organisatoren en pers, enz. Hij vond ook dat er misschien esthetische criteria zouden moeten gehanteerd worden, zoals in het kunstschaatsen.

Rik Van Cauwelaert: Wat wil je daarmee zeggen? Dat sprinters na afloop van de honderd meter nog een danske zouden moeten doen? (gelach in de zaal)

Piet Wittewrongel: Wat die boycot betreft: eigenlijk heeft geen enkel land het recht een boycot uit te spreken, want er is geen enkel land of systeem dat vrijuit gaat. Het doet mij een beetje denken aan “nous sommes tous des assassins”. Mocht België ooit Olympische Spelen inrichten, dan zou er ook een boycot kunnen komen tegen de buitenlandse politiek van België omdat er meegewerkt wordt aan dictatoriale regimes in de wereld via de wapenhandel. Amerika gaat niet vrijuit, Rusland ging niet vrijuit, zelfs Nederland zal niet vrijuit gaan, niemand gaat vrijuit. Een boycot wordt misbruikt door landen die zogezegd beweren de mensenrechten te respecteren maar in feite het toch zelf niet doen.

Er is nog een ander aspect. Wij spreken over politiekers die de Olympische Spelen uitbuiten maar er zijn ook minderheden die de Olympische Spelen niet “misbruikt”, maar “gebruikt” hebben om wantoestanden aan te klagen. Vóór München 1972 wist de wereld niet af van het Palestijnse probleem. Ik keur daarmee absoluut de Palestijnse actie niet goed, er zijn mensenlevens mee gevallen. Maar had de wereldpers een beetje meer aandacht besteed aan het Palestijnse probleem dan had dat nooit moeten gebeuren.

Er is de actie geweest van die twee zwarte sprinters in Mexico die naast hun medaille hun vuist in de lucht hebben gestoken om de rassendiscriminatie aan te tonen in Amerika. Die hebben ook de Olympische Spelen gebruikt om hun probleem naar voren te brengen. En als het IOC zo bekommerd is om de rassendiscriminatie, bijvoorbeeld in Zuid-Afrika, waarom doen zij dan niets voor die zwarte sprinters die voor het ogenblik achter de vuilniskar moeten lopen in New York?

Rik Van Cauwelaert: Nee, sorry, één van de sprinters werkt nu voor het olympisch organisatiecomité in Los Angeles, hij is daarvoor trouwens goed betaald.

Ronny De Schepper: Maar hij heeft zijn daad herroepen…

Rik Van Cauwelaert: Jaja…

Piet Wittewrongel: Hij heeft zijn daad herroepen. Maar kom, gewoon omdat hij de discriminatie aangeklaagd heeft, waarom zou het IOC niets doen om die andere man vanachter de vuilniswagen te halen? Tenslotte, als men altijd spreekt van de olympische gedachte, broederlijkheid, een gezonde geest in een gezond lichaam. Voor je een gezond lichaam kan hebben moet je al een minimum hebben aan voeding, aan opvoeding. Twee derde van de wereld heeft daartoe nog geen kans. Waarom doet het olympisch comité daar niets aan, of de pers. Daar zou toch veel meer aandacht moeten aan besteed worden. In feite, die elite die zich daar gek loopt, waarom daar zo’n aandacht aan besteden? Het feit dat die mensen een prestatie geleverd hebben, hebben getracht om zichzelf te overtreffen, dat is uitstekend, maar meer is dat niet waard.

Ronny De Schepper: Zo komen wij tot de vraag: hoeven de Olympische Spelen eigenlijk nog? Wij stellen die vraag in verband met die zo gegeerde amateursstatus. Een ander aspect is de commercialisering van de Spelen. Het zijn niet meer de landen die er geld in stoppen, maar commerciële firma’s.

Hendrik Braem: Wat mij opvalt is de parallel met de bewapeningsindustrie. Die atoombommen hoeven voor ons niet. Dat moet teruggeschroefd worden, maar je merkt dat je met zo’n complexe zaak te doen hebt dat dit zomaar niet achteruit te wringen valt. Ik heb het idee dat het IOC en alles errond zo’n mastodont is waarmee zoveel politieke en financiële belangen gemoeid zijn dat, ook ben je ertegen, je heel veel moet uitsteken om die mastodont een paar milimeter achteruit te schuiven. Dat is iets dat inderdaad over lijken gaat. Ik heb de indruk dat Seoul 1988 inderdaad ook zal doorgaan, ondanks protesten en boycots. Er zal inventiviteit nodig zijn om dat een andere richting in te duwen. Dat is evenwel in eerste instantie een zaak van de sportmensen zelf. Het verheugt mij dan ook ten zeerste dat je sportmensen tegenkomt die politiek bewust zijn van heel veel dingen en toch ook mee in protest opstappen tegen kernwapens. Deze vormen van protest zijn parallele vormen van protest. Dat is verheugend, misschien is in dit richting iets te zoeken.

WERELDVERBETERAARS

Jacques Rogge: Twee punten. Ten eerste, wij zijn geen wereldverbeteraars. Ik denk dat dit duidelijk moet gesteld worden. Wij atleten, sportmensen, wij hebben een bepaalde deontologie te respecteren. Dit wil zeggen geen geweld, geen doping, geen omkoperij, fair-play. Dat zijn allemaal elementen die wij zoveel mogelijk moeten nastreven. Maar dat men ons vraagt om de vrede in de wereld te restaureren? De Kerk heeft dat niet kunnen doen, de politiekers hebben dat niet kunnen doen, de drukkingsgroepen niet, het internationaal socialisme niet, het communisme niet. Men gaat toch niet aan de sportbeweging vragen om de vrede in de wereld na vierduizend jaar slachtingen en moordpartijen te gaan restaureren? Piet heeft gezegd, er is geen verbroedering onder de atleten. Maar is er een verbroedering in de politieke wereld, de financiële wereld, de commerciële wereld, laat staan in het sociaal leven? Men moet toch van ons niet vragen wat wij niet kunnen geven. Dat wil niet zeggen dat wij louter materialistisch moeten ingesteld zijn, dat wij alleen uit moeten zijn op die fracties van seconden en meters. Ik geloof dat Piet ook gaat zeggen dat hij in de sport heel veel vreugde beleefd heeft, al is zijn carrière nu misschien in het juridische beland na zijn perikelen met de basketbond.

Hoeven de Olympische Spelen? De Olympische Spelen zijn er, het is een feit. Zoals Hendrik Braem heeft gezegd: je mag er tevreden of ontevreden over zijn, zij beantwoorden blijkbaar aan een behoefte. Alleen wat beantwoordt aan een behoefte heeft succes. Schaf vandaag de Olympische Spelen af, dan komt er morgen een andere organisatie waar om de zoveel jaar alle sporten samenkomen, waar de televisie zich zal op werpen en waar de atleten vier of acht jaar zullen aan opofferen. Ik denk dat in elke mens, althans in de meeste mensen, nog altijd de competitiegeest blijft sluimeren. Je zal nooit beletten dat de ene zal proberen de andere te overtreffen. Als dat kan gebeuren met welbepaalde regels, waarbij de ene de andere niet schaadt en alleen probeert zichzelf te overtreffen, dan denk ik dat dit niet slecht is. Daarbij denk ik dat de competitiegeest juist dat vitale is dat de mensen uit de grotten heeft gehaald. Als de eerste grotbewoners nog altijd tevreden waren over hun lot dan zouden zij nog altijd in de grotten wonen. Dan zouden die mensen niet naar buiten getreden zijn en gezegd hebben: het is hier koud en vochtig, laat ons een hut bouwen. De mensen willen vooruit. Zij willen zichzelf verbeteren en ik denk dat de competitie daartoe bijdraagt.

Piet Wittevrongel: Wij zijn geen wereldverbeteraars, zegt Dr.Rogge. Wel, ik denk dat de vrede een zaak is van iederéén, ook van het olympisch comité. Als je ziet dat je met de statuten en de gebruiken van het olympisch comité de vrede niet bewerkstelligt maar enkel en alleen het nationalisme in de hand werkt, dan moet je de statuten veranderen. Iedereen moet werken op zijn vlak. Zoals de leraar op school of de moeder thuis. Wij zijn allemaal verantwoordelijk, ook het olympisch comité.

Dr.Rogge zegt ook: als je de OS afschaft dan zullen andere mensen nieuwe Spelen maken. Dat is inderdaad zo. Het beantwoordt aan een behoefte. Maar ik vind wel dat die behoefte kunstmatig in stand gehouden wordt en dat mensen op sensatie belust zijn door de rol van de pers en zo. Inderdààd, competitiegeest is nodig om zich te verbeteren of anders hadden we nog in grotten geleefd, maar ge moet dat ook niet tot in het waanzinnige doortrekken. Als je die Russische turnsters ziet of die gewichtheffers… Er zijn toch menselijke grenzen! Iedereen weet dat topsport niet gezond is. Ik heb het zelf meegemaakt. Mijn knieën zijn meer versleten dan die van mijn vader die zeventig jaar oud is!

100 MILJOEN

Ronny De Schepper: Rik Van Cauwelaert, dokter Rogge heeft het al aangestipt: geen omkoperij, geen doping, geen geweld. Dit zijn termen die zeker op dit ogenblik in de beroepssport schering en inslag zijn.

Rik Van Cauwelaert: Dat zijn natuurlijk allemaal mooie betrachtingen. Ik weet niet of men dat zal kunnen uitschakelen, doping zeker niet. De Olympische Spelen hebben een belangrijke rol gespeeld, dat valt natuurlijk niet te ontkennen. Zij hebben de sport echt georganiseerd, de competitiesport dan. Nu denk ik dat die rol is uitgespeeld. Elke sport is nu georganiseerd, elke sporttak heeft zijn eigen organisaties, eigen wereldkampioenschappen. Ik geloof dokter Rogge graag als hij zegt dat zij geen wereldverbeteraars zijn. Ik merk toch dat vanuit Lausanne men graag laat uitschijnen, ik weet niet waarom, dat men graag de mystiek van “het is een hoogfeest voor de jeugd”, “grote vrede onder de volkeren”, wat altijd terugkomt in die speechen… Zij houden dat in stand. Dat wordt natuurlijk ook belangrijk want als je zo’n evenement moet aan de man brengen via commerciële televisie dan moet dat ook iets betekenen. Je moet daaraan een belang hechten. Ook al waren de wereldkampioenschappen atletiek in Helsinki evengoed van olympisch niveau. Ik denk dus dat die rol uitgespeeld is. Wil men dat nu in stand houden, ik zal mij er zeker niet kunnen tegen verzetten, maar voor mij hoeft het zeker niet meer.

Wat de amateurstatus betreft. Ik denk dat ook dit debat is uitgepraat, dat is voorbij. Daar heeft het IOC de federaties gevolgd, bijvoorbeeld door het invoeren van tennis. Daar zal men tennissers toelaten met als enige grens 22 jaar. Of dat nu Willander is, een man die miljoenen verdient of dat is Van Langendonck. Dat maakt niks uit. Ik denk dat wij met een achterhoedegevecht bezig zijn. Het debat over de amateurstatus is voorbij. Als ik de 100 meter loop dan zal Coca Cola geen 100 miljoen betalen om daar een spot voor te plaatsen. Als Carl Lewis die loopt, dan wel. Die mens geeft iets aan die sport en moet er ook wat voor terugkrijgen. Ik denk dat dit een normale zaak is.

Van al die mooie gedachten die in dit debat ontwikkeld worden vindt men wel echo’s terug in de pers, maar nooit vanuit de atleten. Ik ken één atleet die gezegd heeft: “ik ga niet naar Moskou”. Dat was Guy Drut, een Fransman. Al de rest is gegaan. Piet had het hier over die manifestatie van de zwarten in Mexico. Wel, wie de zwarten heeft zien lopen in Helsinki zal opgekeken hebben want ik heb nog nooit Amerikaanse zwarten zich zo nationalistisch zien gedragen. Vanuit de atleten komt er weinig.

Jacques Rogge: Ik wou alleen zeggen dat ik niet helmaal akkoord ga met bepaalde aspecten van het IOC. Het zijn mensen die niet meer van deze tijd zijn. Inderdaad, er is een grote dosis schijnheiligheid in hetzgeen zij doen en hetgeen zij verklaren. Zij handelen en gedragen zich in feite als politici. Dus zijn zij schijnheilig. Ik geloof dat wij zouden moeten afstappen van de romantische taal, van de olympische dialectiek die gesproken wordt door de mensen van het IOC. Je moet weten dat zij over het algemeen zeer oude mensen zijn voor wie wij veel respect moeten hebben, maar die opgevoed zijn in een andere wereld, een andere sfeer. De meesten onder hen hebben nooit moeten werken. Zij weten niet wat acht of tien of vijftien uur werken per dag is. Het zijn allemaal miljonairs, prinsen en graven. Zij leven dus in een andere wereld.

Er komt gelukkig, denk ik, een nieuwe generatie van mensen die het voor het zeggen zal hebben na het verdwijnen van de huidige generatie. Die mensen zijn helemaal niet romantisch ingesteld. Zij beschouwen zich niet als wereldverbeteraars, maar de verantwoordelijkheid van die nieuwe generatie zal zwaar zijn. Als wij samenwerken met politici die ons subsidies geven, die stadions bouwen, die zorgen voor sportinfrastructuur, dan mogen die mensen van mij met alle plezier op de eretribune zitten. Zij mogen daar stemmen gaan ronselen. Dat is voor ons geen probleem. Maar als zij morgen zeggen: “Wij willen liberale spelen of katholieke of socialistische”, dan zeggen wij: “stop, daaraan werken wij niet mee.” Dat is b.v. de reden waarom het BOIC alleen maar officiële betrekkingen heeft met de neutrale turnbond. Er wordt gezegd: “Veel respect voor de socialistische, de katholieke en de liberale turnbond, maar als een atleet een kruisteken moet maken om te mogen deelnemen, dan praten wij alleen maar met de neutrale bond!”

Maar wij moeten dus leren samenleven met die politici. Wij hebben hen nodig en zij ons. Wij moeten een symbiose vinden, een evenwicht waarbij beide partijen mkaar niet trachten te verkrachten. En ik moet eerlijk zeggen dat de verkrachter meestal aan de andere kant zit. Dus eerder aan de kant van de politici dan aan onze kant. Ook omdat de sportmensen veel minder ideologisch getint zijn. Het zijn misschien een beetje te veel vakidioten, dat is een feit, maar wij zijn er veel minder op uit om de andere partij uit te buiten dan zij ons. Maar goed, wij moeten ons daartegen wapenen.

Vraag uit het publiek: Er zijn een aantal feiten genoemd, ik kan er andere noemen. In Moskou heeft men kinderen weggenomen uit stad toen de toeristen gingen komen, omdat zij anders gingen bedelen. Hetzelfde doet men nu in Los Angeles. Lastige figuren worden ook tijdens de Spelen, voor zover het kan, weggehouden uit de stad. Dat heeft onlangs nog in De Morgen gestaan. Waar trek je de grens? Het gebeurt op, maar ook naast de Spelen. België kan ook evengoed zeggen “wij gaan niet naar de Spelen want men maakte er een kermis van”.

Jacques Rogge: Ik denk dat u niet mag denken dat de mensen die naar de Spelen gaan blind zijn. De vraag die u stelt heeft ons serieus beziggehouden vóór de Spelen van Moskou. Rik Van Cauwelaert heeft gezegd dat hij maar één atleet kent die niet gegaan is. Ik ken er een tweede, François Mathy, een ruiter die een zilveren medaille behaald heeft…

Rik Van Cauwelaert: Jamaar, dat was om een andere reden, hé! Sorry, dat was omdat hij zei dat de competitie gedevalueerd was en daar toch niets kon rapen. Dat is niet zoals Guy Drut die gezegd heeft “of het links of rechts fascisme is, mij kan het niet schelen, ik ga er niet naartoe”.

Jacques Rogge: Waarbij je dan de bedenking kan koppelen dat hij niet geselecteerd was, maar kom dat is een ander…

Rik Van Cauwelaert (onderbreekt): Nee, nee, nee, hij heeft niet deelgenomen aan de proeven. Hij kon nog altijd gaan want hij had schitterende tijden gelopen die in aanmerking kwamen.

Ronny De Schepper: Was hij toen al geschorst wegens die reclame?

Rik Van Cauwelaert: Zijn schorsing was tenietgedaan.

Jacques Rogge: Inderdaad, hij was opnieuw gekwalificeerd. Maar goed, er zijn atleten die weggelopen zijn uit de Spelen. Bijvoorbeeld Jos Hermens is weggelopen uit de Spelen van München na de aanslag van de Palestijen op Israël. Die heeft gezegd “als het zo is, dan moet het voor mij niet meer” en hij is vrijwillig uit de Spelen weggegaan met nog een paar andere atleten. Het is een feit dat inderdaad op het ogenblik van de vraag van Carter om een boycot voor Moskou wij alle atleten verzameld hebben, wij aan al die jongens gezegd hebben “kijk, het is uw keuze die grotendeels bepalend zal zijn voor de keuze van het olympisch comité”. Wij hebben daarover lang gepraat en een grote meerderheid van de atleten heeft gezegd “het feit dat wij naar Moskou gaan zal niets aan het wereldbeeld veranderen, die Russen blijven waarschijnlijk in Afghanistan”. Zij hadden groot gelijk want zij zijn er nog altijd. (****)

Het is een keuze. Moet je naar de Verenigde Staten gaan? Naar de Sovjet-Unie? Er zijn excessen langs de twee kanten. Moet je daar je deviezen gaan uitgeven? Ik denk dat de man of de vrouw die boycot altijd de verliezer is. Zoals onze moderator gezegd heeft: in de boycot van Zuid-Afrika zijn de slachtoffers niet de blanken maar de zwarten. Maar goed, dat is dan een ander probleem.

Ronny De Schepper: Ik vind toch dat de sportman het laatste woord mag hebben: Piet Wittewrongel.

Piet Wittewrongel (stilte): Ik ben niet elitair hoor om als sportman… Ik wil zeggen: ik voel mij niet méér omdat ik sportman ben, maar ik vind inderdaad dat de sportbeoefenaar het laatste woord moet hebben. Maar ik vind ook dat de sport, ik heb het al gezegd, tot zijn ware proporties moet herleid worden. Dat is voor het ogenblik een opgeblazen boel geworden die een waarde krijgt die het absoluut niet verdient, terwijl dat er ontzettend veel andere maatschappelijke problemen zijn die bijna in het dagelijkse leven van de gewone mensen niet aan bod komen of geen kans krijgen. Denk maar aan de bewapeningswedloop, de honger in de wereld en zo. En nochtans, dat zou moeten prioritair zijn. Want een kind dat geboren wordt in de brousse van Afrika, dat daar honger heeft, dat is veel belangrijker dan een sportman die 100 meter loopt in minder dan 10 seconden.

Referenties

Luc Carnier, Sport en politiek: 100 miljoen voor 100 meter, Aktief jrg.8, mei en juni 1984
Ronny De Schepper, “Een kind in de brousse is belangrijker dan een topatleet”, De Rode Vaan nr.22 van 24 mei 1984

Noten van Ronny De Schepper

(*) Dat is samen méér dan honderd procent, maar Dr.Rogge is hier natuurlijk aan het hoofdrekenen.

(**) Dat is natuurlijk de theorie. In de praktijk was voormalig IOC-voorzitter Avery Brundage niet vies van enig racisme tegenover zijn vroegere tegenstander, de indiaan Jim Thorpe (zie elders op deze blog).

(***) Inderdaad, want ook deze stelling is ondertussen reeds lang achterhaald. De wedstrijden in eender welke tijdsgordel worden aangepast aan de belangstelling en de uitzendtijden van de Amerikaanse omroepen. (Daarmee bedoel ik dat men voor wielrennen of voetbal bijvoorbeeld, sporten die in Europa zeer populair zijn, maar niet in de Verenigde Staten, men zich op Europa zal richten, maar bij atletiek of basketball, sporten die wél populair zijn in de VS, dan krijgt de Amerikaanse tijd voorrang.)

(****) Nù niet meer uiteraard. Het grappige (nou ja) was dat de Russen in die tijd streden tegen de Taliban, o.a. tegen Osama bin Laden. Maar die kregen toen de steun van de Verenigde Staten. Want het communisme was nog meer de baarlijke duivel dan het islamterrorisme natuurlijk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s