Lorenzo da Ponte (1749-1838)

08 lorenzo da ponteVandaag is het 175 jaar geleden dat in New York (!) de Italiaanse toneelschrijver, librettist en avonturier Lorenzo da Ponte is gestorven.

De ontmoeting met Lorenzo da Ponte was het beste wat Mozart kon overkomen. Deze fijnzinnige schrijver paste helemaal bij de componist. Ook op privévlak. In 1779 was da Ponte immers verbannen uit Venetië wegens libertijns gedrag. Als priester nota bene. Na de dood van Mozart zou da Ponte overigens in Amerika diens faam uitdragen.
In Wenen was da Ponte echter hofdichter (nota bene op aanbeveling van Salieri, dus zo conservatief was die nu ook weer niet als Peter Shaffer ons wil doen geloven) en zo kreeg hij het gedaan dat de opera “Le Nozze di Figaro” er sowieso kwam, want vooraf had Jozef II reeds zijn afkeer uitgesproken voor het plan dat Mozart had opgevat om van dit “revolutionaire” toneelstuk een opera te maken. Da Ponte streek de plooien dus glad, maar toch ook weer niet te glad. Sommige van de aria’s zijn inderdaad zo rebels dat het eigenlijk niet te verwonderen is dat Mozart de wind van voren kreeg.
Geen aandacht besteden aan de theatrale eisen van het werk zou trouwens ook niet naar de zin geweest zijn van Mozart zelf, die volgens de Zweedse dirigent Arnold Östman ook ‘regisseur’ was (in zijn muziek dan wel te verstaan) en een aanhanger van de Franse acteerstijl, die zeer levendig en zoveel mogelijk realistisch was.
Daarvan kreeg ik zowaar een voorbeeld in de versie van de Opéra Royal de Wallonie. Hier was er meer theatraliteit, al begon het al meteen slecht. Na het eerste duet diende de vertoning reeds te worden onderbroken omdat het doek weigerde verder open te gaan. Aangezien een “vondst” van regisseur Pierre Fléta erin bestond dat er voor elk bedrijf een reusachtige klok de tijd aangaf, noteerde ik reeds: “Het begon nog maar en we wisten al hoe laat het was.” Gelukkig heb ik dit later moeten inslikken. (Deze klok was misschien een referentie aan de première van die andere Figaro-opera, “Il barbiere di Siviglia” van Rossini, waarbij er voor het eerst een reusachtige klok boven het toneel hing, een duidelijk teken aan de wand dat de burgerlijke tijd was aangebroken.)
Maar de zangers waren goed en zij hebben op de duur de voorstelling niet enkel gered, maar in een ontroerend laatste bedrijf (herinner u de ontroering van Salieri, zoals die door Murray Abraham gestalte wordt gegeven in “Amadeus”) zelfs nog tot een climax opgevoerd. Als je dat echter zo bekijkt, moet je op de eerste plaats toch toegeven welke prachtige muziek die goeie ouwe Woolfie voor deze rollen heeft weggelegd.
Daarna volgden Don Giovanni, Così fan tutte en libretti voor andere componisten, onder wie Antonio Salieri en Vicente Martín y Soler. In 1788, toen hij als keizerlijk dichter verbonden was aan het Burgtheater in Wenen, onderdeel uitmakend van het Italiaanse muziekgezelschap, was Oostenrijk verwikkeld in een geldverslindende oorlog met de Turken. Om extra middelen vrij te maken besloot keizer Jozef II, het Burgtheater te sluiten en het Italiaanse gezelschap te ontslaan. Alvorens het daadwerkelijk zover was, wist Da Ponte de keizer te overtuigen op zijn beslissing terug te komen, met als argument zelf voor de financiering zorg te dragen door middel van het innen van abonnements- en entreegelden van de talloze muziekliefhebbers. Om zijn dankbaarheid aan de keizer te betuigen besloot hij een opera voor het komende carnaval te schrijven, Il Pastor Fido, naar een pastoraal drama van Giovanni Battista Guarini, op muziek van Antonio Salieri. Daar al gauw bleek, dat dit werk niet de potentie had een succes te worden, ging hij er onmiddellijk toe over een ander werk te schrijven, ditmaal een pasticcio, opgebouwd uit muzikale hoogtepunten van operawerken van Gioacchino Rossini, Wolfgang Amadeus Mozart, Antonio Salieri, Domenico Cimarosa, en Nicola Antonio Zingarelli, samengevat in een vastbeproefd raamwerk, dat zijn waarde al had bewezen. De première van Da Pontes pasticcio, L’Ape Musicale in 1789, bleek inderdaad zeer succesvol en werd na Wenen in verschillende theaters opgevoerd onder meer in Triëste (1792) en New York (1825).
Na rondzwervingen in Europa en een gelukkig huwelijk vestigde hij zich in 1791 in Londen. Daar werkte hij als leraar Italiaans, als boekverkoper en als librettoschrijver, totdat hij in 1804 failliet ging. In 1805 emigreerde hij naar de Verenigde Staten van Amerika, maar het lukte hem niet in New Jersey een winkel te beginnen. De rest van zijn leven besteedde hij aan het geven van lessen in de Italiaanse taal- en letterkunde en cultuur. In 1830 werd hij tot onbetaald hoogleraar in de Italiaanse taal en cultuur aan het Columbia College benoemd, de voorloper van de Columbia University. Da Ponte was een van de oprichters van het Italian Opera House in New York in 1833. In zijn niet altijd even geloofwaardige Memorie (Herinneringen) (1823-1830) beschreef Da Ponte de lotgevallen van zijn veelbewogen leven en loopbaan. (Biografische gegevens met dank aan Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.