Don Giovanni

Vandaag is het precies 225 jaar geleden dat “Don Giovanni”, de beroemde opera van Wolfgang Amadeus Mozart en Lorenzo da Ponte, in première ging in Praag.

Mozart verbleef van 4 oktober 1787 tot na nieuwjaar in Praag voor de première van “Don Giovanni” (KV.527), terwijl de Bondini Compagnie een hele winter lang met succes de “Nozze” bleef opvoeren. Een vooraanstaand Tsjechisch componist, Kucharz, schreef er een pianoversie van, terwijl mindere goden het ook bewerkten voor blazers, voor een kwintet, voor harp in ’t café en als Duitse dansen.
Door het overweldigende succes van “Le Nozze” kreeg Mozart van het Praagse hoftheater opdracht een nieuwe opera te schrijven. Op voorstel van Da Ponte besloot Mozart de legendarische Don Juan tot onderwerp te nemen. Da Ponte deed dit vooral omdat de opera “Don Giovanni Tenorio” van Giuseppe Gazzaniga nog maar pas in Venetië in première was gegaan en hij nam bijna woord voor woord het libretto hiervoor van Giovanni Bertati over. Uit Tirso de Molina had Bertati de adellijke Donna Anna overgenomen en uit Molières “Don Juan” de burgerlijke Donna Elvira. Daarbij voegen Mozart en da Ponte dan nog het boerenpaar Zerlina en Masetto en vooral Leporello om het geheel volkser te maken en tegelijk aan te tonen dat Don Juan geen standenverschil hanteerde als het om vrouwen versieren ging.
Mozart gaat op diezelfde toon verder door in de balscène verschillende muziekgenres door elkaar te brengen als hulde aan Jozef II die met zijn redoute-bals ook de mensen uit alle standen wilde samenbrengen. Vandaar ook dat Mozart de “hits” van dat ogenblik citeert, waaronder zeer terecht zijn eigen “Nozze”. Voor de figuur van Leporello kregen Mozart en da Ponte ook raadgevingen van niemand minder dan Giacomo Casanova (1725-1798), die de première bijwoonde en zeer enthousiast was.
Het verhaal gaat terug op een zekere Don Juan Tenorio (maar dus niet de “historische” Don Juan) die op een nacht commandant Ullos doodde na zijn dochter te hebben geschaakt. De volksmythe dat Don Juan zijn slachtoffer ook nog in zijn graf ging beledigen, waarop het standbeeld hem meesleepte naar de hel, werd er haast onmiddellijk aan toegevoegd. Toch moeten we opletten met overhaaste conclusies, zoals Greta terecht opmerkt. Het al dan niet vermeende demonisme bij Mozart vinden we inderdaad vooral terug in zijn opera’s en dan natuurlijk het meest in “Don Giovanni”. Greta Haenen noemt het de “dichotomie tussen galanterie en demonisme bij Mozart”. Maar in een catalogus van zijn eigen werk noemde Mozart “Don Giovanni” een opera buffo. Het optimistische slot is er dus zeker niet “in opdracht” aangenaaid, zoals aanhangers van de “demonistische visie” beweren (waartoe ikzelf ook behoorde, moet ik eerlijk toegeven). Bovendien is het toch ook weer een uiting van het antifeminisme van Mozart. Het zou duren tot de naakte versie van de Mexicaanse “Divas” vooraleer we met “Donna Giovanni” een feministische versie te zien krijgen in het Brusselse Theater 140.
02 donna giovanni
Onder leiding van de Mexicaanse regisseuse en actrice Jesusa Rodriguez voerden zeven vrouwen “Donna Giovanni” op, een feest van de zinnelijkheid, die bij alle naaktheid op het toneel nooit afglijdt naar pornografie.
“Toen wij in 1982 met het werk begonnen, wilden wij het stuk voor een vriendin maken”, vertelt Jesusa Rodriguez. “Voor Fiona Alexander, een medewerkster van de Spaanse filmregisseur Carlos Saura (onder andere de maker van “Carmen”), die “Don Giovanni” voor de opera in Mexico wilde ensceneren, maar bij een ongeval het leven liet. Een concept had ze nog niet. Alleen het idee om de vrouwen die in deze opera voorkomen wat meer naar voren te halen. Ik heb met veel regisseurs samengewerkt. En daaronder zeer goede. Maar ook al waren zij briljant, toch kwam er een ogenblik waarop onze visies uiteenliepen. In het bijzonder bij de interpretatie van vrouwenrollen ontstaat er bij de mannen iets kunstmatigs. Wij vrouwen zijn echter vol intuïtie, compleet, zinnelijk, levend van kop tot teen. Dat wilden wij eindelijk op het toneel brengen”.
In de enscenering van de Mexicaanse Divas is “Donna Giovanni” de ideale minnaar. Een uitvinding van vrouwen, hun schepping, een product van hun zinnelijkheid. Alle vrouwen die op het toneel verschijnen zijn Giovanni. Afwisselend, bij open doek en in razend tempo verwisselen zij van kostuum. Alleen Leporello blijft Leporello.
En dat alles onder de ogen van de heilige Teresa van Avila. Het gezicht van het marmeren beeld van Gian Lorenzo Bernini, een tot reusachtige afmetingen vergroot detail vormt het decor. Heilige vervoering als uitdrukking van extatische erotiek (denk aan de Hadewijch van Frieda Pittoors). Steeds weer werden trouwens in deze enscenering schilderijen geciteerd, nagebootst (bijvoorbeeld Cranach, Botticelli, Manet).
Mozarts ensemble-scènes in “Don Giovanni” behoren muzikaal tot de allermoeilijkste die bestaan. En behalve Regina Orozco, die Leporello speelt, beschikt geen van de actrices over een operastem. Niettemin is alles partituurgetrouw te horen. Maat, tempo, ritme en melodievoering, vrijelijk gebracht in een gescandeerde spreekwijze. Enig begeleidingsinstrument, dat een heel orkest vervangt, is een piano.
Als Mozart in Praag was, verbleef hij meestal in de villa Bertramka in Smichov (foto). Het is dan ook geen wonder dat dit op dit moment is ingericht als Mozart-museum.
In Praag ontmoette Mozart opnieuw de graaf van Thun, die daar een optrekje had, en om dit te vieren voerde hij met diens privé-orkest nogmaals de Linzer symfonie uit. Een paar dagen later voerde hij ze met het opera-orkest, geleid door Strobach, overigens nog eens uit, maar dan om zijn eigen zak te spijzen. Dat lukte hem hier aardig, wat stilaan uitzonderlijk werd. In Wenen b.v. was Mozart volledig “out”. In Praag werd Mozart vooral “opgevangen” door Franz Xaver Niemetschek, die na zijn dood trouwens de opvoeding van zijn zoon Carl zou verzorgen.
Voor de opvoering in Wenen op 7 mei 1788 van “Don Giovanni” wijzigden Mozart en Da Ponte het tweede bedrijf: de aria’s van Leporello en Don Ottavio (de plaatselijke tenor kon “Il mio tesoro” niet aan en kreeg in het eerste bedrijf dan “Dalla sua pace” in ruil) vielen weg en in de plaats kwam een duet, waarin Zerlina Leporello vastbindt en hem bedreigt met een scheermes. Alhoewel het geen succes was, schrijft hij toch een bisnummer bij deze Weense uitvoering namelijk het concertduet “Per queste due manine” (KV.540b).

Referentie
Ronny De Schepper, Eindelijk weer Don Giovanni, Het Laatste Nieuws 15 oktober 1994

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s