En we gaan nog niet naar huis…

01« Voor een theoretische benadering van het onderwerp was gezien de omstandigheden al helemaal geen tijd. En achteraf gezien is dat misschien maar goed ook: met theorieën is niemand geholpen die ver van zijn eigen land wacht en hoopt en de dagen moet doorkomen. » Aan het woord is Suzanne van Lohuizen, de schrijfster van « Schemerstad », het nieuwste stuk van De Vieze Gasten, en de « omstandigheden » waarover ze het heeft, kent u al : de oorspronkelijke idee van een stuk over de politieke vluchteling Juan Carbon komt van Pierre Platteau, maar die liet het een paar maanden voor de première afweten. Niet alleen is het ongelooflijk wat Suzanne van Lohuizen op die korte tijd nog heeft gepresteerd, maar ook De Vieze Gasten zelf verdienen alle lof en niet in het minst natuurlijk regisseur Rik Hancké die hen nog heeft kunnen opzwepen tot wellicht de beste acteursprestatie die ze ooit hebben afgeleverd.

Natuurlijk, volmaakt is het nog niet, De Vieze Gasten spelen nog altijd meer typetjes dan karakters en vooral Vuile Mong zelf zal wel nooit buiten zijn eigen personage kunnen treden. Aangezien het publiek dat ook niet vráágt, doet hij zelfs geen moeite om als Juan Carbon zijn rosblonde krullekop te verbergen. De toeschouwers denken er graag de dikke zwarte snor en het Indiaanse sluikhaar bij.
Een stuk over politieke vluchtelingen, zegt u, dan zullen de slogans wel niet ver uit de buurt zijn? Ja, wat had u anders gedacht. Moet men nu zelfs al het politieke toneel gaan « depolitiseren » misschien ? Alles hangt er natuurlijk van af hoe men met die slogans omspringt. En dan blijkt toch wel welke weg de Vieze Gasten sedert die zestien jaar hebben afgelegd, zowel wat inhoud als vorm betreft.
Laten we met dat eerste beginnen, het aandeel van Suzanne van Lohuizen dus. In haar « verantwoording » legt ze er de nadruk op dat ze — zonder de politieke vluchtelingen als zodanig onrecht te willen aandoen — de karikatuur uit de weg wil gaan. En dat leidt vaak tot onthutsende, ook zelfkritische tafereeltjes. Zo b.v. over de bemoeizucht, niet alleen van de pers, maar ook van de « revolutionaire » actiecomiteetjes allerhande. Of nog bitsiger aan het eind, als Juan bijna al zijn kameraden heeft verloren (één is teruggekeerd, één zit achter de vrouwen aan, één is een kleinburgerlijke restauranthouder geworden…), dan is er toch nog één die op alle vergaderingen « El pueblo unido jamas sera vincido » zingt. « Maar als er één is die altijd en met iedereen ruzie maakt, dan is hij het », zucht Juan/Mong.
Vandaar — en mede ook door dat tijdsgebrek (zie het openingscitaat) — dat het vooral een poëtische voorstelling is geworden, toch uiterst ongewoon voor De Vieze Gasten ! Op die manier wordt de problematiek niet enkel opengetrokken tot élke politieke vluchteling van eender welk land, zoals expliciet in de inleiding wordt gezegd, maar tot eenieder die om welke reden dan ook zijn kinderen, zijn vrouw of zijn vrienden moet missen. We zouden zelfs durven beweren dat het stuk eigenlijk handelt over hoe iemand zin tracht te geven aan de gewone dagdagelijkse grauwheid van het bestaan in een « schemerstad ».
Hierbij sluit de vorm zowat perfect aan. Daarvoor dient eerst en vooral Dany Dhondt geloofd die voor uitstekende, aangepaste, sfeervolle muziek zorgde. Ze wordt trouwens feilloos gebracht samen met de twee nieuwe muzikanten, Guido De Jong en Pierre De Decker, zij het ook met behulp van moderne opnametechnieken (en dan blijven wij een drummer missen). Deze twee mensen werken op freelance basis en dat is ook het geval met de twee nieuwe acteurs, Roger Meeusen en Véronique Verbruggen. Deze laatste brengt overigens een voortreffelijk nummer (« Nacht van de rat »), een beetje op de manier van haar naamgenote Sofie. Meeusen krijgt minder kans om zich te profileren, o.m. omdat hij al de andere vluchtelingen moet spelen waarbij het er juist op aankomt ze onderling verwisselbaar te doen lijken. Met uitzondering van de restauranthouder dan, waarbij ook de twee overblijvende Vieze Gasten, Magda Demeester en Annelies Dierick, er even mogen invliegen met twee leuke typetjes.
De humor is immers bij Mong en de zijnen nooit weg te denken, met als absoluut hoogtepunt het nochtans ingetogen gezongen « Que no vamos », wat niets anders is dan « En we gaan nog niet naar huis…». Daar staat echter tegenover dat het professionalisme dat zich manifesteert in de voorstelling, wel verhindert dat Mong improviseert en inspeelt op plaatselijke toestanden. En dat hij dat nochtans nog steeds goed kan, bewees hij tijdens de pauze die een beetje tot een humoristische one-man-show uitgroeide.
In « Meeuwen» van de jonge Fransman Daniel Besnehard (Arca) is humor volledig afwezig, vandaar misschien dat de relativering ontbreekt die het hoogdravende wat draaglijker zou maken. Want voor de rest zijn er nogal wat parallellen met het voorgaande stuk. Oorspronkelijk was « Les Passagères » immers een aanklacht tegen stalinistisch Rusland. Twee vrouwen ontmoeten elkaar op een boot en gradueel zal blijken dat zij allebei het slachtoffer zijn van allerlei verdrukkende maatregelen. Ook zij gaan zeker nog niet « naar huis ». Regisseur Jappe Claes was echter niet geïnteresseerd in een specifieke aanklacht tegen het stalinisme, hij ontdeed dus de tekst van alle expliciete verwijzingen naar de Sovjet-Unie en voegde er integendeel stukken uit « De meeuw » van Tsjechov aan toe, op basis van een klein fragment dat Besnehard er zelf in had verwerkt (en wat, nota bene, paradoxaal genoeg de tekst toch weer opnieuw zeer uitdrukkelijk naar Rusland doet verwijzen). Op die manier krijgen we ook hier dus een poëtische aanklacht tegen verdrukkende structuren in het algemeen.
Maar, zoals gezegd, het wérkt niet. En dat ligt niet aan het spel van de twee actrices, de zusjes Jonckheere. Martine, die tot nu toe al te zeer in de schaduw van haar zus Carmen was gebleven, ontpopt zich immers tot een verrassend goede speelster, terwijl Carmen zelf enkel in de laatste vijf minuten zich even mag laten gaan. En dat pakkend moment maakt juist veel goed. Maar toch niet de iets te lange verveling die eraan voorafgaat. Jammer.
En verder is dit stuk ook nog opmerkelijk omdat we voor het eerst niet overdonderd werden door het decor van Marc Cnops. Maar ook dat zal wel een optie van de regisseur geweest zijn.

Referentie
Ronny De Schepper, En we gaan nog niet naar huis, De Rode Vaan nr.21 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.