Hollandse kinderauteurs, daar kun je beter soep van koken!

00Heel wat ouders“, zo begint het boekje “Zullen we deze dan maar houden”, “zijn nogal vervelend, dat is niets bijzonders. Maar de vader en moeder van Liesje en Lodewijk van Pech tot Puffelen waren wel buitengewoon vervelend“. Nou, reken maar! Zo verplichten ze hun kinderen hun neus te snuiten, hun oren schoon te maken en hun haren te wassen. Zeg nou zelf!

Liesje en Lodewijk doen ze dan ook naar een tehuis en gaan naar het warenhuis om nieuwe ouders te kopen. Maar deze zijn zo ijverig dat ze geen tijd hebben voor L & L, ze worden dan maar geruild, maar nu blijken het verschrikkelijke luie ouders te zijn. De volgende zijn dan weer extra dom. Tegen die tijd echter zijn de 40 bladzijden om “en toen gebeurde er dit“, de domoren beginnen de kinderen te knuffelen, zodat deze zeggen: “Zullen we deze dan toch maar houden”. Schrijver Rindert Kromhout en illustratrice Sylvia Weve werken beide onder meer voor “Vrij Nederland”. Het zal dus wel godslastering zijn als wij dit boekje het etiket “ergerlijk” opkleven.
HIERZO!
Maar we zijn dus nog niet aan het einde van ons lijden: Maartje is zo’n typisch pestjoch dat Hollandse kinderauteurs zo “hardstikke leuk” vinden. Van Hollandse kinderauteurs daar kan je beter soep van koken! Nou, zo erg is het ook weer niet natuurlijk, dit boek van Veronica Hazelhoff, eigenlijk valt het zelfs best mee. Maar zoveel Hollandse kinderauteurs na elkaar lezen dat kan nooit goed zijn. Daar word je humeurig van. Dat is ook de bedoeling, vrees ik.
Het boek over Maartje heet “Hierzo!” Wadde? Vanwaar die titel? Wel het is gewoon een tussenwerpsel dat Maartje vriendje Tim zo graag gebruikt net zoals er andere mensen zijn die “wadde”, “dadde” of “nou moe” zeggen. Dit laatste is trouwens niet enkel Guust Flater z’n geliefkoosde uitdrukking, maar ook de titel van het eerste Maartjesboek waarvoor Hazelhoff en zilveren griffel kreeg.
BLAFFEN TEGEN EEN KARIKATUUR
Eigenlijk hebben we nooit erg van Nederlandse jeugdliteratuur gehouden (voor alle duidelijkheid kunnen we misschien beter spreken van “Hollandse” jeugdliteratuur). Ondanks Dik Trom en Pietje Bell is ons van de oudere generatie vooral dat verschrikkelijk moraliserende toontje bijgebleven, wat – en nu komt het natuurlijk – ons evenzeer irriteerde in de jongste richting, ook al beoogde men hier precies het omgekeerde effect. Maar, zoals dat vaak gaat als men zich tegen iets wil afzetten, men verviel in overdrijvingen, zodat Hollandse kinderen in die boeken niet zozeer tot mondigheid werden aangezet, maar wel tot het opzetten van een grote mond.
Als Hendrik Conscience de Vlamingen leerde lezen (en jongensdromen verwezenlijken), dan leerden Veronica Hazelhoff en Rindert Kromhout van der Meer (bijvoorbeeld) de Hollandse voetbalsupporters-in-spe blaffen. In de boeken zelf was dat dan wel blaffen tegen een karikatuur (zodat men er soms nog kon inkomen), maar aangezien karikaturen nu eenmaal niet in het dagdagelijkse leven plegen rond te lopen, onthielden Kees en Mies enkel het blaffen.
Nou, hartstikke leuk, kan je misschien denken, maar op die manier wordt het nog moeilijk werken aan een betere wereld. Dat is natuurlijk ook moraliseren en je hoeft het daarmee dus zeker niet eens te zijn, maar kom ons dan asjeblief niet vertellen dat je, om “progressief” te zijn, de jeugd met doemdenken en no future moet opzadelen.
Typisch is in dat soort boeken de kritiek op het onderwijs. Kritiek op leerinhouden en gebruikte methoden, daar kunnen we natuurlijk best inkomen, maar vaak heeft men de indruk het onderwijs als zodanig maar overboord te willen kieperen. Een cliché-situatie is bijvoorbeeld dat men ergens in opstand komt tegen een hypertraditionele leraar, maar als men daarvoor dan de steun krijgt van, of als-ie-vervangen wordt door een “moderner” exemplaar, dan blijkt die al gauw “in de grond dezelfde” te zijn (want dat is dan “een ouwe zak van 1968” nietwaar?). In de (overigens uitstekende) jeugdfilm “De bende van hiernaast” trekt de “sociaal-culturele werker” na heel wat mooie woorden bijvoorbeeld uiteindelijk wel partij voor de nogal racistische flatbewoners.
KENTERING
Maar goed, Holland heeft ons niet nodig gehad om dat allemaal in te zien, want er is daar nu zelf blijkbaar een kentering ingetreden. De verhalenbundel “Okketok” van Henk Barnard (uitgeverij Westfriesland, Hoorn, 90 blz.) is daar een typisch voorbeeld van. Net zoals de daarjuist aangehaalde voorbeelden is dit een boek dat zich tot tamelijk jonge kinderen richt (7 à 8 jaar), precies omdat op die leeftijd volgens ons de basis wordt gelegd voor de houding die met de puberteit tot uiting komt.
In deze bundel herwerkt Barnard een aantal bestaande verhalen (zelfs Sinterklaas en de kerststal ontsnappen er niet aan), zodat de nieuwe aanpak meteen erg duidelijk wordt. Zo is er bijvoorbeeld de bekende geschiedenis van Piet de Smeerpoets, vroeger een moraliserend verhaal om kinderen tot netheid aan te zetten. Dan kwam er een periode dat nette handen hoegenaamd niet progressief waren en dus herschrijft Barnard het verhaal waarbij Piet het precies dankzij zijn vuile handen erg ver brengt. Tot hiertoe lijkt het dus wel een verhaal dat eerder een paar jaar geleden werd geschreven. En dat kàn misschien ook wel, want als het eigenlijk reeds afgelopen is, dan wordt er plotseling nog een paragraaf toegevoegd: “Maar ik denk dat je moeder zal zeggen: het gaat er niet om, wie het ’t verst brengt in deze wereld, maar wie de schoonste handen heeft“.
Al kunnen wij die moeder dan weer niet zo goed thuisbrengen: zich afzetten tegen het carrière-maken, ja die generatie herkennen we natuurlijk! Maar had die zelf ook geen vuile handen en ongewassen haren? Tenzij het allemaal figuurlijk is natuurlijk, dat “zich de handen vuil maken”, waarop het meteen duidelijk wordt dat dit een moedertje is dat ooit nog met haar krent op de Dam heeft gezeten of in het Vondelpark heeft geslapen.
Hoe dan ook, met die toegevoegde paragraaf lijkt dit wel Goethes “Werther” of “Mijn kleine oorlog” van ons aller Boontje. Maar dan literair van veel geringer kwaliteit natuurlijk, want tussen de lijnen door had u wel al begrepen dat dit soort van “ethisch réveil” ons dan misschien niet onwelkom mag zijn, maar dat de verpakking nog niet dàt is.
Er is immers overigens nog een tweede reden waarom we ons steeds aan Hollandse jeugdboeken hebben geërgerd en die heeft dan met de vorm te maken. Boven de Moerdijk doet men immers steeds smalend over die Vlaamse boerkes die nauwelijks Nederlands kouten. Zelfs onze wereldberoemde smartlapzangers worden in hun doorbraak geremd omdat zij over “zwarte bonen” zingen in plaats van over “bruine” en omdat zij heel de stad “versieren”.
Maar omgekeerd hebben onze Hollandse broeders (en zusters natuurlijk) het nooit verleerd om een soort bargoens te schrijven, waarmee je zelfs met Van Dale bij de hand vaak niet wijzer wordt. Zo vernemen we op bladzijde 82 van “Okketok” bijvoorbeeld dat Piet een vrijer krijgt. Nu hadden we hier in Vlaanderen wel Liva Willems die over lesbische cavia’s schreef, maar van zo’n openheid keken we toch wel even op. Gelukkig stond dit woord wél in Van Dale, waar we als allerlaatste betekenis (en zonder vermelding dat dit enkel in het Noorden zo is) de omschrijving “sinterklaaspop die een man voorstel” vinden.
EEN BROODJE WESP
Nu mag je (enigszins terecht) stellen dat ik me daarover teveel opwind, maar als je dan ziet wat voor een herrie ze in Nederland maken over ons taalgebruik, dan mag dat toch wel even, dacht ik zo. Kijk maar naar “een broodje wesp” dat Nannie Kuiper en Dolf Verroen samen schreven. Daarin rijdt een tot Belg bekeerde Nederlander (Eddy, “je lijkt wel een wielrenner“) van Nederland naar Tielt en neemt onderweg een Hollandse liftster mee, die natuurlijk Veronica heet. En dat is dan aanleiding voor een heleboek “grapjes” over het Vlaams (het begint al met de titel die eigenlijk “een broodje hesp” moet zijn, maar dat schijnen Nederlanders niet te verstaan, evenmin als “een tas koffie” of “een schone neus” en verder noemen wij iedere vrouw natuurlijk een “madame“, blazen wij de h niet aan, zeggen “gij” en zingen “liedekens“) en voor een aantal versjes (ik gok erop dat Verroen verantwoordelijke is voor het magere verhaaltje en Kuiper voor de soms leuke, soms flauwe poëzie). Maar als de strafste krachtterm die Veronica uit haar zak kan toveren “foppeldepiep” is, dan kan dat ons nauwelijks deren. Trouwens, ik weet wel dat het protestantse Noorden niet zo’n hoge pet op heeft van al die heiligen, maar tot nader order staat er nog steeds een verbindingsteken tussen Sint en Niklaas!
Veel meer woorden hoef ik aan deze grap niet te verspillen, tenzij dat mijn vermoeden dat Verroen-Kuiper tot de Veronica (?) Hazelhoff-strekking behoorden net op het einde nog wordt bevestigd. “Doe ook goed je best op school, maar a.u.b. niet te veel, want dan word je veel te braaf“, is zowat de slotzin en die had ik al voelen aankomen, wanneer een paar bladzijden daarvoor de kinderen worden aangemaand eens even flink herrie te schoppen. “De Belgische grote mensen schrokken zich een aap“, zo gaat het dan verder, “maar gelukkig zijn Belgische kinderen bijna allemaal erg slim“. Nou, reken maar, die zijn zo slim dat geen koekjes van dit soort deeg lusten!
ENKELE MAANDEN LATER
Meer bepaald in De Rode Vaan nr.28 van 1983 schrijf ik dan ook:
Beste vrienden van Infodok,
Willen jullie zo vriendelijk zijn om geen boekjes meer op te sturen in de reeks « de wereld op zijn kop » van Sjaloom (auteur Veronica Hazelhoff, illustraties Silvia Weve). Er is namelijk niemand op de redactie die deze rotzooi wil lezen en daarom word ik er steeds weer mee opgezadeld. En ik krijg het ervan steeds weer op de darmen. Het kan natuurlijk best wezen dat ik met m’n 31 reeds een ouwe zak ben, maar dat moet dan maar zo zijn. Ik dacht anderzijds dat ik best verhaaltjes kon pruimen over grootmoeders die in hun ouwe dag plots heel zelfstandig gingen doen en zich tegen de conventies in gedragen. Films van o.a. René Allio en Hal Ashby rond dit thema vond ik zelfs heel geslaagd. Maar van jullie punk-oma die iedereen uitscheldt en dreigt met klappen van zodra haar iets niet aanstaat, hou ik niet. Ik ben blij dat ze mijn oma niet is. Maar iedereen is natuurlijk vrij om voor dit boekje van 39 blz. 285 fr. te betalen.
Met hoogachting, R.D.S.

Referentie
Ronny De Schepper, Hollandse kinderauteurs, daar kun je beter soep van koken! De Rode Vaan nr.14 van 1983
Ronny De Schepper, Blaffen tegen een karikatuur, De Rode Vaan nr.30 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.